Aanvallen in Parijs: Wie profiteert van de misdaad?

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

De bloedige en barbaarse aanslagen die afgelopen maand in Parijs plaatsvonden, leidden tot een massale verontwaardiging, afschuw en een algemene afwijzing. Dit alles heeft zich vertaald in een reusachtige demonstratie in alle grote steden in Frankrijk en in talrijke grote steden over de hele wereld. Miljoenen mensen, honderdduizenden proletariërs wilden bijeenkomen om gezamenlijk uiting te geven aan de totale afwijzing van dergelijke barbaarse terroristische daden. De solidariteit nam spontaan bezit van de straten en pleinen.

Maar deze gezonde en noodzakelijke reactie werd onmiddellijk geconfronteerd met patriottische oproepen van bijna de hele Franse bourgeoisie tot "nationale eenheid" en "heilige eenheid". Een bourgeoisie die schaamteloos gebruik maakte van de emotie, welke zich meester had gemaakt van de gechoqueerde bevolking. Als we de politici en de media mogen geloven, dan stond Frankrijk op het punt “een oorlog te beginnen”. Alleen de staat zou ons kunnen beschermen: zij alleen zou de “Franse veiligheid”, de  “democratie” en de “vrijheid van meningsuiting” kunnen verdedigen. En dit ideologische vergif is ook op grote schaal toegediend in Denemarken na de recente bomaanslagen in Kopenhagen. De angst en de bezorgdheid, vakkundig gedistilleerd door de media, was zodanig dat in het hoofd van iedere doodsbange werker het idee ontstond van “vadertje staat”, dat het “brave volk” zijn welwillende bescherming aanbiedt.

Voorbijgaand aan deze misleidingen, dringen er zich aan het proletariaat verschillende vragen op. Wie profiteert er werkelijk van de gruwelijke misdaden gepleegd tegen de journalisten van Charlie Hebdo en de klanten van de koosjere slager? Wat betekenen de zoetsappige voorstellen van de regering? Wat zit er achter de intensieve mediapropaganda over de fameuze “post 7 januari”, die doet denken aan de “post 11 september 2001”? De waarheden die verborgen zijn achter de burgerlijke propaganda moeten tevoorschijn komen. Het proletariaat kan niet alles naïef wat de staat vertelt voor lief nemen of het zal er in de toekomst duur voor betalen.

De laatste aanslagen in Parijs: een ideaal excuus om de militarisering van de samenleving te versterken

De Franse bourgeoisie heeft sinds de gepleegde aanslagen haar eenheid getoond. De oorlog die de verschillende concurrerende fracties en klieken gewoonlijk voeren, is als bij toverslag verdwenen. In naam van de verdediging van het “aangevallen vaderland”, het “Franse volk in gevaar”, moet de “Franse natie” een “blok vormen tegen de terroristische dreiging”. Opgesmukt met een humanistische façade, zich verbergend achter hypocrisie en leugens, vond de imperialistische aasgier een gouden alibi om haar ​​duidelijker militair engagement in de wereld te rechtvaardigen, opdat Frankrijk “haar rangplaats behoudt”. Zonder dralen werd de kruiser Charles de Gaulle uitgezonden naar een voorpost in deze nieuwe kruistocht.

Verdwenen is de actieve militaire rol die het Franse imperialisme speelt in talrijke oorlogen die de planeet in vlam zetten en die ze in het verleden moest proberen te verbergen door ze in te kleden met een “humanitaire” rechtvaardiging! Uitgegomd is de rol die de Franse bourgeoisie en haar leger hebben gespeeld in de genocide in Rwanda in de regeringsperiode van een andere zogenaamde socialistische president Mitterrand! In vergetelheid geraakt zijn de verklaringen van deze laatste die de genocide van één miljoen doden in dat land geen ernstige gebeurtenis noemde! De extreme barbaarsheid van de aanslagen lijkt de Franse staat het recht te geven om oorlog te voeren en om de zogenaamde “vrijheden” te beperken. Na de aanslagen heeft de bourgeoisie onbeschaamd het kostuum van de bewaker van orde en veiligheid aangetrokken. Geconfronteerd met een irrationele moorddadige waanzin, moet de ordinaire barbarij van de democratische staten worden gepresenteerd als “normaal”.

Als ijverige dienaren konden de media vervolgens misselijkmakende beelden vertonen van een massale inzet van veiligheidstroepen, die tot de tanden waren bewapend. Duizenden politieagenten, gendarmes en militairen kunnen van nu af aan kriskras alle openbare ruimtes doorkruisen. En naar verluid is dat voor ons welzijn! Een deel van de Franse rechterzijde stelde vervolgens, zonder enige terughoudendheid, de noodzaak van het instellen van een Franse Patriot Act. De linkerzijde en de regering hebben dit heel snel en heel hypocriet “afgewezen” om vervolgens beter in staat te zijn maatregelen voor te bereiden die er als twee druppels water op lijken. En inderdaad is in termen van ideologische en repressieve reactie de gelijkenis groot tussen de Patriot Act en de politiek die de afgelopen maand in Frankrijk aangenomen is. Het is trouwens dit veiligheidsbeleid dat de socialistische Hollande wil verdedigen in de Europese Unie, die al verleid en veroverd is.

Het is goed om in herinnering te roepen hoe de Patriot Act is ontstaan! Op 11 september 2001 boorden twee vliegtuigen zich met volle kracht in de Twin Towers in New York. Twee andere vliegtuigen stortten neer in respectievelijk Washington en Pennsylvania. De balans was afschuwelijk: meer dan 3.000 mensen werden gedood. Twijfel blijft bestaan over de omvang van de medeplichtigheid van de Amerikaanse overheid in de aanslagen. Maar één ding is zeker, net zoals in Frankrijk werden het Amerikaanse politieke apparaat en de media onmiddellijk erna opgevorderd om de bevolking te mobiliseren voor de oprichting van een staat van oorlog op Amerikaanse bodem. De imperialistische doelen van de Verenigde Staten waren niet afwezig in deze cynische berekening en orkestratie van deze oorlogspsychose.

Voor de Amerikaanse bourgeoisie moest van deze dramatische gebeurtenis geprofiteerd worden om het “Vietnamoorlog-syndroom” uit te gommen, hun interventie in Irak te rechtvaardigen ten koste van grove leugens, en hun intrede in Afghanistan voor te bereiden. Elke grote terroristische aanval op hun nationale grondgebied wordt nog altijd gebruikt door de bourgeoisie voor haar oorlogszuchtige doeleinden. Alle anti-terroristische maatregelen van de staten zijn niet alleen machteloos om de opkomst van het terrorisme in te dammen, maar ze maken ook deel uit van de escalerende terreur. Ze voeden bovendien het klimaat van wantrouwen ten opzichte van de anderen door verdeeldheid te zaaien binnen de bevolking. Frankrijk ontsnapt niet aan deze regel. Als het terrorisme in feite een oorlogswapen is van de bourgeoisie van een land, ongeacht haar religie, is het toch ook een waardevol ideologisch wapen van de laatstgenoemde tegen de arbeidersklasse. Dus de kruistocht tegen de “As van het kwaad”, ingevoerd door de regering Bush, heeft het haar mogelijk gemaakt de befaamde Patriot Act in te stellen, zelfs zonder de goedkeuring van de wetgevende macht.

Het is dan ook “normaal” geworden om mail, post, telefoon van iedereen te inspecteren en schaamteloos elk appartement te kunnen betreden, zelfs in afwezigheid van de bewoners. Een fouillering van de mensen die naar hun werk gaan, kan zonder uitleg worden gedaan. Wat de politie betreft, die is toegerust met een bijna volledige immuniteit. De moorden die steeds vaker worden begaan door de politie, in het bijzonder tegen zwarten, en die in het algemeen geen aanleiding geven tot een juridisch onderzoek, zijn concrete uitdrukkingen daarvan. In feite zijn de zogenaamde punctuele en buitengewone maatregelen permanent geworden. Net als in Groot-Brittannië, waar hetzelfde voorwendsel werd gebruikt om het toezicht via ontelbare camera's te rechtvaardigen in bijna elke straat en metro van de steden van dit land. In een democratie zijn de uitzonderlijke wetten de norm geworden.

Natuurlijk, in Frankrijk heeft het proletariaat een andere ervaring dan die in de Verenigde Staten. De Commune van Parijs in 1871 en Mei 1968 zijn niet volledig uit het geheugen gewist van de arbeidersklasse. De Franse bourgeoisie weet dit en dat is de reden waarom ze voorzichtiger is. Ze gaat op een meer verborgen wijze voort dan haar Amerikaanse tegenhanger. Maar dat kon niet verhinderen dat premier Valls twee weken na de aanslagen in Parijs een reeks van maatregelen onthulde die door de hele Europese bourgeoisie werd gesteund en zelfs de Amerikaanse leiders niet zouden hebben misstaan. Deze zelfde minister zei dat gezien "de formidabele uitdaging waarmee Frankrijk wordt geconfronteerd, het nodig om was om uitzonderlijke maatregelen te nemen", die zoals we weten in werkelijkheid permanent zullen zijn. De financiële last bedraagt ​​700 miljoen euro, welke wordt gecompenseerd door bezuinigingen op de staatsuitgaven, die nu al verminderd zijn.

Op het militaire apparaat zal daarentegen niet worden bezuinigd, zoals oorspronkelijk was voorzien. En de gendarmerie en de politie zal massaal worden versterkt met mensen en materiaal. Zwaar bewapende agenten en soldaten zullen ongeveer overal patrouilleren en niet alleen in de “gevoelige” gebieden. Het proletariaat mag niet naïef zijn. Een staat die op deze manier haar macht laat zien, past een directe vorm van intimidatie toe. Dit is een waarschuwing aan de werkers. Het gaat hier om de macht om met “republikeinse legaliteit” bewaken en te onderdrukken. En dit is niet alleen gericht tegen alles dat de orde verstoort en niet de norm is, maar vooral tegen het proletariaat en haar strijd, die moet worden gecriminaliseerd.

De Patriot Act is in feite een obsessie voor de hele burgerlijke democratie. Als bewijs, in Frankrijk ontsnappen zelfs kinderen vanaf zeven of acht jaar op de basisschool niet aan de nauwgezette controles. En pas op voor de leraren die zich niet als informanten laten gebruiken bij dit vuile werk! In naam van het secularisme wil de overheid dat kinderen op school een strikter zogenaamd “burgerlijk” onderwijs krijgen om ze zo tot volledig geconditioneerde en onderworpen aanbidders van de staat te maken. En dat is niets anders dan het inpeperen van regels en burgerlijke waarden, dit misleidende masker waarachter de kapitalistische dictatuur van de uitbuitende klasse zich verbergt. Als de terugkeer naar de militaire dienst niet meer mogelijk is voor de bourgeoisie, kunnen we erop wedden dat een versterkte maatschappelijke dienst binnenkort in unanimiteit wordt aangenomen.

De welbekende repressieve wetten tegen het proletariaat

De heersende klasse heeft, buiten haar eigen interne verdeeldheid, altijd perfect begrepen wie haar doodgraver is. De geschiedenis van deze klasse valt samen met de middelen die ze zichzelf systematisch heeft verschaft om de confrontatie aan te gaan met haar enige echte vijand: het proletariaat. In een revolutionaire periode, breekt de kapitalistische staat haar hoofd niet over wetten om het strijdende proletariaat af te slachten. De Kozakken tijdens de revolutie in Rusland in 1917 of de Vrijkorpsen in 1919 van het sociaal-democratische Duitsland zijn sinistere voorbeelden. Maar wanneer de arbeidersklasse niet direct een bedreiging voor de macht van de bourgeoisie vormt, moet deze zijn ware uitbuitende aard verbergen achter een wirwar van ideologische leugens, achter een gesofisticeerd democratisch scherm.

Bijna 150 jaar geleden, toen de socialistische partijen nog echte revolutionaire organisaties waren, toen de kanselier van het Duitse Rijk, de heer Bismarck, de zeer bloedige republikeinse hond Thiers hielp om de Commune van Parijs neer te slaan, kondigde hij zijn anti-socialistenwetten af. De wet verbood de socialistische en sociaal-democratische organisaties en al hun activiteiten in het Duitse Rijk. Deze repressieve wet ging gepaard met een versterking van de aanwezigheid van het leger en de politie in alle grote Duitse steden. Maar dit beleid van de “ijzeren hand” is niet het voorrecht van dit Rijk. In 1893-1894, in de zeer democratische Franse Derde Republiek, werden de zogenaamde “worgwetten” (“lois scélérates”) aangenomen. Onder het mom van de strijd tegen de criminaliteit waren ze direct gericht op anarchistische groepen en bedreigden ze tegelijkertijd alle arbeidersorganisaties. Alleen maar verdacht worden van sympathieën voor het anarchisme of de arbeidersstrijd werd al beschouwd als een misdaad.

Zoals vandaag, moedigden deze wetten informanten aan. In 1894 was Jean Jaurès nog maar net terug uit Carmaux, waar hij de staking van de mijnwerkers had gesteund, die hadden geleid tot een gewelddadige onderdrukking door de gendarmerie en het leger, of hij stond al in de Kamer van Afgevaardigden om deze wetten te veroordelen: "U bent dus genoodzaakt om in de criminaliteit te werven om de criminaliteit in de gaten te houden, in de ellende te werven om de ellende in de gaten te houden en in de anarchie om de anarchie in de gaten te houden.” De echte schurken bevonden zich in Parijs, onder hen die deze wetten hadden afgekondigd. In Carmaux had een zekere Tornado, die actief was in de stakingen van 1892, de stakende mijnwerkers geld uit Parijs aangeboden om dynamiet te kopen. Dit zou de weg openen voor een onmiddellijke onderdrukking, die in naam van de “strijd tegen het terrorisme” zou worden gerechtvaardigd. Jaurès had een goede reden om de actie aan te klagen, omdat die in werkelijkheid gericht was tegen de strijd en de stem van de arbeidersbeweging.

Vanuit dit oogpunt is “de vrijheid van meningsuiting” of “de vrijheid van pers”, die nu zo worden geroemd, altijd een illusie geweest die zorgvuldig is onderhouden door de heersende klasse. Niet alleen omdat de media en het officiële taalgebruik de wasem en eigendom zijn van het kapitaal, maar omdat ze van meet af aan hun trouw betonen aan de burgerlijke staat. Het is dus niet nodig voor deze laatste om de media “van op afstand te bedienen” of systematisch de inhoud van hun propaganda te dicteren. (1) Het nepotisme en de vriendjespolitiek onder vele journalisten is bekend. De samenzwering van de media met de politieke leiders zijn daarom alleen zuiver anekdotisch gevolgen en niet de oorzaak van de eerstgenoemden hun volgzaamheid. Elke echte oppositie, die kritiek uitoefent en vraagtekens plaatst bij de kapitalistische staat heeft geen plaats in de media en wordt dan ook niet aanvaard noch op grote schaal verspreid. De “vrijheid van meningsuiting” beperkt zich in werkelijkheid tot die enkele meningen die zich onderwerpen aan de staat, de wetten en de waarden van het kapitaal.

De bourgeoisie is de meest machiavellistische heersende klasse in de geschiedenis

De arbeidersklasse is internationaal en in Frankrijk in grote problemen. Maar het proletariaat is verre verwijderd van het neerleggen van de wapens. In een situatie waarin de economische crisis slechts kan gaan verergeren en de verslechtering van de leefomstandigheden blijft doorgaan, weet de bourgeoisie dat er een tijd zal komen van omvangrijke arbeidersstrijd. Hoe meer ze zich er op voorbereid, des te beter! De heersende klasse weet vanaf het begin welk gevaar het revolutionaire proletariaat en haar voorhoede-organisaties voor haar en haar systeem vertegenwoordigen. Haar besef van dit gevaar, haar eenheid daar-tegenover en haar machiavellisme kent geen grenzen. Machiavelli, die in de Renaissance leefde, was op dit vlak de belangrijkste voorloper van de bourgeoisie: "Leugens en bedrog zijn de middelen om te regeren, die iedere prins met een maximale efficiëntie moet weten te hanteren.” Kortom, het doel heiligt de middelen, er is geen enkel moreel principe te eerbiedigen. De huidige bourgeoisie heeft deze regeringsmethode tot hoogtes gebracht die nog nooit in de geschiedenis zijn bereikt. De leugen, de terreur, de dwang, de chantage, het aanwijzen van zondebokken, het “pogromisme”, het complot en de moord zijn gebruikelijke middelen van de kapitalistische regeermethode. De moord op de revolutionairen Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht in 1919 op bevel van de sociaal-democratische regering van Ebert in Duitsland is er de meest symbolisch uitdrukking van. Zoals de moord op Jaurès in juli 1914, die door een hatelijke patriottische campagne van de zeer democratische Franse republiek werd voorbereid, dat slechts sprak over “heilige eenheid” en het wentelen in het slijk van de eerste wereldslachting. Het machiavellisme van de bourgeoisie is geen ontaarding van de democratie, maar is het product van de overheersende aard van de kapitalistische klasse, de meest intelligente van de geschiedenis.

Pearl Harbour is een angstaanjagend voorbeeld van het machiavellisme van de bourgeoisie. In 1941 staan de Verenigde Staten te popelen om de oorlog in te gaan tegen Japan en Duitsland. Om dit te rechtvaardigen, op de hoogte van de dreigende aanval van de Japanse de luchtmacht op de militaire basis van Pearl Harbour, aarzelde de Amerikaanse regering geen moment om zijn Pacifistische Vloot en duizenden soldaten te offeren die daar ongewapend gestationeerd waren. Op dit gebied zijn er legio voorbeelden. De versterking van de controle en het toezicht door de politie, de hand over hand toenemende verharding van de aangekondigde repressieve maatregelen door de regering van president Hollande is slechts één van de uitingen van dit machiavellisme van de bourgeoisie. De beelden van de bereidheid om de Franse “burgers” te beschermen is slechts om zand in de ogen te strooien, een eenvoudig alibi. De bourgeoisie, geconfronteerd met de noodzaak van de verdediging van haar kapitalistische belangen, heeft altijd blijk gegeven van een totale minachting voor het menselijk leven. De militarisering van de samenleving is de directe versterking van de totalitaire macht van het staatskapitalisme. Democratie is ook het ideologische masker van de dictatuur van het kapitaal. Een verschrikkelijk effectief en hypocriet masker voor de uitbuiting en de terreur door de staat, dat het monopolie heeft op geweld.

Een staatsgeweld dat recht en orde moet handhaven om de wrede uitbuiting van het kapitalisme te waarborgen. Een toestand die de pesterijen voortbrengt, de dagelijkse vernederingen op het werk, massale werkloosheid en toenemende verarming. Kortom, een ongehoord geweld, waartegen men niet in opstand zou mogen komen en die men, als “ brave burgers” zou moeten aanvaarden zonder een spier te verrekken. Zoiets niet beseffen, geloven in de goede wil van de staat en in het humanisme van de uitbuitende klasse, zou neerkomen op een politieke ontwapening. De maatregelen van Valls en Hollande vandaag, net zoals die elders worden ingezet, bereiden zeer serieus en actief de repressie voor. Alleen het revolutionaire proletariaat in de strijd zal kunnen proberen om de verschrikkelijke gewapende arm van de bourgeoisie en die van haar lidstaten te verlammen door haar communistische perspectief te bevestigen.

Cyril / 2015.02.10

 

Voetnoten

(1) Dit zo zijnde, staatskapitalisme leidt vaak tot controle en een volledige geheimhouding van informatie op het moment dat zoiets nodig is, in het bijzonder in oorlogstijd. Het is voldoende om te herinneren aan de Eerste Golfoorlog, toen de media gehoorzaam, als brave hondjes, de militaire operaties volgden en de ideologische aanval van het Amerikaanse leger verspreidden (lees onze brochure over dit onderwerp).