40 jaar na de oprichting van de IKS: Welke balans en welke perspectieven?

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

“Het marxisme is een revolutionaire visie op de wereld, die moet zoeken naar nieuwe kennis, die niets zo zeer verafschuwt als de verstarring in eens geldende vormen — een visie, die het best haar levende kracht handhaaft temidden van het geestelijke wapengekletter van zelfkritiek en historische bliksem en donder.” (Een antikritiek: Wat de epigonen van de theorie van Marx hebben gemaakt; Rosa Luxemburg)

In de lente van 2015 heeft de IKS haar 21e Internationaal Congres gehouden. Deze gebeurtenis viel samen met het 40-jarig bestaan van onze organisatie. Om die reden hebben wij besloten om aan dit congres een speciaal karakter te geven met als centraal oogmerk het leggen van de basis voor een kritische balans van onze analyses en onze activiteiten tijdens de afgelopen vier decennia. De werkzaamheden van het congres waren gewijd aan een zo helder mogelijke identificatie van onze krachten en onze zwakheden, van wat waardevol is in onze analyses en van de vergissingen die wij gemaakt hebben. Het doel hiervan is onszelf zodanig te wapenen dat we onze zwakheden kunnen overstijgen.

Deze kritische balans ligt volkomen in de lijn van de voorzetting van de aanpak die het marxisme in de loop van de geschiedenis van de arbeidersbeweging altijd heeft gevolgd. Zo zijn Marx en Engels, trouw aan hun methode die tegelijkertijd historisch en zelfkritisch was, in staat geweest om te erkennen dat bepaalde delen van het Communistisch Manifest onjuist bleken of achterhaald waren door de historische ervaring. De bekwaamheid de eigen vergissingen te bekritiseren heeft de marxisten altijd in staat gesteld om een theoretische vooruitgang te verwezenlijken en te blijven bijdragen aan het revolutionaire perspectief van het proletariaat.

Net zoals Marx er in slaagde om de lessen te trekken uit de ervaringen van de Commune van Parijs en haar nederlaag, zo was de Italiaanse Communistische Linkerzijde in staat om de diepgaande nederlaag van het wereldproletariaat op het einde van de jaren 1920 te erkennen en een balans (1) op te maken van de revolutionaire golf van 1917-23 evenals van de programmatische standpunten van de Derde Internationale. Dankzij deze kritische balans kon er, ondanks de onjuistheden die zij bevatte, een theoretische vooruitgang van onschatbare waarde worden gerealiseerd: zowel op het vlak van de analyse van de periode van contrarevolutie als op het vlak van het begrijpen van de rol en de taken van een fractie in een proletarische partij, die aan het ontaarden was. Zo fungeerde ze als een brug naar de toekomstige partij toen de voorgaande door de burgerij was ingepalmd.

Dit uitzonderlijke congres van de IKS werd gehouden in de context van onze laatste interne crisis welke het jaar daarvoor aanleiding had gegeven tot een buitengewone internationale conferentie. (2) De delegaties hebben dit congres met de grootste ernst voorbereid en deelgenomen aan de discussies met een helder begrip van wat er op het spel staat en van de noodzaak voor alle generaties militanten om zich in te zetten voor een kritische balans van 40 jaar bestaan van de IKS. Dit congres en de voorbereidende teksten hebben de militanten (en voornamelijk de jongeren), die nog geen lid waren van de IKS toen deze werd opgericht, in staat gesteld om te leren uit de ervaring van de IKS en actief deel te nemen aan het werk van het congres door actief stelling te nemen in de debatten.

De kritische balans van onze analyse van de internationale situatie

De oprichting van de IKS manifesteerde het einde van de contrarevolutie en van de historische heropleving van de klassestrijd, welke in het bijzonder werd belichaamd door de beweging van Mei 1968 in Frankrijk. De IKS is de enige organisatie van het Linkscommunisme die deze gebeurtenis heeft geanalyseerd in het kader van de terugkeer van de openlijke crisis van het kapitalisme, die dateert van 1967. Aan het einde van de “30 glorieuze jaren” en de bewapeningswedloop van de  Koude Oorlog, werd opnieuw het alternatief gesteld “wereldoorlog of ontwikkeling van de proletarische strijd”. Mei 1968 en de golf van arbeidersstrijd, die zich op wereldvlak ontwikkelde, markeerden het begin van een nieuwe historische koers. Na 40 jaar contrarevolutie richtte het proletariaat haar hoofd weer op en liet het zien niet bereid te zijn om zich, achter de verdediging van de nationale vlaggen, te laten rekruteren voor een derde wereldoorlog,.

Het congres heeft duidelijk gemaakt dat ons analysekader over de historische koers is bevestigd door de oprichting en de ontwikkeling van een nieuwe internationale en internationalistische revolutionaire organisatie. Gewapend met dit concept (evenals met de analyse dat het kapitalisme, met de uitbarsting van de Eerste Wereldoorlog, zijn historische periode van neergang was ingegaan), is de IKS in haar hele bestaan doorgegaan de internationale situatie te analyseren op drie vlakken – de evolutie van de economische crisis, de klassenstrijd en de imperialistische conflicten – om aan de ene kant niet te vervallen in het empirisme en daar, aan de andere kant, oriëntaties voor haar activiteit uit af te leiden. Desalniettemin heeft het congres zich er op toegelegd om op de helderst mogelijke wijze de vergissingen te onderzoeken die wij hebben begaan in een aantal van onze analyses, met als doel de oorsprong ervan te achterhalen en ons analysekader te versterken.

Op basis van het voorgestelde rapport over de analyse van de klassestrijd sinds 1968 heeft het congres benadrukt dat – wat wij noemen – het “immediatisme” één van de belangrijkste zwakheden is geweest van de IKS sinds haar ontstaan. Dit is een politieke benadering, die gekenmerkt wordt door ongeduld en die zich richt op de onmiddellijke gebeurtenissen ten koste van een brede historische visie, van het perspectief, waarin deze gebeurtenissen hun plaatsvinden. Alhoewel wij terecht hadden vastgesteld dat de heropleving van de klassestrijd, aan het einde van de jaren 1960, een nieuwe historische koers had aangetoond, was de karakterisering van deze historische koers, als “een koers naar de revolutie”, verkeerd en hebben wij deze moeten corrigeren en vervangen door de uitdrukking “een koers naar klassebotsingen”. Maar deze meer geschikte formulering heeft, omdat ze enigszins vaag was, een schematische en rechtlijnige visie van de dynamiek van de klassestrijd toch niet uit kunnen sluiten. Dit leidde in onze organisatie tot een zekere aarzeling om de moeilijkheden, de nederlagen en de periodes van terugval van het proletariaat te herkennen.

Het feit dat de bourgeoisie er niet in slaagde de arbeidersklasse van de centrale industrielanden te rekruteren voor een derde wereldoorlog, betekende niet dat de opeenvolgende strijdgolven tot 1989 zich op een mechanische en onomkeerbare wijze voortzetten tot aan het begin van een revolutionaire periode. Het congres heeft er de aandacht op gevestigd dat de IKS het gewicht van de breuk in de historische continuïteit met de arbeidersbeweging uit het verleden heeft onderschat. Ook heeft ze niet goed ingeschat welk een ideologische impact 40 jaar contrarevolutie op de arbeidersklasse heeft gehad; een impact die  met name tot uitdrukking komt in een wantrouwen, ja zelfs een afwijzing van communistische organisaties.

Het congres heeft ook gewezen op een andere zwakheid van de IKS in haar analyses van de krachtsverhouding tussen de klassen: de tendens om het proletariaat voortdurend, in elke strijdbeweging, “in het offensief” te zien, terwijl deze laatste tot op heden enkel maar strijd heeft gevoerd voor de verdediging van zijn onmiddellijke economische belangen (hoe belangrijk en betekenisvol die ook moge zijn), zonder dat ze erin slaagde om daar een politieke dimensie aan te geven.

De werkzaamheden van het congres hebben ons in staat gesteld om vast te stellen dat aan deze moeilijkheden in de analyse van de evolutie van de klassestrijd een verkeerde visie ten grondslag ligt over de werking van de kapitalistische productiewijze. We hadden de tendens om uit het oog te verliezen dat het kapitaal eerst en vooral een maatschappelijke verhouding is. Een en ander betekent dat de bourgeoisie, bij de uitvoering van haar economische politiek en haar aanvallen op het proletariaat, verplicht is om rekening te houden met de klassestrijd. Het congres heeft ook benadrukt dat de IKS, in de uitleg van het verval van het kapitalisme, de theorie van Rosa Luxemburg onvoldoende beheerst. Om zijn accumulatie verder te kunnen verder zetten, heeft het kapitalisme, volgens Rosa Luxemburg, behoefte aan afzetmarkten in extra-kapitalistische sectoren. De stelselmatige verdwijning van deze sectoren veroordeelt het kapitalisme tot toenemende stuiptrekkingen.

Deze analyse is opgenomen in ons platform (zelfs indien een minderheid van onze kameraden zich voor de verklaring van het verval baseert op een andere analyse: die van de tendentiële daling van de winstvoet). Dit gebrek aan beheersing door de IKS van de theorie van Rosa Luxemburg (ontwikkeld in haar boek “De accumulatie van het kapitaal”), werd weerspiegeld in een “catastrofistische”, zelfs apocalyptische visie van de ineenstorting van de wereldeconomie. Het congres heeft vastgesteld dat de IKS, in haar hele bestaan, het ritme van de versnelling van de economische crisis steeds weer heeft overschat. Maar de laatste jaren, en vooral sedert de vastgoedcrisis, bestond er in onze analyses een onderliggend idee dat het kapitalisme uit zichzelf in elkaar zou kunnen storten. De bourgeoisie zou in een “impasse” verkeren en al haar lapmiddelen, die haar in staat stelden om het leven van haar systeem kunstmatig te rekken, hebben opgebruikt.

Deze ‘catastrofistische’ visie is voor het grootste deel te wijten aan een gebrek aan uitdieping van onze analyse van het staatskapitalisme, aan een onderschatting van de capaciteiten van de bourgeoisie, die wij nochtans al lang geleden hadden geïdentificeerd: het feit dat zij in staat is om de lessen te trekken uit de crisis van de jaren 1930 en het bankroet van haar systeem te begeleiden met diverse manipulaties, gesjoemel met de waardewet, en met een voortdurende staatstussenkomst in de economie. Deze visie is eveneens toe te schrijven aan een reductionistisch en schematisch begrip van de economische theorie van Rosa Luxemburg, met name het foutieve idee dat het kapitalisme, sinds 1914 of in de jaren 1960, al zijn expansiemogelijkheden zou hebben opgebruikt. In werkelijkheid berust de eigenlijke crisis van het kapitalisme, zoals Rosa Luxemburg het bedrukte, op het feit dat hij de maatschappij onderwerpt aan een neergang, aan een lange doodsstrijd en de mensheid onderdompelt in een toenemende barbarij.

Deze misvatting, om iedere expansiemogelijkheid van het kapitalisme in zijn vervalperiode te ontkennen, vormt de verklaring voor de moeilijkheden die de IKS had om de duizelingwekkende groei en ontwikkeling van China (en andere perifere landen) te begrijpen, in de periode na de ineenstorting van het Oostblok. Alhoewel deze industriële opleving onze analyse van het neergang van het kapitalisme niet echt in vraag stelt (3), is de visie dat er in de vervalperiode geen enkele ontwikkelingsmogelijkheid voor Derde Wereldlanden meer zou bestaan, niet bewaarheid geworden. Deze dwaling, die door het congres werd aangekaart, heeft ons ertoe gebracht niet in te zien dat het bankroet van het oude autarkische model van de stalinistische landen afzetmarkten, die tot dan toe bevroren waren, kon openleggen voor kapitalistische investeringen (4) (waarbij inbegrepen de integratie in het systeem van de loonarbeid van een enorme massa arbeiders, die tot dan toe leefden buiten de directe kapitalistische maatschappelijke verhoudingen en die waren onderworpen aan een meedogenloze over-uitbuiting).

Wat betreft het vraagstuk van de imperialistische spanningen heeft het congres benadrukt dat de IKS over het algemeen een zeer solide analysekader heeft ontwikkeld, zowel betreffende het tijdperk van de Koude Oorlog tussen de twee rivaliserende blokken als betreffende de periode na de ineenstorting van de USSR en de stalinistische regimes. Onze analyse van het militarisme, van de ontbinding van het kapitalisme en van de crisis in de Oostbloklanden heeft ons in staat gesteld om de barsten te zien die uiteindelijk leidden tot de ineenstorting van het Oostblok. De IKS was ook de eerste organisatie die de ineenstorting had voorzien van de twee blokken, het ene geleid door de USSR en het andere door de VS. Ze voorzag ook als eerste de neergang van de Amerikaanse opperheerschappij, de ontwikkeling van het “ieder voor zich” op imperialistisch vlak en het einde van de discipline van de militaire blokken (5).

De IKS is in staat geweest om op een correcte manier de dynamiek van de imperialistische spanningen te begrijpen, omdat ze de spectaculaire ineenstorting van het Oostblok en de stalinistische regimes wist te analyseren als de voornaamste manifestatie van het begin van de laatste fase van het kapitalisme in verval: die van de ontbinding. Dit analysekader was de laatste bijdrage, die onze kameraad MC (6) aan de IKS heeft nagelaten om haar in staat te stellen het hoofd te bieden aan een nog nooit vertoonde en bijzonder moeilijke historische situatie. De geldigheid van dit analysekader wordt al meer dan 20 jaar alleen maar bevestigd, onder meer door de groei van het fanatisme en van het religieus fundamentalisme, van de ontwikkeling van het terrorisme en het nihilisme, de toename van de gewapende conflicten en hun steeds barbaarser karakter, het heroplaaien van pogroms (en, over het algemeen, de tendens tot het zoeken van “zondebokken”).

Ofschoon de IKS heeft begrepen hoe de heersende klasse de ineenstorting van het Oostblok en van het stalinisme heeft weten uit te buiten en hoe ze deze manifestaties van de ontbinding van haar systeem heeft gebruikt tegen de arbeidersklasse, in het bijzonder door de ontketening van haar campagnes over het “bankroet van het communisme”, hebben wij de diepte van hun impact daarvan op het bewustzijn van de arbeidersklasse en op de ontwikkeling van haar strijd toch ruimschoots onderschat.

We hebben niet goed ingeschat hoezeer de funeste atmosfeer van de sociale ontbinding (evenals de de-industrialisatie en de politiek van de de-localisering in bepaalde landen) bijdraagt tot het ondermijnen van het zelfvertrouwen, de solidariteit van het proletariaat en zijn verlies aan klasse-identiteit versterkt. Door de onderschatting van de moeilijkheden van de nieuwe periode, die begon met de ineenstorting van het Oostblok, heeft de IKS de illusie gekoesterd dat de verergering van de economische crisis noodzakelijkerwijs, op mechanische wijze, “strijdgolven” zou uitlokken, met dezelfde kenmerken en op dezelfde leest geschoeid als die van de jaren 1970-1980. En ook al hadden wij alle reden om de beweging tegen de CPE (startbanencontract) in Frankrijk en de Indignados in Spanje te begroeten, toch hebben wij met name de enorme moeilijkheden onderschat waarmee de jonge generatie van de arbeidersklasse vandaag worstelt om een perspectief voor haar strijd te ontwikkelen (voornamelijk het gewicht van de democratische illusies, de schrik voor en de afwijzing van het woord ‘communisme’, het feit dat de jonge generatie niet heeft kunnen profiteren van de levende ervaring van de arbeiders, die op dit moment gepensioneerd zijn, maar hebben deelgenomen aan de klassengevechten in de jaren 1970 en 1980). Deze moeilijkheden tasten niet enkel de arbeidersklasse in haar geheel aan, maar ook de jonge elementen die op zoek zijn en zich proberen in te zetten voor een politieke activiteit.

Het isolement en de verwaarloosbare invloed van de IKS (net als die van alle historische groepen die zijn voortgekomen uit de Communistische Linkerzijde) op de arbeidersklasse in de laatste vier decennia, en in het bijzonder sedert 1989, laat zien dat de proletarische wereldrevolutie nog veraf is. Ten tijde van haar oprichting kon de IKS zich niet indenken dat de arbeidersklasse het kapitalisme, 40 jaar later, nog niet zou hebben omvergeworpen. Dat betekent geenszins dat het marxisme zich heeft vergist en dat dit systeem eeuwigdurend is. De voornaamste vergissing die wij hebben begaan, is het onderschatten van het trage ritme van de acute crisis van het kapitalisme, zoals die opdook aan het einde van de periode van heropbouw na de Tweede Wereldoorlog. Zo ook hebben we de capaciteiten van de heersende klasse onderschat om de historische ineenstorting van de kapitalistische productiewijze af te remmen en te voorkomen.

Verder heeft het congres belicht dat de IKS, door onze laatste interne crisis (en de lessen die wij daaruit hebben getrokken), een begin heeft kunnen maken met het opnieuw verwerven van een fundamentele eigenschap van de arbeidersbeweging, zoals dat door Engels was benadrukt. De strijd van het proletariaat bevat drie dimensies: een economische, een politieke en een theoretische dimensie. Het is deze theoretische dimensie, die het proletariaat zal moeten ontwikkelen in zijn toekomstige strijd om in staat te zijn zijn klasse-identiteit terug te kunnen vinden, om weerstand te bieden aan het gewicht van de sociale ontbinding en zijn eigen perspectief van de omvorming van de maatschappij naar voren te brengen. Zoals Rosa Luxemburg stelde, is de proletarische revolutie vóór alles een brede “culturele beweging”, want de communistische maatschappij heeft niet enkel tot doel de bevrediging van de noodzakelijke materiële behoeften maar ook de sociale, intellectuele en morele behoeften.

Uitgaande van deze lacune in ons begrip van de proletarische strijd (die een ‘economistische’ en vulgair materialisme tendens aan het licht bracht), hebben wij niet alleen de aard van onze laatste crisis kunnen vaststellen maar ons ook gerealiseerd dat deze  “intellectuele en morele” crisis, die wij al onderzocht hadden tijdens onze Buitengewone Conferentie in 2014 (7), in feite al meer dan 30 jaar duurt. En dat komt omdat de IKS gebukt is gegaan onder een gebrek aan overdenking en diepgaande discussies over de wortels van alle organisatorisch moeilijkheden, waarmee wij al sinds onze oprichting, en voornamelijk sedert de jaren 1980, geconfronteerd worden.

De rol van de IKS als een ‘soort fractie’

Om een kritische balans op te kunnen maken van het 40 jarig bestaan van de IKS, heeft het 21e Congres de discussie over het algemene activiteitenrapport in het centrum gesteld van haar werkzaamheden, evenals een rapport over de rol van de IKS “als een fractie”. Onze organisatie heeft nooit de pretentie gehad om een partij te zijn (en nog minder DE wereldpartij van het proletariaat).

Zoals onze oprichtingsteksten onderstreepten: “De inspanning van onze stroming om zich op te werpen als hergroeperingspool rond de klasse-standpunten past in het kader van een proces dat gaat in de richting van de vorming van de partij op een moment van intense en veralgemeende strijd. Wij pretenderen niet een “partij” te zijn” (Internationale Revue nr. 1, Balans van de Internationale Conferentie voor de oprichting van de IKS). De IKS heeft nog een taak te vervullen die talrijke gelijkenissen vertoont met die van een fractie, zelfs als zijzelf geen fractie is.

De IKS niet voortgekomen uit een bestaande organisatie, maar ontstaan na een organische breuk met de communistische organisaties van het verleden. Er bestaat dus geen organisatorische continuïteit met een bepaalde groep of met een partij. De enige kameraad (MC), die deel uitmaakte van een fractie van de arbeidersbeweging die voortkwam uit de IIIe Internationale, kon niet de continuïteit van de groep vertegenwoordigen, maar was wel de “levende band” met het verleden van de arbeidersklasse. Aangezien de IKS niet geworteld is of voortkomt uit een partij die ontaard is, die de proletarische beginselen heeft verraden en die overgegaan is naar het kamp van het kapitaal, is ze niet opgericht in de context van een strijd tegen de ontaarding ervan. De voornaamste taak van de IKS was, gezien de breuk in de organische continuïteit en de diepgang van de 40 jaar contrarevolutie, eerst en vooral het zich opnieuw toe-eigenen van de standpunten van de groepen van de Communistische Linkerzijde, die haar zijn voorafgegaan.

De IKS moest zich dus als het ware vanaf het “nulpunt” op internationale schaal vormen en ontwikkelen. Deze nieuwe internationale organisatie moest “al doende” leren in een nieuwe historische context en met een generatie van jonge onervaren militanten, welke voortkwam uit de studentenbeweging van Mei 1968 en die sterk getekend was door het gewicht van de kleinburgerij, van het immediatisme, van de sfeer van het “generatieconflict” alsmede van de schrik voor het stalinisme die, met name in het begin, tot uiting kwam in een wantrouwen tegenover centralisatie.

Vanaf haar oprichting heeft de IKS zich de ervaring toegeëigend van de organisaties van de arbeidersbeweging uit het verleden (voornamelijk van de Bond der Communisten, van de IAA [Eerste Internationale], van Bilan [tijdschrift van de Italiaanse Linkscommunisten in ballingschap], van de GCF [Gauche Communiste de France]) door zich te voorzien van Statuten en van functioneringsprincipes, welke een integraal deel uitmaken van haar platform. Maar in tegenstelling tot de organisaties uit het verleden, beschouwde de IKS zich niet als een federalistische organisatie, samengesteld op basis een som van nationale afdelingen, die elk hun specifieke lokale kenmerken hebben. Ze vormde zich vanaf het begin als één internationale en gecentraliseerde organisatie, en beschouwde zich als een hecht internationaal lichaam. Haar principes op het vlak van de centralisatie vormden een waarborg voor deze eenheid van de organisatie.

Terwijl het voor Bilan en de GCF – gezien de omstandigheden van de contrarevolutie – onmogelijk was om te groeien en een organisatie in meerdere landen te vormen, heeft de IKS de taak op zich genomen om een internationale organisatie op te boutwn op basis van solide basisstandpunten (…) Als uiting van de nieuwe geopende historische koers naar klassenbotsingen (…) was de IKS, vanaf het begin, internationaal en gecentraliseerd, terwijl de andere organisaties van de Communistische Linkerzijde zich allemaal beperkten tot één of twee landen”. (Rapport over de rol van de IKS als “fractie”).

Ondanks de verschillen met Bilan en de GCF, heeft het congres benadrukt dat de IKS een gelijkaardige rol heeft te vervullen als een fractie: namelijk een brug te slaan tussen het verleden (na een periode van onderbreking) en de toekomst. “De IKS definieert zichzelf noch als een partij, noch als een “mini-partij”, maar als een “soort fractie” ”(Rapport over de rol van de IKS als “fractie”).

De IKS moet een referentiepool zijn van internationale hergroepering en van de overdracht van de lessen van de arbeidersbeweging uit het verleden. Ze moet waken voor iedere vorm van dogmatisme en weten hoe ze, als dat nodig is, verkeerde of verouderde standpunten moet bekritiseren om ze te overstijgen en voort te gaan het marxisme levend te houden.

Het zich opnieuw toeëigenen van de standpunten van de Communistische Linkerzijde was relatief snel gedaan in de IKS, zelfs al werd de assimilatie ervan vanaf het begin gekenmerkt door een grote heterogeniteit. “Toeëigening betekende niet dat wij eens en voor altijd tot helderheid waren gekomen en de waarheid in pacht hadden, dat ons platform als het ware ‘onveranderlijk’ was geworden.  (…) Na een en intensief debat heeft de IKS haar platform in het begin van de jaren 1980 aangepast.” (Idem) Op grond van deze toeëigening heeft de IKS theoretische uitwerkingen kunnen maken, vertrekkend van de analyse van de internationale situatie (zoals de kritiek op de theorie van de “zwakke schakel” van Lenin, na de nederlaag van de massastaking in Polen in 1980 (8), en de analyse van de ontbinding als de ultieme fase van het verval van het kapitalisme, die de ineenstorting van de USSR aankondigde) (9).

Vanaf het begin heeft de IKS de aanpak van Bilan en de GCF overgenomen. Deze hebben doorheen hun hele bestaan aangedrongen op de noodzaak van een internationaal debat (zelfs in omstandigheden van repressie, fascisme en oorlog) en polemieken met elkaar aan te gaan over principiële vraagstukken met als oogmerk de standpunten van de verschillende groepen te verhelderen. Onmiddellijk na de oprichting van de IKS, in januari 1975, hebben wij deze methode overgenomen in de vorm van talrijke openbare en polemische debatten, niet zozeer om een overhaaste hergroepering tot stand te brengen maar om de verheldering te begunstigen.

Vanaf het begin van haar bestaan heeft de IKS altijd het idee verdedigd dat er een “politiek proletarisch milieu” bestaat, dat afgegrensd wordt door beginselen en ze heeft zich ervoor ingezet om een dynamische rol te spelen het proces van verheldering in dit milieu.

De politieke koers van de Communistische Linkerzijde werd van meet af aan gekenmerkt door een voortdurende strijd ter verdediging van de beginselen van de arbeidersbeweging en van het marxisme. In haar hele bestaan is dit ook een voortdurende bekommernis van de IKS geweest, of het nu ging om polemische debatten naar buiten toe of om de politieke strijd die wij intern hebben moeten voeren, in het bijzonder in perioden van crisis.

Bilan en de GCF waren ervan overtuigd dat het ook hun taak was om “kaders te vormen”. Maar ook al is dit begrip “kaders” erg discutabel en kan ze aanleiding geven tot verwarring, toch was hun voornaamste bezorgdheid volkomen geldig: het ging om de vorming van een toekomstige generatie van militanten, door hen de lessen over te dragen van de historische ervaring opdat die de toorts zou kunnen overnemen en het werk van de vorige generatie zou kunnen voortzetten.

De fracties uit het verleden zijn niet alleen verdwenen door van het gewicht van de contrarevolutie. Hun foutieve analyses van de historische situatie hebben eveneens bijgedragen tot hun verdwijning.

De GCF heeft zich opgeheven na een analyse over een dreigende uitbarsting van een derde wereldoorlog, een analyse die niet bewaarheid werd. De IKS is de langst bestaande internationale organisatie in de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Ze bestaat nog altijd, 40 jaar na haar oprichting. Wij zijn niet weggevaagd door onze verschillende crises. Ondanks het verlies van talrijke militanten, is de IKS erin geslaagd om het merendeel van de afdelingen, die aan de basis van haar oprichting stonden, in stand te houden en nieuwe afdelingen op te richten, waardoor we onze pers kunnen verspreiden in meer talen, in meer landen en over meer continenten.

Desalniettemin heeft het congres op een heldere manier aangetoond dat de IKS nog altijd gebukt gaat onder de last van de historische omstandigheden van haar oprichting. Vanwege deze ongunstige historische omstandigheden was er in onze organisatie na 1968 sprake van een “verloren” generatie en een “ontbrekende” generatie (door de jarenlange impact van de anti-communistische campagnes na de ineenstorting van het Oostblok). Dit gegeven vormde een handicap om de organisatie op lange termijn te consolideren. Onze moeilijkheden zijn nog verergerd door het gewicht van de ontbinding, die de maatschappij in haar geheel treft, de arbeidersklasse en haar revolutionaire organisaties inbegrepen.

Bilan en de GCF waren in staat om de strijd aan te gaan “tegen de stroom” in. Om haar rol te kunnen vervullen als brug tussen het verleden en de toekomst, moet de IKS vandaag diezelfde strijdgeest ontwikkelen, beseffend dat ook wij ook “tegen de stroom” in roeien, geïsoleerd en afgesneden zijn van het geheel van de arbeidersklasse (net zoals de andere organisaties van de Communistische Linkerzijde). Zelfs indien wij ons niet meer in een contrarevolutionaire periode bevinden, wordt dit isolement nog versterkt door de toestand die werd ingeluid met de ineenstorting van het Oostblok en de zeer grote moeilijkheden van het proletariaat om zijn revolutionaire klasse-identiteit en perspectief terug te vinden (evenals de burgerlijke campagnes om de Communistische Linkerzijde in een verdacht daglicht te stellen). “De brug waar wij aan moeten bijdragen zal er een zijn die reikt over de “verloren” generatie van 1968 en over de woestijn van de ontbinding naar de nieuwe generaties.” (Idem).

De debatten van het congres hebben onderstreept dat de IKS in de loop van de tijd (en in het bijzonder sinds het overlijden van onze kameraad MC, dat korte tijd na de ineenstorting van het stalinisme plaatsvond), grotendeels uit het oog heeft verloren dat zij het werk van de fracties van de Communistische Linkerzijde moet voortzetten. Dat uitte zich in een onderschatting van de theoretische verdieping (dat niet moet overgelaten worden aan enkele specialisten) als onze voornaamste taak (10) en dat de opbouw van de organisatie door de vorming van nieuwe militanten gebeurt via de overdracht van de cultuur van de theorie. Het congres heeft vastgesteld dat de IKS er, in de loop van de afgelopen 25 jaar, niet in geslaagd is de methode van de Fractie aan deze nieuwe kameraden over te dragen. In plaats van hen de methode van de langdurige opbouw van een gecentraliseerde organisatie, neigden wij ertoe hen de visie over te dragen van de IKS als een “mini-partij” (11), wier belangrijkste taak het is om tussen te komen in de onmiddellijke strijd van de arbeidersklasse.

In de periode van de oprichting van de IKS, rustte er een onmetelijke verantwoordelijkheid op de schouders van MC, daar hij de enige kameraad was die de methode van het marxisme, de opbouw van de organisatie, en de onverzettelijke verdediging van haar beginselen kon overdragen aan de nieuwe generatie. Vandaag zijn er binnen van de organisatie veel meer ervaren militanten (die tevens aanwezig waren bij de oprichting van de IKS), maar het gevaar van een “organische breuk” bestaat nog steeds door de moeilijkheden die we hebben om dat werk van overdracht te doen.

In feite zijn de omstandigheden, die voorafgingen aan de oprichting van de IKS, een enorme handicap geweest voor de opbouw van de organisatie op lange termijn. De stalinistische contrarevolutie is de langste en diepste geweest in de hele geschiedenis van de arbeidersbeweging. Nooit tevoren, sedert de Bond der Communisten, was er een dergelijke discontinuïteit, zo’n grote organische breuk tussen de generaties van militanten. Er heeft altijd een levende band bestaan van de ene organisatie naar de andere en het werk van overdracht van de ervaring heeft nooit gerust op de schouders van één individu. De IKS is de enige organisatie die deze totaal nieuwe situatie heeft gekend.

Deze organische breuk, die zich uitstrekte over enkele tientallen jaren, vormde een zwakheid die zeer moeilijk te overstijgen was en die nog verergerd werd door de weerzin van de jonge generatie van 1968 om te willen “leren” van de ervaring van de voorgaande generatie. Het gewicht van de ideologieën van de revolterende kleinburgerij, van het contesterende studentenmilieu, dat doortrokken was van het “generatieconflict” (doordat de voorafgaande generatie juist het dieptepunt van de contrarevolutie had meegemaakt), heeft het gewicht van deze organische breuk met de levende ervaring van de arbeidersbeweging nog versterkt.

Het is overduidelijk dat het overlijden van MC, aan het begin van de fase van ontbinding van het kapitalisme, de moeilijkheden van de IKS om haar inherente zwakheden te overstijgen alleen maar kon doen toenemen.

Het verlies van de afdeling van de IKS in Turkije is de duidelijkste manifestatie geweest van onze moeilijkheden om de methode van de Fractie over te dragen aan jonge militanten. Het congres heeft een zeer strenge kritiek geformuleerd van onze fout, die erin bestond om deze ex-kameraden op een voorbarige en overhaaste manier te integreren, terwijl zij de statuten en de organisatorische beginselen van de IKS echt niet hadden begrepen (en een zeer sterke lokalistische tendens tentoon spreidden, die zich uitdrukte in de opvatting van de organisatie als een som van “nationale” afdelingen en niet als een eensgezind en gecentraliseerd lichaam op internationale vlak).

Het congres heeft eveneens benadrukt dat het gewicht van de kringgeest (en de clandynamiek) (12), die deel uitmaakt van de interne zwakheden van de IKS, een voortdurende hinderpaal is geweest voor haar werk van assimilatie en overdracht van de lessen uit het verleden aan de nieuwe kameraden.

Sinds haar oprichting zijn de historische omstandigheden, die de IKS heeft doorgemaakt, veranderd. In de eerste jaren van ons bestaan konden wij tussenkomen in een arbeidersklasse die bezig was een belangrijke strijd te leveren. Vandaag, na 25 jaar van quasi-stagnatie van de klassestrijd op internationaal vlak, moet de IKS zich wijden aan een taak die erg lijkt op die van Bilan in zijn tijd: het begrijpen waarom de arbeidersklasse er nog niet in geslaagd is om haar revolutionaire vooruitzicht te hervinden, bijna een halve eeuw na de historische heropleving van de klassestrijd, die begon aan het einde van de jaren 1960.

Het feit dat wij vandaag praktisch de enigen zijn om de kolossale problemen te onderzoeken kan de uitkomsten negatief beïnvloeden, maar niet de noodzaak van een oplossing” (Bilan nr. 22, september 1935, "Projet de résolution sur les problèmes des liaisons internationales").

Dit werk moet niet enkel gaan over de problemen die wij vandaag moeten oplossen zodat wij onze tactiek uit kunnen stippelen, maar ook over de problemen die zich morgen zullen stellen met betrekking tot de dictatuur van het proletariaat” (Internationalisme nr. 1, januari 1945, Résolution sur les tâches politiques").

De noodzaak van een politieke “renaissance”

De debatten over de kritische balans van het 40-jarig bestaan van de IKS hebben ons verplicht een inschatting te maken van het gevaar van verkalking en ontaarding, die de revolutionaire organisaties altijd bedreigd hebben. Geen enkele organisatie is ooit immuun geweest voor dit gevaar. De SPD (Socialistische Partij Duitsland) werd zo aangevreten door het opportunisme dat ze de grondbeginselen van het Marxisme totaal in vraag stelde. Dit vloeide grotendeels voort uit het feit dat ze al het theoretische werk had opgegeven ten voordele van de onmiddellijke taken, die erop gericht waren om, via successen bij de verkiezingen, invloed te winnen binnen de arbeidersmassa’s.

Maar het proces van ontaarding van de SPD was al veel eerder begonnen, al voor het opgeven van de theoretische taken. Het had een aanvang genomen met de geleidelijke vernietiging van de solidariteit onder de militanten. Door de afschaffing van de anti-socialistenwetten (1878-1890) en de legalisering van de SPD, was de solidariteit onder de militanten, die in de loop van de voorafgaande periode een vereiste was, niet langer een evidentie: ze liepen niet langer het risico onderworpen te worden aan repressie en aan clandestiniteit. Deze vernietiging van de solidariteit (dank zij de ‘comfortabele’ omstandigheden van de burgerlijke democratie) zette de deur open naar een toenemend moreel verval binnen de SPD. Nochtans was de SPD, als partij, het lichtend voorbeeld van de internationale arbeidersbeweging.

Dit verval kwam onder meer tot uiting in de verspreiding van de meest weerzinwekkende roddel, welke Rosa Luxemburg tot mikpunt had, de meest onverzettelijke vertegenwoordigster van de linkervleugel (13). Het is dit geheel van factoren (en niet alleen maar het opportunisme en het reformisme) die de kraan openzette voor een lang proces van interne neergang, tot de ineenstorting van de SPD in 1914 (14). De IKS heeft het vraagstuk van de morele beginselen lange tijd aangesneden vanuit een empirisch, praktisch oogpunt, met name tijdens de crisis van 1981 toen wij voor het eerst geconfronteerd werden met het schofterige gedrag van de tendens Chénier, toen die ons materiaal stal (15).

De IKS wist dit vraagstuk vanuit theoretisch gezichtspunt niet te beantwoorden. Dit kwam in wezen door het feit dat er bij de oprichting van de IKS een afkeer en zekere ‘fobie’ bestond ten aanzien van de term ‘moraal’. De jonge generatie, die voortkwam uit de beweging van Mei 1968, wilde (in tegenstelling tot MC) niet dat het woord ‘moraal’ in de statuten van de IKS zou worden opgenomen (terwijl het idee van een proletarische moraal aanwezig was in de statuten van de GCF). Deze afkeer van de ‘moraal’ was nog een uiting van de ideologie en kleinburgerlijke studentikoze benaderingswijze van toen.

Pas tijdens de crisis van 2001, bij de herhaling van het schofterige gedrag door voormalige militanten, die de IFIKS zouden gaan vormen, heeft de IKS de noodzaak begrepen om zich de verworvenheden van het marxisme omtrent het vraagstuk van de moraal theoretisch opnieuw toe te eigenen. Het heeft enkele tientallen jaren geduurd vooraleer wij ons begonnen te realiseren dat het nodig was om die lacune op te vullen. En uitgaande van onze laatste crisis is de IKS een proces van overdenking begonnen om beter te bevatten wat Rosa Luxemburg bedoelde toen ze stelde dat “de partij van het proletariaat het morele geweten is van de revolutie”.

Dit vraagstuk is door de arbeidersbeweging als geheel verwaarloosd. Het debat ten tijde van de Tweede Internationale is nooit voldoende ontwikkeld (met name omtrent het boek van Kautsky “Ethiek en de Materialistische Geschiedenisopvatting”) en het moreel verderf was een beslissend factor in haar ontaarding. Ook al hadden de groepen van de Communistische Linkerzijde de moed om de morele proletarische beginselen in de  praktijk te verdedigen, toch hebben noch Bilan noch de GCF dit vraagstuk op een theoretische wijze opgenomen. De moeilijkheden van de IKS op dit vlak moeten worden gezien in het licht van de tekortkomingen van de hele revolutionaire beweging, zoals die zich in de loop van de 20e eeuw ontwikkelde.

Vandaag wordt het gevaar van het moreel verval van de revolutionaire organisaties nog verergerd door de atmosfeer van de verrotting en de barbaarsheid van de kapitalistische maatschappij. Dit vraagstuk gaat niet alleen de IKS aan, maar ook alle andere groepen van de Communistische Linkerzijde.

Na onze laatste Buitengewone Conferentie, die gewijd was aan de identificatie van de morele dimensie van de crisis van de IKS, heeft het congres zich ten doel gesteld de intellectuele dimensie ervan te bediscussiëren. Tijdens haar hele bestaan heeft de IKS voortdurend moeilijkheden vastgesteld met betrekking tot de verdieping van theoretische vraagstukken.

De tendens om uit het oog te verliezen welke rol onze organisatie moet spelen in de huidige historische situatie, het immediatisme in onze analyses, de activistische en arbeideristische tendensen in onze tussenkomst, het misprijzen van het theoretisch werk en van de zoektocht naar de waarheid vormden de voedingsbodem voor de ontwikkeling van deze crisis. Onze steeds weerkerende onderschatting van de theoretische uitwerking (en in het bijzonder omtrent de organisatorische vraagstukken) vindt zijn bron in de oorsprong van de IKS: de impact van de studentenrevolte met haar academistisch bestanddeel (van kleinburgerlijke aard), waartegenover zich een activistische “arbeideristische” tendens (van ultra-linkse aard) opwierp, die de correctie afwijzing van academisme verwarde met een misprijzen van de theorie.

En dit alles gebeurde in een atmosfeer van kinderachtige contestatie van de “autoriteit” (vertegenwoordigd door de “oude” kameraad MC). Vanaf het einde van de jaren 1980 werd deze onderschatting van het theoretisch werk van de organisatie gevoed door de verderfelijke sfeer van de sociale ontbinding die ertoe neigt om het rationele denken te vernietigen ten voordele van obscurantistische overtuigingen en vooroordelen, die de “cultuur van de roddel” verkiest boven die van de cultuur van de theorie (16). Het verlies van onze verworvenheden (en het gevaar van verkalking dat daarmee gepaard gaat) is een direct gevolg van dit gebrek aan cultuur van de theorie. Tegenover de druk van de burgerlijke ideologie, kunnen de verworvenheden van de IKS (of het nu is op programmatisch of organisatorisch vlak) niet standhouden, wanneer ze niet voortdurend verrijkt worden door overdenking en theoretisch debat.

Het congres heeft benadrukt dat de IKS nog steeds is aangetast door haar “jeugdzonde”, het immediatisme, een zwakte die ons steeds opnieuw het historische kader uit het oog doet verliezen alsmede de lange termijn strategie waarin de functie van de organisatie geplaatst dient te worden. De IKS werd opgericht door een hergroepering van jonge elementen, die gepolitiseerd werden tijdens de spectaculaire heropleving van de klassestrijd (in Mei 1968). Velen onder hen hadden de illusie dat de revolutie reeds op gang was gekomen. De meest ongeduldige en immediatische elementen onder hen zijn al gedemoraliseerd en hebben hun militant engagement opgegeven. Maar deze zwakheid is ook blijven voortleven onder degenen die in de IKS zijn gebleven. Het immediatisme doordringt onze organisatie nog steeds en heeft zich bij talloze gelegenheden gemanifesteerd. Het congres is zich ervan bewust geworden dat deze zwakheid ons fataal kan worden want, tesamen met het verlies aan verworvenheden, het misprijzen voor de theorie, mondt ze onvermijdelijk uit in opportunisme, een tendens die de grondslagen van de organisatie ten alle tijden ondermijnt.

Het congres heeft in herinnering geroepen dat het opportunisme (en zijn variant, het centrisme) het gevolg is van de voortdurende infiltratie van de burgerlijke en kleinburgerlijke ideologie in de revolutionaire organisaties, die op hun beurt waakzaam moeten zijn en voortdurende strijd moeten leveren tegen de druk van deze ideologieën. Ook al is de revolutionaire organisatie een “vreemd lichaam”, tegengesteld aan het kapitalisme, toch duikt zij op en bestaat zij in de schoot van de klassenmaatschappij. Daar wordt ze dus voortdurend bedreigd door de infiltratie van de ideologieën en praktijken, die vreemd zijn aan het proletariaat, door tendensen die de verworvenheden van het marxisme en de arbeidersbeweging in vraag stellen. In de loop van haar 40-jarig bestaan heeft de IKS haar beginselen, doorheen moeilijke debatten, weten te verdedigen. Ze is er in geslaagd deze ideologieën, zoals ultra-linkse, modernistische, anarcho-libertaire, radenistische afwijkingen, die in haar midden opdoken, te bestrijden.

Het congres heeft zich eveneens gebogen over de moeilijkheden van de IKS om een andere grote zwakheid te overstijgen die haar vanaf het begin parten heeft gespeeld: de kringgeest en haar meest vernietigende manifestatie, de clangeest (17). Zoals duidelijk wordt uit de hele geschiedenis van de IKS vormt deze kringgeest een van de meest gevaarlijke vergiften voor de organisatie. En om verschillende redenen. Zij draagt in zich de omvorming van de revolutionaire organisatie tot een eenvoudige groep vrienden, en ondermijnt op die manier haar politieke aard, als product en instrument van de strijd van de arbeidersklasse. Via de personalisering van politieke vraagstukken ondermijnt zij de debatcultuur en de opheldering van meningsverschillen op basis van een samenhangende en rationele confrontatie van argumenten. De vorming van clans of vriendenkringen, die botsen met de organisatie of met bepaalde delen ervan, vernietigt het collectieve werk, de solidariteit en de eenheid van de organisatie. Daar zij voortgedreven wordt door emotionele, irrationele benaderingswijzen, door machtsverhoudingen, door persoonlijke wrok, verzet de kringgeest zich tegen het werk van overdenking, tegen de cultuur van de theorie ten voordele van de voorliefde voor kletspraat, roddel tussen “vrienden” en kwaadsprekerij. Zo ondermijnt ze de morele gezondheid van de organisatie.

Ondanks alle strijd die ze er, in haar 40-jarig bestaan, tegen heeft gevoerd is de IKS er niet in geslaagd om zich te ontdoen van de kringgeest,. Het blijven voortbestaan van dit vergif moet verklaard worden uit de oorsprong van de IKS, die werd opgebouwd vanuit kringen en in een ‘familiale’ sfeer, waar de emoties (sympathieën en antipathieën) overheersten over de noodzaak tot solidariteit tussen de militanten, die strijden voor eenzelfde zaak en verenigd zijn rond eenzelfde programma. Het gewicht van de sociale ontbinding en van de tendens van het “ieder voor zich”, van irrationale denkwijzen, heeft deze oorspronkelijke zwakheid nog verergerd. Maar vooral de afwezigheid van diepgaande theoretische discussies over de organisatorische vraagstukken, heeft de organisatie in haar geheel verhinderd deze “kinderziekte” van de IKS en van de arbeidersbeweging te boven te komen. Het congres heeft onderstreept (door terug te grijpen op de vaststelling, die Lenin al in 1904 gedaan had in zijn werk “Eén stap voorwaarts, twee stappen achterwaarts”) dat de kringgeest in wezen overgedragen wordt onder druk van de kleinburgerlijke ideologie.

Om al deze moeilijkheden aan te pakken en beseffende wat er op het spel staat in de huidige historische periode, heeft het congres duidelijk gesteld dat de organisatie een geest van strijd moet ontwikkelen tegen de invloed van de heersende ideologie, tegen het gewicht van de sociale ontbinding. Dat betekent dat de revolutionaire organisatie voortdurend moet vechten tegen het routinisme, de oppervlakkigheid, de intellectuele luiheid, het schematisme, en dat ze de kritische geest moet ontwikkelen door op een heldere wijze haar theoretische fouten en tekortkomingen te identificeren.

In de mate dat “het socialistisch bewustzijn aan de revolutionaire actie van de arbeidersklasse voorafgaat en haar bepaalt ” (Internationalisme, ‘Aard en functie van de politieke partij van het proletariaat’), behoort de ontwikkeling van het marxisme tot de centrale taak van iedere revolutionaire organisaties. Als prioritaire oriëntatie voor de IKS heeft het congres de collectieve versterking vooropgesteld, van haar werk van theoretische verdieping, van de overdenking en van het zich opnieuw toeëigenen van de marxistische cultuur van de theorie in al onze interne debatten.

In 1903 betreurde Rosa Luxemburg ook al dat de verdieping van de marxistische theorie was nagelaten:

Het is enkel op het economische vlak dat er bij Marx sprake is van een min of meer uitgewerkte constructie. Daartegenover staat dat, wat het waardevolste van zijn leer betreft, de dialectisch materialistische opvatting van de geschiedenis, is slechts een methode van onderzoek, een paar geniale algemene richtlijnen, die zicht geven op een totaal nieuwe wereld.

(…) En nochtans ligt ook op dit gebied, enkele weinig prestaties uitgezonderd, de erfenis van Marx braak, ongebruikt ligt dat heerlijke wapen. De theorie van het historisch materialisme zelf is vandaag nog net zo weinig uitgewerkt en schematisch, als toen ze uit de hand van haar schepper tevoorschijn kwam.

(…) Het is niet anders dan een illusie om te denken dat de arbeidersklasse,in volle strijd, in staat is om door de inhoud van haar klassestrijd op het theoretisch vlak oneindig scheppend zou kunnen werken.” (“Stilstand en vooruitgang van het Marxisme”)

De IKS zit momenteel in een overgangsperiode. Dankzij deze kritische balans, dankzij haar bekwaamheid om haar zwakheden te onderzoeken, haar vergissingen te erkennen, is ze begonnen met de formulering van een radicale kritiek op de visie die wij tot nu toe hadden met betrekking tot de militante activiteit, tot de verhoudingen tussen de militanten en die tussen de militanten en de organisatie, met als belangrijkste leidraad de kwestie van de intellectuele en morele dimensie van de proletarische strijd. We moeten dus een echte “culturele renaissance” ondernemen om door te gaan te “leren” hoe onze verantwoordelijkheden op te nemen. Het is een lang en moeilijk proces, maar van levensbelang voor de toekomst.

De verdediging van de organisatie tegen de aanvallen op de IKS

Doorheen haar hele bestaan heeft de IKS voortdurend strijd moeten leveren voor de verdediging van haar beginselen, en tegen het ideologisch gewicht van de burgerlijke maatschappij, tegen de anti-proletarische gedragingen of manoeuvres van avonturiers, zonder god noch gebod. De verdediging van de organisatie is een politieke verantwoordelijkheid, maar ook een morele plicht. De revolutionaire organisatie behoort niet toe aan de militanten, maar aan het geheel van de arbeidersklasse. Het is een uitvloeisel van haar historische strijd, een strijdinstrument voor de ontwikkeling van haar bewustzijn met het oog op de revolutionaire omvorming van de maatschappij.

Het congres heeft met nadruk gewezen op het feit dat de IKS een “vreemd lichaam” is binnen de bestaande maatschappij, tegengesteld en vijandig aan het kapitalisme. Juist daarom is de heersende klasse vanaf het begin van het bestaan van de IKS zeer geïnteresseerd in onze activiteiten. En deze realiteit heeft niets te maken met paranoia of “complottheorieën”. De revolutionairen mogen niet naïef zijn en doen alsof ze geen weet hebben van de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Ze mogen dan ook nog minder toegeven aan de zwanenzang van de burgerlijke democratie (en haar “vrijheid van meningsuiting”). Als de IKS vandaag niet onderworpen wordt aan de directe repressie van de kapitalistische staat, dan komt het doordat onze ideeën heel erg in de minderheid zijn en geen enkel onmiddellijk gevaar vormen voor de heersende klasse. Net zoals Bilan en de GCF roeien wij “tegen de stroom” in. Maar ook al heeft de IKS vandaag geen enkele directe en onmiddellijke invloed op het verloop van de strijd van de arbeidersklasse, dan zaait ze door de verspreiding van haar ideeën toch de kiemen voor de toekomst. Om die reden heeft de bourgeoisie belang bij de verdwijning van de IKS, die de enige internationaal gecentraliseerde organisatie is van de Communistische Linkerzijde met afdelingen in diverse landen en op verschillende continenten.

Dat is ook wat de haat aanwakkert van “gedeclasseerde” elementen (18) die altijd op de loer liggen om “voortekenen” van onze verdwijning op te sporen. De heersende klasse kan alleen maar verheugd zijn  bij het aanschouwen van een stelletje individuen, die zich beroepen op het Linkscommunisme, die agiteren rondom de IKS (via blogs, sites, internetforums, facebook en andere sociale media) om roddel en laster te verspreiden tegen de IKS, om herhaaldelijk en, met politiemethodes, tot vervelens toe smerige aanvallen te richten op enkele van onze militanten.

Het congres heeft onderstreept dat de toename van de aanvallen op de IKS vanuit het parasitair milieu (19), in een poging om het militante werk van de Linkscommunistische groepen te recupereren en te vervormen, een manifestatie is van de verrotting van de burgerlijke maatschappij.

Het congres heeft een inschatting gemaakt van de nieuwe dimensie die het parasitisme heeft aangenomen sedert het begin van de ontbinding. Haar opzettelijk of onopzettelijk doel vandaag is niet alleen onrust en verwarring te zaaien, maar vooral het steriliseren van de potentiële krachten die zich rond de historische organisaties van de Communistische Linkerzijdes zouden kunnen politiseren.

Het streeft naar de vorming van een “sanitair cordon” (met name door het aanroepen van het spook van het stalinisme dat nog aanwezig zou zijn binnen de IKS!) om te beletten dat jonge elementen, die op zoek zijn, toenadering zouden zoeken tot onze organisatie. Dit werk van ondermijning vormt momenteel een aanvulling op de anti-communistische campagnes, die door de bourgeoisie ontketend werden tijdens de ineenstorting van de stalinistische regimes. Het parasitisme is de beste bondgenoot van de bourgeoisie in verval tegen het revolutionaire perspectief van het proletariaat.

Terwijl het proletariaat enorme moeilijkheden heeft om zijn klasse-identiteit terug te winnen en opnieuw aan te sluiten bij zijn eigen verleden, kunnen de laster en de walgelijke mentaliteit van individuen, die zich beroepen op de Communistische Linkerzijde en de IKS zwartmaken, de heersende klasse enkel maar in de kaart spelen en haar belangen verdedigen. Door verdediging van de organisatie op ons te nemen, verdedigen wij niet onze eigen “kapel”. Voor de IKS gaat het om de verdediging van de beginselen van het marxisme, van de revolutionaire klasse en van de Communistische Linkerzijde die dreigen verzwolgen te worden door de ideologie van de “no-future”, welke het parasitisme met zich meezeult.

Het congres heeft een oriëntatie ontwikkeld, gericht op de versterking van de publieke en onverzettelijke verdediging van de organisatie. De IKS is zich er heel goed van bewust dat deze oriëntatie er momenteel toe kan leiden niet begrepen te worden, bekritiseerd te worden omwille van een gebrek aan “fair play”, wat dus tot een nog groter isolement kan leiden. Maar het ergste zou zijn om het parasitisme zijn vernietigende werk te laten doen zonder te reageren. Het congres heeft ook op dit vlak vooropgesteld dat de IKS de moed moet hebben om “tegen de stroom in te roeien”, net zoals ze de moed heeft gehad om tijdens dit congres een ongenadige kritiek te formuleren van haar vergissingen en haar moeilijkheden en besloten heeft dat publiekelijk bekend te maken.

“Zelfkritiek, niets ontziende, wrede, tot de kern der dingen doordringende zelfkritiek is levenslust en levenslicht van de proletarische beweging. (…) Maar wij zijn niet verloren en wij zullen overwinnen, wanneer wij niet verleerd hebben om te leren. En zou de tegenwoordige leidster van het proletariaat, de sociaaldemocratie, niet verstaan om te leren, dan zal zij ondergaan om voor de mensen plaats te maken, die tegen een nieuwe wereld opgewassen zijn.” (Rosa Luxemburg, De crisis van de sociaaldemocratie).

Voetnoten

(1) Bilan was, tussen 1933 en 1938, de naam van de publicatie in het Frans van de Fractie van de Italiaanse Communistische Partij, die in 1935 de Italiaanse Fractie van de Communistische Linkerzijde werd.

(2) Zie ons artikel uit 2014, zoals in het Nederlands Online is gepubliceerd: ‘De buitengewone internationale conferentie van IKS. Het ‘nieuws’ van onze verdwijning wordt zwaar overdreven!’ http://nl.internationalism.org/iksonline/201412/1203/de-buitengewone-internationale-conferentie-van-iks-het-%E2%80%9Cnieuws%E2%80%9D-van-onze-verdw

(3) Zie ons artikel: ‘The sources, contradictions and limitations of the growth in Eastern Asia’. http://en.internationalism.org/ir/133/china

(4) Deze analyse maakt op dit ogenblik deel uit van een discussie en een uitdieping, welke plaatsvindt in onze organisatie.

(5) Zie hiervoor ons artikel: After the collapse of the Eastern Bloc, destabilization and chaos’ in International Review nr. 61 . http://en.internationalism.org/node/3204

(6) MC (Marc Chiric) was een militant van de Communistische Linkerzijde. Geboren in Kishinev (Bessarabië) in 1907 en overleden in 1990 in Parijs. Zijn vader was een rabbijn en zijn oudste broer secretaris van de Bolsjewistische Partij van de stad. Aan zijn zijde nam hij deel aan de revoluties van februari en oktober 1917. In 1919 emigreerde de hele familie naar Palestina om te ontsnappen aan de anti-joodse pogroms van de Roemeense Witte Legers. En Marc, die toen amper 13 jaar was, werd lid van de Communistische Partij van Palestina, die was opgericht door zijn oudere broer en zussen. Heel snel was hij het oneens met de standpunten van de Communistische Internationale over de steun aan de nationale bevrijdingsstrijd, waardoor hij in 1923 voor het eerst van deze partij werd uitgesloten. In 1924, toen bepaalde leden van de familie terugkeerden naar Rusland, gingen Marc en een van zijn broers naar Frankrijk. Marc trad toe tot de PCF, waar hij heel snel strijd leverde tegen haar ontaarding en waarvan hij in februari 1928 werd uitgesloten. Hij was een tijdje lid van de internationale Linkse Oppositie, die bezield werd door Trotsky. Hij ging de strijd aan tegen de afglijden naar het opportunisme ervan en nam in 1933, samen met Gaston Davoust (Chazé), deel aan de oprichting van de Union Communiste die ‘L’Internationale’ publiceerde. Op het moment van de oorlog in Spanje, nam deze groep een dubbelzinnig standpunt aan omtrent het anti-fascisme. Na strijd te hebben geleverd tegen dit standpunt, vervoegde Marc, begin 1938, de Italiaanse Fractie van de Communistische Linkerzijde waarmee hij in contact was en die een perfect proletarisch standpunt verdedigde ten aanzien van deze kwestie. Even later voerde hij een nieuwe strijd tegen de analyses van Vercesi, de belangrijkste bezieler van deze organisatie. Die was van mening dat de verschillende militaire conflicten, die zich toen ontwikkelden, geen voorbereidingen waren voor een nieuwe wereldoorlog, maar dat ze tot doel hadden om het proletariaat te verpletteren om deze zo te beletten een nieuwe revolutie te beginnen. De uitbarsting van de wereldoorlog in september 1939 veroorzaakte dan ook een grote verwarring binnen de Italiaanse Linkerzijde. Vercesi vertheoretiseerde een politieke terugtocht in een periode van de oorlog.  Tegelijkertijd hergroepeerde Marc in het zuiden van Frankrijk de leden van de Fractie, die weigerden Vercesi te volgen in zijn terugtocht,. In allerellendigste omstandigheden vervolgden Marc, en een kleine kern van militanten, het werk dat door de Italiaanse Fractie sinds 1928 was gedaan. Maar toen zij in 1945 de oprichting vernamen van de Partito Communista Italiana, die zich beriep op de Italiaanse Communistische Linkerzijde, besloot de Fractie zichzelf te ontbinden en haar leden individueel te laten toetreden tot de nieuwe partij. Marc, die niet akkoord ging met die beslissing, omdat die indruiste tegen al wat de Italiaanse Fractie tevoren had onderscheiden, vervoegde de Franse Fractie van de Communistische Linkerzijde (wier standpunten hij al inspireerde), wat even later werd omgedoopt tot Gauche Communiste de France (GCF).

Deze groep zou 46 nummers publiceren van haar tijdschrift Internationalisme, en zette de theoretische overdenking verder zoals de Fractie dat voordien had gedaan, voornamelijk door zich te laten inspireren door de bijdragen van de Duits-Hollandse Communistische Linkerzijde. In 1952 dacht de GCF dat de wereld afstevende op een nieuwe wereldoorlog, waarvan Europa opnieuw het belangrijkste strijdtoneel zou worden. Zoiets had de vernietiging had kunnen betekenen van de minuscule revolutionaire krachten die overeind waren gebleven. Dus  besliste ze om haar verschillende militanten te verspreiden over andere continenten. Marc ging naar Venezuela.

Dit was een van de voornaamste vergissingen die door de GCF en door Marc begaan werd. Het gevolg hiervan was de formele verdwijning van de organisatie. Nochtans groepeerde Marc heel snel een aantal zeer jonge elementen rondom zich met wie hij de groep Internacionalismo oprichtte. Zodra hij in mei 1968 weet kreeg van de ontketening van de algemene staking in Frankrijk, vertrok hij naar dat land om weer contact op te nemen met zijn oude kameraden en hij speelde een doorslaggevende rol (samen met een kameraad die lid geweest was van Internacionalismo in Venezuela) in de oprichting van de Révolution Internationale, dat de internationale hergroepering zou gaan stimuleren. Daaruit zou dan, in januari 1975, de Internationale Kommunistische Stroming ontstaan. Tot zijn laatste adem, in december 1990, heeft Marc Chirik een wezenlijke rol gespeeld in het leven van de IKS, met name in de overdracht van organisatorische verworvenheden uit de voorbije arbeidersbeweging en haar theoretische vooruitgang. Voor meer elementen over de biografie van MC, zie onze artikels in de nummers 65 en 66 van de International Review (http://en.internationalism.org/ir/065/marc-01 en http://en.internationalism.org/ir/066/marc-02)

(7) Zie ons artikel over de Buitengewone Conferentie in International Review nr. 153.

(8) Zie onze documenten gepubliceerd in International Review nr. 26: ‘The Historic Conditions for the Generalization of Working Class Struggle’. http://en.internationalism.org/node/3105. International Review nr. 31: ‘The proletariat of Western Europe at the centre of the generalization of the class struggle’. http://en.internationalism.org/ir/1982/31/critique-of-the-weak-link-theory . Ook in Internationale Revue nr. 17 .‘Kritiek van de theorie van de ‘zwakste schakel’: Het proletariaat van West-Europa in het hart van de klassenstrijd’. http://nl.internationalism.org/rint/17/zwakkeschakel.

International Review nr. 37: ‘Debate: On the critique of the theory of the ‘weakest link’. http://en.internationalism.org/node/2962.

(9) Zie International Review nr. 62: ‘Decomposition, final phase of the decadence of capitalism’, punt 13 http://en.internationalism.org/node/3253. In het Nederlands in Internationale Revue nr.13: ‘Stellingen: De ontbinding als hoogste stadium van het verval van het kapitalisme’, punt 13. http://nl.internationalism.org/internationalerevue/201510/1290/stellingen-de-ontbinding-als-hoogste-stadium-van-het-verval-van-het- .

(10) Dat betekent geenszins dat deze uitdieping niet wardevol zou zijn tijdens een revolutionaire periode of tijdens belangrijke bewegingen van de arbeidersklasse waarbij de organisatie een doorslaggevende rol kan spelen ten aanzien van het verloop van haar strijd; Lenin heeft zijn belangrijkste theoretische werk, Staat en revolutie geschreven tijdens de revolutionaire gebeurtenissen van 1917. Ook Marx heeft Het Kapitaal gepubliceerd in 1867, terwijl hij vanaf september 1864 tot over de oren betrokken was in de activiteiten van de IAA (1e Internationale).

(11) In deze notie van ‘mini-partij’ of ‘partij in miniatuur’ zit het idee vervat dat, zelfs in periodes waarin de arbeidersklasse geen strijd levert van grote omvang, een kleine revolutionaire organisatie een impact zou kunnen hebben van dezelfde aard (op een veel kleinere schaal) als een partij in de volle zin van het woord. Een dergelijk idee is in volkomen tegenspraak met de analyse, zoals ontwikkeld door Bilan, die het fundamentele kwalitatieve onderscheid benadrukt tussen de rol van een partij en die van een fractie. Er dient te worden opgemerkt dat de International Communist Tendency, die zich nochtans beroept op de Italiaanse Communistische linkerzijde, niet duidelijk is over dit vraagstuk gegeven het feit dat haar sectie in Italië zich vandaag nog steeds ‘Partito Comunista Internazionalista’ noemt.

(12) Over dit vraagstuk, zie in het bijzonder International Review nr. 109: ‘The question of organisational functioning in the ICC’. http://en.internationalism.org/ir/109_functioning . In het bijzonder punt 3.1.e, ‘On relations between militants’. In het Nederlands Online: ‘De kwestie van de organisatorische functionering in de IKS’. http://nl.internationalism.org/node/1062.

(13) Deze walgelijke campagnes tegen Rosa Luxemburg vormden, als het ware, de voorbereidingen op haar moord, op bevel van de door de SPD geleide regering tijdens de bloedige week in januari 1919 in Berlijn en vormden, meer globaal, de oproepen tot de pogrom tegen de Spartakisten, die door diezelfde regering gelanceerd werden.

(14) Zie ons artikel over 1914 in International Review nr. 153. In het Nederlands Online: ‘Hoe de Duitse sociaal-democratie de arbeiders verraadde’ http://nl.internationalism.org/internationalerevue/201511/1294/1914-hoe-de-duitse-sociaal-democratie-de-arbeiders-verraadde of op IKSOnline in the serie: World War I http://en.internationalism.org/taxonomy/term/66.

(15) Omtrent de 'zaak Chénier': Zie International Review nr. 28: ‘The present convulsions in the revolutionary milieu’ . http://en.internationalism.org/node/3116. In het bijzonder de delen ‘Organizational difficulties’ en ‘The recent events’.

(16) “De verschil­lende elementen die de kracht van de arbeidersklasse bepalen in de directe confrontatie met de verschillende ideolo­gische aspecten van de ontbinding, zijn:

  • de solidariteit en collectieve actie, die geconfronteerd worden met de versplin­tering van het "bekijk het maar";
  • de noodzaak van organisatie botst met ontbinding, desintegratie van de relaties, die de basis van het sociale leven vormen;
  • het vertrouwen van het proletariaat in de toekomst en in eigen kracht, dat voortdurend bedreigd wordt door de wanhoop en het nihilisme, die overal in de maatschappij aanwezig zijn;
  • het bewustzijn, de helderheid, de sa­menhang van het denken, de drang naar theoretisch begrip, die zich een weg moeten banen tussen de vlucht in illusies, drugs, sekten, mysticisme, de afwijzing of vernietiging van het denken, alle zo karakteristiek voor ons tijdperk.”

(International Review nr. 62: ‘Decomposition, final phase of the decadence of capitalism’, punt 13. http://en.internationalism.org/node/3253. In het Nederlands in Internationale Revue nr. 13: ‘Stellingen: De ontbinding als hoogste stadium van het verval van het kapitalisme’, punt 13).

(17) Zie noot 12

(18) Zie onze tekst: ‘Opbouw van de revolutionaire organisatie: Stellingen over het parasitisme’ (Vooral het punt 20). In het Nederlands Online: http://nl.internationalism.org/internationalerevue/201601/1304/opbouw-van-de-revolutionaire-organisatie-stellingen-over-het-parasit. Of in International Review nr. 94.

(19) Zie noot 18: ‘Stellingen over het parasitisme’.