NavigatieErfenis van de Kommunistische Linkerzijde |
De strijdbeweging in Frankrijk maakt deel uit van de opkomende strijd van de hele arbeidersklasse op wereldvlakIngediend door Internationalisme op do, 2006-04-20 20:00.
categorieën :
De beweging van de studenten in Frankrijk tegen de CPE (1) heeft niets te maken met de meeste vroegere bewegingen van klassensamenwerking van de studentenjeugd. Zij maakt integraal deel uit van de strijd van de wereldarbeidersklasse. Tegenover een bijzonder laaghartige aanval op de jonge arbeidersgeneraties, een aanval die de arbeidsonzekerheid institutionaliseert in naam van ‘strijd tegen de onzekerheid’, hebben de studenten het klassenkarakter van hun strijd onmiddellijk begrepen en opgenomen. De strategie van ontsporing door geweldDe regering probeerde eerst aan verschillende touwtjes te trekken om haar schurkachtige wet er met groot machtsvertoon door te drukken. In het bijzonder legde zij een ‘kolossale subtiliteit’ aan de dag door te proberen die tijdens de schoolvakanties door het parlement te jagen. Dat mislukte: in plaats van de studentenjeugd te demoraliseren en te demobiliseren werd de verontwaardiging nog groter en nam de mobilisatie nog toe. Vervolgens deed de regering een beroep op de repressiekrachten om te verhinderen dat de Sorbonne naar het voorbeeld van andere universiteiten zou gaan dienen als ontmoetingsplaats voor studenten in actie. Daarmee probeerde zij de strijdbaarheid van de studenten in de Parijse regio op dit symbool te richten. Een tijdje trapten sommige studenten in de val. Maar al heel snel bleek de rijpheid van de meerderheid van de studenten en weigerde de beweging om op de dagelijkse provocaties in te gaan die bestond uit de aanwezigheid van tot de tanden toe gewapende oproerpolitie (CRS) midden in het Quartier Latin. Daarop zette de regering, in stille verstandhouding met de vakbonden waarmee zij de routes voor de manifestaties afspreekt, een echte muizenval op voor de demonstranten op 16 maart in Parijs: aan het einde van de route waren ze ingesloten door politiekrachten. Dat was opnieuw een provocatie waarop de studenten niet ingingen, maar die jongeren uit de voorsteden wel de gelegenheid gaf om zich aan gewelddadigheden te buiten te gaan, die vervolgens volop door de televisiezenders konden worden gefilmd. Deze gewelddadigheden verplaatsten zich naar de Sorbonne die niet toevallig vlak bij het eindpunt van de demonstratie lag... Het bedoeling daarvan was om angst aan te jagen aan degenen die naar de grote manifestatie op 18 maart wilden gaan. Opnieuw mislukte de manoeuvre: de opkomst was buitengewoon hoog. Tenslotte hebben de ‘relschoppers’ het op 23 maart, met toestemming van de politie, op de demonstranten zelf voorzien, om ze te beroven of om ze simpelweg, zonder enige reden, af te tuigen. De gewelddadigheden hadden op vele studenten een demoraliserend effect: “Wanneer de CRS op ons losslaat, krijgen wij klappen, maar wanneer het de jochies uit de voorsteden zijn, waar we ook voor vechten, krijgt onze moraal een klap.” Maar de woede richtte zich vooral tegen de autoriteiten, omdat het overduidelijk was dat de politie medeplichtig was aan de gewelddadigheden. Vervolgens beloofde Sarkozy dat de politie dergelijke agressie tegen de demonstranten niet meer zou toelaten. Het is duidelijk dat de regering zo de kaart van de ‘ontsporing’ uitspeelt, nota bene door de wanhoop en het blinde geweld van bepaalde jongeren uit de voorsteden te gebruiken, die in wezen zelf het slachtoffer zijn van een systeem dat hen met groot geweld vermorzelt. Ook daarop was het antwoord van vele studenten zeer waardig en verantwoordelijk: in plaats van te proberen om gewelddadigheden tegen de jonge ‘relschoppers’ te organiseren, hebben ze bijvoorbeeld op de faculteit van Censier besloten om een ‘commissie voorsteden’ in te stellen. Die had tot taak om met de jongeren uit de arme wijken te gaan praten, vooral om hen uit te leggen dat de strijd van studenten en scholieren ook in het belang is van de jongeren die in de wanhoop van massale werkloosheid en uitsluiting leven. De media in dienst van SarkozyDe verschillende pogingen van de regering om de strijdende studenten te demoraliseren of om ze op het terrein van herhaaldelijke confrontaties met de politiemacht te slepen stootten op een terughouden en vooral waardig antwoord. Dezelfde waardigheid zagen we niet aan de kant van de media. Die overtroffen zichzelf in hun rol van prostituées van de kapitalistische propaganda. Op het televisienieuws gingen de taferelen van geweld aan het einde van sommige manifestaties overal de ronde, terwijl niets werd getoond van de algemene vergaderingen, over de organisatie en de buitengewone rijpheid van de beweging. Maar toen het op één hoop gooien ‘strijdende studenten = relschoppers’ duidelijk niet aansloeg, herhaalde zelfs Sarkozy dat hij een duidelijk onderscheid maakte tussen aardige studenten en ‘schooiers’. Dat hindert de media op hun beurt niet om de beelden van gewelddadigheden op obscene wijze te blijven uitventen. Ze werden uitgezonden als opmaat voor beelden van andere gewelddadigheden – zoals van de aanval van het Israëlische leger op de gevangenis in Jericho of van een bloedige terroristische aanslag in Irak. Toen de stompzinnigste trucjes hun doel misten was het de beurt aan de specialisten van de psychologische manipulatie. Men wil angst en afkeer verbreiden, de onbewuste gelijkstelling ‘manifes-taties=geweld’ doen postvatten, zelfs als de officiële boodschap de tegenovergestelde was. De rol van de vakbondenDe grote meerderheid van studenten en arbeiders omzeilden en neutraliseerden deze valstrikken en manipulaties. Daarom nam de vijfde colonne van de burgerlijke staat, de vakbeweging, met grote middelen de zaken ter hand. De regering had zich – door haar onderschatting van de strijdbaarheid en het bewustzijn die de jonge bataljons van de arbeidersklasse in zich dragen – in een impasse gemanoeuvreerd. Het is duidelijk dat zij niet meer terug kon. Raffarin zei al in 2003: “Het is niet de straat die regeert.” Een regering die voor ‘de straat’ zwicht, verliest haar autoriteit en opent de poort voor nog veel gevaarlijker bewegingen, zeker in een situatie waarin zich binnen de arbeidersklasse een enorme onvrede opeenhoopt over de groei van de werkloosheid, de arbeidsonzekerheid, en de aanvallen die dagelijks op hun levensomstandigheden worden uitgevoerd. Vanaf eind januari organiseerden de vakbonden ‘actiedagen’ tegen de CPE. Nadat de studenten de strijd aangingen en de loonarbeiders opriepen om op hun beurt strijd te leveren, deden ze zich in een lang niet vertoonde eendracht voor als de beste bondgenoot van de beweging. Maar laten we ons niet vergissen: achter hun tentoongestelde onverzettelijkheid, stoer tegenover de regering, doen ze niets om de arbeidersklasse als geheel werkelijk te mobiliseren. Internationale Kommunistische Stroming, 28 maart 2006. (1) Lees over de strijd tegen de CPE (het ‘eerste aanstellingscontract’) de artikelen op onze website (http://nl.internationalism.org). Deze zijn in druk verkrijgbaar als bijlage bij Wereldrevolutie, nr. 107 en bij Internationalisme, nr. 324. Geografisch |
Zoeken
Plaats uitdrukkingen tussen dubbele aanhalingstekens ("").
IKS nieuwsbriefBlijf op de hoogte van ons laatste nieuws! Google Zoeken |