De gezondheidszorg. Onderlinge solidariteit voor de verdediging van de kwaliteit van ieders leven

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Het aangekondigde ontslag van 250 werkers bij Kennemer Gasthuis heeft geleid tot heftige discussies. Een door de AbvaKabo geplande protestvergadering op 8 november vormde een cruciaal moment in de beslissing of er actief verzet wordt opgenomen of niet. Het Kennemer Gasthuis is namelijk niet het enige ziekenhuis waar ontslagplannen worden aangekondigd of al zijn doorgevoerd. Het kapitalisme legt ook zijn oplossing voor de crisis op bij het Gemini Ziekenhuis in Den Helder, het ziekenhuis Bethesda in Hoogeveen, bij Bernhoven in Uden, het Langeland Ziekenhuis in Zoetermeer, het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk. En dan heb ik het nog niet eens over de andere vormen van zorg waar driftig wordt gesnoeid en over de nieuwe plannen van de regering Rutte II, waarvan men aanneemt dat ze in de loop van de komende jaren onder meer zullen leiden tot het ontslag van 60 á 80 duizend alpha-hulpen.

Nu stelt zich natuurlijk onmiddellijk de vraag: is het verantwoord om als verplegers of verzorgsters te gaan staken of andere acties te ondernemen, waarbij de patiënten aan hun lot worden over te laten? Op deze vraag probeert dit artikel een antwoord te geven.

De verdediging van de kwaliteit van de zorg en van het eigen leven als werker: één en dezelfde strijd

Een kwalitatief goede gezondheidszorg is niet alleen de uitdrukking van een gemeenschappelijk belang, maar ook van een onderlinge saamhorigheid, die in de maatschappij bestaat. Maar een dergelijke saamhorigheid sluit het eigenbelang, en de strijd voor de kwaliteit van het eigen leven van de verplegenden niet uit. Het opkomen voor de kwaliteit van de zorg aan de ene kant en de verdediging van de werk- en levensomstandigheden van de werkers aan de andere kant zijn daarom aspecten, die niet met elkaar in tegenspraak zijn. Het ene ligt in het verlengde van het andere. De verplegenden willen betere arbeidsvoorwaarden, een einde aan die torenhoge werkdruk, waardoor ze zich meer wasmachines voelen dan verplegenden, en een reële verdienste voor de grote verantwoordelijkheid die ze in hun werk moeten dragen. Tegelijkertijd willen ze een menswaardige zorg voor de patiënten, die menselijke wezens zijn en geen verhandelbare producten. De werkers in de zorg en verpleging gruwelen van de horrorpraktijken die in het kapitalisme steeds meer gemeengoed worden in de gezondheidszorg.

Net zoals de werkers bij Viva!Zorggroep in 2011, de schoonmakers in het afgelopen voorjaar, hebben de verplegers bij het Kennemer Gasthuis momenteel waarschijnlijk ook het gevoel dat ze er alleen voor staan omdat ze met handen en voeten gebonden zijn aan de zorg voor de patiënten. Die zorg maakt dat, in de strijd tegen aantasting van de kwaliteit van het leven, zoiets als staken niet mogelijk is, want dat betekent dat de patiënten aan hun lot zouden worden overgelaten. De vraag die zich dan onmiddellijk stelt is: hoe kan dit gevoel van isolement en onmacht doorbroken worden? Een mogelijkheid zou kunnen zijn om de tactiek van actievoeren bij de bedrijven in de privé-sector te kopiëren, maar dan in de richting van de verantwoordelijke ministeries. Dat wil zeggen: de organisatie van blokkades of bezettingen van de betreffende ministeries en er zo voor zorgen dat het werk op die betreffende ministeries wordt stilgelegd.

Maar dit is nog geen garantie voor het doorbreken van de moeilijkheid waar de verplegenden - en zij niet alleen - in de strijd op stuiten. Als de werkers in de zorg en verpleging zelf niet kunnen staken, dan bestaat er echter toch ook een andere mogelijkheid: onder de leus “hun strijd is onze strijd” kunnen ze pogingen in het werk stellen de strijd direct te richten op een algemene solidariteit tussen de werkers van alle sectoren. Want op die manier kan de strijd voor een reële waardering van het werk van de gezondheidswerkers en de strijd voor een kwalitatief goede gezondheidszorg meegenomen worden in de algemene strijd van de werkende klasse tegen de aanvallen van de kapitalistische regering en haar verschillende instituten.

Het levende voorbeeld: de massale staking van de arbeiders in Polen in 1980

Het grote voorbeeld, waaraan we kunnen refereren, is de massale staking die in augustus 1980 in Polen heeft plaatsgevonden. Toen beantwoordden zo’n tien miljoen arbeiders de oproep van het Arbeiderscomité van Gdansk om de strijd op te nemen. De regering, die op dat moment in feite niet langer het land bestuurde, stond machteloos. Het was het Arbeiderscomité, waarvan de leden waren gekozen in de algemene vergadering van arbeiders, die de touwtjes in handen had. Ondanks de massale wil de strijd op te nemen was het was deze laatste dan ook die, in een algemene vergadering waaraan duizenden arbeiders deelnamen, besloot om de meest primaire levensvoorzieningen te waarborgen en de arbeiders van de elektriciteitscentrales, het openbaar vervoer, de levensmiddelenvoorziening en de gezondheidszorg op te roepen op hun plaats en aan het werk te blijven. Toen er, na een korte, maar vastberaden periode van strijd eenmaal een overeenkomst werd gesloten met de toenmalige Poolse regering, was dat een overeenkomst die alle arbeiders van heel Polen betrof. De miljoenen arbeiders, wier eisen op een gegeven moment waren ingewilligd, gingen daarna niet onmiddellijk weer aan het werk. Neen, op basis van de leus: "één voor allen, allen voor één" gingen de ze pas weer aan het werk toen de eisen van alle werkers waren ingewilligd, daarbij inbegrepen de eisen van arbeiders, die op aanraden van het Arbeiderscomité, gewoon hadden doorgewerkt en daarmee de meest elementaire diensten in de periode van de staking hadden verzekerd.

Solidariteit zoeken bij de klassebroeder; werkend of werkloos, in deze of gene sector ....

Hoewel staken voor niemand een hobby is, onderschrijven we het volgende argument : als de kapitalistische staat niet de voorwaarden kan garanderen voor een goede gezondheidszorg (….) dan zou ons motto moeten zijn: ‘staak het werk’. En niet omdat het werk neerleggen per definitie leuk is, maar omdat ieder vorm van verzet (betogen, algemene vergadering, delegaties uitsturen) tegen de maatregelen de verpleging en de verzorging per definitie op een laag pitje zet. En als de verplegenden de patiënten niet geheel en al aan hun lot over kunnen laten, dan is – naar het voorbeeld van Polen 1980 - de enige mogelijkheid om in zelf georganiseerde bijeenkomsten te besluiten om solidariteit te gaan zoeken in andere sectoren. Met andere woorden: net zoals dat in augustus 1980 in Polen gebeurde, andere werkers op te roepen om in hun strijd, naast de eigen eisen, ook die van hun verplegende en verzorgende klassebroeders en –zusters op te nemen. Zoals dat bijvoorbeeld ook al afgelopen voorjaar gebeurde toen de schoonmakers de eisen van de werkers in de kantine van de VU te Amsterdam in hun eisenpakket opnamen.

Solidariteit kan zich niet langer beperken tot de eigen regio of de eigen sector, zoals in de strijd van de werkers bij Viva!Zorggroep vorig jaar gebeurde en waardoor het isolement, waarin ze verkeerden, dus niet doorbroken werd. In de loop van dit jaar vonden er allerlei acties plaats in de thuiszorg: in Rotterdam: vierde staking (18 oktober); in Emmen: protestacties (30 oktober); in Montferland: manifestatie (29 oktober); in Schiedam, Maassluis en Vlaardingen: demonstratie (25 oktober). Maar net als bij de werkers van Viva! Zorggroep in 2011, bleven al deze acties ook verstrikt in de eigen sector, de eigen regio. Desalniettemin staan we achter de strijd van welk deel van de arbeidersklasse dan ook, de verplegenden en verzorgenden inbegrepen, zelfs als die gekenmerkt wordt door een aantal zwakheden, die de werkers verhinderen de solidariteit op een meer algemene wijze tot uitdrukking te brengen.

Om ons verzet effectief te maken moeten we solidariteit zoeken bij, om het even, welke werkers dan ook; al zou het zijn bij de studenten wier studiebeurs wordt afgepakt of bij de arbeiders van de facilitaire diensten van Unilever, die allemaal geconfronteerd worden met een loonaanbod, dat minder is dan wettelijk noodzakelijk. We moeten daadwerkelijk onze klassebroeders en –zusters opzoeken en daarbij is het onvermijdelijk ons te vervoegen bij met de betogingen, de algemene vergaderingen van die arbeiders die ook met ontslag, verlaging van hun loon, verlaging van hun werkloosheidsuitkering of een andere uitkering bedreigd worden. Iets wat bijvoorbeeld al gebeurd is bij de arbeiders van de Rietlanden in de Amsterdamse haven, de werkers bij Kalkzandsteenfabriek Calduran, onder andere in Harderwijk, de 170 werkers bij Philips Lighting in Eindhoven en de werkers bij talloze bedrijven in de bouw.

De bourgeoisie beseft dat er een wil bestaat in de klasse om solidariteit te betuigen en te zoeken met arbeiders in andere sectoren en andere regio’s. De werkers worden zich meer bewust dat de strijd voor hun en voor andermans kwaliteit van leven alleen effectief kan zijn als de strijd massaler wordt, als de werkers van de verschillende sectoren en regio’s zich verenigen in één algemene strijd. Om te voorkomen dat zoiets gaat plaatsvinden, begint de vakbond – erop vooruitlopend - alvast zelf solidariteitsbetuigingen te organiseren. Maar ze doet dat dan in een richting die niet veel perspectief biedt op een daadwerkelijke solidariteit tussen alle werkers, maar beperkt dat oftewel tot de regio oftewel tot de eigen sector. Zo heeft de vakbond bij Tata Steel op 17 oktober bijvoorbeeld een solidariteitsbetuiging naar buiten gebracht, waarin wordt gesteld dat dé arbeiders bij Tata Steel hun steun betuigen met de werkers van de Rietlanden. (1)

Wij moeten de uitbreiding dus niet geheel en al overlaten aan de vakbonden, want die proberen het altijd te beperken tot een symbolische solidariteit of tot een beperkte vorm van solidariteit. Als werkers moeten we een werkelijke solidariteit ontwikkelen door zelf afvaardigingen te sturen om de discussie aan te gaan met andere werkers in actie. Dat is de enige manier waarop effectief verzet opgebouwd kan worden tegen de verslechtering van de eigen levensomstandigheden, tegen de verslechtering van de kwaliteit van de zorg voor de huidige cliënten en voor de verpleging van alle toekomstige patiënten. Bewustzijn van de valstrikken van de vakbonden en solidariteit tussen alle werkers is de enige manier om vruchtbaar verzet te plegen tegen de massale afbraak van het welzijn in de huidige en ook in een toekomstige samenleving.

Melis / 2012.11.03

 

Voetnoten

(1) Hoe de vakbond met de arbeiders ‘te werk gaat’ laat zich zien in de ruim vijf weken durende strijd van de 120 arbeiders bij kolenoverslagbedrijf Rietlanden Terminals in Amsterdam. Nadat de vakbond de staking permanent heeft opgesloten in het eigen bedrijf en geïsoleerd van de strijd van haar klassebroeders in de andere sectoren (die soms bijna naast de deur plaatsvonden) heeft de vakbond FNV Havens hem op een gegeven moment beëindigd. Waarom? Omdat, aldus de vakbond, een staking niet veel nut meer heeft als de schepen hun ladingen bij een ander bedrijf ophalen. "De economische schade die wij via de staking aan het bedrijf toebrachten, had zijn effect verloren" (sic).