Gemeenteraadsverkiezingen: Een democratische dekmantel voor besparingsmaatregelen

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

De gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006 gaan de geschiedenis in als “De Slag om Antwerpen”. Televisieploegen uit half Europa kwamen in “de hoofdstad van extreem-rechts” bijeen voor wat een mediatsunami is genoemd: zou burgemeester Patrick Janssens van de sociaal-democratische SP.a een halt kunnen toeroepen aan het populistische succes van het verketterde Vlaams Belang? Zou het cordon sanitaire rond het intolerante VB standhouden? De Morgen titelde op 7 oktober vol trots op de voorpagina:“Heel Europa staart naar Antwerpen”. De oorlogskreet was: “Extreem rechts, No Pasaran!” Gedragen door de hele burgermaatschappij waren het artiesten van Helmut Lotti, Wil Tura en Adamo tot aan Gorki, Zap Mama, Clouseau, Arno en dEUS die in Antwerpen, Gent, Brussel en ook Charleroi op de been kwamen om vooral de jeugd te bewerken in een campagne ‘voor verdraagzaamheid’. Een dag later kon de televisie wereldwijd ‘opgelucht’ melden dat de opzet was geslaagd. Aan de horizon van wat “Zwarte Zondag” dreigde te worden “verscheen een rode gloed die hoop doet opflakkeren” (De Morgen, 10 oktober). Patrick Janssens verklaarde verheerlijkend: “Ik stel vast dat je het VB kunt tegenhouden door een positief beleid te voeren.” Er werd gesproken in de overtreffende trap, er werden tranen geplengd, er werd voor de camera’s geknuffeld, en vervolgens begon het gekonkelfoes rond de verdeling van de schepenambten.

De gepolariseerde ‘presidentscampagne’ van de ‘democraat’ Patrick Janssens tegen de ‘fascist’ Filip Dewinter leek verdacht veel op de anti-fascistische tweestrijd uit 1936 in Brussel tussen de democratische Eerste Minister Van Zeeland tegen de leider van de rexisten Degrelle. Janssens bedankte ook de sociaal-democratische Amsterdamse burgemeester Job Cohen, de burgerlijk-democratische tegenhanger van het populisme, voor zijn voorbeeldfunctie bij het nemen van ‘positieve maatregelen’ in de grote stadspolitiek. Zo trad Patrick Janssens naar voren als de kampioen van de ‘democratie’ en de ‘redelijkheid’ tegenover intolerantie en haat, van ‘positieve’ maatregelen tegenover ieder ‘negativisme’.

In wezen kan de bourgeoisie best leven met een rechts-populistische vleugel. De onvrede houdt een dreiging in en de bourgeoisie heeft uiteindelijk liever dat er, binnen zekere grenzen, op Vlaams Belang wordt gestemd dan dat de klassenstrijd oplaait. Ze kan het rechtse populisme in bepaalde omstandigheden gebruiken: neemt het echter een te grote omvang aan dan dreigt het zich tegen haar te keren doordat ‘onverantwoordelijke’ en ‘oncontroleerbare’ politiekers belangrijke mandaten krijgen.

Maar het belang van het rechtse populisme is ook tanende om een andere reden: de bourgeoisie moet zich voorbereiden op de verandering in de krachtsverhouding tussen de klassen en haar politieke geschut zo gunstig mogelijk opstellen tegenover het proletariaat. Er is een nieuwe generatie voor wie het woord ‘solidariteit’ weer betekenis heeft. Zolang de klassenstrijd niet uitbreekt denkt de bourgeoisie haar soberheidsmaatregelen het beste ‘voorzichtig’ te verkopen, met als ‘sociaal rechtvaardig’ uitgekraamde, vooral sluipende en stiekeme maatregelen, genomen door een weer geloofwaardig gemaakte burgerlijke politiek met regelmatige politieke wisseling van de regeringswacht. De zachte taal van de ‘tolerantie’ verbergt zo de komende harde maatregelen.

De bourgeoisie moet, vooral bij de jongeren, de illusie wekken dat de burgerlijke democratie de onvrede kan wegnemen en de problemen zo al niet oplossen dan toch in ieder geval onder controle houden. Zo wordt de arbeidersklasse meegesleept in de valse keuze tussen rechts-populisme en burgerlijke democratie, op grote afstand van strijd op haar eigen klassenterrein. Precies daarvoor staat het ‘positieve’ beleid van Patrick Janssens model: onvrede en strijdbaarheid worden bij voorbaat gekwalificeerd als ‘negativisme’. Dat betekent dat we de komende soberheidsmaatregelen zonder morren moeten slikken omdat we anders het risico lopen gelijk in de zeurderige hoek van het Vlaams Belang, of meer in het algemeen in dat van ‘extremisme’, ‘onverantwoordelijkheid’ en ‘onredelijkheid’ te worden gedrukt.

Een jarenlang voorbereide campagne rond de geloofwaardigheid van de burgerlijke staat

De ‘strijd tegen het rechtse populisme’ is voor de bourgeoisie vooral een saamhorigheidsoperette achter het Belgische staatsapparaat. Het hele verkiezingscircus is er op gericht de onvrede binnen de arbeidersklasse wat meer op te sluiten binnen de klassieke politieke structuren van de bourgeoisie. De nieuwe ‘geloofwaardigheid’ zal vervolgens worden gebruikt om verdere aanvallen op de arbeidersklasse voor te stellen als ‘sociaal gerechtvaardigd’, als ‘redelijk’ en ‘onvermijdelijk’. En dat wordt de arbeiders opgelepeld als de ‘grote overwinning’ van de democratie over het rechtse populisme.

Er heeft binnen de burgerlijke politiek een ‘zuivering’ op ongekende schaal plaatsgevonden. Na de stoelendans van ‘overstappende’ politiekers, met linker- en rechtervoorwielen die van de verschillende partijwagens afdraaiden, met bestuurders die ‘hun verantwoordelijkheid namen’ door op te stappen, na de Dutroux-affaire, de witte marsen, een falende politie en justitie, ontsnappende criminelen, comploterende militairen, corruptieschandelen in SP/PS, dolle koeien, dioxinekippen en varkenspest, kortom na eindeloze ideologische bombardementen, probeert de bourgeoisie het politieke landschap weer wat stabiliteit te geven. Ook aan de Waalse kant verandert er weinig en wist de gezuiverde sociaal-democratische PS van Elio Di Rupo – “J’en ai marre des parvenus”; ik ben de omhooggevallen baantjesjagers spuugzat – zich te handhaven. De slachtoffers, beschuldigd van corruptie, vriendjespolitiek en zakkenvullerij verdwijnen om plaats te maken voor ‘competente bestuurders’ die weer vertrouwen moeten inboezemen. Partijnamen en partijvoorzitters zijn vervangen. Of, wat volgens de Mechelse Bart Somers nodig is: “Interne cohesie, goed bestuur en permanent uitleggen dat je hard werkt.” (De Morgen, 10 oktober). Maar hoe netjes ook gepresenteerd, de uitbuiting en de aanslag op de arbeids- en levensomstandigheden blijven; thema’s die in de verkiezingscampagnes geheel ontbraken.

Een campagne om de arbeiders tegen elkaar op te stoken en schuldgevoelens aan te praten

De vraag is ook gerechtvaardigd in hoeverre de bourgeoisie de situatie binnen Antwerpen niet bewust heeft laten wegrotten om nu haast te maken met het ‘schoon schip maken’. Er is jaren geharreward over de ‘pijnpunten’ van de ‘multi-culturele samenleving’. Eerdere immigrantengeneraties hadden geen grote integratieproblemen omdat ze de hoop konden hebben hun kinderen een betere toekomst te bieden. Nu met de groeiende werkloosheid die hoop grotendeels vervlogen is ontstaan er problemen die de bourgeoisie tegen de arbeidersklasse uitspeelt zonder ze nog op te kunnen lossen: ‘radicalisering’ aan de ene kant, ‘intolerantie’ aan de andere. De bourgeoisie gaf een ‘etnisch’ gezicht aan de oplopende werkloosheid en stak voor de gevolgen van de economische crisis een beschuldigende vinger uit naar de immigranten. Goedkope ‘illegalen’ dragen ondertussen hele sectoren zoals de bouwindustrie en bedreigen ‘Belgische’ banen en helpen de lonen te drukken. Het democratisch-burgerlijke vreemdelingenbeleid bood zo een gratis platform aan Filip Dewinter voor diens haat-campagnes. Zo schiep de bourgeoisie zelf de ‘intolerantie’ die ze vervolgens tegen de arbeidersklasse uitspeelt door schuldgevoelens aan te praten, een gevoel van onmacht en chauvinistische schaamte op te dringen, en waartegenover ze voor zichzelf het monopolie van ‘solidariteit’ opeist. “We zijn ertoe veroordeeld met elkaar samen te leven, wat ook onze politieke overtuiging, onze godsdienst of onze etnische achtergrond is. Of we dat doen in een steeds verder escalerend conflictmodel dan wel in een poging tot constructieve dialoog, is de keuze die Vlaanderen zondag zal maken voor de volgende zes jaar.” (Yves Desmet in De Morgen, 7 oktober). Het wordt de arbeiders op het ene moment aangepraat dat ze een fantastische overwinning van de ‘tolerantie’ hebben geboekt, en op het andere worden ze juist gebrandmerkt als de eigenlijke bron van de ‘intolerantie’.

Dat er een beetje kwade opzet in het spel is blijkt ook daaruit dat er in de laatste twintig jaar geen enkele nationale politieker uit het Antwerpse is geweest, een stad waar de politiek steeds meer tot een spel van loutere zakkenvullerij en baantjesjagerij was verworden. Patrick Janssens, een reclamemaker vers uit het bedrijfsleven, is pas sinds drie jaar ingezet om er het populistische tij te keren. Maar waaruit bestaat diens ‘positieve beleid’ anders dan uit de soberheidsmaatregelen die nu al tientallen jaren geleidelijk en soms wat harder en sneller, en onder steeds wisselende voorwendsels, worden doorgevoerd? De sociale controle is versterkt waarbij intimiderende ‘huisbezoeken’ normaal zijn geworden, een maatregel die zelfs Filip Dewinter niet gemakkelijk zou hebben durven afkondigen. Uitbetaling van overuren en premies staan op de helling, het is alles flexibilisering, opdrijven van de werkdruk, meer verantwoordelijkheid voor de stadswerkers en ontslag voor wie het niet meer aankan. Patrick Janssens heeft niet de politiek, maar wel de marketingstrategie veranderd.

De taken tussen SP.a-Spirit, VLD en CD&V-N-VA waren in Antwerpen vooraf netjes verdeeld: de laatste twee brachten vrijwillig offers om de SP.a te ‘depanneren’ en vooral deze partij de kans te geven het VB voorbij te streven. SP.a-Spirit heeft in de grote Vlaamse steden in dertig jaar niet zo’n stemmental gehaald en zelden een groter verkiezingsoverwinning geboekt (1). Het werd Filip Dewinter duidelijk dat hij het burgemeestersambt van Antwerpen kan vergeten; de bourgeoisie liet hem enkel zijn recalcitrante bijrolletje spelen voorzover dat van pas kwam. Vlaams Belang verloor desalniettemin nog niet in Antwerpen, terwijl het in de provincie nog een aanzienlijke stemmenwinst verkreeg. Ondanks dat Borgerokko weer Borgerhout wordt genoemd scoort de partij voor heel Vlaanderen nog altijd ruim 20%. Toch werd ietwat voorbarig uitgekreten dat dit het begin was van de historische neergang van het VB. Maar omdat het ‘gevaar’ nog niet is geweken kan deze ideologische campagne zonder problemen ook de inzet worden van de landelijke verkiezingen volgend jaar waarvoor een meer definitieve overwinning van de burgerlijke democratie over het rechtse populisme in het vooruitzicht wordt gesteld.

Het Vlaams Belang is voor de bourgeoisie deels een graadmeter en uitlaatklep voor bestaande onvrede. Een stem uit onvrede voor het Vlaams Belang verraadt niet alleen een zwak klassenbewustzijn, maar door de gezaaide xenofobie vormt het ook een belangrijke hindernis voor de eensgezinde verdediging van de materiële belangen van de arbeidersklasse. Zo maakt het populisme, zowel dat van rechts dat nu wordt ‘bevochten’ als dat van links dat om de toekomst voor te bereiden in de maak is (2), momenteel een onmisbaar onderdeel uit van het burgerlijke politieke landschap.

Verhofstadt zal het komende jaar met de regeringspartners slag gaan leveren over de onderlinge verdeling van de stemmen (de SP.a/PS mag tenslotte ook niet té groot worden) maar de nadruk zal liggen op de campagne tegen het Vlaams Belang en de ‘redelijkheid’ van de staatspolitiek en vooral van de democratisch te nemen maatregelen: nieuwe aanslagen op de arbeids- en levensomstandigheden van de arbeidersklasse en de hele niet-uitbuitende bevolking.

Voor de bourgeoisie waren deze verkiezingen een geweldig succes. Niet alleen werd het rechtse populisme tot beheersbare proporties teruggebracht; de hele burgerlijke politiek won aan geloofwaardigheid en de campagne rond ‘goed bestuur’ heeft het bedje gespreid voor nieuwe besparingsmaatregelen. De arbeidersklasse wacht een zware taak deze manoeuvres te doorzien en er mee af te rekenen door de strijd op eigen klassenterrein aan te gaan.

Manus / 31.10.2006

(1) Filip Dewinter van de VB daarentegen sprak niet geheel onterecht van een ‘pyrrus-overwinning’: de stemmenwinst van de SP.a was er vooral een van een ‘kannibaal’ die zijn eigen coalitiepartners, het liberale VLD van premier Verhofstadt en van de christelijke CD&V-N-VA, had opgevreten om zelf de grootste te kunnen worden. Patrick Janssens verklaarde dan ook heel royaal te zullen zijn tegenover de verliezende partijen bij de verdeling van de schepenambten: “Ik wil alle andere meerderheidspartijen bedanken. Ik begrijp dat ze dit resultaat niet helemaal rechtvaardig vinden, ik geef hen gelijk.”. En VLD-lijsttrekker Ludo Van Campenhout merkte direct op: “er is ook een politieke logica en die zegt dat Janssens een flink stuk zal moeten terugbetalen van wat hij zondag heeft binnengehaald” (De Morgen, 8 oktober). Kortom, “CD&V en VLD hebben al wel laten verstaan hard te willen onderhandelen, om te vermijden dat over zes jaar Janssens opnieuw als enige met de bonus wegloopt.” (De Morgen, 10 oktober 2006).

(2) Zie het artikel elders in dit blad.