Resolutie over Terreur, Terrorisme en Klassegeweld

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

In Nr. 14 van de Internationale Revue, in het Frans en het Engels, publiceerden we reeds een tekst over het vraagstuk “Terrorisme, terreur en klassegeweld”,  waarin de grondslagen werd uiteengezet voor de interventie van de IKS doorheen haar diverse persorganen en waarbij enerzijds een antwoord werd gegeven op het grote ideologische - en politieoffensief van de bourgeoisie en anderzijds op de verschillende opvattingen die er op na worden gehouden in het geheel van de revolutionaire kringen met betrekking tot de terroristische acties van de laatste tijd. De tekst die we hier, in de vorm van een resolutie, publiceren onderstreept, verruimt en verdiept de verschillende punten die in de vorige tekst aan bod kwamen, met de permanente bekommernis naar het steeds beter omschrijven van het klassekarakter van het bevrijdend en emanciperend geweld van de arbeidersklasse.

De Resolutie heeft niet tot doel een precies en gedetailleerd antwoord te geven op alle vragen en alle concrete problemen die zich stellen of nog zullen stellen voor de arbeidersklasse in haar revolutionaire activiteit, een activiteit die zich richt op het heropnemen van de strijd om, na het doorlopen van een fase van opstand, te komen tot een periode van revolutionaire omvorming van de maatschappij en de machtsovername. De Resolutie behandelt evenmin het direct gebruik dat de bourgeoisie kan maken van het terrorisme. Het doel is een kader, een coherente opvatting te geven die toestaat deze problemen te benaderen vanuit proletarisch gezichtspunt in plaats van op basis van simplistische beweringen als: “geweld, dat is geweld”, “geweld, dat is terreur”, “beweren dat geweld geen terreur is, is pacifisme”, enzovoort. De gewetensvraag over “het doel heiligt de middelen”, zoals werd gesteld in de vorige tekst, moet:

  • aantonen dat het pacifisme aan geen enkele realiteit beantwoordt en, in het beste geval, slechts de uitdrukking kan zijn van de ideologie van de middenlagen, die hun eigen onmacht vertheoriseren om een reële kracht te stellen tegenover de bourgeoisie en haar Staat, maar steeds ten dienste staat van de bourgeoisie in de uitoefening van haar overheersing van de arbeidersklasse en het geheel van de maatschappij;

  • aantonen hoe de terreur de uitdrukking is van de heersende en uitbuitende klassen, waarbij de diepgaande aard van hun klassegeweld het middelpunt van het maatschappelijk leven wordt, als de materiele basis van hun overheersing is ondermijnd;

  • aantonen waarom en hoe het terrorisme juist de typische uitdrukking is van de onmacht, van de opstand der middenlagen en nooit een middel noch een aanjager zal zijn van de revolutionaire strijd van het proletariaat;

  • aantonen dat de vorm en de inhoud van het emanciperend geweld van de arbeidersklasse in geen enkel geval gelijkenis kan vertonen met de “terreur”;

en uiteindelijk aantonen waarin de werkelijke kracht van de arbeidersklasse schuilt; in de collectieve, bewuste en georganiseerde kracht van de overweldigende meerderheid en in haar mogelijkheid om de maatschappelijke verhoudingen op revolutionaire: wijze om te vormen.

Dat zijn de objectieven van de hiernavolgende resolutie.

Bovendien toont de tekst aan dat, als er al een kwestie bestaat waarbij de verhoudingen tussen "doelen en de middelen" nauw met elkaar verweven zijn en zich wederzijds beïnvloeden, dan is dat wel de kwestie van het revolutionaire geweld van het proletariaat. Dit houdt in dat, in de huidige discussies over het terrorisme, de terreur en het klassegeweld, de kern zelf van de conceptie van de proletarische revolutie wordt aangesneden.

-----------------------------------

1) Het is absoluut vals om dit probleem te stellen in de vorm van een dilemma: terreur of pacifisme. In de werkelijkheid van een maatschappij, die verdeeld is in klassen met tegengestelde belangen, heeft er nooit pacifisme bestaan. In een dergelijke maatchappij kan het slechts de strijd zijn, die de verhoudingen tussen de klassen onderling beheerst. Het pacifisme is tevens nooit wat anders geweest dan een ideologie, in het beste geval een luchtspiegeling van de futloze en onmachtige lagen van een kleinburgerij zonder toekomst, in het ergste geval een misleiding, een schaamteloze leugen van de heersende klassen om de uitgebuite klassen af te leiden van de strijd en hen het juk van de onderdrukking te doen aanvaarden. Redeneren in termen van terreur of pacifisme, het ene voorstellen als een alternatief voor het andere, betekent zelf verstrikt raken in de mazen van het net en uiteindelijk dit valse dilemma geloofwaardig maken, net zozeer als dit het geval is met een andere voetangel welke eveneens berust op een vals dilemma: oorlog of vrede.

Het is onontbeerlijk om elk gebruik van dit valse dilemma uit de debatten te weren, want door slechts fantasie te stellen tegenover een werkelijkheid, keert men zich af van en verdoezelt men het werkelijke probleem dat zich stelt, namelijk de kwestie van de klasse-aard van de terreur, het terrorisme en het klassegeweld.

2) Net zoals men het echte probleem van de terreur en het klassegeweld verdoezelt door er een vals dilemma, van terreur en pacifisme, voor in de plaats te stellen, zo verdoezelt men dit probleem helemaal door beide eerstgenoemde termen met elkaar vereenzelvigen. In het eerste geval vervangt men hem door een vals dilemma, in het tweede geval verdwijnt het probleem helemaal omdat het ontkend wordt. Nu is het op zijn zachtst gezegd onthutsend te zien dat marxisten van opvatting zijn dat twee van nature zozeer uit verschillende klassen, de bourgeoisie en het proletariaat, de ene draagster van de uitbuiting, de andere van de ontvoogding, de ene draagster van de onderdrukking, de andere van de bevrijding, de ene draagster ven het behoud en de bestendiging van de verdeeldheid der mensheid, de andere van haar eenmaking in een menswaardige gemeenschap, dat deze twee klassen, waarbij de ene de heerschappij van nood, schaarste en ellende representeert, en de andere de heerschappij van vrijheid, de overvloed en de ontplooiing van de mens, dat deze klassen hun uitdrukking zouden kunnen vinden in dezelfde zeden en gedragingen, dezelfde middelen en handelswijzen.

Door deze vereenzelviging te maken, versluiert men al wat deze twee klassen van elkaar onderscheidt en hen tegenover elkaar plaatst, niet in de nevel van de speculatie, het abstracte dus, maar in de werkelijkheid van hun praktijk. Door deze vereenzelviging uiteen te zetten komt men uiteindelijk tot het vaststellen van de identiteit tussen de subjecten zelf, tussen de bourgeoisie en het proletariaat, want het is een dwaling te beweren dat we ons enerzijds tegenover twee klassen bevinden, die in wezen lijnrecht tegenover elkaar staan, en anderzijds vol te houden dat deze twee klassen in werkelijkheid een identieke praktijk hebben.

3) Om de grond van het probleem aangaande terreur te omschrijven, moeten we al wat op woordentwist lijkt terzijde schuiven teneinde bloot te leggen wat woorden verhullen. Anders gezegd, inhoud en de praktijk van de terreur en zijn betekenis. Men moet beginnen met het verwerpen van een mogelijke scheiding tussen de inhoud en de praktijk. Het marxisme keert zich af van zowel de idealistische zienswijze van een ijle inhoud, welke bestaat buiten de materiele werkelijkheid, die wordt gevormd door haar praktijk, als van de pragmatische zienswijze van een praktijk die leeg is aan inhoud. Inhoud en praktijk, doel en middelen, zonder identiek te zijn, vormen niettemin momenten van een onverbrekelijke eenheid. Er zou geen praktijk kunnen bestaan die duidelijk en tegengesteld is aan zijn inhoud en men zou geen inhoud in vraag kunnen stellen zonder de facto haar praktijk in vraag te stellen. De praktijk onthult noodzakelijkerwijze haar inhoud, net zoals de inhoud slechts bevestigd wordt in haar praktijk. Dit is heel evident op het vlak van het sociale leven.

4) Het kapitalisme is de laatste in klassen verdeelde maatschappij van de geschiedenis. De kapitalistische klasse stoelt haar overheersing op de economische uitbuiting van de arbeidersklasse. Om deze uitbuiting te verzekeren en maximaal te beklemtonen, bedient de kapitalistische klasse zich, net als alle uitbuitende klassen van de geschiedenis, van alle dwang-, straf- en onderdrukkingsmiddelen waarover ze maar kan beschikken. Geen middel, hoe onmenselijk, barbaars of bloedig ook, wordt onbenut gelaten om de uitbuiting te verzekeren en te bestendigen. Hoe meer interne moeilijkheden de kop opsteken, hoe groter het arbeidersverzet, des te bloediger de uitgeoefende onderdrukking. Daarvoor heeft ze een heel arsenaal aan repressiemiddelen ontwikkeld: gevangenissen, deportaties, “opruimingen”, concentratiekampen, volkerenmoord, verfijnde foltermethodes en noodzakelijkerwijs een heel maatschappelijk apparaat dat gespecialiseerd is, ieder op hun eigen terrein - politie, rijkswacht, leger, rechterlijke macht, opgeleide folteraars, commando’s, paramilitaire bendes. De kapitalistische klasse geeft een steeds groeiend gedeelte van de door uitbuiting aan de arbeidersklasse onttrokken meerwaarde uit aan het instandhouden van dit onderdrukkingsapparaat, in die mate dat deze sector vandaag de dag is uitgegroeid tot het voornaamste en meest bloeiende terrein van de maatschappelijke activiteit. Met als doel de bestendiging van haar overheersing is de kapitalistische klasse bezig de maatschappij volledig ten gronde te richten en heel de mensheid te veroordelen tot het ergste lijden en tot de dood.

Het is geenszins de bedoeling hier een emotioneel gekleurde weergave van de kapitalistische barbarij te geven maar wel een meer prozaïsche beschrijving van wat haar praktijk inhoudt.

Deze praktijk, waarvan heel het sociale leven, elke verhouding tussen de mensen onderling, is doordrenkt, en die in alle poriën van de maatschappij binnendringt, deze praktijk, dit systeem van overheersing noemen wij de terreur. Terreur is niet alleen maar de een of andere, bijkomstige, van omstandigheden afhangende daad van geweld. Terreur is een bijzondere vorm van geweld, onafscheidelijk verbonden met de uitbuitende klassen. Het is een gebundeld, georganiseerd, gespecialiseerd, onderhouden geweld dat voortdurend wordt verder ontwikkeld en vervolmaakt teneinde de uitbuiting te bestendigen.

Tot haar belangrijkste kenmerken behoren:

  • het geweld van een minderheidsklasse gericht tegen de overweldigende meerderheid van de maatschappij;

  • de bestendiging en vervolmaking, en zelfs in die mate dat het een eigen bestaansreden gaat vinden;

de noodzaak van een steeds meer gespecialiseerd apparaat, dat steeds verder los van de maatschappij en volledig op zichzelf komt te staan. Een apparaat dus dat aan elke controle ontsnapt om met een grenzeloze wreedheid de bevolking haar juk op te leggen, waarbij elke zweem van kritiek of tegenwerping in de kiem wordt gesmoord.

5) Het proletariaat is niet meer de enige klasse die de strenge hand van de Staatsterreur op de maatschappij moet ondergaan. De terreur wordt uitgeoefend op alle klassen en kleinburgerlijke lagen: boeren, ambachtslui, kleine fabrikanten en handelaars, intellectuelen, vrije beroepen, wetenschappers, studerende jeugd. De terreur dringt zelfs door tot de rijen van de kleinburgerlijke klasse. Aangezien deze lagen en klassen geen enkel historisch alternatief kunnen bieden voor het kapitalisme, aangezien ze uitgeput en verbitterd worden door de barbarij van het systeem en zijn terreur, kunnen ze er slechts wanhoopsdaden tegenoverstellen: het terrorisme.

Alhoewel het ook kan aangewend worden door sectoren van de bourgeoisie, is het terrorisme voornamelijk de handelswijze, de praktijk van de wanhopige en uitzichtloze lagen en klassen. Daarom is deze praktijk, die "heldhaftig en voorbeeldig" wil overkomen, in feite slechts een zelfmoordactie. Ze biedt geen enkele oplossing en heeft slechts tot gevolg dat er nieuwe slachtoffers worden overgeleverd aan de terreur van de Staat. Ze heeft geen enkele positieve invloed op de klassestrijd van

het proletariaat en dient slechts om deze te belemmeren in de mate dat ze onder arbeiders illusies doet ontstaan over de mogelijkheid van een andere weg dan die van de klassestrijd. Daarom ook kan en wordt het terrorisme, praktijk van de kleinburgerij, dikwijls oordeelkundig uitgebuit door de Staat als een middel om de arbeiders van het terrein van de klassestrijd af te brengen en dient het tevens als een voorwendsel om zijn terreur op te drijven.

Wat het terrorisme, deze praktijk van de kleinburgerij, kenmerkt is het feit dat het een actie blijft van een kleine minderheid of geïsoleerde individuen, het feit dat het nooit uitgroeit tot een massale actie en dat het wordt gevoerd in een geest van samenzwerinkjes, waardoor het bij uitstek de gelegenheid biedt aan de kuiperijen van de agenten van politiek en Staat, en meer in het algemeen aan allerhande manipulaties en intriges van de ergste soort. Zoals het terrorisme, aanvankelijk, een uitvloeisel is van de individualistische wil en niet van de veralgemeende actie van een revolutionaire klasse, zo blijft het ook, kwa uitwerking, op een louter individualistisch vlak. De actie is niet meer gericht tegen de kapitalistische maatschappij en haar instellingen, maar enkel tegen individuen die deze maatschappij vertegenwoordigen. Het terrorisme krijgt dus onvermijdelijk de stempel van een afrekening, een wraakneming, een vendetta van persoon tot persoon en niet het stempel van een revolutionaire botsing van klasse tegen klasse. In het algemeen keert het terrorisme de revolutie de rug toe, een revolutie die slechts het werk kan zijn van een vastbesloten klasse die grote massa’s op de been kan brengen in een openlijke en frontale strijd tegen de bestaande orde voor de omvorming van de maatschappij. Het terrorisme is bovendien substitutionistisch (zich in de plaats stellen van), doordat er slechts vertrouwd wordt op de voluntaristische actie van kleine agiterende minderheden.

In dit opzicht moet de idee van “arbeidersterrorisme” worden verworpen, dat zich wil voordoen als het werk van afdelingen van het proletariaat, “specialisten” van de gewapende actie, of om de komende gevechten voor te bereiden door aan de rest van de klasse een voorbeeld te geven van de gewelddadige strijd, of om de kapitalistische Staat te verzwakken door “voorafgaande aanvallen”. Het proletariaat kan bepaalde afdelingen, voor deze of gene punctuele actie, afvaardigen (stakingposten, dweilploegen, enzovoort)  maar dan onder controle en in het kader van de algemene beweging, en zo - binnen dit kader – de meer vastberaden actie van voorhoedesectoren als katalysator voor de strijd van de grote massa’s, dan kan dat nooit plaatsvinden via de methodes van individualisten en samenzweerders, die eigen zijn aan het terrorisme.

Het terrorisme, zelfs als dit uitgeoefend wordt door arbeiders en arbeidersgroepen, kan nooit een proletarisch karakter krijgen, net zo min als de vakbonden organen van de arbeidersklasse worden als ze uit arbeiders zijn samengesteld. Nochtans mag het terrorisme niet verward worden met daden van sabotage of individueel geweld, uitgevoerd door arbeiders in de werkplaatsen. Dergelijke daden zijn in de grond uitdrukkingen van ontevredenheid en wanhoop en komen veelvuldig voor in perioden van teruggang, waarbij ze geenszins als slaghoedje voor de strijd kunnen dienen; op een moment van heropleving vertonen ze de neiging te worden opgeslorpt en voorbijgestreefd door een gezamenlijke en meer beweging.

Als het terrorisme, in het beste geval (in het slechtste geval kan het terrorisme rechtstreeks tegen de arbeiders gericht zijn) om al deze redenen nooit de actiewijze kan, zijn van het proletariaat; dan scheert het proletariaat het terrorisme niet over dezelfde kam als de terreur, want het vergeet niet dat het terrorisme – hoe onbeduidend zijn actie ook moge zijn – een reactie, een gevolg is, dat is teweeggebracht door de terreur van zijn doodsvijand, de kapitalistische Staat, en het proletariaat behoort eveneens tot de slachtoffers.

Het terrorisme, als praktijk, is een perfecte weerspiegeling van zijn inhoud: de kleinburgerlijke klassen waaruit het voorkomt. Het is de steriele praktijk van de machteloze en uitzichtloze klassen.

6) Als de laatste uitgebuite klasse van de geschiedenis, draagt het proletariaat de oplossing in zich van alle verscheuringen, alle tegenstellingen en impasses waarin de maatschappij verstikt is geraakt. Deze oplossing is niet slechts een antwoord op de uitbuiting, maar kan worden toegepast op de hele maatschappij, want het proletariaat kan zich niet ontknechten zonder heel de mensheid te bevrijden van de klassenverdeling in de maatschappij en de uitbuiting van de ene mens door de andere.  Deze oplossing van een vrije geassocieerde en verenigde menselijke gemeenschap is het kommunisme.

Vanaf haar ontstaan draagt de arbeidersklasse de kiemen en bepaalde kenmerken in zich van deze wedergeboren mensheid: als klasse zonder privé-eigendom, als meest uitgebuite klasse van de maatschappij, keert ze zich tegen elke uitbuiting; als klasse door het kapitaal verenigd in de productief geassocieerde arbeid, is ze de meest coherente klasse, de grootste verenigde klasse van de maatschappij; de solidariteit is een van haar voornaamste kwaliteiten en wordt aangevoeld als de diepste van haar behoeften; als de meest vervreemde  klasse draagt ze in zich de beweging tegen de opheffing van de vervreemding, want haar bewustzijn van de werklelijkheid is niet langer onderworpen aan het zelfbedrog die gedicteerd wordt door de belangen van de uitbuitende klassen; de ander klassen zijn onderhevig aan de blinde wetten van de economie, maar het proletariaat maakt zich door zijn bewuste optreden meester van de productie, schaft de ruilhandel af en organiseert het maatschappelijk leven op een bewuste wijze.

Nog getekend door de wonden, nagelaten door de oude maatschappij, waaruit het proletariaat voortspruit, voelt het zich nochtans geroepen te handelen in functie van zijn wording. Voor zijn actie neemt het proletariaat niet de handelswijze van oude heersende klassen tot model, want zowel in zijn praktijk als in zijn doen is het hieraan in alle opzichten uitgesproken tegengesteld. De oude klassen overheersten, als het ware gedreven door de verdediging van hun voorrechten; het proletariaat daarentegen heeft geen enkel voorrecht en zijn overheersing is gericht op de opheffing van alle voorrechten. Om dezelfde redenen verschansten de oude heersende klassen zich achter hun niet te passeren grenzen tussen de kasten; het proletariaat daarentegen staat open voor de opname van alle overige leden van de maatschappij teneinde één enkele mensengemeenschap te scheppen.

De strijd van het proletariaat, net als elke sociale strijd, is noodzakelijkerwijs gewelddadig, maar de praktijk van dit geweld verschilt van het geweld van de andere klassen net zozeer als hun onderlinge ontwerpen en doelstellingen van elkaar verschillen. Zijn praktijk, het geweld inbegrepen, is de actie van reusachtige massa's en niet van minderheden; deze praktijk is bevrijdend, de ontstaanswijze van een nieuwe, harmonieuze maatschappij en niet de bestendiging van een permanente staat van oorlog, iedereen tegen allen en allen tegen iedereen. Deze praktijk beoogt niet de vervolmaking en de bestendiging van het geweld, maar de verbanning uit de maatschappij van het misdadige handelen van de kapitalistische klasse en het kortwieken ervan. Daarom zal het revolutionaire geweld van het proletariaat nooit de monsterachtige vorm aan kunnen nemen van de terreur, welke eigen is aan de kapitalistische overheersing, of de vorm van het machteloze terrorisme van de kleinburgerij . De onoverwinnelijke kracht van het proletariaat schuilt niet zozeer in zijn fysieke en militaire kracht, en nog minder in de onderdrukking, als wel in de bekwaamheid om grote massa's op de been te brengen en de meerderheid van de niet-proletarische werkende lagen en klassen tot bondgenoten te maken in de strijd tegen de kapitalistische barbarij. Zo ook schuilt de kracht van het proletariaat in de bewustwording en in de bekwaamheid zich zelfstadig en politiek eendrachtig te organiseren, in de vaste overtuigingen en de onverzettelijke beslissingen. Dat zijn de wapens, die aan de basis liggen van de praktijk en het klassegeweld van het proletariaat.

De marxistische geschriften gebruiken soms de term terreur in plaats van klassegeweld. Het volstaat echter zich te beroepen op het geheel van Marx' werken om te begrijpen dat het eerder gaat om een onnauwkeurige formulering dan om een echte identificatie met de gedachte. Deze onnauwkeurigheid komt bovendien voort uit de diepe indruk die het voorbeeld van de grote burgerlijke revolutie van 1789 heeft nagelaten. Wat er ook van moge zijn, het is hoog tijd de dubbelzinnigheden terzijde te schuiven die sommige groepen, zoals de bordigisten, ertoe aanzetten de verheerlijking van de terreur op karikaturale manier op te drijven en dit gedrocht voor te stellen als een nieuw ideaal voor het proletariaat.

De grootste vastberadenheid en de meest strikte waakzaamheid betekenen nog niet de instelling van een politieregiem. Zelfs als de fysieke repressie tegen de contra-revolutionaire kuiperijen van de in het nauw gedreven bourgeoisie onontbeerlijk kan blijken en zelfs als het gevaar bestaat van een te grote lankmoedigheid of zwakheid ten opzichte van de bourgeoisie, toch zal het proletariaat ervoor waken, zoals de bezorgdheid van de Bolsjewiki gedurende de eerste jaren van de revolutie, zijn voorzorgsmaatregelen te nemen tegen alle buitensporigheden en misbruiken die de eigen strijd uit de hand kunnen laten lopen en doen ontaarden, doordat het eigenlijke doel uit het oog verloren wordt. Om zijn macht te vestigen steunt het proletariaat vooral op de steeds groeiende actieve deelname van brede massa’s, op hun scheppend initiatief, een waarborg voor de eindoverwinning van het socialisme.

IKS

Zomer 1978

 

 

.