De Russische Revolutie van 1905: De Sovjets openen een nieuwe periode in de geschiedenis van de klassenstrijd (deel 2)

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

De tendensen die we zagen in Ivanovo-Voznesensk kwamen tot volle bloei in de Sovjet van Arbeidersafgevaardigden in Sint-Petersburg.
De sovjet kwam voort uit de ontwikkeling van de arbeiderstrijd in Sint-Petersburg. Oppervlakkig gezien verschilde hij van die van Ivanovo-Voznesensk doordat de allereerste bijeenkomst was bijeengeroepen op initiatief van de Mensjewieken eerder dan dat hij direct uit de strijd was voortgekomen. In werkelijkheid was hij even diep geworteld in de arbeidersstrijd, maar dan eerder uit de beweging als geheel dan uit een afzonderlijke deel daarvan. Dit was een stap vooruit en in het idee dat hij minder echt proletarisch zou zijn of op de een of andere manier een schepping zou zijn van de sociaal-democratie laat enkel het oppervlakkige formalisme zien van diegenen die over dat punt willen twisten. De revolutionairen werden juist vooruit gedreven door de stormloop van de gebeurtenissen en door de spontane ontwikkeling van de strijd met een tred die ze niet altijd behaaglijk vonden.
Van meet af aan bleek de politieke aard van de sovjet: “Er werd onmiddellijk besloten om tot een oproep aan het proletariaat van de hoofdstad om een politieke algemene staking uit te roepen en afgevaardigden te kiezen. De proclamatie die op de eerste bijeenkomst werd opgesteld verklaart: ‘De arbeidersklasse heeft haar toevlucht genomen tot het uiteindelijke, machtige wapen van de wereldwijde arbeidersbeweging – de algemene staking [...]. In de komende dagen zullen er in Rusland beslissende gebeurtenissen plaatsvinden. Ze zullen het lot bepalen van de arbeidersklasse voor vele komende jaren; wij moeten deze gebeurtenissen met volle toewijding tegemoet treden, verenigd in onze gezamenlijke sovjet [..]’.” (1). De tweede vergadering van de sovjet ging er al toe over om eisen te stellen aan de heersende klasse: “Een speciale afvaardiging kreeg opdracht om de volgende eisen over te brengen aan de stadsdoema: 1) dat er onmiddellijk maatregelen moesten worden genomen om de voedselbevoorrading van de arbeiders veilig te stellen; 2) dat er gelegenheid zou worden gegeven voor vergaderingen; 3) dat de hele voedselbevoorrading, het toewijzen van gelegenheden en fondsen voor de politie, de rijkswacht, enzovoort., met onmiddellijke ingang zouden worden opgeschort; 4) dat er fondsen ter beschikking werden gesteld voor de bewapening van het proletariaat van Sint-Petersburg in zijn strijd voor vrijheid.” (2). De sovjet werd heel snel de verzamelplaats van de strijd en de leider van de massastaking, waarbij vakbondscomités en afzonderlijke stakingscomités gehouden waren aan zijn beslissingen. Het grondwettelijk manifest, door de Tsaar ondertekend op 18 oktober, was op zichzelf geen bijzonder radicaal document maar in de politieke context van de periode was het een uiting van de krachtsverhouding tussen de klassen tijdens de revolutie, en als zodanig was het van groot belang: “Op 17 oktober capituleerde de tsaristische regering, besmeurd door het bloed en de eeuwenlange banvloeken, voor de revolutionaire staking van de werkende massa’s. Geen enkele poging tot restauratie kan dit feit wegpoetsen uit de geschiedenisboeken. De gewijde kroon van het absolutisme van de tsaar draagt voor eeuwig de sporen van de laars van de proletariër.” (3).
De volgende twee en een halve maand gaf een krachtmeting te zien tussen het revolutionaire proletariaat, geleid door de sovjet die het in het leven had geroepen, en de bourgeoisie. Op 21 oktober, geconfronteerd met een verloop van de staking, maakte de sovjet er een eind aan, en toonde daarmee zijn kracht door alle arbeiders te organiseren om op hetzelfde uur weer aan het werk te gaan. Eind oktober werden de plannen voor een betoging om amnestie te eisen voor de gevangenen van de staat afgelast met het oog op de voorbereidselen die door een deel van de heersende klasse waren gemaakt om een confrontatie uit te lokken. Deze acties waren pogingen van de klassen om een gunstige omstandigheden te scheppen omdat ze op een onvermijdelijke botsing afstevenden: “Dat was de algemene trend van de politiek van de sovjet; hij stevende met de ogen wijd open af op het onvermijdelijke conflict. Maar hij voelde zichzelf er niet toe gedwongen het conflict te versnellen. Hoe later, hoe beter.” (4). Eind oktober werd er een golf van pogroms georganiseerd, waarbij zowel de Zwarte Honderd als niets ontziende berooide en criminele elementen van de maatschappij werden ingezet. Dat resulteerde in ongeveer 3.500 tot 4.000 doden en 10.000 gewonden; en zelfs in Sint-Petersburg werden er voorbereidingen gemaakt door met incidentele afranselingen en mishandelingen. De arbeidersklasse beantwoordde dit door haar milities te versterken, het beslag leggen op wapens en het opzetten van patrouilles, en dwongen de regering er op haar beurt toe soldaten in de stad te brengen.
In November brak er een nieuwe staking uit, gedeeltelijk in reactie op de instelling van de staat van beleg in Polen en de krijgswet voor de soldaten en matrozen uit Kronstadt die oproer maakten. Wederom geconfronteerd met een verloop na enkele toegevingen te hebben afgedwongen, blies de sovjet de staking af en de arbeiders gingen als een gedisciplineerd geheel weer aan het werk. Het succes van de staking was dat nieuwe sectoren van de arbeidersklasse er in betrokken werden en dat hij contact legde met soldaten en matrozen: “Met een enkele klap stuwde dit het bewustzijn omhoog van veel kringen binnen het leger en, in een bestek van een paar dagen, zagen een aantal politiek bijeenkomsten het licht in de barakken van het garnizoen in Sint-Petersburg. In het Uitvoerend Comité en zelfs op de bijeenkomsten van de sovjet zelf begonnen niet enkel afzonderlijke soldaten maar ook soldatenafgevaardigden op te dagen, toespraken houdend en om steun vragend; de revolutionaire band onder de troepen werd versterkt; proclamaties werden wijd en zijd gelezen.” (5). Evenzo kon ook een poging om de achturendag af te dwingen niet volgehouden worden en de winst die was bereikt ging snel weer verloren toen de campagne was afgelast. Maar de invloed op het bewustzijn van de arbeidersklasse was bleef voortleven: “De rapporteur van het Uitvoerend Comité die belast was met het verdedigen van de resolutie in de sovjet om de campagne te beëindigen, vatte de campagne in de volgende bewoordingen samen: ‘Wij hebben niet de achturendag verkregen voor de massa’s, maar wij hebben zeker de massa’s gewonnen voor de achturendag. Voortaan zal de oorlogskreet: Acht uren en een geweer! leven in het hart van iedere arbeider in Sint-Petersburg.’” (6).
De stakingen gingen verder, meer in het bijzonder een nieuwe spontane beweging onder de arbeiders van de spoorwegen en de telegraaf, maar de contrarevolutie won ook geleidelijk aan kracht. In 26 november werd de voorzitter van de sovjet, Georgiy Nosar, gearresteerd. De erkende nu dat de confrontatie onvermijdelijk was en stemde een resolutie waarin verklaard werd dat het zou doorgaan om een bewapende opstand voor te bereiden. Arbeiders, boeren en soldaten kwamen bijeen in de sovjet, en bevestigden zijn oproep om de wapens op te nemen en voorbereidingen te treffen. Maar op 6 december werd de sovjet omsingeld en zijn leden gearresteerd. Nu kwam de sovjet van Moskou op de voorgrond met een oproep tot algemene staking en met een poging om die in een bewapende opstand om te vormen. Maar op dat ogenblik mobiliseerde de reactie al op massale schaal en de poging tot opstand werd een achterhoedegevecht, een defensieve actie. Tegen het midden december was hij verslagen. In de reactie die daarop volgde werden 14.000 mensen gedood tijdens het gevecht, 1.000 geëxecuteerd, 20.000 gewond en 70.000 gearresteerd en gevangengezet dan wel verbannen.
De bourgeoisie was verbijsterd door de gebeurtenissen van 1905. Omdat enig begrip van de revolutionaire aard van de arbeidersklasse haar vreemd is lijkt de ontwikkeling van de strijd naar een bewapende confrontatie en de nederlaag van het proletariaat een daad van waanzin:
“Overspoeld door succes, bezweek de sovjet van Petersburg door overmoed (7). In plaats van zijn resultaten te bestendigen werd hij steeds strijdbaarder, en zelfs roekeloos. Veel van zijn leiders redeneerden dat als de autocratie zo gemakkelijk op zijn knieën kon worden gebracht, zou het dan niet mogelijk zijn om steeds meer concessies af te dwingen voor de arbeidersklasse en een socialistische revolutie door te drukken? Zij gingen er liever aan voorbij dat de algemene staking alleen maar was geslaagd omdat het een verenigde inspanning was van verschillende sociale groepen; en ze begrepen niet dat zij alleen op de sympathie van de middenklasse konden rekenen zolang de sovjet zijn vuurkracht tegen de autocratie richtte.” (8). Voor revolutionairen ligt de betekenis van 1905 niet in de onmiddellijke winst maar in de lessen die er uit geleerd kunnen worden voor de ontwikkeling van de voorwaarden voor revolutie, de rol van het proletariaat en van de revolutionaire organisatie en, vooral, voor de middelen die het proletariaat zal aanwenden om strijd te leveren: de sovjets. Deze lessen konden alleen worden geleerd door de ‘overmoed’ en ‘roekeloosheid’ van het proletariaat; dat zijn eigenschappen die het volop nodig zal hebben om het kapitalisme met goed gevolg omver te werpen. De bolsjewieken waren niet zeker van zichzelf toen ze met de sovjets in aanraking kwamen. In Sint-Petersburg, hoewel ze deelnamen aan de oprichting van de sovjet, stemde de organisatie van de bolsjewieken van de stad een resolutie waarin werd opgeroepen een sociaal democratisch programma aan te nemen. In Saratov verzetten ze zich nog in november 1950 tegen de oprichting van de sovjet, terwijl ze in Moskou, met enige vertraging, actief deelnamen aan de sovjet. Lenin had een veel helderder begrip van de mogelijkheden die de sovjets boden en in een onuitgegeven brief aan Pravda van begin november bekritiseerde hij degenen die de partij tegenover de sovjets stelden: “[...] het besluit moet zijn: zowel de Sovjet van Arbeidersafgevaardigden als de partij” en hij bepleitte: “het zou onverstandig zijn als de sovjet van één enkele partij zou toetreden.” (9). Hij argumenteerde verder dat de sovjet voortkwam uit de strijd en het product was van het proletariaat als geheel en dat de rol ervan bestond de krachten van het proletariaat  en zijn revolutionaire krachten te bundelen, ondanks dat de opname van de boerenstand en elementen van de burgerlijke intelligentsia dit aanzienlijk vervaagde. “In mijn opvatting is de Sovjet van Arbeidersafgevaardigden, als het revolutionaire centrum, niet een te brede organisatie, maar, integendeel, een te smalle. De sovjet moet zichzelf uitroepen tot voorlopige regering of overgaan tot de vorming van een dergelijke regering, en het moet daartoe zeker de deelname van afgevaardigden van niet alleen de arbeiders, maar op de eerste plaats van matrozen en soldaten inroepen [...] op de tweede plaats, van de revolutionaire boerenstand, en ten derde, van de revolutionaire burgerlijke intelligentsia [...] We zijn niet bang voor een zo brede en gemengde samenstelling – we willen die zelfs, want tenzij het proletariaat en de boerenstand zich verenigen en tenzij de sociaal-democraten en revolutionaire democraten een bondgenootschap in de strijd aangaan, kan de grote Russische revolutie niet volledig slagen.”
Het standpunt van Lenin tijdens de revolutie en vlak daarna was niet altijd duidelijk, niet in het minst omdat hij de sovjets in verband bracht met de burgerlijke revolutie en ze zag als een basis voor een voorlopige revolutionaire regering. Maar hij begreep een paar van de meest fundamentele karakteristieken van de sovjets: dat zij een vorm waren die voorkwam uit de strijd zelf, vanuit de massastaking; dat zij de krachten van de klasse bundelde; dat zij een wapen waren voor de revolutionaire strijd en de opstand en dat ze op en neer deinde met de strijd. “Sovjets van Arbeidersafgevaardigden zijn organen van de onmiddellijke massastrijd. Ze ontstonden als organen van de stakingsstrijd. Door de omstandigheden gedwongen werden zij heel snel de organen van de algemene revolutionaire strijd tegen de regering. De loop der gebeurtenissen en de omvorming van staking tot opstand vormde ze onafwendbaar om in organen van een opstand. Dat precies dit de rol was die een aantal ‘sovjets’ en ‘comités’ in december speelden is een absoluut ontegenzeggelijk feit. De gebeurtenissen bewezen op de meest treffende en overtuigende wijze dat de kracht en het belang van dergelijke organen in tijden van strijdbare actie geheel en al afhangen van de kracht en het succes van de opstand.” (10). In 1917 hielp dit begrip Lenin om de centrale rol te begrijpen die de sovjets speelden.

De vakbonden en de sovjets

Eén van de belangrijkste lessen van 1905 betrof de functie van de vakbonden. We vermeldden al het fundamentele punt dat de ontwikkeling van de sovjets liet zien dat de ontwikkeling van de geschiedenis de vakbondsvorm oversteeg, maar het is van belang om dit meer in bijzonderheden te beschouwen.
In Rusland waren de onmiddellijke omstandigheden zodanig dat de arbeidersverenigingen jarenlang door de staat verboden waren. Dat contrasteerde met de meer ontwikkelde kapitalistische landen waar de vakbonden het recht op bestaan hadden veroverd en honderdduizenden, zo al niet miljoenen arbeiders bijeen hadden gebracht. De bijzondere omstandigheden in Rusland weerhield de arbeiders er niet van om strijd te leveren maar betekende wel dat hun verzet ertoe neigde een spontaan karakter aan te nemen en, vooral, dat hun organisaties, zoals stakingscomités, onmiddellijk uit de strijd zelf voortkwamen en verdwenen met de stakingen zelf. De enige wettige vorm bestond uit inzamelingen voor hulpkassen.
In 1901 werd in Moskou door Sergei Zubatov een Maatschappij voor Wederzijdse Steun voor Arbeiders in de Mechanische Industrie opgericht wat een weerklank vond in de oprichting van vergelijkbare organisaties in andere steden. Het doel van dergelijke door de politie georganiseerde vakbonden was, zoals we al vermeldden, het scheiden van de economische grieven van de arbeidersklasse van de politieke en om voor wat betreft de eerste enige verbetering aan te brengen zodat de andere onder controle kon worden gehouden. Dat mislukte, enerzijds omdat de staat geenszins bereid was om ook maar enige concessie te doen die er enige geloofwaardigheid aan zou hebben gegeven en, anderzijds, omdat de arbeidersklasse en de revolutionairen probeerden om ze voor hun eigen doeleinden te gebruiken. “De Zubatovisten van Moskou vonden navolging in de werkplaatsen van de Moskou-Kursk [spoorweg] lijn, maar anders dan wat deze ‘politie-socialisten’ in gedachte hadden moedigden de contacten die in de gezelschapsruimten en bibliotheken werden gelegd ook het organiseren van sociaal-democratische groepen aan [...]” (11). Geconfronteerd met de stakingsgolf van 1902-1903 waarin zo’n 225.000 arbeiders deelnamen werden de vakbonden van Zubatov opgeheven.
In hun plaats stond de staat voor onderhandelingen met de directie de aanstelling toe van “starosti”, ofwel fabriekswijzen (12). Dergelijke delegaties waren in het verleden opgekomen in afwezigheid van andere vormen van organisatie, maar onder de nieuwe wet, en om te voorkomen dat er afgevaardigden kwamen die daadwerkelijk de arbeidersbelangen verdedigden, konden dergelijke mensen alleen worden aangesteld met toestemming van de ondernemer. Ze hadden geen onschendbaarheid en konden door de ondernemers worden ontslagen of uit hun functie worden ontzet door de regionale gouverneur die door de staat was aangesteld.
Toen de revolutie uitbrak waren de vakbonden nog altijd onwettig. Desondanks waren er vele vakbonden opgericht as gevolg van de eerste strijdgolf. Tegen het eind van september waren er 16 vakbonden opgericht in Sint-Petersburg, 24 in Moskou en nog een paar meer in verschillende delen van het land. Tegen het eind van het jaar was dit toegenomen tot 57 in Sint-Petersburg en 67 in Moskou. De intelligentsia en de hogere kaders richtten eveneens vakbonden op, waaronder advocaten, medisch personeel, ingenieurs and technici, en op 14 mei richten veertien van deze vakbonden het Verbond van Vakbonden op.
Waaruit bestond vervolgens het verband tussen de vakbonden en de socjets? Heel eenvoudig, het waren de sovjets die de strijd leidden, de vakbonden werden meegesleept en geradicaliseerd door dat leiderschap. “Toen de staking in oktober tot ontwikkeling kwam kwam de sovjet als vanzelf steeds meer op de politieke voorgrond te staan. Het industriële proletariaat verzamelde zich als eerste rondom de sovjet. Zijn belang groeide letterlijk met het uur. De vakbond van spoorwegpersoneel werkte er nauw mee samen. Het Verbond van Vakbonden, dat vanaf 14 oktober deelnam aan de staking, werd er haast vanaf het begin toe gedwongen zichzelf onder het gezag van de sovjet te plaatsen. Vele stakingscomités – die van ingenieurs, advocaten, ambtenaren – pasten hun acties aan de besluiten van de sovjets aan. Door vele losse organisaties onder haar gezag te brengen bracht de sovjet de revolutie bijeen rond  zichzelf.” (13).
Het voorbeeld van de vakbond van spoorwegpersoneel in leerzaam omdat het zowel de ware betekenis als de beperkingen van de rol van de vakbonden in een revolutionaire periode laat zien.
Zoals we al zagen, stonden de spoorwegarbeiders al voorafgaand aan 1905 bekend als heel strijdbaar, en revolutionairen, waaronder de bolsjewieken, hadden onder hen een aanzienlijke invloed. Aan het eind van januari kwamen stakingsgolven tot ontwikkeling, eerst in Polen en Sint-Petersburg, vervolgens in Wit-Rusland, de Oekraïne en de lijnen rond Moskou. De autoriteiten deden eerst enkele concessies en probeerden vervolgens de staat van beleg af te kondigen maar dat alles bracht de stakers niet in het gareel. In april werd in Moskou het Al-Russisch Verbond van Spoorwegpersoneel en -arbeiders opgericht. In het begin lijkt de vakbond te zijn overheerst door het beroeps- en kantoorpersoneel terwijl handarbeiders afstand hielden, maar dit veranderde in de loop van het jaar. In juli ging een nieuwe staking uit van de basis en, veel betekend, deze nam onmiddellijk een politieke vorm aan. In september, zoals al vermeld, vormde de conferentie van de pensioenen zich om in het “Eerste Al-Russische Afgevaardigden Congress van Spoorwegpersoneel”. Deze opkomend tij van strijdbaarheid begon eerst de grenzen van de vakbond te verruimen met het uitbreken van spontane stakingen in september die de vakbond dwongen tot optreden, zoals een afgevaardigde meldde: “begrijpend dat een staking van de Moskou-Kazan Spoorweg onvermijdelijk was ging het personeel spontaan in staking, de vakbond vond het nodig om de staking te ondersteunen op de overige wegen van het knooppunt van Moskou.” (14).
Deze stakingen vormde de vonk die de massastaking van oktober in brand zette: “Op 9 oktober, tijdens een buitengewone bijeenkomst van het congres van afgevaardigden van spoorwegpersoneel van Stin-Petersburg werden de slagzinnen van de spoorwegstaking verwoord en onmiddellijk per telegraaf naar al de lijnen verzonder. Het waren de volgende: achturendag, burgerlijke vrijheden, amnestie, Constituerende Vergadering. De staking begon vol vertrouwen het land over te nemen. Het zei eindelijk vaarwel tegen de besluitenloosheid. Het zelfvertrouwen van de deelnemers groeide met hun aantal. Revolutionaire klasseneisen werden naar voren gebracht voorafgaand aan de economische eisen van de afzonderlijke beroepen. Uit de plaatselijke en beroepsgrenzen gebroken, begon de staking het gevoel van een revolutie te geven – en verkreeg daarmee een ongekende durf. De staking raasde langs de spoorweg en maakte er een eind aan ieder vervoer. Hij kondigde zijn komst aan over de telegraaflijnen. ‘Staking!’ stond op de agenda in iedere uithoek van het land.” (15).
De gewone arbeiders kwamen op de voorgrond, waarbij ze de vakbond door hun revolutionaire gloed overstegen: “Tussen 9 en 18 oktober is er geen teken van ook maar een enkele verordening naar plaatselijke vakbondsvertegenwoordigers, en de memoires van de leiders zijn opmerkelijk stil over de gebeurtenissen van die dagen. De opleving van organisatie van de gewone arbeiders veroorzaakt door de staking neigde ertoe de invloed te versterken van zowel het plaatselijke leiderschap als van revolutionaire partijen ten koste van het formeel onafhankelijke Centrale Bureau, vooral omdat de staking new beroepscategorieën in beweging bracht.” (16). Zelfs de tsaristische politie viel het op dat “tijdens de staking werden er comités opgericht door de stakers op elk van de spoorwegen om organisatie en leiderschap te bieden.” (17). Eén van de kenmerken van de staking was het opdoemen van ‘treinen van afgevaardigden’ die werden ingezet om de staking uit te breiden en om communicatie te onderhouden tussen de centra van de strijd.
Tussen oktober en december werden er veel nieuwe vakbonden opgericht maar, zoals een regeringsrapport vaststelde, deze namen onmiddellijk de politieke strijd op: “vakbonden werden aanvankelijk opgericht om de economische verhoudingen van het personeel te reglementeren, maar al snel, onder invloed van staatsvijandige propaganda, namen zij politieke aspecten op en begonnen ze te streven naar het overwerpen van de bestaande staat en sociale orde.” (18). Dit is zeker een nauwkeurige omschrijving van de spoorwegarbeiders die op de voorgrond van de revolutie stonden en die deelnamen aan de staking en gewapende opstand van december in Moskou.
In de nadagen van de revolutie takelde de vakbond snel af. Op zijn derde congres in december 1906, terwijl het aantal vertegenwoordigde arbeidersogenschijnlijk was verdubbeld in vergelijking met het vorige jaar, was de activiteit sterk teruggelopen. In februari 1907 trokken de sociaal-democraten zich er uit terug en in 1908 stortte hij in.
In Groot-Brittannië in de negentiende eeuw leverde de arbeidersklasse strijd om vakbonden op te richten. Aanvankelijk bundelden deze enkel de meest geschoolde arbeiders en in de tweede helft van de eeuw moest er zware strijd worden geleverd om de ongeschoolde arbeiders hun verbrokkeling en zwakheden te boven te laten komen zodat ze hun eigen vakbonden oprichtten. In Rusland in 1905 waren het eveneens de meest geschoolden die als eersten vakbonden oprichten, maar in tegenstelling tot Groot-Brittannië was het gebrek aan deelname van de ongeschoolde, gewone arbeiders geen uiting van een gebrek aan klassenbewustzijn of strijdbaarheid maar van het hoge niveau daarvan. De afwezigheid van vakbonden voorkwam de toename van geen van beide, en in 1905 stegen ze tot nieuwe hoogten, strevend naar de massastaking en de sovjet. De vakbondsvorm verscheen, maar zijn inhoud neigde naar de nieuwe strijdvormen. In de revolutionaire gisting schiepen de arbeiders nieuwe strijdvormen maar gaven de oude ook een nieuwe inhoud , ze daarbij overtstijgend om in de revolutionaire vloed op te gaan.
Het revolutionaire bestaan van de arbeidersklasse verhelderde in de praktijk de omstandigheden vele jaren voordat deze in theorie werd begrepen: in 1917 grepen de arbeiders weer terug op de sovjets toen ze de poorten van het kapitaal bestormden.

1905 kondigt het einde aan van vakbondsorganisatie

De revolutie van 1917 bevestigde zo dat de sovjets de enige organisatie vorm waren die was toegesneden op de behoeften van de strijd van de arbeiders in het “tijdperk van oorlogen en revoluties” (zoals de Kommunistische Internationale de periode na de Eerste Wereldoorlog omschreef: zie het artikel over de politieke gevolgen van het verval van het kapitalisme in Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nr. 123).
De massastaking van 1905 en de poging tot opstand lieten zien dat de arbeidersraden in staat waren om al de wezenlijke taken op zich te nemen die tot dan toe door de vakbonden werden vervuld: gelegenheiden bieden waar het proletariaat zich kon verenigen en zijn klassenbewustzijn kon ontwikkelen, vooral dankzij de invloed van de revolutionaire activiteit daarin (19). Maar terwijl tijdens de voorafgaande periode de arbeidersklasse zich nog in een proces van wording bevond, waarin de vakbonden hun bestaan vaak dankten aan de activiteit van revolutionairen die hun klasse organiseerden, kwam de spontane schepping van de sovjet door de werkende massa’s in strijd overeen met de ontwikkeling van de arbeidersklasse, met haar rijpheid en toenemend bewustzijn, en met de nieuwe strijdomstandigheden. Terwijl de vakbonden in het algemeen werden opgevat op de grondslag van strijd voor hervormingen, vaak in nauwe samenwerking met de massale parlementaire partijen, kwamen de arbeidersraden overeen met de noodzaak van een strijd die zowel economisch als politiek is, in directe confrontatie met de staatsmacht die niet bij machte was aan de verlangens van de arbeiders tegemoet te komen. Anders gezegd, een strijd waarin niet langer gebruik kon worden gemaakt van de vakbondsvorm van organisatie omdat hij steeds meer en uiteenlopende delen van de arbeidersklasse in de actie zélf bijeenbracht en verenigde, en daarmee de smeltkroes vormde voor de algemene ontwikkeling van hun bewustzijn.
De gebeurtenissen van 1905 lieten in de praktijk zien dat de vakbonden, voor de opbouw waarvan de arbeiders tientallen hadden gevochten, hun nut voor de arbeidersklasse begonnen te verliezen. Als de vakbonden in 1905 nog een positieve rol konden vervullen dan was dit alleen te danken aan de sovjets waarvan zij het aanhangsel werden. De geschiedenis zou in de komende jaren veel verder worden toegespitst. In 1914 begon de eerste grote slachtpartij en de heersende klasse van de oorlogvoerende landen zouden de vakbonden in dienst stellen van de burgerlijke staat om de arbeidersklasse te controleren ten gunste van de oorlogsvoorbereidingen.

Conclusie

De revolutie van 1905 bevat veel lessen die nu nog van groot belang zijn over de noodzaak om de historische periode en de taken en de vorm van revolutionaire strijd te begrijpen. De belangrijkste gegevens van de strijd van het proletariaat in de periode van verval van het kapitalisme kwamen naar voren tijdens de strijd van 1905. Door het op gang komen van de crisis van het kapitalisme werd de revolutionaire omverwerping van het kapitalisme het doel van de strijd, terwijl de gevolgen van de crisis – oorlog, armoede en opgedreven uitbuiting – betekende dat iedere daadwerkelijke strijd een politieke vorm moest aannemen. Daarin lagen de wortels van de sovjets. Geen van deze waren specifiek voor Rusland; ze kwamen op verschillende manieren en op verschillende plaatsen overal tot ontwikkeling in de belangrijkste kapitalistische landen. In het volgende deel van deze serie zullen we ingaan op de internationale betekenis van de revolutie en de lessen die de arbeidersbeweging daaruit leerde.

North 14/06/05

(Eerder verschenen in Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nr. 123, vierde kwartaal 2005.)

 

Noten

(1) Trotsky, 1905, Chapter 8, The creation of the Soviet of Workers’ Deputies.
(2) Ibid.
(3) Trotsky, 1905, Chapter 10, Witte’s ministry.
(4) Trotsky, 1905, Chapter 11, The first days of the ‘freedoms’.
(5) Trotsky, 1905, Chapter 15, The November strike.
(6) Trotsky, 1905, Chapter 16, Eight hours and a gun.
(7) Er stond “hubris”; een uitdrukking afkomstig uit het oude Griekenland, en die betrekking had op een aanmatigende trots, die door de goden werd afgestraft als het ertoe leidde dat mensen zich als hun gelijken gingen zien.
(8) Abraham Ascher, The Revolution of 1905, Chapter 10, The days of liberty; Stanford University Press, 1988.
(9) Collected Works, Vol.10, Our tasks and the Soviet of Workers’ Deputies.
(10) Collected Works, Vol.11, Dissolution of the Duma and tasks of the proletariat.
(11) Henry Reichman, Railwaymen and Revolution: Russia, 1905, Chapter 5, First Assaults and Petitioning.
(12) De uitdrukking “starost” had oorspronkelijk betrekking op de dorpswijzen of dorpsouderen, gekozen door de boeren om het dorp te besturen, om geschillen te beslechten, en hun belangen te verdedigen. De traditie wilde dat besluiten van de “starost” gerespecteerd dienden te worden.
(13) Trotsky, 1905, Chapter 8, The creation of the Soviet of Workers’ Deputies.
(14) Henry Reichman, Railwaymen and Revolution: Russia, 1905, Chapter 7, The Pension Congress and the October Strike.
(15) Trotsky, 1905, Chapter 7, The strike in October.
(16) Reichman, ibid.
(17) Ibid.
(18) Ibid, Chapter 8, The Rush to Organise.
(19) De houding van de revolutionairen week af van vooral die van de reformisten omdat ze in gedeeltelijke en plaatselijke strijd de gemeenschappelijke belangen van het proletariaat als een wereldwijde en historische revolutionaire klasse naar voren brachten, en niet in enig vooruitzicht van een ‘sociaal’ kapitalisme.