Spanje en Catalonië, twee vaderlanden om dezelfde ellende op te leggen

Printvriendelijke versieSend by email


Het nationalisme is een ideologisch gif dat de bourgeoisie gebruikt, ofwel
om de arbeidersklasse te mobiliseren in haar oorlogsconflicten, ofwel om de
klassenstrijd te laten doodbloeden op een ontaard en onvruchtbaar terrein. De
recente nationalistische betogingen in Catalonië maken deze valstrik volstrekt
duidelijk die de bourgeoisie uitzet voor het proletariaat.


Anderhalf miljoen mensen hebben op 11 september 2012 in Barcelona betoogd
opdat Catalonië “zijn eigen staat binnen Europa” zou krijgen.


Deze gebeurtenis werd op verschillende wijzen geanalyseerd: Is de
onafhankelijkheid van Catalonië levensvatbaar? Waarom wil Catalonië ‘scheiden’
van Spanje? Zullen de Catalanen beter leven na de onafhankelijkheid? Is het
waar dat Catalonië meer aan Spanje geeft dan het terugkrijgt? Zou er een
federale staat opgericht moeten worden?


Nochtans ontbreek in dat rijtje een andere lezing, die van het
proletariaat, de sociale klasse die, door haar historische strijd de toekomst
van de mensheid vertegenwoordigt. Hier volgt dus een lezing vanuit het
standpunt van de klassenstrijd, die we kunnen samenvatten door twee begrippen
tegenover elkaar te stellen: NATIE of KLASSE?


 


Voor de natie strijden, is strijden voor de belangen van het kapitaal


 


Op 11 september konden we Felip Puig (minister van Binnenlandse zaken van
de Catalaanse generaliteit, verantwoordelijke en bezieler van de felle
repressie tegen de massale betogingen van 2011, organisator van doortrapte
politieprovocaties tegen de demonstranten) zien voorbijstappen, in alle
vriendschap omringd door zijn slachtoffers: jonge werklozen of mensen met
onzekere jobs. We konden negen van de elf ministers van de regionale regering
zien, die in frontlijn stonden van de toepassing van meedogenloze maatregelen
in de sectoren van gezondheid en opvoeding, die arm in arm liepen met hun
slachtoffers: verpleegsters en dokters die meer dan 30% van hun loon verloren,
patiënten die een euro moeten betalen telkens zij op doktersbezoek gaan of een
deel hun geneesmiddelen in de apotheek moeten betalen. We zagen werkgevers,
politieagenten, pastoors, vakbondsleiders de straat delen met hun slachtoffers:
werklozen, arbeiders, gepensioneerden, immigranten… Een atmosfeer van nationale
eenheid heerste over de bijeenkomst. Het kapitaal liet zich vergezellen door
zijn uitgebuiten en veranderde dezen in nuttige idioten voor zijn egoïstische
doeleinden.


Het is best mogelijk dat een belangrijk aantal betogers het niet eens was
met het doel van de onafhankelijkheid. Misschien waren zij daar omdat ze de
besparingen niet meer kunnen verdragen, de werkloosheid, het gebrek aan
toekomst; maar wat zeker is, is dat hun ontevredenheid door het Kapitaal naar
zijn terrein werd gekanaliseerd, dat van de verdediging van het vaderland. De
woede van de arbeiders heeft zich enkel en alleen uitgesproken ten gunste van
het kapitaal!


Als het proletariaat achter vlaggen strijdt die niet de zijne zijn, dan
versterkt dit het kapitaal, ieder en elkeen van zijn delen. Het is mogelijk dat
dit de tegenstrijdigheden tussen hen levendig maakt, maar die worden
gekanaliseerd in hun crisissen, hun oorlogen, hun conflicten tussen bendeleden,
hun familieruzies. Anders gezegd maken die uiteindelijk deel uit van het
raderwerk van barbaarsheid en vernietiging waarin het kapitalistische systeem
de mensheid vastklemt.


De natie is niet de gemeenschap van allen die op hetzelfde grondgebied
geboren zijn, maar wel het privébezit van alle kapitalisten dankzij dewelke zij
de uitbuiting en onderdrukking van hun ‘geliefde medeburgers’ organiseren (1).
Het was geen toeval dat de slagzin van de manifestatie “Catalonië wil zijn
eigen staat“ was. De natie, dat ‘zo geliefde’ woord, is onafscheidelijk van dit
monster - geenszins geliefd, maar koud en onpersoonlijk - dat de staat met zijn
gevangenissen is, zijn rechtbanken, zijn legers, zijn politie en zijn
bureaucratie.


President Mas van de Catalaanse Generaliteit heeft een referendum beloofd,
en we kunnen er zeker van zijn wat zowel hij als zijn ‘Spaanse’ collega’s
willen: ons laten kiezen uit drie opties, de ene nog slechter dan de andere:
“Wilt u dat de aanpassingen en besparingen u door de Spaanse staat opgelegd
worden?” “Wilt u dat zij u opgelegd worden in het kader van ‘de nationale bouw
van Catalonië’?” of “Wilt u dat de Spaanse staat en zijn Catalaanse
plaatsvervanger u samen neerslaan?” Het kapitaal beschikt in Spanje over twee
vaderlanden om de ellende op te leggen: het ‘Spaanse’ en het ‘Catalaanse’.


Hoe zijn we zover gekomen?




Wat zijn de mechanismes die ervoor gezorgd hebben dat de arbeiders samen met
hun beulen opstappen? Er zijn er verschillende, maar de belangrijkste zijn
volgens ons:


De ontbinding van het kapitalisme. Als sinds de eerste decennia
van de 20e eeuw het kapitalisme aan het tijdperk van zijn verval is begonnen,
is sinds bijna 30 jaar dit proces verslechterd, wat tot een situatie leidt, die
wij als de ontbinding van het kapitalisme hebben gedefinieerd (2). Op politiek
vlak blijkt deze scherpe ontbinding uit de tendens tot toenemende
onverantwoordelijkheid van de verschillende delen van de bourgeoisie, die
steeds verder wegzinken in het ‘elk voor zichzelf’ dat, met de verergering van
de crisis, leidt tot een ‘redde wie zich redden kan’. De naties zijn
‘verstandshuwelijken’ tussen verschillende fracties van de bourgeoisie. Gezien
de crisis en ontbinding van het kapitalisme is het steeds moeilijker in haar
schoot een enigszins ernstig project te smeden dat de verschillende delen
samenhoudt. Dat leidt ertoe dat elkeen zijn eigen spel speelt. Vele naties
worden steeds harder geteisterd door een wervelwind van middelpuntvliedende
tendensen: in Canada wil Québec geen deel meer uitmaken van de federatie, in
Groot-Brittannië bloeit het onafhankelijkheidsstreven op in Schotland, om nog
te zwijgen over België, van Italië…


Maar het drama is het dat deze tendensen het proletariaat beïnvloeden en
besmetten, het onderwerpen aan de druk van cynische en verdorven gedragingen
van de heersende klasse en aan de propaganda die zij verspreidt. Het
proletariaat moet de gevolgen van deze sociale ontbinding bestrijden, de
vereiste antilichamen ontwikkelen: tegenover een wereld van mateloze
concurrentie, moet het zijn solidaire strijd stellen; tegenover een wereld die
in stukken uiteenvalt, met regeerders die de potentaten van hun staatjes willen
worden, stelt het zijn internationale eenheid; tegenover een wereld van
uitsluiting en vreemdelingenhaat, stelt het zijn strijd voor opname en
integratie…


De moeilijkheden van de arbeidersklasse. Momenteel heeft het
proletariaat geen vertrouwen in zijn eigen krachten, het merendeel van de
arbeiders erkent zich niet als zodanig. Het was de Achilleshiel van de
Indignados bewegingen in Spanje, in de Verenigde Staten enz., waar, ondanks
positieve en toekomstvolle elementen, de meerderheid van de deelnemers zich
niet als leden van hun klasse zag, maar als ‘burgers’, wat ze kwetsbaar maakte
voor democratische en nationalistische misleidingen vanwege het kapitaal (3).
Dit verklaart waarom jonge werklozen of mensen met een onzekere job, die een
jaar geleden het Cataloniëplein in Barcelona bezetten, die er oproepen tot
internationale solidariteit lanceerden, en die het plein zelfs omdoopten tot
‘Tahrirplein’, zich vandaag achter de nationale vlaggen van hun uitbuiters
hebben geschaard.


Het gif van het nationalisme. De bourgeoisie, zeer bewust van de zwaktes van het
proletariaat, speelt de nationalistische troef ten grond uit. Het nationalisme
is niet het exclusieve erfdeel van de rechterzijde en van extreem-rechts, het
is het gemeenschappelijke terrein dat door een politieke waaier wordt gedeeld
die van extreem-rechts tot extreem-links gaat en waarop zich ook wat men noemt
‘de sociale organisaties’ bevinden (werkgevers en vakbonden).


Het nationalisme van rechts, dat gekoppeld is aan ranzige symbolen en aan
agressiviteit ten aanzien van wat ‘buitenlands’ is (vreemdelingenhaat), is niet
bijzonder overtuigend voor het merendeel van de arbeiders (behalve de meest
achtergebleven delen van de klasse). Het nationalisme van links en de vakbonden
slaat meer aan omdat het ‘opener’ lijkt, meer in fase met het dagelijks leven.
Zo stelt het nationalistisch discours van links ons ‘een nationale oplossing’
voor de crisis voor, en hiertoe vraagt het ‘een gelijke verdeling’ van de
offers. Dat, naast het fabeltje van ‘de rijken laten betalen’ om de offers te
rechtvaardigen, drukt de nationale kijk door, want het presenteert ‘nationale
gemeenschap’ voor van werknemers en werkgevers, van uitbuiters en uitgebuiten,
allemaal verenigd voor ‘het merk Spanje’.


Een andere van de geliefde praatjes van links en de vakbonden, is te
zeggen dat “Rajoy de bezuinigingen oplegt omdat hij Spanje niet verdedigt, hij
is een lakei van Merkel”. De boodschap is duidelijk: vechten tegen de
besparingen zou een nationale beweging tegen de Duitse onderdrukking zijn en
dus niet wat het echt is: een beweging voor onze menselijke behoeften tegen het
kapitalistische uitbuiting. In feite is Rajoy even ‘Spaansgezind’ als Zapatero
voor hem (4).


Tot de vakbondsmobilisaties van 15 september werd opgeroepen omdat “zij
[de machthebbers] het land willen afbreken”, wat wil zeggen dat wij, de
arbeiders, niet voor onze belangen zouden moeten strijden, maar om ‘het land’
te redden, wat ons plaatst op het terrein van het kapitaal, aan de kant van
Rajoy, die beweert Spanje te redden met het offers van de arbeiders.


De groepen die ‘het label 15-M’ behielden (5), verdedigen ‘radicalere’,
maar niet minder nationalistische dingen. Zij zeggen dat we moeten strijden om
de ‘voedselsoevereiniteit’ te behouden, wat wil zeggen dat we ‘Spaans’ moeten
produceren en ‘Spaans’ verbruiken. Zij spreken ook over het houden ‘schuld
audits’ om de schulden te verwerpen die “onwettig aan Spanje opgelegd” zouden
zijn. Nog eens: een onwrikbaar nationalistisch standpunt! Links, de vakbonden
en de bedrieglijke resten van 15-M verwezenlijken een ‘opmerkelijk’ actie van
‘ontwikkeling van een nationaal gevoel’. Zo heette ten tijde van dictator
Franco een verplicht vak op school. Vandaag geeft men ons vanop alle tribunes,
in democratische stijl, dit soort lessen die we goedschiks of kwaadschiks
zouden moeten slikken!


En we moeten ons vooral niet inbeelden dat dit soort nationalistische
plaag enkel in Spanje   woedt! Ze wordt met alle mogelijke sausen in de rest
van de landen opgediend. En in Frankrijk verkondigt Mélenchon, leider van een
zogenaamd radicaal Links Front, dat „de slag tegen het verdrag
[stabiliteitsverdrag dat de ‘zwakke’ linkerzijde van Hollande zal ondertekenen]
is een nieuwe revolutionaire episode voor soevereiniteit en onafhankelijkheid”
(El Pais, 16.09.2012).


Het nationalistische geknuppel heeft geen andere doel dan ervoor te zorgen
dat de arbeiders tegenover elkaar geplaatst worden. Bij de Duitse werknemers,
die lonen van 400 € en pensioenen van 800 € moeten verdragen,
insinueert men dat de oorzaak van hun offers de arbeiders uit het Zuiden van
Europa zijn, van nietsnutten die boven hun middelen geleefd hebben. Aan de
arbeiders in Griekenland laat men verstaan dat hun ellende het product is van
de voorrechten en de luxe waar de Duitse arbeiders van profiteren. In Parijs
zegt men hen dat het beter is dat de ontslagen in Madrid vallen dan in
Frankrijk.


Zoals men het ziet, wil men ons verstrikken in een gordiaanse knoop van de
leugens die wij moeten doorbreken door het inzicht dat het om een wereldcrisis
gaat, dat het in alle landen besparingen regent. Benadrukken van het
‘nationale’ probleem heeft tot gevolg dat men slechts de 700.000 werklozen in
Catalonië ziet, of, desnoods, de 5 miljoen in Spanje ziet, en men uit het oog
verliest dat er wereldwijd meer dan 200 miljoen werklozen zijn. Wanneer men
slechts de regen van besparingen ziet die er in Catalonië en in Spanje is, ziet
men de monsterachtige besparingen niet die elders worden opgelegd, bijvoorbeeld
aan de ‘bevoorrechte’ arbeiders van Nederland. Wanneer men slechts kijkt ‘onze
eigen ellende’, als Spanjaarden of Catalanen, ziet men de ellende van de wereld
uit proletarisch standpunt niet. Wanneer men vanuit het enge, kleingeestige en
marginaliserende gezichtspunt kijkt, bereidt men zijn hersenen voor om, als
‘Het melkmeisje en de melkkruik’, de onwaarschijnlijke verhalen te geloven die
de eerbare heer Mas vertelt „als men aan Catalonië het 10 miljard zou betalen
die men verschuldigd is, zijn de besparingen overbodig“, de regionale versie
van de fabel „als Spanje niet zo sterk gekneveld werd door Duitsland, zou het
geld hebben voor gezondheid en onderwijs”.


Tegen de verdeling van de wereld in natie-staten, strijd voor de
menselijke wereldgemeenschap




Het kapitalisme heeft een wereldmarkt gecreëerd, het heeft over de hele planeet
de heerschappij van warenproductie en loonarbeid veralgemeend. Maar die kan
enkel functioneren door de geassocieerde arbeid van alle arbeiders van de
wereld. Een auto is niet het werk van een individuele arbeider, evenmin van de
arbeiders van een fabriek, zelfs niet van het land waar hij werd vervaardigd.
Hij is het product van de samenwerking van vele arbeiders van verschillende
landen en ook van verschillende sectoren: niet enkel van de auto-industrie maar
ook de metaalindustrie, het vervoersector, het onderwijs, de gezondheid…


Het proletariaat bezit een fundamentele kracht tegenover het kapitalisme:
het is de verenigde producent van het merendeel van de producten en diensten.
Maar het beschikt tevens over een kracht om de mensheid een toekomst te bieden:
de geassocieerde arbeid die, eens bevrijd van de kapitalistische ketens - van
de staat, de warenproductie en de loonarbeid - de mensheid zal toelaten om op
een solidaire en collectieve wijze te leven, tot volle bevrediging van zijn
behoeften en de vooruitgang van het geheel van de natuur.


Om in deze richting te evolueren, moet het proletariaat zich richten op de
internationale solidariteit van alle proletariërs. Vastgeketend aan de natie
zal het proletariaat altijd vastgeketend worden aan ellende en allerlei
barbaarsheid; vastgeketend aan de natie, zal het altijd vergiftigd worden door
anti-solidaire, xenofobe vervalsingen, door uitsluiting en patriottisme…
Vastgeketend aan de natie, zal het de verdeling en de confrontaties binnen zijn
rangen aanvaarden.


Geen enkele solidariteit met onze uitbuiters! Onze solidariteit gaat uit
naar de arbeiders van Zuid-Afrika die verpletterd worden door hun zogenaamd
‘zwarte bevrijders’ (6), onze solidariteit gaat uit naar de Palestijnse
jongeren en arbeiders die vandaag betogen tegen hun uitbuiters van de
‘Palestijnse bijna-staat’. Wij zijn solidair met de arbeiders van alle landen.


De eenheid en de solidariteit zijn niet met ‘onze medeburgers’
kapitalisten van Spanje of Catalonië, maar met de uitgebuite arbeiders van de
gehele wereld!


De proletariërs hebben geen vaderland!


Uit Acción Proletaria, krant
van de IKS in Spanje, 16.9.2012


__________


1) Zie onze brochure Natie of Klasse (internationalism.org).


2) Zie onze stellingen: ‘Ontbinding, laatste fase van het
kapitalistische verval’, gepubliceerd in 1990


3) Voor een kritische balans van de bewegingen van 2011, zie: ‘2011:
van verontwaardiging tot hoop’ (nl.internationalism.org),


En: ‘De beweging van indignados in Spanje, Griekenland en Israël  : van
verontwaardiging naar voorbereiding van de klassegevechten’ Internationale
Revue 147 (engels of frans)


4) Rajoy is de huidige regeringsleider (rechterzijde), Zapatero, de
vorige (socialist).


5) 15-M, afkorting van 15 mei 2011, datum van de betoging die de
beweging van Indignados in Spanje op gang heeft gebracht.


6) Lees: ‘De bourgeoisie lanceert zijn waakhonden van politie en vakbonden
tegen de arbeidersklasse“ engelse en franse versie op internationalism.org


Historische gebeurtenissen: 

Geografisch: 

Recent en lopend: