Klassenstrijd: Stakingen in Peru en Chili

Printvriendelijke versieSend by email

Een kameraad uit Lima die regelmatig met onze organisatie correspondeert en discussieert stuurde ons kort geleden een artikel toe over de mijnwerkersstaking in Peru van april jongstleden en toen het vuur ervan nog niet gedoofd was, stuurde hij ons gegevens over een studentenbeweging die zich ontwikkelde. Het gaat hier om een inspanning die wij hartelijk begroeten. Het is inderdaad van het allergrootste belang dat ervaringen, lessen en informatie over de arbeidersstrijd die wereldwijd opkomt snel circuleert. Het is een van de redenen waarom de bijdragen van de kameraad een voorbeeld vormen dat we alleen maar kunnen toejuichen. Het artikel dat nu volgt is volledig samengesteld uit teksten en informatiebronnen die de kameraad ons toestuurde.
De sociale toestand in Zuid-Amerika wordt steeds meer gekenmerkt door de ontwikkeling van arbeidersstrijd. In Chili hebben sinds vorig jaar herhaaldelijk stakingen plaatsgevonden in de kopermijnen, waarvan de uitbating neerkomt op 40% van de wereldproductie. Dat zegt iets over het belang van deze sector in dit land waar de arbeidersklasse een zeer brutale aftakeling kent van haar arbeids- en levensomstandigheden. Het is heel moeilijk om juiste informatie te verkrijgen over deze bewegingen zolang de media die doodzwijgen. Wij weten enkel dat de vakbonden de meest vergaande verdeling hebben georganiseerd tussen de arbeiders van het staatsbedrijf CODELCO en die van de onderaannemers, die een derde minder loon verdienen voor hetzelfde werk, evenals tussen stakers en werkenden. De staking heeft 38 dagen geduurd tot in juli en is beëindigd na beloften over een verbetering van het contract voor de arbeiders van de onderaannemers, zonder dat hun contracten worden aangepast, wat niettemin hun belangrijkste eis was.

De staking in de mijnen van Peru

In Peru waren in april de mijnen in staking, een onderdeel van de Chinese onderneming Shougang, en deze werd uitgebreid over alle mijncentra van het land. De vakbonden hebben natuurlijk volop hun reactionaire rol gespeeld, vooral in de belangrijkste mijn van het land, Yanacocha, waar zij geheime onderhandelingen voerden met de directie en niet deelnamen aan de staking. De vakbonden van het bekken van Oroya werden zelfs door de pers uitgekafferd omdat zij verder werkten.
In Chimbote waar de strijd van de boeren en werklozen hevig was, werd de onderneming Sider Peru totaal lamgelegd. De vrouwen van de mijnwerkers en een groot deel van de bevolking van deze stad hebben samen met hen betoogd. In Ilo werden de wegen geblokkeerd net als in Cerro de Pasco, waar 15 mijnwerkers werden aangehouden en er van beschuldigd stenen te hebben gegooid naar de zetel van de regionale regering. De burgerlijke pers was er als de kippen bij om de staking een mislukking te noemen, steunend op het rapport van de minister van de sector, Pinilla, om slechts 5.700 stakende mijnwerkers te tellen terwijl het er 120.000 waren.
In de bergen rond Lima gijzelden de mijnwerkers van Casapalca de mijningenieurs die hen met ontslag bedreigden als zij hun post zouden verlaten. De minister verklaarde dat de staking onwettig was omdat de aanzegging slechts vier in plaats van vijf dagen van tevoren gedaan was, zoals vereist door de wet. De bazen wierf personeel aan met een tijdelijk contract en de minister bedreigde degenen die de staking verder zouden zetten met ontslag.
Enkele studenten van de universiteit van San Marcos van Lima solidariseerden zich met de mijnwerkers en brachten hen voedsel voor de ‘gemeenschapsketels’, een veel voorkomende praktijk bij alle stakingen in Peru, of het nu bij leerkrachten, bij verpleegsters of bij mijnwerkers is. Het delen van voedsel met de gezinnen dient ook om ervaringen uit te wisselen en de strijd van dag tot dag gezamenlijk te analyseren.
Het is heel tekenend dat deze onbeperkte nationale staking plaatsvond na twintig jaar van sociale rust in deze sector.

De strijd van de leerkrachten in Peru

Op 19 juni riep de vakbondsleider van de leerkrachten Huaynalaya op tot een nationale staking en zijn oproep vond gehoor in heel het land. Huaynalaya wordt door de pers beschouwd als een opposant van de meerderheid van de leerkrachtenvakbond SUTEP, die eerder een pro-Chinese oriëntatie aanhoudt in de lijn van de Rode Partij.
Toch heeft de vakbond zich bij de staking van 5 juli aangesloten. De dagen daarvoor hadden de journalisten waarvan de politieke programma’s het meest beluisterd worden, veel ruimte gegeven aan het zwartmaken van de beweging.
Het standpunt van de pers is overduidelijk. De leerkrachten zouden verantwoordelijk zijn voor hun eigen intellectuele onbekwaamheid en worden aangeklaagd als ‘stakingsfanaten’ die de kinderen en jongeren kostbare lesuren laten missen. Hier moet worden opgemerkt dat het argument tegenstrijdig is, want hoe kunnen lesuren die gegeven worden door onbekwamen kostbaar zijn? In wezen vrezen zij echter dat de leerlingen de straat zouden opgaan ter ondersteuning van de leerkrachten zoals zij dat al deden in 1977, een ervaring die toen nieuwe generaties militanten heeft voortgebracht van verschillende partijen die zich richten op gewapende strijd.
De minister van onderwijs bevestigde zelf aan de journalist Palacios dat er slechts 5.000 stakers waren op de 250.000 door zijn ministerie tewerkgestelde leerkrachten. De mobilisaties zwermden uit over heel het land: naar Juliaca, Puno, Ucayali, Ayacucho en Huanuco. De leerkrachten werden bovendien ondersteund door heel de bevolking, zoals dat ook het geval was twee maand eerder, toen de mijnstakingen bijna heel het land mobiliseerden. Het werk van de coördinatie en de meest strijdbare sectoren die in staat waren om een balans op te maken van deze ervaring blijft nog heel beperkt. De vakbonden blijven op de voorgrond en worden een rem op de beweging van de arbeiderseisen.

Overwegingen over de huidige strijd

De huidige strijd in Peru die het hele grondgebied bestrijkt is de vrucht van twee bronnen van onvrede. Enerzijds zijn er de eisen met een regionaal karakter, in het bijzonder in Pucallpa waar de stad vijftien dagen lang bezet en geïsoleerd werd, en anderzijds, de staking van de onderwijsvakbond SUTEP, die begon op 19 juni door leerkrachten die zich verzetten tegen de oriëntaties van de ‘Rode Partij’ (linkse burgerlijke partij) en waarbij vervolgens heel de vakbond zich aansloot, waardoor vanaf 5 juli de meerderheid van de 320.000 leerkrachten van Peru meededen.
Deze mobilisatie samen met  de regionale eisen (sterk uiteenlopend en uiteraard zeer plaatselijk georiënteerd) riep een gigantische en massale reactie op in het hele land. Het aantal gewonden en gearresteerden is onbekend en de bezettingen, brandstichtingen en vernieling van gebouwen bij de botsingen met de politie hebben zich uitgebreid over alle departementen die in strijd waren. De minister gaf op 9 juli toe dat er nog 75 onopgeloste conflicten aan de gang waren, wat laat vermoeden dat hun aantal nog heel wat hoger moet zijn.
De huidige strijd bevat, ondanks het geweld dat hij ontketent, geen perspectief van een zelfstandig optreden van het proletariaat, die zou inhouden dat deze strijd gevoerd wordt voor zijn eigen doelstellingen en zijn eigen programma. Het proletariaat is op dit ogenblik onderworpen aan de belangen van de lokale bourgeoisie en haar kleinburgerlijke bondgenoten van allerlei slag (intellectuelen, journalisten…), maar de proletariërs die in deze bewegingen actief zijn kunnen kernen vormen die hen in staat stellen om lering te trekken en de zelfstandigheid van de strijd te bevorderen. Dit is de enige weg voor de arbeidersklasse die in staat moet zijn om een eind te maken aan de wanhoop die veroorzaakt wordt door het kapitalistische systeem en zijn stoet van ellende, dood en vernieling.
Lima / 09.07.2007

Geografisch: