Opbouw van de revolutionaire organisatie: Stellingen over het parasitisme

Printvriendelijke versieSend by email

1) Gedurende heel haar geschiedenis heeft de arbeidersbeweging te maken gehad met het binnendringen in haar gelederen van vreemde ideologieën, afkomstig van de heersende klasse of van de kleinburgerij. Dit binnendringen heeft binnen de organisaties van de arbeidersklasse verschillende vormen aangenomen. Onder de meest voorkomende en bekendste kunnen we de volgende aanwijzen:

  • het sektarisme
  • het individualisme
  • het opportunisme
  • het avonturisme
  • het putschisme

2) Het sektarisme is een typische uitdrukking van een kleinburgerlijke opvatting van de organisatie. Het weerspiegelt de kleinburgerlijke mentaliteit van iemand die ‘baas wil zijn in eigen huis’, en het manifesteert zich in de neiging om de eigen belangen en opvattingen van een organisatie te stellen boven die van de beweging als geheel. In de sektarische visie is de organisatie ‘de enige in de wereld’ en toont zij een vorstelijke minachting jegens alle andere organisaties die deel uitmaken van het proletarische kamp, die worden beschouwd als ‘rivalen’ of zelfs als ‘vijanden’. Als de sektarische organisatie zich bedreigd voelt door de laatsten, weigert zij in het algemeen ieder debat en iedere polemiek. Zij geeft er de voorkeur aan haar toevlucht te nemen tot een ‘totaal isolement’, alsof de anderen niet bestaan, ofwel brengt ze koppig naar voren waarin ze zich onderscheidt van de anderen, zonder rekening te houden met de overeenkomsten met de anderen.

3) Het individualisme kan zowel voortkomen uit de kleinburgerlijke als direct uit burgerlijke invloeden. Van de heersende klasse neemt het de officiële ideologie over die individuen beschouwt als het subject van de geschiedenis, die de ‘self-made man’ verheerlijkt en de ‘strijd van allen tegen allen’ rechtvaardigt. Het binnendringen in de organisaties van het proletariaat vindt evenwel vooral plaats door middel van de kleinburgerij. Vooral door middel van onlangs geproletariseerde elementen, afkomstig uit lagen zoals de boeren en de ambachtslieden (wat in het bijzonder het geval was in de 19e eeuw) of uit het intellectuele en studentenmilieu (dit is vooral het geval sinds de historische heropleving van de arbeidersklasse aan het einde van de jaren 60). Het individualisme manifesteert zich voornamelijk in de tendens:

  • om de organisatie niet te zien als een collectief geheel, maar als een som van individuen waarin de verhoudingen tussen personen voorrang hebben op politieke en statutaire verhoudingen;
  • om de eigen ‘wensen’ en ‘belangen’ te laten voorgaan op de behoeften van de organisatie;
  • om zich, bijgevolg, te verzetten tegen de discipline die daarin nodig is;
  • om in de militante activiteit te zoeken naar ‘persoonlijke verwerkelijking’;

door een contesterende houding aan te nemen tegenover de centrale organen, die ervan worden beschuldigd ‘het individualiteit te willen pletten’; en daarenboven ‘promotie’ te zoeken door een plaats te verkrijgen in deze organen ;

door meer in het algemeen, vast te houden aan een elitaire visie van de organisatie waarin men ijvert deel uit te maken van de ‘eersteklas militanten’ en een minachtende houding te ontwikkelen naar zij die worden gezien als ‘tweedeklas militanten’.

4) Het opportunisme, dat historisch gezien het grootste gevaar heeft gevormd voor de organisaties van het proletariaat, is andere een uitdrukking van het binnendringen van vreemde ideologieën: die van de bourgeoisie en vooral die van de kleinburgerij. Een van zijn drijvende krachten is vooral het ongeduld, dat de uitdrukking is van de visie van een sociale laag, die gedoemd is tot machteloosheid, zonder enige toekomst op het vlak van de geschiedenis. De andere drijvende kracht is de neiging om de belangen en standpunten van de twee belangrijkste klassen in de samenleving met elkaar te verzoenen, het proletariaat en de bourgeoisie, waartussen de kleinburgerij gekneld zit. Hierbij onderscheidt het opportunisme zich door het feit dat het ertoe neigt de algemene en historische belangen van het proletariaat op te offeren aan de illusies van het directe en het indirecte ‘succes’.

Maar omdat er voor de arbeidersklasse geen tegenstelling bestaat tussen haar strijd binnen het kapitalisme en haar historische strijd voor de afschaffing van het systeem, leidt de politiek van het opportunisme er uiteindelijk toe de onmiddellijke belangen van het proletariaat ook op te offeren, voornamelijk door het ertoe aan te zetten compromissen te sluiten met de belangen en standpunten van de bourgeoisie. Uiteindelijk hebben belangrijke historische momenten, zoals de imperialistische oorlog en de proletarische revolutie, de opportunistische politieke stromingen ertoe gebracht het vijandige kamp te vervoegen, zoals het geval was met de meerderheid van de socialistische partijen tijdens de Eerste Wereldoorlog, en met de kommunistische partij aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

5) Het putschisme (of avonturisme [1]) presenteert zichzelf als het tegenovergestelde van opportunisme. Onder de dekmantel van ‘onverzettelijkheid’ en ‘radicalisme’ verklaart het zich te allen tijde bereid de aanval op de bourgeoisie te openen, de ‘beslissende’ strijd aan te gaan, als de voorwaarden voor een dergelijke strijd voor het proletariaat nog niet bestaan. En daarbij aarzelt het niet om het authentieke proletarische milieu en de marxistische stroming, die de arbeidersklasse ervoor behoedt een strijd aan te gaan die bij voorbaat al verloren is, aan te merken als opportunistisch en verzoenend en zelfs als ‘verraders’. In werkelijkheid, voorvloeiend uit dezelfde bron als het opportunisme – het kleinburgerlijk ongeduld – valt het vaak samen met het laatste. De geschiedenis staat bol van voorbeelden waarin opportunistische stromingen putschistische stromingen hebben gesteund of geëvolueerd zijn naar een putschistisch radicalisme.

Zo heeft de rechtervleugel van de Duitse sociaal-democratie zich aan het begin van de vorige eeuw verzet tegen haar linkervleugel, die met name vertegenwoordigd werd door Rosa Luxemburg, en heeft ze haar steun gegeven aan de Russische Sociaal-Revolutionairen, de aanhangers van het terrorisme. Hetzelfde deed ze in januari 1919, toen Rosa Luxemburg zich uitsprak tegen een opstand door de Berlijnse arbeiders, die volgde op de provocatie van de sociaal-democratische regering. Ook toen stortten de Onafhankelijken, die deze regering zelf nog maar net hadden verlaten, zich in een opstand die uitliep op een massamoord op duizenden arbeiders, met inbegrip van de belangrijkste kommunistische leiders.

6) De strijd tegen het binnendringen van de ideologie van de bourgeoisie en de kleinburgerij in de organisaties van de klasse, evenals die tegen de verschillende verschijningsvormen ervan, vormt een permanente verantwoordelijkheid voor revolutionairen. In feite is dit de belangrijkste strijd die het authentieke proletarische milieu en de revolutionaire stroming hebben moeten voeren binnen de organisaties van de klasse, vanwege het feit dat die veel moeilijker was dan de directe strijd tegen de uitgesproken en officiële krachten van de bourgeoisie.

De strijd tegen de sekten en het sektarisme was een van de eerste gevechten die Marx en Engels voerden, met name in de Internationale Arbeiders Associatie (IAA). Ook de strijd tegen het individualisme, vooral in de vorm van anarchisme, mobiliseerde niet alleen de laatsten, maar ook de marxisten van de Tweede Internationale (in het bijzonder Rosa Luxemburg en Lenin). De bestrijding van opportunisme is ongetwijfeld de meest constante en systematische strijd die, sinds haar oorsprong, door de revolutionaire stroming is gevoerd:

  • tegen het Lassalleaanse ‘staatssocialisme’ in de jaren 1860 en 1870;
  • tegen alle revisionisten en hervormers, van Bernstein tot Jaurès, aan het begin van de 20e eeuw;
  • tegen het Mensjewisme;
  • tegen Kautsky’s centrum, vóór, tijdens, en na de Eerste Wereldoorlog;
  • tegen de ontaarding van de Kommunistische Internationale en de kommunistische partijen in de jaren 1920 en aan het begin van de jaren 1930;
  • tegen de ontaarding van de trotskistische stroming in de jaren 1930.

De strijd tegen het avonturistisch putschisme drong zich niet op eenzelfde constante wijze op als die tegen opportunisme. Toch is deze gevoerd vanaf de eerste stappen die door de arbeidersbeweging werden gezet (tegen de immediatistische tendens van Willich-Schapper in de Bond van Kommunisten, tegen de avonturen van Bakoenin tijdens de ‘Commune van Lyon’ in 1870 en de burgeroorlog in Spanje in 1873). Hij was eveneens heel belangrijk tijdens de revolutionaire golf van 1917-23: het was vooral dankzij de strijd van de Bolsjewiki, in juli 1917, dat de Oktoberrevolutie heeft kunnen plaatsvinden.

7) Uit de bovenstaande voorbeelden blijkt dat de impact van deze verschillende manifestaties van het binnendringen van vreemde ideologieën nauw samenhangt met:

  • de historische periode ;
  • het moment in de ontwikkeling van de arbeidersklasse ;
  • de verantwoordelijkheden van de klasse in deze of gene omstandigheden.

Bijvoorbeeld, één van de belangrijkste uitingen en meest expliciet bestreden uitdrukkingen van het binnendringen van de kleinburgerlijke ideologie, het opportunisme, zelfs als het zich tijdens de hele geschiedenis van de arbeidersbeweging heeft gemanifesteerd, vond bij uitstek een vruchtbaar terrein in de partijen van de Tweede Internationale, in een periode:

  • die geëigend was illusies te scheppen over een verzoening met de bourgeoisie vanwege de welvaart van het kapitalisme en de reële vooruitgang in de levensomstandigheden van de arbeidersklasse ;
  • waarin het bestaan van massa-partijen het idee versterkte dat de loutere druk van deze partijen het kapitalisme geleidelijk zou kunnen omvormen om over te gaan in het socialisme.

Evenzo werd het binnendringen van het opportunisme in de partijen van de Derde Internationale sterk bepaald door de teruggang in de revolutionaire golf. Deze teruggang moedigde de gedachte aan dat het mogelijk was om een gehoor te vinden bij de werkende massa’s door toegevingen te doen aan hun illusies over kwesties als parlementarisme, vakbeweging of de aard van de ‘socialistische’ partijen.

Het belang van het historische moment voor de verschillende vormen van het binnendringen van vreemde ideologieën in de klasse manifesteerde zich nog duidelijker met betrekking tot het sektarisme. Dit was vooral belangrijk in het begin van de arbeidersbeweging, toen arbeiders nog maar net waren voortgekomen uit de ambachtslieden en broederschappen (met hun rituelen en beroepsgeheimen). Het kende eveneens een belangrijke opleving in de donkerste periode van de contrarevolutie met de Bordigistische stroming, voor wie de terugtrekking in haar schulp een (uiteraard onjuiste) manier scheen te zijn om zichzelf beschermen tegen de dreiging van opportunisme.

8) Aan het fenomeen van het politieke parasitisme, dat voor een groot deel ook het gevolg is van het binnendringen van vreemde ideologieën in de arbeidersklasse, is in de geschiedenis van de arbeidersbeweging niet dezelfde aandacht gegeven als aan andere verschijnselen, zoals het opportunisme. Dit komt omdat het parasitisme de proletarische organisaties alleen aanzienlijk heeft geraakt op zeer specifieke momenten in de geschiedenis. Opportunisme, bijvoorbeeld, vormt een constante bedreiging voor de proletarische organisaties en komt vooral tot uiting als de laatsten de belangrijkste fasen van hun ontwikkeling doormaken. Het parasitisme echter manifesteert zich fundamenteel niet in een periode van de belangrijkste bewegingen van de klasse. Het vindt daarentegen zijn meest vruchtbare bodem in een periode van relatieve onrijpheid van de beweging, wanneer de organisaties van de klasse nog een zwakke invloed hebben en nog weinig traditie kennen.

Dit feit is verbonden met de specifieke aard van het parasitisme dat, om doeltreffend te zijn, zich moet richten op elementen die op zoek zijn naar klasse-standpunten, maar die het moeilijk vinden om het verschil te zien tussen echte revolutionaire organisaties en stromingen wier enige reden van bestaan is te leven ten koste van deze laatsten, en die hun activiteiten saboteren of hen zelfs vernietigen. Tegelijkertijd verschijnt het parasitisme, wederom door de aard ervan, niet helemaal aan het begin van de ontwikkeling van de organisaties van deze klasse, maar wel wanneer ze al gevormd zijn en hebben bewezen echt de proletarische belangen te verdedigen.

Dit zijn de elementen die we vinden in de eerste historische manifestatie van politiek parasitisme, de Alliantie van de Socialistische Democratie, die heeft geprobeerd de strijd van de IAA te saboteren en haar te vernietigen.

9) Het waren Marx en Engels die als eersten het gevaar van het parasitisme voor de proletarische organisaties vaststelden: “Het wordt hoog tijd om, voor eens en altijd, een einde te maken aan de interne conflicten, die dagelijks in onze Associatie worden veroorzaakt door een parasitair lichaam. Deze ruzies leiden alleen maar tot een verlies van energie, die zou moeten worden gebruikt tegen het regime van de bourgeoisie. Door de strijd van de Internationale tegen de vijanden van de arbeidersklasse te verlammen, verleent de Alliantie wonderbaarlijk diensten aan de bourgeoisie en de regeringen” (F. Engels. De Algemene Raad aan alle leden van de Internationale – een waarschuwing tegen de Alliantie van Bakoenin)

Het begrip politiek parasitisme is dus helemaal geen ‘uitvinding van de IKS’. Het was de IAA die als eerste geconfronteerd werd met deze dreiging voor de proletarische beweging, die haar herkende en bestreed. Het was de IAA, te beginnen met Marx en Engels, die de gepolitiseerde elementen die - terwijl ze zich beriepen op het programma en de organisatie van het proletariaat - hun inspanningen concentreerden op de strijd, niet tegen de heersende klasse, maar tegen de organisaties van de revolutionaire klasse, toen al karakteriseerde als parasieten. De kern van hun activiteit was het kommunistische kamp zwart te maken en ertegen te manoeuvreren, zelfs als zij beweerden er deel van uit te maken en het te dienen. [ 2]

 “Voor het eerst in de geschiedenis van de strijd van de arbeidersklasse botsen wij op een geheime samenzwering beraamd in de schoot zelf van de arbeidersklasse en er op gericht niet om het bestaande uitbuitingsregime te ondermijnen, maar wel de Associatie zelf, die dit regime op de meest energieke wijze bestrijdt”. (F. Engels.) Rapport voorgesteld aan het Congres van Den Haag

10) Daar de arbeidersbeweging, in de vorm van de IAA, beschikt over een rijke ervaring in de strijd tegen het parasitisme, is het van het allergrootste belang dat we, geconfronteerd met het huidige parasitaire offensief, ons tegen hen wapenen en de belangrijkste lessen uit deze strijd van het verleden in herinnering roepen. Deze lessen hebben betrekking op een hele reeks aspecten:

  • het moment waarop het parasitisme verschijnt ;
  • zijn specifieke kenmerken met betrekking tot andere gevaren waarmee de proletarische organisaties geconfronteerd worden ;
  • de grondslag waarop het rekruteert ;
  • zijn methoden ;
  • de meest doeltreffende middelen om het te bestrijden.

In feite is er, zoals we zullen zien, ten aanzien van al deze aspecten een opvallende gelijkenis tussen de situatie waarmee het proletarisch milieu vandaag en de IAA in haar tijd geconfronteerd werd.

11) Hoewel het een arbeidersklasse trof, die nog geen historische ervaring had, verschijnt het parasitisme historisch gezien alleen als een vijand van de arbeidersbeweging als de laatste een bepaald niveau van rijpheid heeft bereikt, dat verder gaat dan de kinderlijke fase van het sektarisme. “De eerste fase van de strijd van het proletariaat werd gekenmerkt door de beweging van de sekten. Dit was gerechtvaardigd in een periode dat het proletariaat nog niet ontwikkeld genoeg was om te strijden als een klasse” (Marx/Engels). De verschijning van het marxisme, de rijping van het proletarische klassebewustzijn en de capaciteit van de klasse en haar voorhoede om de strijd te organiseren, plaatste de arbeidersbeweging op een gezonde basis.

“Vanaf dat moment, waarop de beweging van de arbeidersklasse een realiteit was geworden, waren de fantastische utopieën gedoemd om te verdwijnen (…) omdat de plaats van deze utopieën was ingenomen door een helder begrip van de historische voorwaarden van deze beweging en omdat de krachten van een strijdorganisatie van de arbeidersklasse zich steeds meer begonnen te bundelen”. (K. Marx, De eerste versie van De Burgeroorlog in Frankrijk). In feite ontstond het parasitisme historisch gezien als een reactie op de oprichting van de Eerste Internationale, die Engels omschreef als “het middel om alle verschillende kleine sekten geleidelijk op te lossen en op te slorpen” (F. Engels, Brief aan Kelly/Vischnevetsky).

Met andere woorden, de Internationale was het instrument dat de verschillende onderdelen van de arbeidersbeweging verplichtte een collectief en openbaar proces van verheldering te beginnen, en zich te onderwerpen aan een uniforme, onpersoonlijke, proletarische en organisatorische discipline. In verzet tegen deze internationale ‘oplossing en opslorping’ van alle bijzonderheden en van alle niet-proletarische programmatische en organisatorische autonome tendensen, verklaarde het parasitisme voor de eerste keer de oorlog aan de revolutionaire beweging.

“De sekten, die in het begin een hefboom van de beweging waren, worden een hinderpaal zodra deze hen voorbijstreeft; ze worden dan reactionair. Bewijs hiervoor zijn de sekten in Frankrijk en Engeland en in de laatste tijd de aanhangers van Lasalle in Duitsland die, na jarenlang een hinderpaal te zijn geweest voor het organiseren van het proletariaat, uiteindelijk doodgewone werktuigen van de politie zijn geworden”. (Marx-Engels, Over de zogenaamde Splitsingen in de Internationale).

12) Dit dynamische analysekader, ontwikkeld door de Eerste Internationale, verklaart waarom we in de huidige periode, die van de jaren 1980 en vooral in de jaren 1990, getuige zijn geweest van een dermate ontwikkeling van het parasitisme dat, sinds de tijd van de Alliantie en de Lassalleaanse stroming, nog nooit vertoond is. In feite worden we momenteel geconfronteerd met allerlei verschillende informele groepen, die vaak werken in de schaduw, die beweren tot het kommunistische kamp te behoren, maar in werkelijkheid hun energie besteden aan de strijd tegen de bestaande marxistische organisaties in plaats van tegen het regime van de bourgeoisie. Zoals in de tijd van Marx en Engels, is de functie van deze reactionaire parasitaire golf de ontwikkeling van het openbare debat en de proletarische verheldering te saboteren, en de invoering van gedragsregels te verhinderen die alle leden van de proletarische kamp met elkaar verbinden.

Het bestaan:

  • van een internationale marxistische stroming, zoals de IKS, die het sektarisme en het monolithisme verwerpt;
  • van openbare polemieken tussen revolutionaire organisaties ;
  • van de huidige discussie over marxistische organisatieprincipes en de verdediging van het revolutionaire milieu;
  • van nieuwe revolutionaire elementen, die op zoek zijn naar de echte marxistische organisatorische en programmatische tradities, behoren tot de belangrijkste elementen die thans de haat en het offensief van politiek parasitisme uitlokken.

Zoals we hebben gezien aan de hand van de ervaring van de IAA, wordt het parasitisme pas de belangrijkste tegenstander in perioden waarin de arbeidersbeweging een stadium van de onvolwassenheid achter zich laat en een kwalitatief hoger niveau, een speciaal kommunistisch niveau bereikt. In de huidige periode is deze onrijpheid niet het product van de jeugd van de arbeidersbeweging als geheel, zoals in de dagen van de IAA, maar vooral het gevolg van 50 jaar contrarevolutie, welke volgde op de nederlaag van de revolutionaire golf van 1917-1923. Vandaag is het de breuk in deze organische continuïteit, met de tradities van de vroegere generaties revolutionairen, die vooral de verklaring vormt voor een dergelijk gewicht van kleinburgerlijke reflexen en anti-organisatorisch gedrag onder zoveel van die elementen, die aanspraak maken op het marxisme en de Kommunistische Linkerzijde.

13) Er zijn een hele reeks gelijkenissen tussen de voorwaarden en kenmerken van de opkomst van parasitisme in de dagen van de IAA en het parasitisme vandaag. Wij moeten evenwel ook wijzen op een belangrijk verschil tussen de twee perioden: in de vorige eeuw nam het parasitisme grotendeels de vorm aan van een gestructureerde en gecentraliseerde organisatie in de organisatie van de klasse, terwijl het op dit moment essentieel de vorm aanneemt van kleine groepen of zelfs van ‘niet-georganiseerde’ elementen (ofschoon de twee vaak met elkaar samenwerken). Dit verschil doet geen afbreuk aan de fundamenteel identieke overeenkomst tussen het parasitaire fenomeen in die twee perioden. Dit wordt hoofdzakelijk verklaard door de volgende feiten:

  • De Alliantie ontwikkelde zich onder meer op basis van de restanten van de sekten van de voorafgaande periode: zij nam hun structuur, strak gecentraliseerd rond een ‘profeet’, en hun voorliefde voor clandestiene organisatie, over. Een van de grondslagen van het hedendaagse parasitisme wordt daarentegen gevormd door de restanten van de studentenopstand, die woog op de historische opleving van proletarische strijd aan het eind van de jaren 1960, en vooral in 1968, samen met al haar bagage van individualisme en het in-vraag-stellen van de organisatie en de centralisatie, die zogenaamd ‘individuen verstikken’. [3]
  • Op het moment van de IAA bestond er slechts één organisatie die de gehele proletarische beweging hergroepeerde, en de stromingen, die steeds beweerden tegen de bourgeoisie te vechten maar wier doel het was om haar vernietigen, moesten binnen deze organisatie opereren. Maar op een moment in de geschiedenis waarop de elementen, die de revolutionaire strijd van arbeidersklasse vertegenwoordigen, verspreid zijn over de verschillende organisaties van de proletarische milieu, kan elke parasitaire groep zich presenteren als een andere ‘component’ van het milieu, naast de andere groepen.

In dit opzicht is het belangrijk om duidelijk te stellen dat de huidige versnippering van het proletarisch politieke milieu, en ieder sektarisch gedrag, dat een streven naar de hergroepering van het kameraadschappelijk debat tussen haar verschillende componenten verhindert of belemmert, het parasitisme in de kaart speelt.

14) Het Marxisme heeft, na de ervaring van de IAA, gewezen op de verschillen tussen het parasitisme en de andere vormen van het binnendringen van vreemde ideologieën in de organisaties van de klasse. Het opportunisme bijvoorbeeld, zelfs als het zich aanvankelijk in een organisatorische vorm kan manifesteren (zoals in het geval van de Mensjewiki in 1903), valt fundamenteel het programma van de proletarische organisatie aan. Op zijn beurt valt het parasitisme, als het zijn rol vervult, niet het programma aan. Het verricht zijn activiteiten voornamelijk op het organisatorische vlak, zelfs als het er, teneinde beter te kunnen ‘rekruteren’, vaak toe neigt bepaalde aspecten van het programma in vraag te stellen.

Zo zagen we, tijdens het Congres van Bazel in 1869, Bakoenin het stokpaardje berijden van ‘de afschaffing van het erfrecht’, omdat hij wist dat hij vele afgevaardigden rond deze lege, demagogische eis kon verzamelen, omdat er in de Internationale nog vele illusies bestonden over deze kwestie. Maar zijn werkelijke doel daarbij was de omverwerping van de Algemene Raad, die beïnvloed was door Marx, die tegen deze eis streed, om uiteindelijk een Algemene Raad te vormen die hem toegewijd was. [4] Omdat het parasitisme direct de organisatiestructuur van proletarische formaties aanvalt, vertegenwoordigt het, als de historische omstandigheden zijn opduiken toelaten, een veel directer gevaar dan het opportunisme. Deze twee uitdrukkingen van het binnendringen van vreemde ideologieën zijn een levensgrote bedreiging voor de proletarische organisaties.

Het opportunisme leidt tot de dood van proletarische organisaties, als instrumenten van de arbeidersklasse, door hun overgang naar het burgerlijke kamp, maar omdat het opportunisme vooral het programma aanvalt, kan het dit doel alleen bereiken door een heel proces waardoor de revolutionaire stroming, de linkerzijde, in staat is om binnen de organisatie een strijd te ontwikkelen voor de verdediging van het programma. [5] Anderzijds, en in de mate waarin het parasitisme de organisatie zelf, als een structuur bedreigt, rest er voor de proletarische stroming veel minder tijd om zich te verdedigen. Het voorbeeld van de IAA is in dit opzicht heel belangrijk: de hele strijd tegen de Alliantie duurde niet langer dan 4 jaar, tussen 1868 toen Bakoenin de Internationale binnenkwam en 1872, toen hij werd uitgesloten door het Congres in Den Haag. Dit onderstreept alleen maar één ding: de noodzaak van de proletarische stroming om het parasitisme onmiddellijk aan te vallen en niet te wachten totdat het al schade heeft aangericht, vooraleer de strijd ertegen aan te vangen.

15) Zoals we gezien hebben, is het belangrijk om het parasitisme te onderscheiden van andere uitingen van het binnendringen van vreemde ideologieën in de klasse. Echter, een van de eigenschappen van het parasitisme is het feit dat het gebruik maakt van die andere manifestaties. Dit komt voort uit de oorsprong van het parasitisme zelf, die het gevolg is van het binnendringen van vreemde invloeden, maar ook vanwege het feit dat het in zijn benadering - met als uiteindelijk doel de vernietiging van de proletarische organisaties - niet wordt gehinderd door beginselen of scrupules. Zoals we hebben gezien, zowel binnen de IAA als binnen de arbeidersbeweging van toen, onderscheidde de Alliantie zich door haar mogelijkheid om gebruik te maken van de overblijfselen van het sektarisme, van een opportunistische benadering (over de kwestie van het erfrecht bijvoorbeeld), en door zich in volledig avonturistische ondernemingen te storten (de Commune van Lyon, en de burgeroorlog in Spanje van 1873).

Ook was het sterk gebaseerd op het individualisme van een proletariaat, dat nog maar net uit de ambachtelijke en boerenklassen was ontstaan (in het bijzonder in Spanje en de Zwitserse Jura). Dezelfde kenmerken zijn ook terug te vinden in het parasitisme van vandaag. We hebben al eerder de rol van individualisme genoemd in de vorming van parasitisme, maar het is de moeite waard om eraan te herinneren dat alle afsplitsingen van de IKS, die sindsdien parasitaire groepen vormden (GCI, CBG, EFIKS), zijn gebaseerd op een sektarische benadering, op een voortijdige afsplitsing en op de weigering om het debat tot het einde te voeren teneinde een duidelijke verheldering te scheppen. Ook het opportunisme is een van de kenmerken van de GCI geweest, die, toen ze nog een ‘tendens’ binnen de organisatie was, de IKS ervan beschuldigde niet voldoende strenge voorwaarden op te leggen aan nieuwe kandidaten. Diezelfde GCI hanteert nu de meest onfatsoenlijke aanwerving en wijzigt zelfs haar programma om tegemoet te komen aan de modieuze hedendaagse linkse misleidingen (zoals de ‘Derde Wereld’ ideologie).

Hetzelfde opportunisme werd in de praktijk gebracht door het CBG en de EFIKS aan het begin van de jaren 1990, toen zij een ongelofelijke ronde van uitruil begonnen, in een poging om een proces van hergroepering te starten. Ten slotte, wat het avonturisme-putschisme betreft, is het opmerkelijk dat, zelfs als we de ‘toeschietelijkheid’ van de GCI ten opzichte van het terrorisme even buiten beschouwing laten, al deze groepen ook systematisch en rechtstreeks in de val zijn gelopen die de bourgeoisie voor de klasse had opgezet, door deze laatste op te roepen haar strijd te ontwikkelen op een moment dat het terrein daarvoor was ondermijnd door de heersende klasse en de vakbonden, zoals met name in de herfst van 1995 in Frankrijk.

16) De ervaring van de IAA heeft het verschil getoond dat er kan bestaan tussen het parasitisme en het moeras (zelfs als deze term destijds niet werd gebruikt). Het Marxisme definieert het moeras als een politieke invloedsfeer, die verdeeld is tussen de standpunten van de arbeidersklasse en die van de bourgeoisie en kleinburgerij. Deze soort zones kunnen ontstaan als een eerste stap in een bewustwordingsproces bij sectoren van het proletariaat, of bij het breken met burgerlijke standpunten. Ze kunnen ook de restanten vertegenwoordigen van stromingen, die op een bepaald moment een reële inspanning tot bewustwording van de klasse uitdrukken, maar die niet in staat bleken zich te ontwikkelen in functie van de nieuwe omstandigheden van de proletarische strijd en de ervaring van de laatste.

De groeperingen van het moeras kunnen, in het algemeen, niet stabiel blijven. Heen en weer geslingerd tussen de standpunten van het proletariaat en die van andere klassen, leidt dit ertoe of de standpunten van het proletariaat of die van de bourgeoisie te vervoegen, of tussen de twee verscheurd te raken. Een dergelijk proces van verduidelijking krijgt over het algemeen een nieuwe impuls door de grote gebeurtenissen waarmee de arbeidersklasse wordt geconfronteerd (in de 20e eeuw zijn dit in wezen de imperialistische oorlogen en de proletarische revolutie). En de algemene richting van deze verduidelijking is grotendeels afhankelijk van de ontwikkeling van de krachtsverhouding tussen bourgeoisie en proletariaat. Geconfronteerd met deze stromingen, heeft de houding van de linkerzijde van de arbeidersbeweging er nooit in bestaan om deze groepen als volledig verloren te beschouwen voor de arbeidersbeweging, maar hen een impuls te geven tot verheldering in eigen schoot, zodat de duidelijkste elementen de strijd vervoegen, terwijl degenen die overgaan naar de vijandelijke klasse ferm worden aangeklaagd.

17) In de IAA bestonden er, naast de marxistische stroming, die de voorhoede vormde, stromingen die we kunnen rekenen tot het moeras. Dit was bijvoorbeeld het geval met bepaalde Proudhonistische stromingen die in het eerste deel van de 19e eeuw een echte voorhoede vormden van het Franse proletariaat. Op het moment van de strijd tegen de parasitaire Alliantie, vormden deze groepen niet langer een voorhoede. Maar ondanks hun verwarringen waren ze in staat deel te nemen aan de strijd om de Internationale te redden, in het bijzonder tijdens de Congres van Den Haag. De houding van de marxistische stroming tegenover hen verschilde duidelijk van haar houding ten opzichte van de Alliantie. Op geen enkel moment was er ooit sprake van uitsluiting.

Het was echter juist heel belangrijk om hen te betrekken bij de strijd van de IAA tegen haar vijanden (de Alliantie), niet alleen vanwege hun gewicht binnen de Internationale, maar ook omdat deze strijd zelf een ervaring vormde, die deze stromingen kon helpen duidelijkheid te verkrijgen. In de praktijk kon deze strijd onderstrepen dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen het moeras en het parasitisme: waar de eerste doortrokken is van een proletarisch leven, dat de beste elementen in staat stelt om deel te nemen aan de revolutionaire stroming, is de essentiële roeping van de laatste de vernietiging van de klasse-organisatie. Ze is volstrekt niet in staat om zich in proletarische richting te ontwikkelen, zelfs als bepaalde elementen, die bedrogen kunnen zijn door het parasitisme, dit alsnog kunnen realiseren.

Vandaag is het eveneens belangrijk om een onderscheid te maken tussen de stromingen van het moeras [6] en de parasitaire stromingen. Terwijl de groepen van de proletarische milieu moeten proberen om de eerste te helpen om te evolueren naar marxistische standpunten, en een politieke duidelijkheid in hun midden te bewerkstellingen, moeten ze ten opzichte van het parasitisme de grootst mogelijke strengheid betrachten en de smerige rol hekelen die het speelt ten gunste van de bourgeoisie. Dit is des te belangrijker, omdat de stromingen in het moeras, door hun verwarring, bijzonder kwetsbaar zijn voor de parasitaire aanvallen (vooral gezien hun terughoudendheid ten opzichte van organisatie, zoals in het geval van het radenisme).

18) Ieder binnendringen van een vreemde ideologie in proletarische organisaties speelt de vijandige klasse in de kaart. Dit wordt in het bijzonder duidelijk wanneer het gaat om het parasitisme, wiens doel (of ze dit nu toegeven of niet) de vernietiging van deze organisaties is. Ook hier is de IAA bijzonder helder door haar verklaring dat, zelfs als hij geen agent was van de kapitalistische staat, Bakoenin het belang van de staat veel beter heeft gediend dan om het even welke agent dat kon hebben gedaan. Dit betekent echter helemaal niet dat het parasitisme op zich deel uitmaakt van het politiek apparaat van de heersende klasse, zoals de burgerlijke stromingen van de ultralinks, zoals het trotskisme, vandaag de dag.

In de ogen van Marx en Engels werden zelfs de meest bekende parasieten van hun tijd, Bakoenin en Lassalle, eigenlijk niet beschouwd als politieke vertegenwoordigers van de burgerlijke klasse. Deze analyse vloeit voort uit hun inzicht dat parasitisme als zodanig geen fractie is van de bourgeoisie, omdat het noch het programma of de oriëntatie heeft voor het nationale kapitaal, noch een bijzondere plaats inneemt in de staatsorganen voor de controle van de strijd van de arbeidersklasse. Dit gezegd, en indachtig de dienst die het parasitisme levert aan de bourgeoisie, verleent de laatste haar een bijzondere zorg. Deze manifesteert zich op met name op drie manieren:

  • een politieke steun aan de activiteiten van het parasitisme; de Europese burgerlijke pers nam het op voor de Alliantie en Bakoenin in zijn conflict met de Algemene Raad ;
  • de infiltratie en manoeuvres door de agenten van de staat in de parasitaire stromingen ; zo werd de afdeling Lyon van de Alliantie duidelijk geleid door twee Bonapartistische agenten, Richard en Blanc ;
  • de schepping, door bepaalde fracties van de bourgeoisie, van politieke stromingen die tot taak hebben op de proletarische organisatie te parasiteren: een duidelijk voorbeeld was ‘De Liga voor Vrede en Vrijheid’ (onder leiding van de Bonapartistische agent Vogt) die, zoals Marx het uitdrukte, “opgericht was in oppositie tot de Internationale” en die zich er in 1868 mee probeerde te ‘verbinden’.

Hier dient te worden opgemerkt dat, hoewel de meeste parasitaire stromingen zich voorstaan op een proletarisch programma, dit laatste niet onontbeerlijk is voor een organisatie die de functie van politiek parasitisme vervult. Want het parasitisme onderscheidt zich niet door de standpunten die het verdedigt, maar door zijn destructieve houding tegenover de echte organisaties van de arbeidersklasse.

19) In de huidige periode, wanneer de proletarische organisaties echter niet over de bekendheid beschikken die de IAA in haar tijd had, houdt niet de hele officiële burgerlijke propaganda zich bezig met de ondersteuning van de parasitaire groepen en elementen (dat zou onder meer het nadelige effect hebben en hen ongeloofwaardig te maken in de ogen van de elementen, die op zoek zijn naar kommunistische standpunten). Er dient evenwel te worden opgemerkt dat in de burgerlijke campagnes rond het ‘negationisme’, dat specifiek gericht is op de kommunisten, een belangrijke plek is gereserveerd voor groepen zoals de voormalige Mouvement Communiste, La Banquise, enzovoort, groepen die worden gepresenteerd als vertegenwoordigers van de Kommunistische Linkerzijde, terwijl ze in feite sterk parasitair gekleurd zijn.

Anderzijds was het inderdaad een agent van de staat, Chénier [7] die een belangrijke rol speelde in de vorming van een ‘geheime tendens’ in de IKS welke, behalve het verlies van de helft van afdeling in Groot-Brittannië, leidde tot een van de meest typisch parasitaire groeperingen, de CBG.

Ten slotte, waren de inspanningen van burgerlijke stromingen om te infiltreren in de proletarische milieu en een parasitaire functie uit te oefenen ook duidelijk zichtbaar in de activiteiten van de Spaanse burgerlijke linkse groep Hilo Rojo (die al jaren probeerde in de gunst te komen van het proletarisch milieu voordat ze er een frontale aanval op lanceerde), of die van de OCI (een Italiaanse burgerlijke linkse groep, waarvan sommige elementen afkomstig zijn uit het Bordigisme en die zich momenteel presenteert als de ‘ware erfgenaam’ van deze stroming).

20) Het binnendringen van agenten van de staat in de parasitaire kringen wordt natuurlijk vergemakkelijkt door de aard van parasitisme, wiens fundamentele roeping het is de strijd op te nemen tegen de echte proletarische organisaties. Inderdaad, het feit dat parasitisme werft onder de elementen die gekant zijn tegen de discipline van een klasse-organisatie, die alleen maar minachting hebben voor zijn statutaire werking, die zich meer verheugen in het informalisme en persoonlijke loyaliteit dan een loyaliteit aan de organisatie, zet de deur van de parasitaire milieu wijd open voor dit type van infiltratie. Deze deuren staan ook wagenwijd open voor de onvrijwillige hulptroepen van de kapitalistische staat, de avonturiers, de gedeklasseerde elementen die proberen de arbeidersbeweging in dienst te stellen van hun eigen ambities, in hun zoektocht naar bekendheid en een macht, die hen wordt onthouden door burgerlijke samenleving. In dit opzicht is het voorbeeld van Bakoenin, in de IAA, natuurlijk het meest bekende.

Marx en zijn kameraden hebben nooit beweerd dat Bakoenin een directe agent was van de staat. Maar dit verhinderde hen niet, om niet alleen zijn diensten te identificeren en aan te klagen die hij, onvrijwillig, verleende aan de heersende klasse, maar ook de aanpak en de klasse-oorsprong van de avonturiers binnen proletarische organisaties en de rol die ze spelen als leiders van het parasitisme. Dus, met betrekking tot de acties van Bakoenin's geheime Alliantie binnen de IAA, schreven ze dat de “gedeklasseerde elementen” erin waren geslaagd “om haar te infiltreren en geheime organisaties aan haar midden te vestigen”. Dezelfde aanpak werd overgenomen door Bebel in het geval van Schweitzer, de leider van de Lassalleaanse parasitaire stroming: “Hij vervoegde de beweging zodra hij zag dat er geen toekomst voor hem was binnen de bourgeoisie, die voor hem, wiens levenswijze hem al heel vroeg had gedeklasseerd, de enige hoop was om een rol te spele, in de arbeidersbeweging, in overeenstemming met zijn ambities en zijn capaciteiten”. (Bebel: Autobiografie).

21) Dit gezegd zijnde, zelfs als parasitaire stromingen vaak worden geleid door gedeklasseerde avonturiers (of directe agenten van de staat), dan rekruteren ze niet alleen in deze categorie. We kunnen er ook elementen aantreffen die in het begin worden bezield door een revolutionaire wil en die niet de intentie hebben om de organisatie te vernietigen, maar die:

-gekenmerkt worden door een kleinburgerlijke ideologie, ongeduldig, individualistisch, elitair, en affinitair;

‘teleurgesteld’ zijn in de arbeidersklasse, die voor hen niet snel genoeg vooruitgaat;

-het maar moeilijk vinden om te gaan met organisatorische discipline, gefrustreerd doordat ze in de militante activiteit niet de ‘bevrediging’ vinden waar ze op hoopten of toegang kregen tot ‘posten’ die ze ambieerden;

-en uiteindelijk een diepe vijandigheid ontwikkelen tegenover de proletarische organisatie, ook als deze vijandigheid wordt gemaskeerd door ‘militante’ pretenties.

Binnen de IAA vallen een aantal leden van de Algemene Raad, zoals Eccarius, Jung en Hales in deze categorie. Bovendien kan parasitisme oprechte en militante proletarische elementen rekruteren die, beïnvloed door kleinburgerlijke zwakheden of door gebrek aan ervaring, zich in de luren laten leggen of zich laten manipuleren door openlijke anti-proletarische elementen. In de IAA was dit typisch het geval met de meeste arbeiders, die deel uitmaakten van het Alliantie in Spanje.

22) Wat de IKS betreft werden de meeste splitsingen, die leidden tot de vorming van parasitaire groepen, zeer duidelijk gevormd door elementen, bezield door de kleinburgerlijke benadering zoals hierboven omschreven. De drijvende kracht achter en de stoot tot de formatie van deze ‘tendensen’, die leidde tot de formatie van min of meer kortstondige parasitaire groepen en tot de ‘ontslagen’ die het informele parasitisme voedde, werd gevormd de door intellectuelen die ‘erkenning’ zochten en gefrustreerd raakten doordat ze die niet kregen van de organisatie. Zij werden ongeduldig omdat zij de andere militanten niet konden overtuigen van de ‘juistheid’ van hun standpunten of tegenover het trage tempo van de ontwikkeling van de klassenstrijd, waren zij gevoelig voor kritiek op hun standpunten of hun gedrag. Zij wezen de centralisatie af, die zij ervoeren als ‘Stalinistisch’. De ‘tendens’ van1979 die aanleiding gaf tot het ontstaan van de ‘Groupe Communiste Internationaliste’, de ‘tendens’ Chénier, een van de gedaanteverwisselingen van de niet meer bestaande ‘Communist Bulletin Group’, de McIntosh-JA-ML ‘tendens’ (grotendeels bestaande uit leden van het centrale orgaan van de IKS) die leidde tot het ontstaan van de EFIKS (Externe Fractie van de IKS, nu Internationalistisch Perspectief) waren de achtereenvolgende typische manifestaties van dit verschijnsel.

Bij deze verwikkelingen heeft men ook kunnen zien dat elementen, die ongetwijfeld een proletarische bekommernis hadden, zich lieten leiden door de persoonlijke loyaliteit ten opzichte van de vooraanstaande leden van deze ‘stromingen’, die geen werkelijke tendensen maar clans waren, zoals IKS ze al heeft gedefinieerd. Het feit dat al deze parasitaire splitsingen in onze organisatie eerst verschenen in de vorm van interne clans is natuurlijk geen toeval. In de praktijk is er een grote gelijkenis tussen de organisatorische gedrag dat aan de basis ligt van de vorming van clans en het gedrag dat de brandstof vormt voor het parasitisme: individualisme, de statutaire kaders beschouwen als een belemmering, frustratie ten opzichte van de militante activiteit, loyaliteit aan personen ten koste van loyaliteit aan de organisatie, de invloed van ‘goeroes’ (personages met een persoonlijke greep op andere militanten).

Wat in feite al ten grondslag ligt aan de vorming van de clans - de vernietiging van het organisatorische weefsel - vindt zijn ultieme uitdrukking in het parasitisme: de wil om de proletarische organisaties zelf te vernietigen. [8]

23) De heterogeniteit, die een van de kenmerken is van het parasitisme, aangezien het in zijn rijen zowel relatief oprechte elementen telt als elementen die bezield zijn door een haat ten opzichte van de proletarische organisatie, en zelfs politieke avonturiers of directe agenten van de staat, maakt hiervan het terrein bij uitstek voor de operaties van de geheime diensten die de elementen, die het meest vijandig staan tegenover de proletarische bekommernis, in staat stellen om de meer oprechte elementen met hen mee te slepen. De aanwezigheid van deze ‘oprechte’ elementen, vooral diegenen die reële inspanningen hebben gedaan voor de opbouw van de organisatie, is in feite één van de voornaamste voorwaarden voor het succes van parasitisme, aangezien het geloofwaardigheid en autoriteit verleent aan zijn valse ‘proletarische’ paspoort (net zoals de vakbonden ‘eerlijke en toegewijde’ militanten nodig hebben om hun taak te kunnen vervullen).

Tegelijkertijd kan het parasitisme, en zijn belangrijkste elementen, alleen controle te krijgen over een groot deel van hun troepen door hun ware doel te verbergen. Zo was de Alliantie in het IAA opgebouwd uit een aantal kringen rond ‘burger B’, en waren de geheime statuten alleen voorbehouden aan de ‘ingewijden’. “De Alliantie verdeelt haar leden in twee kasten, de ingewijden en de niet-ingewijden, aristocraten en plebejers, de laatste waren veroordeeld te worden geleid door de eersten via een organisatie wier bestaan door hen niet gekend is” (Engels, Rapport over de Alliantie). Vandaag handelt het parasitisme op dezelfde wijze en het gebeurt zelden dat de parasitaire groepen, en in het bijzonder de avonturiers of gefrustreerde intellectuelen die hen bezielen, openlijk te koop lopen met hun programma. In die zin is ‘Mouvement Communiste’ [9], dat duidelijk zegt dat het linkskommunistische milieu moet worden vernietigd, zowel een karikatuur van parasitisme als een spreekbuis van de werkelijke onderliggende doeleinden.

24) De methoden, die door de Eerste Internationale en de Eisenachers zijn gebruikt tegen parasitisme, hebben als model gediend voor de IKS. In de openbare documenten van de congressen, in de pers, in de openbare vergaderingen en zelfs in het parlement, werden de manoeuvres van parasitisme aangeklaagd. Steeds opnieuw is gebleken dat de heersende klasse zelf achter deze aanvallen stond en dat haar doel de vernietiging van het marxisme was. Het werk van het Congres van Den Haag, evenals Bebel's beroemde toespraken tegen de geheime politiek van Bismarck en Schweitzer, openbaarden de capaciteit van de arbeidersbeweging om een globale verklaring te geven voor deze manoeuvres en ze op een zeer concrete wijze aan de kaak te stellen. Wat betreft de belangrijkste redenen, die de Eerste Internationale heeft gegeven voor de publicatie van de onthullingen over het gekonkel Bakoenin, kunnen we vooral wijzen op het volgende:

  • de openlijke ontmaskering is de enige manier voor de arbeidersbeweging om zich te ontdoen van deze methoden. Alleen als alle leden van de organisatie zich bewust worden van deze kwesties wordt het mogelijk dergelijke dingen in de toekomst te voorkomen ;
  • het was noodzakelijk om Bakoenin's Alliance publiekelijk aan de kaak stellen teneinde diegenen, die dezelfde methoden gebruikten, te ontmoedigen. Marx en Engels wisten heel goed dat andere parasieten nog steeds hun geheime activiteiten ontwikkelden binnen en buiten de organisatie, zoals de aanhangers van Pyatt, die nog steeds bestonden ;
  • alleen een openbaar debat kon de controle breken, die Bakoenin over vele van zijn slachtoffers had, en ze aanmoedigen om zich uit te spreken. Hierbij werden Bakoenin's methoden van manipulatie vooral blootgelegd door de publicatie van de Revolutionaire Catechismus;
  • een openbare aanklacht was onmisbaar om te voorkomen dat de Internationale werd geassocieerd met dergelijke praktijken. Het besluit tot de uitsluiting van Bakoenin, uit de Internationale, werd genomen nadat het nieuws over de affaire Netsjajev was aangekomen, en de bewustwording van het gevaar dat het gebruikt zou worden tegen de Internationale;
  • de lessen van deze strijd hadden een historisch belang, niet alleen voor de Internationale maar ook voor de toekomst van de arbeidersbeweging. In deze geest wijdde Bebel later 80 pagina's van zijn autobiografie aan de strijd tegen Lassalle en Schweitzer.

Maar de kern van deze politiek werd gevormd door de noodzaak om politieke avonturiers als Bakoenin en Schweitzer te ontmaskeren. Het kan niet vaak genoeg worden benadrukt dat het hele politieke leven van Marx door een dergelijke houding is gekenmerkt, zoals we kunnen zien in zijn hekeling van de handlangers van Lord Palmerston of Herr Vogt. Hij begreep heel goed dat dergelijke ingrijpende zaken onder het tapijt vegen alleen ten voordele zou zijn van de heersende klasse.

25) Het is deze traditie van de arbeidersbeweging die de IKS voortzet met haar artikelen over haar eigen interne strijd, haar polemieken tegen het parasitisme, de openbare aankondiging van de unanieme uitsluiting van een van haar leden door het 11e Internationale Congres, de publicatie van artikelen over de vrijmetselarij, enzovoort. In het bijzonder, de verdediging door de IKS van de traditie van de Erejury, in het geval van elementen die het vertrouwen hebben verloren van revolutionaire organisaties, met het oog op de bescherming van het milieu als geheel: dit alles maakt deel uit van precies dezelfde geest als die van het Congres van Den Haag en de commissies van onderzoek van de arbeiderspartijen in Rusland naar mensen die ervan verdacht werden agent-provocateurs te zijn.

De storm van protesten en beschuldigingen, die door de burgerlijke pers werd verspreid naar aanleiding van de publicatie van de belangrijkste resultaten van het onderzoek naar de Alliantie, laten zien dat deze strenge methode van openbare aanklacht de bourgeoisie meer angst inboezemt dan al het andere. Ook de manier waarop de opportunistische leiders van de Tweede Internationale in de geschiedenis van de arbeidersbeweging, in de jaren voorafgaand aan 1914, stelselmatig het befaamde hoofdstuk ‘Marx tegen Bakoenin’ hebben genegeerd, laat dezelfde angst zien van de kant van alle verdedigers van de kleinburgerlijke organisatorische concepten.

26) Wat betreft het kleinburgerlijke voetvolk van parasitisme, heeft de politiek van de arbeidersbeweging erin bestaan ze van het politieke toneel te doen verdwijnen. Hier speelt de hekeling van de absurditeit van de standpunten en de politieke activiteiten van de parasieten een belangrijke rol. Zo steunde en voltooide Engels, in zijn gevierde artikel ‘De Bakoeninisten aan het werk’(tijdens de burgeroorlog in Spanje) de onthullingen over het organisatorische gedrag van de Alliantie.

Vandaag voert de IKS, in haar strijd tegen de aanhangers van de verschillende georganiseerde en ‘ongeorganiseerde’ centra van het parasitaire netwerk, dezelfde politiek.

Met betrekking tot de min of meer proletarische elementen, die in zekere zin door het parasitisme bij de neus zijn genomen, is de politiek van het marxisme altijd al heel anders geweest. Het is altijd haar politiek geweest om een wig te drijven tussen deze elementen en de parasitaire leiders, die worden geleid en aangemoedigd door de bourgeoisie, waaruit blijkt dat de eerste de slachtoffers zijn van de tweede. Het doel van deze politiek is altijd het isoleren van de parasitaire leiding door haar slachtoffers weg te leiden uit haar invloedssfeer. Het Marxisme heeft altijd de houding en de activiteiten van de ‘slachtoffers’ aangeklaagd, maar er tegelijkertijd voor gevochten om hun vertrouwen in de organisatie en het proletarisch milieu nieuw leven in te blazen. Het werk van Engels en Lafargue in de richting van de Spaanse afdeling van de Eerste Internationale is hiervan een perfecte concretisering.

Het IKS heeft ook deze traditie gevolgd door het organiseren van confrontaties met het parasitisme teneinde diegenen terug te winnen, die zijn bedrogen. De aanklacht tegen Schweitzer als agent van Bismarck, door Bebel en Liebknecht op een massabijeenkomst van de Lassalleaanse partij in Wuppertal, is een bekend voorbeeld van deze houding.

27) Het feit dat in de arbeidersbeweging de traditie van strijd tegen het parasitisme verloren is gegaan sinds de grote gevechten in de IAA, is het gevolg van:

  • het feit dat parasitisme geen groot gevaar vertegenwoordigt voor proletarische organisaties na de IAA;
  • de lengte en diepte van de contra-revolutie.

Geconfronteerd met het parasitaire offensief vormt dit een belangrijke zwakheid van het proletarische politieke milieu. Dit gevaar is des te groter vanwege de ideologische druk van de ontbinding van het kapitalisme, een druk die, zoals de IKS heeft aangetoond, het binnendringen van de meest extreme vormen van de kleinburgerlijke ideologie vergemakkelijkt en een ideaal terrein schept voor de groei van het parasitisme. [10] Het proletarische milieu staat dus voor een zeer belangrijke verantwoordelijkheid om zich te engageren in een vastbesloten strijd tegen deze plaag. De bekwaamheid van revolutionaire stromingen om het parasitisme te identificeren en bestrijden is, tot op zekere hoogte, een indicatie van hun capaciteit om de andere risico's, die wegen op de organisaties van het proletariaat, te bestrijden en met name het meest permanente gevaar, het opportunisme.

In feite, omdat dat opportunisme en parasitisme beiden uit dezelfde bron afkomstig zijn (het binnendringen van de kleinburgerlijke ideologie) en een aanslag vormen op de beginselen van proletarische organisatie (programmatische beginselen voor de eerste, organisatorische beginselen voor de tweede), is het niet meer dan logisch dat ze elkaar tolereren en naar elkaar toegroeien. Zo was het helemaal niet vreemd dat we in de IAA zagen hoe de ‘anti-staat’-ideologie van de Bakoeninisten hand in hand gingen met de ‘staats’-ideologie van de Lassalleanen (die een verscheidenheid aan opportunisten vertegenwoordigden). Een van de gevolgen daarvan is dat de linkse stromingen van proletarische organisaties in feite het leeuwenaandeel van de strijd moeten voeren tegen het parasitisme. In de IAA, waren het allereerst Marx en Engels en hun tendens, die de strijd voerden tegen Alliantie. Het was helemaal geen toeval dat de belangrijkste documenten, die tijdens deze gevechten waren voorgebracht, hun handtekening droegen (de circulaire van 5 maart 1872, ‘De zogenaamde Scheuringen in de Internationale’ werd geschreven door Marx en Engels en het in 1873 geschreven verslag over ‘De Alliantie voor Socialistische Democratie en de Internationale Arbeiders Associatie’ was het werk van Marx, Engels, Lafargue en Utin).

Wat geldig was in de tijd van de IAA blijft vandaag nog geldig. De strijd tegen het parasitisme vormt een van de belangrijkste verantwoordelijkheden voor de Kommunistische Linkerzijde. Die strijd is rechtstreeks verbonden met de traditie van haar bittere gevechten tegen het opportunisme. Vandaag de dag vormt ze een van de belangrijkste onderdelen in de voorbereiding van de partij van de toekomst, en in feite een van de bepalende factoren van het moment waarop de partij kan ontstaan en van de bekwaamheid haar rol te spelen in de beslissende strijd van het proletariaat ■

(Eerder verschenen in de Franse-, Engelse- en Spaanstalige Internationale Revue nr. 94, 3e kwartaal 1998)

Voetnoten

[1] Natuurlijk is het nodig om een onderscheid te maken tussen de twee betekenissen die aan het begrip ‘avonturisme’ kunnen worden gegeven. Aan de ene kant is er het avonturisme van bepaalde gedeklasseerde elementen, politieke avonturiers, die er niet in geslaagd zijn een rol te spelen binnen de heersende klasse. Als ze zich realiseren dat het proletariaat geroepen is een belangrijke plaats in te nemen in het maatschappelijke leven en in de geschiedenis, proberen ze erkenning te verkrijgen van de arbeidersklasse of van haar organisaties, die hen in staat stellen om die persoonlijke rol te spelen, die de bourgeoisie hen heeft geweigerd. Als deze elementen zich keren naar de klassenstrijd is hun doel niet om zich in zijn dienst te stellen maar om, daarentegen, de strijd te stellen in dienst van hun ambities. Zij zoeken bekendheid door ‘naar het proletariaat te gaan’, zoals anderen dat doen door een reis om de wereld te maken. Aan de andere kant wijst de term avonturisme ook op een politiek van het lanceren van ondoordachte actie, wanneer de minimale voorwaarden voor succes - een voldoende rijpheid in de klasse - niet bestaan. Een dergelijke houding kan afkomstig zijn van politieke avonturiers op zoek naar sensatie, maar het kan net zo goed worden ondernomen door volkomen oprechte, toegewijde en onbaatzuchtige arbeiders en militanten, maar zonder een goed politieke inzicht, of door ongeduld gedreven.

[2] Marx en Engels waren niet de enigen die het politieke parasitisme identificeerden en karakteriseerden.

Aan het einde van de 19e eeuw nam een groot marxistisch theoreticus, Antonio Labriola, dezelfde analyse van parasitisme over: “In dit eerste type van onze huidige partijen [het gaat hier over de Bond van Kommunisten], in wat we de eerste cel van ons complex, elastisch en sterk ontwikkeld organisme zouden kunnen noemen, bestond niet alleen het bewustzijn van de missie die moest worden vervuld, maar ook van de enige passende vormen en methoden van associatie, van de eerste beginselen van de proletarische revolutie. Dat was niet langer een sekte: die vorm was al achterhaald. Het was gedaan met de onmiddellijke en fantastische overheersing van de enkeling. Wat overheerste was een discipline, wier bron ligt in de ervaring en de noodzaak, en in de doctrine die juist de bewuste overdenking van deze noodzaak moet zijn. Hetzelfde gold voor de Internationale, die slechts autoritair leek voor diegenen die hebben geprobeerd en er niet in zijn geslaagd haar hun eigen autoriteit op te leggen.

Hetzelfde moet en zal ook gelden voor alle arbeiderspartijen: en waar deze eigenschap geen of nog geen invloed heeft kunnen winnen, zal een elementaire en verwarde proletarische agitatie alleen maar illusies wekken en een voorwendsel voor intriges zijn. En als dit niet het geval is, dan is het een sekte waar de fanaticus aanschuurt tegen de gek en de spion; dan wordt het een herhaling van de Internationale Broederschap, die zich als een parasiet vastklampte aan de Internationale en deze in diskrediet bracht (...) Of anders is het een groep van ontevredenen voor het grootste deel bestaande uit gedeklasseerden en kleinburgers die hun tijd besteden aan speculaties zowel over socialisme, als over iedere andere politiek die in de mode is” (Antonio Labriola, ‘Essai sur la conception matérialiste de l'histoire’).

[3] Dit verschijnsel werd natuurlijk nog versterkt door het gewicht van het radenisme dat, zoals het IKS heeft opgemerkt, de prijs is die de arbeidersbeweging betaalde en nog steeds betaalt voor de overheersing van het Stalinisme in de gehele contra-revolutionaire periode.

[4] Dit is natuurlijk ook de reden waarom de vrienden van Bakoenin, op dat congres, het besluit ondersteunden om de bevoegdheden van de Centrale Raad aanzienlijk te versterken, terwijl ze later eisten dat zijn rol niet verder zou gaan dan die van een ‘brievenbus’.

[5] De geschiedenis van de arbeidersbeweging is rijk aan lange gevechten, gevoerd door de Linkerzijde. Tot de belangrijkste behoren:

  • Rosa Luxemburg tegen het revisionisme van Bernsteins aan het einde van de 19e eeuw ;
  • Lenin tegen de Mensjewiki vanaf 1903 ;
  • Luxemburg en Pannekoek tegen Kautsky over de kwestie van de massa-staking (1908-1911);
  • Luxemburg en Lenin in verdediging van internationalisme (congressen van Stuttgart in 1907, Bazel 1912) ;
  • Pannekoek, Gorter, Bordiga, en alle militanten aan de Linkerzijde van de Kommunistische Internationale (en niet te vergeten Trotski, tot op zekere hoogte), tegen de ontaarding van de Derde Internationale.

[6] In ons eigen tijdperk wordt het moeras vooral vertegenwoordigd door de verschillende stromingen binnen het radenisme (zoals die ontstonden met de historische heropleving van de klassenstrijd aan het einde van de jaren 1960, en die in komende perioden van klassenstrijd waarschijnlijk weer zullen verschijnen), door restanten van het verleden zoals de ‘De Leonisten’ in de Angelsaksische landen, of door elementen die breken met ultralinks.

[7] Er is geen enkel bewijs dat Chénier een agent was van de staatsveiligheiddienst. Daarentegen, toont zijn snelle carrière in het staatsapparaat, onmiddellijk na zijn uitsluiting uit de IKS, en vooral binnen het apparaat van de Socialistische Partij (die destijds leiding gaf aan de regering) aan dat hij al voor dit apparaat van de bourgeoisie moet hebben gewerkt, toen hij zich nog presenteerde als een ‘revolutionair’.

[8] In reactie op de analyses en bezorgdheid van de IKS over het parasitisme, wordt vaak gezegd dat het verschijnsel alleen onze eigen organisatie betreft, ofwel als een doelwit ofwel als een ‘leverancier’ van het parasitaire milieu door de splitsingen. Het is juist dat de IKS momenteel het belangrijkste doelwit is van het parasitisme, iets dat gemakkelijk kan worden verklaard door het feit dat zij de grootste en meest verbreide organisatie is van het proletarisch milieu. Bijgevolg ontlokt ze de grootste haat uit van de vijanden van dit milieu, die nooit een gelegenheid voorbij laten gaan om die vijandschap van de andere proletarische organisaties ten opzichte van haar op te stoken. Een andere reden voor dit ‘privilege’ van het IKS is het feit dat onze organisatie de meeste afsplitsingen heeft voortgebracht, die resulteerden in parasitaire groepen. Voor dit verschijnsel kunnen verschillende verklaringen worden gegeven:

Ten eerste is de IKS, van alle organisaties van het proletarische politieke milieu, die zich hebben gehandhaafd in de 30 jaar die ons scheiden van 1968, de enige die nieuw is, want alle anderen bestonden op het moment reeds. Als gevolg daarvan heeft onze organisatie te kampen gehad met een groter gewicht van de kringgeest, die de voedingsbodem is voor de clans en het parasitisme. Bovendien hadden de andere organisaties intussen al een ‘natuurlijke selectie’ ondergaan, zelfs vóór historische heropleving van de klasse. Die hadden dus alle avonturiers, semi-avonturiers en intellectuelen al geëlimineerd, die op zoek waren naar een gehoor, die het geduld misten om een onderbelicht werk te verrichten in kleine organisaties met een verwaarloosbare invloed in de arbeidersklasse. Op het moment van de proletarische heropleving dachten dit soort elementen dat het gemakkelijker zou zijn ‘op te klimmen’ in een nieuwe organisatie, die zich nog aan het vormen was, dan in een oudere organisatie waar de ‘plaatsen al waren ingenomen’.

Ten tweede bestaat er over het algemeen een fundamenteel verschil tussen de (eveneens talloze) splitsingen die het Bordigistisch milieu (dat tot het einde van de jaren 1970 het meest internationaal ontwikkelde was) en diegene die de IKS hebben getroffen. In de Bordigistische organisaties, die officieel claimen monolithisch te zijn, zijn splitsingen meestal het gevolg van de onmogelijkheid van het bestaan van politieke meningsverschillen binnen de organisatie, wat betekent dat deze afsplitsingen niet per sé een parasitaire dynamiek hebben. Daarentegen zijn de splitsingen binnen de IKS niet het gevolg van monolithisme of sektarisme, omdat onze organisatie debat en confrontatie in haar midden altijd heeft toegestaan en zelfs aangemoedigd: de collectieve afsplitsingen waren het gevolg van ongeduld, individualistische frustraties, een clannistische benadering en droegen daardoor een parasitaire geest en dynamiek in zich.

Dit gezegd, moeten wij erop wijzen dat de IKS lang niet het enige doelwit is van het parasitisme. Het denigrerende gedoe, van Hilo Rojo en ‘Mouvement Communiste’ bijvoorbeeld, zijn gericht op de gehele Kommunistische Linkerzijde. Zo is de Bordigistische stroming bij voorkeur het doelwit van de ICO. Ten slotte, zelfs als de parasitaire groepen hun aanvallen richten op de IKS en de andere groepen van het proletarisch politieke milieu sparen, of er zelfs mee vleien (zoals het geval was met het CBG, of zoals ‘Echanges et Mouvement’ permanent doet), zijn deze er meestal op gericht om de verdeling en de versnippering tussen de groepen te vergroten. De IKS stond echter altijd op het voorgrond in de strijd tegen deze zwakheden.

[9] Een groep, opgericht door ex-leden van de IKS, die behoorden tot de GCI en voortkwamen uit het ultralinkse kamp, en niet te verwarren met de ‘Mouvement Communiste’ van de jaren 1970, die een van de apostelen was van het modernisme.

[10] “Het is duidelijk dat de ideologische ontbinding eerst en vooral de kapitalistische klasse zelf aantast en, door besmetting, ook de kleinburgerlijke lagen, die geen werkelijke eigen zelfstandigheid kennen. We kunnen zelfs zeggen dat de laatsten zich het meest met de ontbinding identificeren. Hun eigen situatie, hun gebrek aan toekomst, sluit heel goed aan bij de belangrijkste oorzaak van de ideologische ontbinding: het ontbreken van elk onmiddellijk perspectief voor de maatschappij als geheel. Alleen het proletariaat draagt een perspectief in zich voor de hele mensheid en, zo beschouwd, beschikt het in zijn rangen ook over de grootste bekwaamheid tot verzet tegen de ontbinding. Dit betekent echter nog niet dat het proletariaat geheel en al gespaard wordt, vooral omdat het aanschuurt tegen de kleinburgerij, die de belangrijkste drager is van de ontbinding. De verschillende elementen, die de kracht van het proletariaat vormen, botsen op de verschillende facetten van deze ideologische ontbinding:

  • de collectieve actie en de solidariteit worden geconfronteerd met de geest van ‘het ieder voor zich’ en van ‘bekijk het maar’ ;
  • de noodzaak van de organisatie botst met de sociale ontbinding, de vernietiging van de verhoudingen, die de grondslag vormen van de maatschappij ;
  • het vertrouwen van het proletariaat in de toekomst en in zijn eigen kracht die voortdurend ondermijnd wordt door de algemene wanhoop, die de hele maatschappij binnendringt, door het nihilisme, door de ideologie van de ‘no future’;
  • bewustzijn, helderheid, samenhangend en verenigd denken, de zin in theorie, moeten hun weg banen door een maatschappij die vlucht in hersenschimmen, in drugs, in sekten, in mystiek, in de vernietiging van het denken, die kenmerkend zijn voor ons tijdperk”.

(Internationale Revue nr. 13, ‘Ontbinding, de hoogste fase van het kapitalisme in verval’, punt 13).

Men ziet dat de kruideniersmentaliteit, de valse solidariteit van de clan, de haat tegenover de organisatie, het wantrouwen, de laster, de gedragingen en houdingen waarin het parasitisme zich wentelt, in de huidige sociale ontbinding een voedingsbodem vinden. Het spreekwoord zegt: de mooiste bloemen bloeien op de mestvaalt. De wetenschap leert ons dat vele parasitaire organismen zich er net zozeer aan verkneukelen. En op zijn beurt respecteert het politieke parasitisme de wetten van de biologie, door honing te maken van de maatschappelijke verrotting.

Politieke stromingen en verwijzingen: 

Ontwikkeling van proletarisch bewustzijn en organisatie: