Ceuta, Mellila: De huichelarij van de democratische bourgeoisie

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Ver van een Spaans-Marokkaanse bijzonderheid is de repressie van de emigranten te Ceuta en Melilla de nieuwste episode van een lange lijst van verschrikkingen die het kapitalisme dit armste deel van de bevolking doet ondergaan. Duizenden emigranten verdrinken jaarlijks in de Straat van Gibraltar. Evenveel, zo al niet meer, worden met geweld onderdrukt en in doorgangskampen geparkeerd, omdat ze met ellendige bootjes Europa hebben willen bereiken via Sicilië, de Canarische Eilanden en, recentelijk, Cy­prus en Malta. De kampioenen van de ‘mensenrechten’, Frankrijk en Groot-Brittannië, blijven niet stilstaan zoals blijkt uit de gezamenlijke sluiting van het centrum in San­gatte in Pas-de-Calais, die honderden vluchtelingen volslagen berooid achterlaat, en uit de belofte van Sarkozy om 24.000 vluchtelingen zonder papieren per chartervlucht voor het einde van het jaar 2005 terug te sturen, of uit de onderhandelingen die Frankrijk voert met Libië om er doorgangskampen te openen, zoals in Marokko, Algerije of Oekraïne en Moldova. Tegenover een economische crisis die alsmaar groter wordt, waarin het aantal migranten in dertig jaar is gestegen van 75 naar 200 miljoen perso­nen, is het kapitalisme ten einde raad, en het lot dat het voor de mensheid in petto heeft, ligt opgesloten in wat het deze massa van immigranten laat ondergaan. Want de ellende van de immigranten condenseert die van het proletariaat als een klasse die niets anders bezit dan zijn arbeidskracht. In de onmenselijke condities die vandaag de emi­granten wordt opgelegd, verschijnt deze arbeidskracht duidelijk voor wat ze is: een eenvoudige waar, die de burgerlijke slavenhandelaars altijd voor de laagste prijs heb­ben gekocht om hun kapitaal te laten gedijen, en wanneer er teveel werklieden op de markt zijn, betekent dit werkloosheid voor een groot deel van de arbeidersklasse, de uittocht, repressie en de dood voor de armsten onder ons.

Vanaf eind september hebben we gedurende twee weken een opeenvolging van halluci­nante scènes aan de Zuidgrens van de Europese Unie gezien. Eerst waren het de massa­le overvallen op de versperringen die door de Spaanse regering waren aangebracht. Het lukte dui­zenden emigranten deze hindernis te overwinnen met kleerscheuren en bloed­vergieten. Daarna kwamen de kogelregens die vijf emigranten hebben neergemaaid. Alle verdraaiingen door de officiële woordvoerders ten spijt zijn deze naar alle waar­schijnlijkheid afgevuurd door de krachten van de ‘zeer democratische’ en ‘zeer vrede­lievende’ regering van de heer Zapatero, die zich graag voordoet als een Bam­bi, een ongevaarlijk hertje. Vervolgens kwam de inzet van het Legioen en de Guardia Ci­vil met de opdracht om de emigranten ‘op een humane wijze’ (sic) terug te drijven. Op 6 oktober, na duistere onderhandelingen tussen de Spaanse en Marokkaanse regering, na­men de gebeurtenissen een wending: zes emigranten werden op Marok­kaans grondge­bied neergemaaid. Deze moorden zijn het begin van een hele reeks van steeds brutaler wordende acties: emigranten die op 7 oktober aan hun lot worden overgelaten in de woestijn ten zuiden van Oujda, het massaal uitkammen van de Marokkaanse steden met concentraties van emigran­ten; chartervluchten ter repatriëring naar Mali en Sene­gal waarbij mannen en vrouwen opeengepakt werden, opnieuw een massale deportatie van emigranten in autobussen van de dood naar de Sahara woestijn.

Vanaf 6 oktober neemt de regering Zapatero haar de rol weer op van ‘kampioen onder de handige jongens’. Zij ‘protesteert’ luidruchtig tegen Marokko vanwege de ‘onmen­selijke’ behandeling die de emigranten ondergaan en stelt met een groots opgezet me­diavertoon haar project voor van een ‘ultramoderne’ omheining (in werkelijkheid drie hekwerken achter elkaar) die ondoordringbaar is, zonder dat de emigranten ‘ook maar een haartje wordt gekrenkt’. Hun collega’s van de Europese Unie haasten zich om zich te vervoegen bij het koor van het ‘democratisch protest’ tegenover de Marokkaan­se ‘excessen’. Ze ‘eisen’ een ‘respectvolle behandeling van de emigranten’ en debite­ren ons hun gewoontegetrouw gekakel over de Europese Unie als ‘gastland’ en over de noodzaak tot ‘ontwikkeling’ van de Afrikaanse landen. De Spaanse minister van bui­tenlandse zaken, een expert in gelukzalig glimlachen, laat zijn tanden zien en kondigt heel ernstig aan dat ‘Spanje geen enkele illegale emigratie zal toelaten hoe­wel dat compatibel zou zijn met het respect voor de emigranten.’ (sic)

In deze crisis kunnen we de twee gezichten van de democratische staten zien. Vanaf 6 oktober toont de regering Zapatero, nadat zij haar vuile oorlog tegen de emigranten handig heeft uitbesteed aan Marokko, haar gewone masker van engel­achtige voorstan­der van de ‘vrede’, de ‘mensenrechten’ en het ‘respect voor personen’. Dat is het ge­zicht van het cynisme, de leugen en het manoeuvre: de mantel van de meest afstotelijke schijnheiligheid waarmee de ‘grote democratieën’ zich gewoonlijk omhullen. Want de dagen er voor liet de regering Zapatero een ander gezicht zien: dat van het massaal neermaaien, dat van de Guardia Civil die zijn woede koelde op een emigrant, dat van de prikkeldraad en de overvliegende helikopters, dat van de uitzettingen naar de Afri­kaanse landen… Een gezicht dat de hypocriete sluier van het gezwets over de ‘rechten’ en de ‘vrijheden’ scheurt en harde werkelijkheid onverbloemd liet doorsche­meren: de ‘socialist’ Zapatero doet tegenover de emigranten hetzelfde als de zo ver­guisde Sharon met zijn muur in Cisjordanië en Gaza of de Oost-Duitse sta­linisten Ul­bricht en Honec­ker die de Berlijnse muur optrokken. De twee gezichten, die van de de­mocratische schijnheiligheid en die van de bloedhond zijn in werkelijkheid niet met el­kaar in tegen­spraak maar vullen elkaar aan. Ze vormen een onmisbare eenheid in de methoden van het kapitalisme, een sociaal systeem dat steunt op een minderheidsklasse van uitbui­ters, de bourgeoisie, wier overleving steeds meer frontaal in botsing komt met de be­langen en noden van het proletariaat en van de grote meerderheid van de be­volking.

In het tragische probleem van de emigratie zien we hoe het kapitalisme, geconfronteerd met een steeds scherper wordende crisis – die de meest extreme vormen aanneemt op continen­ten als Afrika – niet langer in staat is om een overlevingsminimum te verzeke­ren voor een steeds groeiende massa van mensen die vluchten voor de hel van honger, oorlog en de meest dodelijke epidemieën. Op hun vlucht worden ze uitgekleed en be­roofd door de politie en de maffia’s van de landen waar ze doorheen trekken, die daar­bij kunnen rekenen op de baatzuchtige instemming van hun respectievelijke staten. En wanneer ze het verhoopte doel bereiken botsen ze op een nieuwe muur van de schande, met prikkeldraad, kogels en deportaties… Onderworpen aan een steeds dieper worden­de crisis, zijn de landen van de Europese Unie steeds minder het ‘toevluchtsoord van vrede en voorspoed’ waarmee ze ons proberen te imponeren. Hun economieën kunnen slechts druppelsgewijs die onmetelijke menselijke vloedgolf opslorpen en dan nog on­der vernederende uitbuitingsvoorwaarden die gelei­delijk aan gaan lijken op die van de landen waar de emigranten vandaan vluchtten.

Deze toestand ontwikkelt zich in een context van groeiende imperialistische spannin­gen tussen de verschillende staten die ieder voor zich uitpluizen hoe ze aan de rivaal klappen kunnen uitdelen of messen kunnen slijpen om hem te chanteren. Dit maakt van de emigranten een aantrekkelijke massa om mee te manoeuvreren die mis­bruikt wordt door de verschillende regeringen. Marokko probeert Spanje te chanteren door aan de gespecialiseerde maffia’s allerlei faciliteiten te verschaffen voor het verhan­delen van de emigranten om hun ‘sprong’ naar de andere kant uit te voeren. Maar van zijn kant pro­beert Spanje, als zuidelijke toegangspoort tot de Europese Unie, de hoogst mogelijke prijs te ontvangen voor zijn diensten als bloeddorstige waakhond.

Dit bloedige spel van bedriegers en afzetters gebeurt ten koste van de levens van hon­derdduizenden mensen die zijn veroordeeld tot een tragische Odys­see. De machtigste staten stellen zich aan de wereld voor als de meest ‘menselijke en solidaire’, eenvou­digweg omdat zij er achter de coulissen in slagen om hun zwakkere collega’s voor het vuile werk te laten opdraaien. Marokko komt er uit als ‘de schurk van de film’ (de tra­ditie van de meest wilde brutaliteit van zijn politiekorps en mili­tairen maken het moge­lijk om die rol perfect te spelen) terwijl Spanje en de ‘partners’ van de EU, zijn op­drachtgevers zonder scrupules (1), het lef hebben om het de les te lezen in ‘democra­tie’ en ‘mensenrechten’. Maar de groeiende tegenstellingen van het kapitalisme, de verdieping van zijn historische crisis, het proces van ontbinding dat het langzaam aan­vreet, de ver­scherping van de klassenstrijd, laat deze grootmachten, volleerde acteurs  in de rol van de ‘goede’ in het democratisch theater, steeds directer als bloedhonden zien. Drie maanden gele­den zagen we hoe de Britse politie, de meest democratische ter wereld’, in koelen bloe­de een jonge Braziliaan heeft vermoord(2). In september zagen we hoe het leger en de Noord-Amerikaanse politie klappen uitdeelde in plaats van voedsel en hulp voor de slachtoffers van de orkaan Katrina. Vandaag zien we hoe de regering Zapatero emigranten liquideert, troepen opstelt en een muur van de schande opricht. Een kapitalisme met een menselijk gezicht is onmogelijk. De belangen van de mens­heid zijn onverzoenlijk met de noden van dit systeem. Opdat de mensheid kan le­ven, moet het kapitalisme sterven. De kapitalistische staat in alle landen vernietigen, de grenzen afschaffen en de uitbuiting van de ene mens door de andere, dat is de richting die het proletariaat moet geven aan zijn strijd opdat de mensheid eenvoudigweg kan beginnen te leven.

I.K.S. / 11.10. 2005.

(1) Onlangs hebben de autoriteiten van de Europese Unie hun Marok-kaanse spitsbroe­ders openlijk herinnerd aan de omvangrijke kredieten die ze hen hadden toege­kend om hun rol van gendarme te spelen, iets wat ze tot nog toe hadden ver­meden.

(2) Zie op onze web site het artikel: ‘Executie bij Stockwell, Londen: De democrati­sche politiekogels van vandaag bereiden de doodseskaders van morgen voor’