Tegenover de aftakeling van de levensvoorwaarden: De arbeiderssolidariteit smeedt zich in de strijd, niet in de vakbondsacties

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Tijdens de onderhandeling van het interprofessioneel akkoord, hebben links en de vakbonden een hoofdrol gespeeld in de ideologische campagne die er op mikte om dit akkoord tussen de 'sociale partners', onder het toeziend oog van de regering Verhofstadt, voor te stellen als een positief resultaat voor de arbeiders. Volgens deze trouwe dienaren van de nationale belangen zouden wij moeten vertrouwen op de staat om ons te verdedigen. Ze zouden ons in het bijzonder willen wijsmaken dat de staat, in plaats van de kapitalistische belangen te verdedigen, de arbeiders zou kunnen verdedigen, dat hij een staat zou kunnen zijn op te treden ter bescherming van de loontrekkers en niet langer 'ten dienste van het patronaat'¼ In het  vorige nummer van Internationalisme (nr. 316) hebben wij aangetoond dat niets minder waar is. Het is eigenlijk de staat die de orkestleider is van alle aanvallen van de bourgeoisie, hij leidt de meest algemene aanvallen die het geheel van de arbeidersklasse treffen: voor wat betreft de pensioenen, de Sociale Zekerheid, tegen de werklozen. Hij beslist erover welke economische sectoren 'geherstructureerd' moeten worden. Het is de staat als patroon die het voorbeeld geeft van de brutaliteit van de aanvallen, door het aantal ambtenaren massaal te verminderen en hun lonen jarenlang te blokkeren. De staat kan enkel de verdediger bij uitstek zijn van de klassenbelangen van de bourgeoisie en verdedigt in alle omstandigheden de belangen van het nationale kapitaal tegen de arbeidersklasse.

Anderzijds hebben de socialistische partijen en de vakbonden een intensieve mediacampagne gevoerd om het idee door te drukken dat het akkoord cruciaal was voor het behoud van de 'sociale solidariteit' onder de arbeiders, tegenover het gevaar van het uiteenrafelen van de eenheid van het sociale weefsel: het gevaar van egoïsme van de sterke sectoren tegenover de zwakke, van het welvarende Vlaanderen tegenover het minder rijke Wallonië, etc.. Het akkoord zou dus een solidair verzet bevorderen tegen de aanvallen en des te meer omdat de vakbonden zich borg zouden stellen voor de rechtvaardige en evenwichtige toepassing ervan. De werkelijkheid van deze 'sociale realiteit' onder vakbondscontrole is de afgelopen weken op dramatische wijze aan het licht gekomen: voor de werkers is ze synoniem met het isolement van de strijd en de capitulatie tegenover de logica van de uitbuiters.

Sectoriële vakbondsacties: het doodlopende straatje van het sociale overleg

De vakbonden hadden het interprofessioneel akkoord doen slikken door het voor te stellen als een grote overwinning, dat de flexibiliteit zal toegepast worden 'onder controle van de vakbonden' (sic) en dat de eisenstrijd in ieder geval zou voortgezet worden in de sectoren. De demagogie van het ronkende gezwets dient in werkelijkheid alleen om de aanvallen te op de levensvoorwaarden van de arbeidersklasse en de sabotage van haar strijd verbergen:

- Wat de voordelen van een flexibiliteit onder vakbondscontrole aangaat, volstaat het om te zien hoe, in de sectoren waar deze worden toegepast, er elke dag stakingsbewegingen uitbreken, meestal spontaan, zoals bij de Post, de NMBS of in het streekvervoer (De Lijn, MIVB, TEC) tegen de onderbemanning en de veiligheidsproblemen (werkongevallen, verkeersongevallen, agressie) die er uit voortvloeien.

- Wat de vakbondsacties betreft in de sectoren, tonen de recente bewegingen van de 'witte woede' of in de voedingssector aan, waartoe deze leiden: het versplinteren van de strijd en van de eisen. Op het vlak van de eisen worden categorieën en subcategorieën van het verzorgend personeel tegen elkaar uitgespeeld (“het aanpassen van de einde-loopbaan van de verpleegsters, goed, maar niet die van het schoonmaak- en administratief personeel”!); het scheiden van de acties van het verzorgend personeel dat afhankelijk is van de federale staat, van diegenen die afhangen van de gemeenschappen, de concurrentie opdrijven tussen de verschillende vakbonden; het aanwakkeren in de voedingssector van de niveaus in de looneisen tussen die bedrijven die 'overvloedige winsten' maken en die welke 'de concurrentie nauwelijks aankunnen', enz.

Zo hebben de vakbonden perfect het kader omlijnd waarin zij toestaan dat de ontevredenheid en het begin van strijdbaarheid van de arbeiders tot uitdrukking komt: zij bezetten het sociale terrein en sluiten het echte balen, dat leeft in brede lagen van het proletariaat, op in de dwangbuis van de fabriek, de sector, de beroepscategorie, de streek. Dit actiekader

- sluit de strijd op in de uitzichtloze logica van de democratische solidariteit die slechts kan leiden tot de nederlaag;

- versnippert de strijd en verbergt wat hen verenigt, terwijl de werkelijkheid van het doen samenlopen van de strijd zich meer dan ooit opdringt; Zo vindt men in de beweging van de 'witte woede', achter hun looneisen de algemene wil om weerstand te bieden aan de daling van de lonen, de bijkomende aanwervingen zijn een weerklank tegen de rationalisaties en tegen het helse ritme voor diegenen die werken, het aanpassen van de eindeloopbaan is tenslotte een antwoord op de flexibiliteit en de stress.

AGC (ex-Splintex): het idee opdringen van de onmacht van de arbeidersstrijd

Tezelfdertijd mikken links en de vakbonden er op om het idee aan de arbeidersklasse op te dringen dat een 'radicale', 'onredelijke' oppositie tegen de kapitalistische logica gedoemd is tot mislukken. Dat is de les die er ingepompt wordt met behulp van een mediaheisa rond de drie en een halve maand lange staking, die gevoerd werd door de arbeiders van AGC Automotive (ex-Splintex) te Fleurus, een filiaal van de multinational Asashi Glass, tegen de beslissing om 284 van de 840 banen te schrappen, ofwel een derde van de effectieven. "Sinds de eerste dag hebben we onze plicht gedaan" beweert de afgevaardigde van de socialistische vakbond van de bedienden trots (Indymedia, 18.03.2005). In feite is de tactiek van de 'vakbondsstrijd' er volop ontplooid: totaal isolement van de staking, het verhinderen van elke werkelijke regionale of internationale solidariteit in de schoot van het bedrijf (buiten de schaarse vakbondsdelegaties), het behoud van de activiteit in de fabriek en de verdeling tussen de arbeiders door te aanvaarden dat de niet-stakers de fabriek binnenkwamen als gevolg van een gerechtelijke beslissing, de tegenstelling tussen de leden van de socialistische en christelijke vakbonden, terwijl het to-the-finish van de stakers werd aangepord met behulp van de basissyndicalisten en de ultralinksen van de PvdA. En als orgelpunt, bij het einde van de strijd, nog een botsing tussen een stakingscomité en een comité van niet-stakers die het bedrijf bezetten en opriepen tot het stoppen van de staking om 'het bedrijf te redden'. Kortom alles werd in het werk gesteld:

- om de strijdende arbeiders te isoleren, te verdelen, te ontmoedigen en tot wanhoop te brengen: niet alleen hebben ze niets bereikt (de ontslagen blijven gehandhaafd, de flexibiliteit is fors toegenomen, de werkelijke lonen zijn tot 30% gedaald), maar bovendien is het conflict geëindigd in ontmoediging, berusting en verbittering ;

- om het geheel van de klasse het idee in te rammen dat ze machteloos staat om zich te verzetten tegen de chantage van de sluiting en de delokalisering om de herstructureringen door te drukken, ontrieft links zich niet om het mes nog eens om te draaien in de wonde, door de arbeiders nog eens op cynische wijze de les te spellen dat men "moet weten een staking te beëindigen", want anders "bezoedelt men het imago van Wallonië" (sic) want men kan niet "op zijn eentje strijden tegen de globalisering" (Van Cauwenbergh, minister-president van de Waalse regio).

Het isolement aanvaarden leidt noodzakelijkerwijze naar het zich opsluiten in de logica van het belang van de nationale economie.

Overal wordt de arbeidersklasse bij de keel gegrepen. Ze wordt geconfronteerd met dezelfde ondraaglijke degradatie van haar levens- en werkvoorwaarden, met de dramatische vermindering van haar koopkracht, met de toename van de nepstatuten, van de vermindering van de sociale prestaties, van de uitholling van haar lonen en pensioenen, van de stijging van de prijzen voor de levensnoodzakelijke producten, de openbare diensten, de belastingen. De proletariërs en hun kinderen ervaren de angst voor een toekomst die met de dag somberder wordt...  Ze worden er steeds meer toe gedreven na te denken over hun overuitbuiting in een wereld die uitsluitend drijft op de criteria van winst, concurrentie, rentabiliteit, en een in vraagstelling over een planeet die steeds gevaarlijker, barbaarser, gekker en ontmenselijkt wordt.

De bourgeoisie neemt het voorgetouw door massaal het sociaal terrein te bezetten omdat ze zich bewust is van de spanning van het sociaal klimaat, van deze algemene onvrede die de arbeiders er toe drijft om zich vragen te stellen over de wereld waarin zij leven. En het is de rol van de vakbonden om hun inkapselingsfunctie te vervullen, om de arbeiders te verdelen en te isoleren door zich vandaag te beijveren om de pogingen tot bewustwording, die zich nog op een verwarde manier manifesteren in de schoot van de arbeidersklasse, te blokkeren en af te leiden.

Strijden betekent de klassesolidariteit smeden teneinde een krachtsverhouding op te leggen

Tegenover de uitzichtloosheid van het kapitalisme is het enige mogelijke antwoord van de proletariërs de ontwikkeling van hun strijd op hun klassenterrein. Zij hebben geen andere keuze dan te vechten, anders zullen ze steeds meer opofferingen en aanvallen van de bourgeoisie te verwerken krijgen. De ontwikkeling van hun strijd is de enige manier voor de proletariërs om zich te verzetten tegen de steeds krachtiger aanvallen van de bourgeoisie die geen andere keuze heeft dan de proletariërs altijd maar meer uit te buiten, omdat ze alsmaar verder wegglijdt in een onomkeerbare crisis.

Tegelijkertijd wordt de arbeidersklasse er toe gedreven om te begrijpen dat haar strijd niet diezelfde is als die van links en de vakbonden: niet voor een beheer 'in overleg' of enige ander beheer van de uitbuiting, maar wel degelijk tegen het kapitalistische systeem in zijn geheel wiens bankroet alsmaar openlijker tot uiting komt.

De arbeidersklasse ziet zich ook genoodzaakt om zich ervan bewust te worden hoe zij moet strijden. Het is onmogelijk een krachtsverhouding op te bouwen die de bourgeoisie zou doen terugdeinzen als men verdeeld blijft, geïsoleerd op één plaats, in één bedrijfstak, in één bedrijf; zolang men niet erkent dat de arbeiders van dit of dat bedrijf, of van deze of gene sector, dezelfde eisen hebben en dezelfde strijd voeren en dat het er op aan komt zo talrijk mogelijk en eensgezind te strijden. Er bestaat al een wil om samen te komen, om samen over hun werkvoorwaarden te discussiëren, om aan het isolement te ontsnappen en de vragen te ontwikkelen hoe te strijden en hoe de aanvallen van de bourgeoisie het hoofd te bieden. De sporadische reacties van verontwaardiging en balen die steeds meer opduiken tegenover een groeiende verslechtering van de werkvoorwaarden, dikwijls als gevolg van agressie of werkongevallen, en die kunnen leiden tot sectoriële stakingen, illustreren een diepe ontevredenheid en een heropkomst van de arbeidersstrijdbaarheid die nog zeer vaag is, ongelijk en verschillend per sector. Deze huidige reacties van de arbeidersklasse getuigen van een nog kiemende maar werkelijke, natuurlijke solidariteit van de arbeidersklasse die ertoe gedreven wordt om zich steeds openlijker te uiten en te bevestigen in de ontwikkeling van gevechten. Dit is een onontbeerlijke, onvermijdelijke en beslissende dimensie van de strijd. De arbeidersklasse wordt er toe gebracht om te ervaren dat wanneer één deel van de klasse een aanval te verwerken krijgt, in feite heel de klasse geviseerd wordt, die morgen dezelfde aanval zal ondergaan als zij niet reageert. De steun aan een strijd die aan de gang is, is geen kwestie van financiële solidariteit of vakbondsdelegaties die door de vakbonden herleid worden tot 'het betuigen van hun solidariteit'. Het betekent integendeel zich niet laten isoleren, zich verbonden voelen, er actief aan deelnemen, ook in strijd gaan, hem uitbreiden en zich de middelen verschaffen om op hun beurt nieuwe sectoren in de strijd te betrekken, over de grenzen van het corporatisme heen. Door weer aan te sluiten bij deze ervaringen, door zo talrijk mogelijk deel te nemen aan de strijd van de klasse, zullen de proletariërs er weer vertouwen in krijgen dat ze in staat zijn een krachtsverhouding aan de bourgeoisie op te leggen. Zo zullen ze ook weer het gevoel krijgen te behoren tot éénzelfde klasse, die de enige sociale kracht is die de draagster is van een perspectief op de omverwerping van dit systeem en van een toekomst voor de mensheid.

Jos / 03.04.05