De sociaal-democratie in de negentiende eeuw en de oprichting van de BWP: Sociaal-chauvinisme en verraad aan het proletarisch internationalisme

Printvriendelijke versieSend by email

In de drie vorige delen van deze serie hebben we duidelijk gemaakt hoe de BWP van bij haar oprichting een snelle ontwikkeling in aantal en in invloed doorgemaakt heeft. Het succes van de parlementaire en syndicale strijd voor het bekomen van daadwerkelijke hervormingen zal ervoor zorgen dat het idee zelf van een revolutie steeds meer verdwijnt ten voordele van het uitsluitend nastreven van hervormingen. De zwakheden van de partij veranderen in een doctrine. De BWP wordt net als de andere sociaal-democratische partijen verteert door het gangreen van het opportunisme en reformisme, ondanks de dagelijkse strijd van de marxistische linkerzijde tegen dit verval. En dat des te meer omdat de bourgeoisie er actief naar streefde de sociaal-democratie onder controle te krijgen om zo de arbeidersklasse in te kaderen die volop in ontwikkeling was en een steeds grotere dreiging inhield voor haar heerschappij.

In de drie vorige delen van deze serie hebben we duidelijk gemaakt hoe de BWP van bij haar oprichting een snelle ontwikkeling in aantal en in invloed doorgemaakt heeft. Het succes van de parlementaire en syndicale strijd voor het bekomen van daadwerkelijke hervormingen zal ervoor zorgen dat het idee zelf van een revolutie steeds meer verdwijnt ten voordele van het uitsluitend nastreven van hervormingen. De zwakheden van de partij veranderen in een doctrine. De BWP wordt net als de andere sociaal-democratische partijen verteert door het gangreen van het opportunisme en reformisme, ondanks de dagelijkse strijd van de marxistische linkerzijde tegen dit verval. En dat des te meer omdat de bourgeoisie er actief naar streefde de sociaal-democratie onder controle te krijgen om zo de arbeidersklasse in te kaderen die volop in ontwikkeling was en een steeds grotere dreiging inhield voor haar heerschappij (1).

De BWP verandert het geweer van schouder voor de imperialistische oorlog

In het begin van de 20e eeuw is de vorming van de wereldmarkt voltooid en daarmee wordt de concurrentie tussen de verschillende kapitalistische naties op de spits gedreven. De economische oorlog tussen de naties kan enkel uitmonden op een wereldwijd militair conflict. De eerste wereldoorlog illustreert op bijzonder bloedige manier dit begin van de doodsstrijd van het wereldkapitalisme. Het kapitalistisch systeem heeft zijn historische missie volbracht en maakt het aantreden van een andere productiewijze mogelijk en noodzakelijk, de kommunistische maatschappij. Vanaf dat moment is het de historische taak van het proletariaat te strijden voor de omverwerping van het kapitalisme, de enige reële uitkomst van de strijd voor zijn onmiddellijke belangen. De intrede van de kapitalistische productiewijze in haar vervalperiode plaatst het proletariaat en zijn organisaties brutaal voor de keuze 'oorlog of revolutie'.

Gedragen door de theoretische vooruitgang in de arbeidersbeweging gedurende de 19e eeuw en het begin van de 20e, verzekert de BWP net als haar zusters in de gehele wereld het proletariaat dat zij zich met alle middelen tegen de wereldslachting die zich aankondigt zal verzetten en onderschrijft ze de verklaringen van de congressen van de IIe Internationale. Want hoewel ze verteert wordt door reformisme en opportunisme had de IIe Internationale, onder impuls van haar revolutionaire minderheden, al snel stelling gekozen tegen de oorlogsvoorbereidingen en de oorlogsdreiging. Zo had ze zich, op het congres van 1907 in Stuttgart, bevestigd door dat in Kopenhagen (1910), dat van Basel (1912) en zo door tot de laatste dagen van juli 1914, verzet tegen de oorlogspropaganda en het militaristische streven van de heersende klasse. Het internationalisme gaf de toon aan van die resoluties. Maar het uitbreken van de oorlog op 4 augustus 1914 betekent een ramp zonder voorgaande voor de arbeidersbeweging. Parallel met de intense nationalistische ideologische hersenspoeling vanwege de bourgeoisie is het doorslaggevende element dat haar gaat meesleuren in deze ongehoorde moordpartij het verraad van de voornaamste sociaal-democratische arbeiderspartijen. Hun parlementsfracties keuren de oorlogskredieten goed in naam van de Heilige Eenheid en drijven de arbeidersmassa's ertoe elkaar uit te moorden in het belang van de imperialistische mogendheden in een vreselijke chauvinistische hysterie. Wanneer ze finaal voor de keuze geplaatst worden stemmen alleen de Russische bolsjewieken en de Servische socialisten tegen de oorlogskredieten. De vakbonden vaardigen van bij het begin van de oorlog een stakingsverbod uit. In België is het oude sociaal-democratische apparaat aan de vooravond van de oorlog al compleet verrot door opportunisme en reformisme,zoals blijkt uit het slot van de speech van BWP-voorzitter E. Vandervelde voor de Kamer in december 1911: "De dag waarop België aangevallen zal worden zullen wij het verdedigen. Wij zullen evengoed vechten als de anderen, misschien wel harder dan de anderen." Of nog eens dezelfde Vandervelde die in 1913 vond dat Frankrijk zijn republikeinse instellingen moest verdedigen tegen keizerlijk Duitsland. Wat een verschil met zijn boodschap van socialistisch internationalisme uit de bloeitijd van de BWP: "Er komt een moment waarop de arbeiders die gij in de kazernes opgesloten hebt zich echt te stom vinden omdat ze op andere arbeiders schieten, een moment waarop de proletariërs zullen zeggen: die Duitser, die Fransman, dat is een arbeider zoals wij. Het is een makker in onze arbeid, in onze ellende. We houden zielsveel meer van hem dan van de vette kapitalisten die ons uitbuiten. Voor mannen als Jaurès of Liebknecht koesteren we veel meer broederlijke sympathie dan voor een Woeste of Helleputte bijvoorbeeld." (Kamer van Volksafgevaardigden, zitting van 17.12.1894) en "Er komt een moment", roept Vandervelde, "waarop gij van deze mensen (de arbeiders, nvdr) niet langer zult bekomen dat zij zo dom zijn u te verdedigen, uw waakhonden te zijn!" (idem) We herinneren eraan dat het Charter van Quaregnon uit 1894 (het programma van de BWP) stelt dat "de socialisten van alle landen solidair moeten zijn, de bevrijding van de arbeiders is geen nationale maar een internationale opdracht". Wat is er geworden van de massale antimilitaristische betogingen, zoals die van augustus 1897 op initiatief van de BWP, toen tienduizenden opstapten achter de slogan "het socialisme breekt het laatste geweer", "Weg met de oorlog, weg met sabels en kanonnen"?

'Defensieve oorlog': een bedrieglijk argument

Van bij het uitbreken van de oorlog dienen de 'sociaal-chauvinisten' in België net als in de voornaamste industrielanden als ronselaars voor de imperialistische slachting en verraden daarbij definitief de arbeidersklasse. De BWP vond dat een oorlog tussen allianties een oorlog was 'ter verdediging van de democratie' tegen de 'militaire monarchieën'. En het argument dat de Belgische socialisten enkel een 'defensieve oorlog' aangingen na de schending van de Belgische 'neutraliteit' door het Duitse imperialisme, was enkel nuttig voor de propaganda van de rechterzijde en zou tot in 1917 het centrum misleiden. Dit argument was bedrog : behalve de complete onderwerping van de Belgische sociaal-democraten aan de heilige eenheid van bij het begin van de oorlog, maken de verklaringen van de leiders van de BWP voor 1914 al overduidelijk dat ze klaarstonden om verraad te plegen en alle lessen en analyses van de arbeidersbeweging overboord te gooien, over het imperialisme, de oorlog en het proletarisch internationalisme. Het is duidelijk dat de Belgische neutraliteit niets meer dan politieke fictie was in de imperialistische wereld van 1914. De 'neutrale landen' hadden alleen maar een façade van 'neutraliteit'. Door een koloniaal rijk te veroveren en door actief deel te nemen aan de invloedsstrijd voor de controle over de wereldmarkt had het Belgische kapitalisme zich volop op het terrein van de imperialistische tegenstellingen geplaatst. Louis de Brouckère schreef daarover: "We hebben gestemd voor de annexatie van Congo en we dachten de kolonie in de hand te houden. Vandaag blijkt dat de kolonie ons in haar greep heeft. Wij zijn opgenomen in de kring van 'wereldmachten' en de groten zullen ons niet los laten. We moeten hun beweging volgen, ons bewapenen wanneer zij dat zeggen, geld uitgeven wanneer zij dat zeggen." (2). Het argument dat België, afzonderlijk beschouwd een defensieve oorlog zou voeren, ontging niet aan de aandacht van Lenin. "Laten we aannemen," zei hij in 1915 "dat alle staten die er belang bij hebben de internationale verdragen te respecteren de oorlog verklaren aan Duitsland om te eisen dat dit land België verlaat en schadeloos stelt. In dit geval zou de sympathie van de socialisten natuurlijk uitgaan naar de vijanden van Duitsland. Maar de 'Drievoudige (en Viervoudige) Alliantie' voert de oorlog niet omwille van België, dat is algemeen bekend, en alleen hypocrieten zullen dat verbergen. Op het terrein van de huidige oorlog van de huidige regeringen is het niet mogelijk België te helpen anders dan door te helpen Oostenrijk of Turkije enz. te versmachten! Wat komt die 'verdediging van het vaderland' daarbij dan doen?" (3) Het geval van België kon dus de algemene aard van de oorlog niet veranderen. Het geeft één van beide imperialistische blokken alleen de mogelijkheid zijn redenen om ten oorlog te trekken wat te verfraaien door het internationaal recht in te roepen en de barbaarsheid van de tegenstander aan te klagen. Bovendien is de BWP zeker niet de laatste die struikelt over de drempel van de 'verdediging van de geboortegrond'. In één klap keuren de socialistische afgevaardigden de 200 miljoen oorlogskredieten goed en applaudisseren ! De BWP steunt voortaan de heilige eenheid voor de oorlog. De BWP had trouwens het trieste voorrecht de eerste socialistische partij te zijn die toetrad tot een regering van nationale eenheid. Als ronselaar voor de bourgeoisie roept ze de Belgische arbeiders te schieten op de Duitse. En op 4 augustus 1914, de dag waarop de invasie van België door het Duitse leger begint, wordt haar leider E. Vandervelde gebombardeerd tot minister van staat in de oorlogsregering. Zo verklaart hij: "de klassenstrijd wordt opgeschort, het ganse volk wijdt zich aan de verdediging van grondgebied en vrijheid" (4). Daarna wordt hij in 1916 minister van burgerlijke en militaire bevoorrading in de Belgische regering die zetelt in Le Havre. In die hoedanigheid gaat hij op verzoek van de koning naar het front om het patriottisme aan te wakkeren dat door lange jaren van eindeloze slachtingen verzwakt is, en om de jacht te openen op deserteurs en internationalistische arbeiders. Vier jaar lang zal Vandervelde als voorzitter van de Internationale en van de BWP een belangrijke propagandapion zijn voor de zaak van de geallieerden. Als voorzitter van de Internationale richt hij een oproep aan de Russische socialisten om hun strijd tegen het tsarisme voorlopig opzij te schuiven en de Europese democratie tegen het Pruisisch militarisme te verdedigen (in feite het tegendeel van de resolutie van Basel uit 1912). Naast hem zal E. Anseele, minister vanaf 1916, zich ontpoppen als een echte havik, oorlogspropagandist tot de eindoverwinning. Maar ook een reeks oude opposanten van de opportunistische politiek zoals Jules Destrée horen tot de meest gedreven herauten van wat men het oorlogssocialisme is gaan noemen. Zijn ongebreideld en ongenuanceerd patriottisme maakte van hem een doorgedreven verdediger van de burgerlijke democratie. Zo legt hij in het parlement ronkende verklaringen af die de stelling verwerpen dat 'de arbeiders geen vaderland hebben' om daarop te verkondigen dat "alle volkeren de plicht hebben de territoriale integriteit van hun land te verdedigen" (5). Hij werd trouwens met een missie belast naar het toen neutrale Italië om er "het voor het proletariaat verzwakkende en kwalijke effect te bestrijden van de neutralistische theorieën" (6). Maar er waren ook Louis de Brouckère en De Man die de marxistische oppositie lieten vallen en zich als vrijwilliger opgaven voor het Belgisch leger. Hun voorbeeld werd gevolgd oor meerdere opposanten, waaronder ook uit de Socialistische Jonge Wacht (SJW). Dat betekent dat de socialistische beweging unaniem was wat betreft de verdediging van het grondgebied en dat zij zich volmondig aan de zijde van de geallieerden schaarde.

De BWP keert zich tegen de revolutionaire golf

Ondanks al dat chauvinisme en die misleidende oorlogspropaganda ontwikkelen zich vanaf de zomer van 1916 belangrijke massabewegingen, met name in Duitsland, om de woede van de arbeiders uit te drukken tegen het lijden, ontbering en ellende die door de oorlog veroorzaakt werden. Zo brak in 1917 een muiterij uit in een groot deel van het Franse leger. Soldaten die op verlof vertrokken zongen de Internationale in de treinen en eisten vrede. De lastigste eenheden worden onder vuur genomen door hun eigen kanonnen en 55 'muiters' moeten voor de krijgsraad verschijnen en worden geëxecuteerd (7).

Het echte begin van de revolutionaire golf situeert zich in de maand februari 1917, in Rusland. In Petersburg is er een uitbarsting van al de woede die opgekropt zit in de arbeidersrangen -en in de andere arme lagen van de bevolking- tegen de voedselbevoorrading van de toenmalige hoofdstad van Rusland die van dag tot dag ontoereikender is, en tegen de overuitbuiting die opgelegd wordt door de oorlogseconomie. De beroepssoldaten die opgetrommeld worden om de opstand neer te slaan, sluiten er zich bij aan. De revolutionaire gebeurtenissen in Rusland krijgen natuurlijk een enorme weerklank bij het proletariaat in Europa en in de hele wereld, maar in de eerste plaats toch bij degenen die rechtstreeks betrokken zijn bij de interimperialistische slachtpartij. Het komt overal tot betogingen en gedreven sympathiebetuigingen met de Rode Oktober, en België vormt hierop geen uitzondering, met in het bijzonder uitingen van verbroedering tussen soldaten van de tegenover elkaar staande legers. Wanneer de Russische revolutie op gang begint te komen in 1917 trekt de leiding van de BWP ten strijde tegen het bolsjewistisch gevaar. In het begin had de BWP nog, zoals de meeste sociaal-democratische partijen, via tussenkomst van Vandervelde, de Brouckère en Colon uit Le Havre een telegram naar het comité van Petersburg gestuurd om de zege op het tsarisme te begroeten (8 maart 1917). Maar dan veroordeelt E. Vandervelde de revolutionaire arbeiders van Rusland en steunt hij openlijk Kerenski en de contrarevolutie: "de politiek van de bolsjewieken speelt in de kaart van de koning van Pruisen", "het bolsjewisme is de negatie van socialisme". De Man en de Brouckère gaan met Vandervelde in mei-juni 1917 naar Rusland om het streven naar vrede en de opkomst van het bolsjewisme tegen te gaan en Rusland aan te sporen de heilige oorlog tegen Duitsland voort te zetten in plaats van te luisteren naar hen die uitnodigen de wapens tegen de eigen bourgeoisie te richten. Wat een contrast met de solidariteitsbeweging tijdens de opstand in Rusland in 1905 toen Huysmans in naam van de Internationale opriep tot steun aan de Russische Revolutie, onder meer door wapens te kopen en te verschepen.

Maar het is in Duitsland, waar de machtigste arbeidersbeweging huist, dat de doorslaggevende gevolgen zich voordoen. Na een tijd van 'incubatie' gedurende 1917, zwelt de arbeidersrevolte gedurende het jaar 1918 aan om tot ontbranding te komen begin november. Rode vanen wapperen op de Duitse oorlogsvloot die in Kiel voor anker ligt. Overal worden arbeiders- en soldatenraden gevormd, zoals in Brussel, waar de Duitse soldaten op 10 november 1918 in opstand komen tegen hun officieren. Ze bezetten de Kommandantur, verkiezen een Revolutionaire soldatenraad en doen een oproep tot solidariteit bij de Belgische arbeiders en vakbonden. Maar die geven geen krimp, ook al speelt Jacquemotte er een belangrijke rol. De BWP heeft de Belgische arbeiders immers verboden zich solidair te tonen. Er is wel geen onmiddellijk gevaar in België, maar de gebeurtenissen in Rusland en Duitsland en de vorming van een revolutionaire soldatenraad in Brussel hebben indruk gemaakt. De bourgeoisie beseft nu dat de arbeiders in uniform die uit de loopgraven komen geen genoegen zullen nemen met de vooroorlogse toestand. Diezelfde socialisten (zoals Joseph Wauters) onder dekmantel van het Nationaal Comité voor Voedselhulp in Brussel gaan nu praten met E. Franqui van de Société Générale, de industrieel E. Solvay of de liberaal P.E. Janson over de voorbereiding van een regering van nationale eenheid die voor een goedkope relance moet zorgen, teneinde de besmetting door revolutionaire bewegingen te voorkomen. Dat leidt tot de onderhandelingen met de koning in het kasteel van Loppem op 12 november. De socialisten krijgen belangrijke ministerposten toegewezen; Vandervelde op Justitie, Anseele op Openbare Werken en Nijverheid en Joseph Wauters op Arbeid. De koning is het met Anseele eens dat, om België in kalmte en orde herop te bouwen, alle partijen de strijdbijl moeten begraven en toetreden tot een regering van nationale eenheid die enkele belangrijke eisen van de arbeiders moet inwilligen: zo wordt het Algemeen Stemrecht toegekend, wordt artikel 310, tegen vakbondsstakingen, uit de strafwetboek geschrapt, worden belangrijke toegevingen gedaan inzake de achturendag en wordt een ouderdomspensioen van 700 frank ingevoerd.

In feite moet dit programma de smeulende brand blussen, en mag enkel ruimte laten voor pseudo-revolutionaire rellen (8). Want sociale beroering was er zonder twijfel. Die kwam krachtig tot uitdrukking tussen 1919 en 1921 in een groot aantal wilde stakingen (1919: 160.000 stakers en 1920: 290.000 stakers). De socialisten doen al wat ze kunnen om de stakingen te breken. Wauters bijvoorbeeld door de paritaire comités in te stellen. Louis Bertrand stelt de verplichte bemiddeling voor bij sociale conflicten, en Destrée betwist het stakingsrecht voor ambtenaren. Eind 1921 krijgt de beweging een symbolische betekenis. Een staking van de metaalarbeiders in Seraing breidt uit naar de mijnwerkers en naar andere arbeiders en radicaliseert wanneer de vakbondsleiding en de socialistische burgemeester Merlot een verzoening proberen door te drukken. De stakers komen regelrecht in opstand tegen de vakbondsleiding die de beweging weigert te steunen. Voor het eerst in de geschiedenis van de BWP bestormen de proletariërs een Volkshuis van de BWP, wat de historische draai illustreert die de BWP en het vakbondsapparaat gemaakt hebben.

Tot besluit nog twee voorbeelden van de politiek van de BWP in de regering, die haar overstap naar de bourgeoisie duidelijk maken. Om te beginnen kiest de BWP volop partij voor de annexatie van de Oostkantons en van de Duitse kolonies Burundi en Ruanda, en was Vandervelde één van de medeondertekenaars van het Verdrag van Versailles (28-06-1919), iets wat voor de oorlog compleet ondenkbaar zou geweest zijn. Later in hetzelfde jaar 1919 kiest ze de kant van de Duitse sociaal-democratie SPD die de repressie organiseert tegen de arbeiders die in Berlijn in opstand gekomen waren. Bovendien aanvaardt ze dat de Belgische regering met het sturen van een militair expeditiekorps naar het Ruhrgebied deelneemt aan de 'pacificatie' van dit industriegebied.

De continuïteit verzekeren

De politieke organisaties van het proletariaat sterven omdat ze overwonnen worden, omdat ze verraad plegen door naar het kamp van de vijand over te lopen. Dat was ook het geval met de BWP. Maar fracties van de organisatie, de linkerzijdes, waren sterk genoeg om de armen niet te laten zakken onder druk van de heersende klasse. Zij verzekerden de continuïteit van wat de organisatie aan proletarische elementen bevatte. In die zin betekent zich beroepen op continuïteit doorheen de verschillende politieke proletarische organisaties, zich beroepen op de actie van de opeen volgende linkse fracties die als enigen in staat waren die continuïteit te verzekeren. Maar die strijd wordt niet om het even hoe gevoerd. Hij speelt zich af binnen de organisaties die de meest gevorderde elementen van de arbeidersklasse groeperen. Proletarische organisaties die, ondanks al hun zwakheden, steeds een levende uitdaging geweest zijn voor de bestaande orde.

"Wij stoten de halve maatregelen, de leugens en de luiheid van de versleten officiële socialistische partijen ver van ons af, wij kommunisten, verenigd in de IIIe Internationale, wij zien onszelf als de rechtstreekse opvolgers van de inspanningen en de heldhaftige opoffering van een lange reeks revolutionaire generaties, van Babeuf tot Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg. De Ie Internationale heeft de komende ontwikkelingen voorzien en de wegen voorbereid, de IIe Internationale heeft miljoenen proletariërs bijeengebracht en georganiseerd, en de IIIe Internationale zal de Internationale van de massa-actie zijn, de Internationale van de verwezenlijking van de revolutie." (Manifest van het oprichtingscongres van de Kommunistische Internationale aan de proletariërs van de gehele wereld!, maart 1919.

LAC / 05.08.2006

(1) De trage en moeilijke strijd voor de vorming van arbeidersorganisaties, Internationalisme nr. 324; Sociale hervorming of revolutie ?, Internationalisme nr. 325; De opkomst van reformisme en opportunisme, Internationalisme nr. 326.

(2) Louis De Brouckère, Socialisme et lutte de classe, nr.14, juli 1914.

(3) Lenin, Socialisme en oorlog: Het voorbeeld van België, 1915.

(4) Vandervelde, Le parti ouvrier belge 1885-1925, p. 68.

(5) Toespraken van Furnémont et Destrée, Parlementaire annalen, 1912-13, p. 661 , 665, 942.

(6) Jules Destrée, Les Socialistes et la Guerre européenne, Parijs, 1916, p. 75.

(7) De muiters van 1917 horen thuis in het geheugen van het wereldproletariaat, niet in dat van de natie!, in Internationalisme, nr. 247, december 1998.

(8) Leo Picard, Geschiedenis van de socialistische arbeidersbeweging in België, Tussen de twee oorlogen, p. 493.

Geografisch: 

Thema's verdiepen: 

Structuur van de site: 

Theoretische vraagstukken: 

Ontwikkeling van proletarisch bewustzijn en organisatie: