Iran, Irak, Midden-Oosten: Onafwendbare duik van het kapitalisme in barbarij en chaos

Printvriendelijke versieSend by email

De drievoudige aanval van 24 april in Dahab, een Egyptische badstad, op het hoogtepunt van de toeristische toevloed, eiste meer dan 30 doden en 150 gewonden. Hij herinnerde de wereldbevolking eraan dat niemand nog veilig is voor de woede van terrorisme en oorlog die de planeet teistert. En het zijn niet de ‘unanieme veroordelingen’ en de schijnheilige verklaringen van de staatslieden bij wie deze aanslag “gevoelens opwekt van gruwel en verontwaardiging”, of die deze daad  verwerpen als een “afgrijselijk geweld”, die daaraan iets zullen veranderen.
In tegendeel, deze aanval die gericht was op onschuldigen die er een paar vakantiedagen doorbrachten, geeft hen een nieuwe kans om achter hun krokodillentranen weer eens hun “strijd tegen het terrorisme” op te kloppen, dat wil zeggen het voortduren ervan met zicht op nog grotere afslachtingen.
We kunnen de hele doeltreffendheid aanschouwen van deze zogenaamde “genadeloze strijd tegen de gesel van het terrorisme” en voor “de vrede en stabiliteit”. Hij wordt gevoerd door de grootmachten, de Verenigde Staten voorop, en kan afgemeten worden aan de barbarij die letterlijk is uitgebarsten in talrijke streken van de wereld. Nooit zijn er zoveel spanningshaarden, militaire botsingen, herhaalde blinde aanslagen geweest, waarvoor de grootmachten en hun kleinere broertjes de directe verantwoordelijkheid dragen. Van Afrika tot Azië en via het Midden-Oosten dreigen zij voortdurend in omvang toe te nemen.

Mislukking van het militaire en politieke offensief van de Verenigde Staten

De oorlog in Afghanistan en die van Irak zijn uitgemond in een reeks van rampen met als resultaat de verbreiding van de chaos en de onmogelijkheid van enige terugkeer naar stabiliteit in deze landen, net zoals de groeiende instabiliteit van de omliggende gebieden.
Wat Irak betreft spreken de vernietigingen en de gruwelen die zich daar dagelijks afspelen voor zich. Ze kondigen het wegzinken aan in de hel van openlijke of bedekte gewapende botsingen. Wij komen hier niet terug op de toestand van dit land waarover we in de vorige aflevering berichtten (zie Internationalisme, nr. 325).
In Afghanistan, waarbij de inval door de troepen van de Amerikaanse coalitie ‘gewettigd’ werd door de strijd tegen het terrorisme, zoals belichaamd door Bin Laden, als gevolg van de aanvallen van 11 september op de Tweelingtorens, is de stagnatie totaal. De regering van Kaboel is het voorwerp van onophoudelijke aanvallen en de hoofdstad ligt regelmatig onder raketvuur van verschillende Pashtoen en Afghaanse klieken die om de macht strijden. In het zuiden en het oosten van het land, hebben de Taliban opnieuw terreinwinst geboekt met aanslagen en commando-operaties. Ook de Verenigde Staten zagen zich verplicht om deze maand een nieuwe operatie op te zetten van de militaire politie genaamd ‘Mountain Lion’, zo’n 2500 man sterk en ondersteund door een bijzonder indrukwekkende luchtmacht. Het werd duidelijk gezegd dat de doelstellingen van deze operatie massale vernietigingen zijn net zoals in 2001 en 2002. Toch probeerden de media op aandrang van de Amerikaanse staat het belang ervan te verdoezelen waarbij vooral het ‘psychologisch’ karakter van dit nieuwe offensief werd benadrukt. Want het zou er immers vooral om gaan “druk uit te oefenen op de neo-taliban en de indruk te ver,ijden dat zij de overhand zouden hebben, zowel in de ogen van de Afghaanse bevolking, die ‘gerustgesteld’ moet worden, als de internationale publieke opinie” (Le Monde, 13 april). Dat is wat men noemt massale psychologische afschrikking.
Het Midden-Oosten begint nog verder in de barbarij af te zinken. Niet alleen zijn de Verenigde Staten niet in staat geweest een consensus af te dwingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit, maar hun onmacht om de agressieve en provocerende politiek van Sharon te matigen heeft de politieke crisis opgedreven zowel in de bezette gebieden als in Israël zelf. Zo verscheuren de verschillende Israëlische politieke fracties elkaar steeds meer. Maar het is vooral aan Palestijnse kant dat de nederlaag het meest opzienbarend is, met de sterke opkomst van de Hamas, een buitengewoon achterlijke en radicaal anti-Israëlische Palestijnse fractie, die bovendien nog in de clinch ligt met de Fatah. Zo regelen de beide Palestijnse kampen hun conflicten met vuurwapens in de Gazastrook. Dit is een ware drukketel van 1.600.000 inwoners (de dichtste mensenconcentratie ter wereld) van wie 60% vluchteling is, die steeds verder in de ellende worden gedompeld door het stopzetten van de internationale hulp en de leegloperij veroorzaakt door de slagbomen en identiteitscontroles van het Israëlische leger die de bevolking belet om in Israël te gaan werken.
De bouw door de Israëlische staat van de ‘Apartheidsmuur’ op de Westelijke Oever kan de spanning alleen maar verder opdrijven en de opeengeperste, misprezen Palestijnse bevolking wordt steeds meer geronseld door islamistische groepen. Dit drijft hen tot een nog grotere radicalisering naar het terrorisme. Wanneer de muur af zal zijn, komen 38 dorpen met 49.400 Palestijnen in enclaves terecht en kome de 230.000 Palestijnse inwoners van Jeruzalem aan de andere Israëlische kant van de demarcatielijn terecht. Globaal genomen zal deze constructie uitlopen op het opsluiten van de bevolking in een serie van ‘bantoestans’ die van elkaar gescheiden blijven.

Het offensief van Iran, een blok aan het been van het Amerikaanse imperialisme

Sinds 2003 is de krachtmeting tussen Iran en de grootmachten rond de beschikking van Teheran over kernenergie de voorbije zomer toegenomen on nu tot een hoogtepunt te komen. Met het ultimatum dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties stelden en waarbij Iran werd aangemaand om vóór 28 april te stoppen met elke activiteit in verband met het verrijken van uranium en de weigering van dit land om zich daaraan te onderwerpen, zijn de diplomatieke spanningen verder toegespitst. In een internationale context waar de oorlogsgekte van de kapitalistische wereld doorlopend wordt uitgestald, en in een streek van de planeet waar dagelijkse moordpartijen hoogtij vieren, is de krachtmeting tussen de Iraanse staat en de Verenigde naties vol van gevaren. Er dreigt een nieuwe uitbreiding en verheviging van de barbarij.
Het spreekt voor zich dat Iran al het mogelijke doet om over kernwapens te kunnen beschikken, en dat al sinds 2000. Het gezwets van zijn leiders over het uitsluitend ‘vreedzaam’ en ‘burgerlijk’ gebruik van dit vermogen om kernenergie op te wekken zijn klinkklare leugens. Vroeger was het een bruggenhoofd van het Amerikaanse blok en vervolgens werd het verlaagd in rang tot een achterlijke figurant in de jaren na het regime van Khomeini. Het bloedde leeg op het vlak van mensenlevens en op economisch gebied door de oorlog tegen Irak in het midden van de jaren 1980 en herstelde zich geleidelijk aan in de loop van de jaren 1990. Het genoot de Russische militaire hulp en de verzwakking van Irak (zijn historische rivaal met betrekking tot de controle over de Perzische Golf) als gevolg van de Eerste Golfoorlog en de herhaalde aanvallen van de Verenigde Staten tegen Bagdad tot het definitief vernietigende Amerikaanse offensief van 2003. Momenteel wil Iran zich duidelijk opstellen als een regionale macht waarmee weer rekening moet worden gehouden. Zijn troeven zijn niet te veronachtzamen.
Dat komt tot uiting in uitdagender en misprijzender verklaringen van de Iraanse regeringsleiders tegenover de Verenigde Naties, en vooral tegenover de Verenigde Staten.
De Iraanse staat stelt zich voor als een sterke en stabiele staat, met het weer aan de macht komen van de meest reactionaire en islamistische fractie, terwijl rondom zich, in Irak en Afghanistan, de chaos heer en meester is. Deze toestand maakt het mogelijk een pro-Arabisch ideologisch offensief te voeren om zich op te werpen als het speerpunt van een ‘onafhankelijke’ pan-islamitische identiteit (in tegenstelling tot Saoedie-Arabië dat wordt voorgesteld als de slippendrager van de Verenigde Staten) via anti-Israëlische geklets en zijn openlijke oppositie tegen de Verenigde Staten van Amerika.
Het feit dat Washington maar niet in staat is om de pax americana te laten gelden in Irak en Afghanistan levert koren op de molen van deze anti-Amerikaanse propaganda. En het verleent geloofwaardigheid aan de Israëlische verklaringen dat de dreigingen van het Witte Huis flauwekul zijn.
De toestand in Irak zelf heeft de militaire aspiraties van Iran alleen maar kunnen aanwakkeren. Behalve de evidente mislukking van Bush, is er de aanwezigheid van een belangrijke sjiïtische overheersing in de bevolking en in de regering, zoals in Iran. Dat heeft de Iraanse imperialistische honger opgewekt door het perspectief op een grotere invloed zowel in dat land zelf als in de Perzische Golf.
Maar het zijn eveneens de patente meningsverschillen tussen de verschillende landen die in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn vertegenwoordigd, die door de Iraanse staat tot de laatste druppel wordt uitgemolken. Zo komt het dat, hoewel al deze landen verklaren zich te ‘verzetten’ tegen het perspectief van een Iran voorzien van kernwapens, vormt de openlijke verdeeldheid onder elkaar voor Teheran nog een reden om een hogere toon aan te slaan tegenover de eerste wereldmacht. Als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië reageren door te dreigen met een interventie, dan zien we Frankrijk daarentegen verklaringen afleggen tegen iedere militaire interventie in Iran. China en Rusland, zijn op hun beurt, net zoals Duitsland (dat nu tijdelijk toenadering zoekt tot Rusland), onverzettelijk tegen elke, zeker iedere militaire, vergeldingsmaatregel die aan Iran zou kunnen worden opgelegd. Deze beide landen, en Moskou op kop, leverden in het verleden materiaal aan Iran zodat het zijn kernarsenaal kon ontwikkelen.
Met een dergelijke toestand komt de regering Bush in de problemen. De Iraanse provocatie dwingt haar te reageren, bijvoorbeeld met welgerichte luchtbombardementen (op slecht geïdentificeerde doelwitten, dikwijls in het hart van de grote steden). Deze nieuwe fase in de oorlog in het Midden-Oosten kan het anti-oorlogsgevoel aanwakkeren dat zich ontwikkelt in de Amerikaanse bevolking die zich steeds meer keert tegen de oorlog in Irak.
Maar de Verenigde Staten zouden eveneens het hoofd moeten bieden aan een radicalisering van de Arabische landen en van alle islamistische groepen, zonder nog de golf van aanslagen mee te tellen waarmee Iran duidelijk herhaaldelijk heeft gedreigd.
Wat ook de uitkomst is van de ‘Iraanse crisis’, er valt niet aan te twijfelen dat deze zal uitlopen op een verergering van de oorlogsspanningen tussen de landen van het Midden-Oosten en de Verenigde staten. Maar ook tussen de eerste wereldmacht en haar rivalen die op een verkeerde stap van het Witte Huis zitten te wachten om er ‘punten tegen te scoren’ door het te brandmerken als oorlogsstoker. Wat het lot van de bevolking betreft die, net zoals anderen voor hen, gedecimeerd worden door de oorlog, dat is de allerlaatste bekommernis van deze imperialistische bandieten, kleine en grote.

Mulan / 25.04.2006

Geografisch: 

Recent en lopend: