Getuigenis: Het jaar I van de Russische Revolutie (Victor Serge)

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

De hiernavolgende regels, overgenomen uit het werk van een getuige van de revolutie, Victor Serge, vormen een beklijvende ontluistering van de heersende ideologie waarbij, honderd jaar nadien, door alle media ad nauseam* wordt ingehamerd dat de Oktoberrevolutie niet meer was dan een vulgaire ‘staatsgreep’, uitgevoerd door Lenin en een handjevol Bolsjewiki.

---

Het was 6 oktober. De democratische conferentie, een afgietsel van het revolutionaire parlement, opgezet door de Sociaalrevolutionairen en de Mensjewiki was midden september in Moskou van start gegaan. De stakingen hadden haar weggevaagd, de kelners van het hotel en het restaurant weigerden haar leden nog te bedienen. Ze werd overgebracht naar Petrograd. Ze beraadslaagde daarna onder de bescherming van de betrouwbaarste matrozen, die zorgvuldig waren uitgekozen. En de bajonetten van de wachters trilden als het ware bij het passeren van een Bolsjewistische redenaar: “Wanneer gaan we er nu eindelijk gebruik van maken?”.

De massa’s hebben miljoenen gezichten: ze zijn nauwelijks homogeen; ze worden overheerst door diverse en tegenstrijdige klassebelangen; ze komen slechts tot een echt bewustzijn (zonder welke geen enkele vruchtbare daad mogelijk is) doorheen de organisatie. De opstandige massa’s van het Rusland van 1917 kwamen tot het duidelijke bewustzijn van de noodzakelijke actie, van de middelen, van de bereiken doelstellingen, via het orgaan van de Bolsjewistische Partij. Dit is geen theorie, het is de weergave van een feit. De verhouding tussen de Partij, de arbeidersklasse, de werkende massa’s verschijnen hier voor ons in een bewonderenswaardig reliëf.

Dit was de algemene gemoedstoestand onder de mariniers van de vloot. Vijftien dagen voor de 25e oktober eisten de matrozen van het Oostzee-eskader, dat in Helsingfors aan de kade lag, dat er geen tijd meer verloren mocht gaan en dat de opstand “de onvermijdelijke vernietiging bezegelde van de vloot door de Duitsers”. Zij stemden er in toe om te sneuvelen, maar dan wel voor de revolutie. De Sovjet van Kroonstad weigerde, sinds 15 mei, om de Voorlopige Regering te erkennen. Na de gebeurtenissen van juli hadden de commissarissen de opdracht gekregen aan boord te gaan om de ‘Bolsjewistische oproerkraaiers’ aan te houden. Daarop hadden ze slechts het volgende laconieke antwoord gekregen: “Wij zijn allemaal oproerkraaiers!”. Het was waar . De massa telde talloze agitatoren.

De afgevaardigden uit de loopgraven hadden in de Sovjet van Petrograd eenzelfde dreigende taal geuit: “Hoelang gaat deze onhoudbare toestand nog voortduren? De soldaten hebben ons gemandateerd om het jullie aan te kondigen: als er geen krachtige maatregelen geprobeerd worden tussen nu en de 1e november, zal heel het leger terugkomen. Jullie vergeten ons! Indien jullie geen oplossing vinden voor de toestand, zullen wij zelf onze vijanden komen verjagen, met de bajonet – maar jullie gaan eraan samen met hen!”. Zo klonk de stem van het front, aldus Trotski.

Begin oktober brak de opstand overal spontaan uit: de onlusten op het platteland breidden zich uit over heel het land. “De provincies Toela, Tambov, Riazan, Kaloega waren in opstand. De bedrogen boeren die van de revolutie vrede en land verwachtten, namen de oogsten van de grootgrondbezitters in beslag en staken woonsteden in brand. De regering Kerenski onderdrukte wanneer ze daartoe de kracht had. Gelukkig waren haar krachten beperkt”. “Lenin waarschuwde dat het verpletteren van de boerenopstand de revolutie zou doden”.

In de sovjets van de steden en de legers, waar ze tot dan toe in de minderheid waren, verwierven de Bolsjewiki de meerderheid. Bij de verkiezingen van de Doema (gemeenteraad) in Moskou behaalden ze 1999.337 van de 387.262 uitgebrachte stemmen. Onder de 710 verkozen leden, waren er 350 Bolsjewiki, 184 Kadetten, 104 Sociaalrevolutionairen, 31 Mensjewiki en 43 diversen.

Aan deze vooravond van de burgeroorlog stortten de gematigde partijen van het midden in elkaar en werden de radicale partijen groter. De Mensjewiki verloren elke echte invloed en de Sociaalrevolutionaire Partij, die kort tevoren nog over een reusachtige invloed beschikte, verschoof naar de derde plaats. Daarentegen kwamen  de constitutionele democraten, de Kadetten, de partij van de bourgeoisie, die zich op één lijn hadden gesteld, er versterkt uit, geplaatst tegenover de revolutionairen. Bij de voorafgaande verkiezingen, in juni hadden de Sociaalrevolutionairen en de Mensjewiki, nog 70% van de uitgebrachte stemmen behaald; ze vielen terug tot 18%. Van de 17.000 soldaten stemden er 14.000 voor de Bolsjewiki.

De sovjets ondergingen een gedaanteverandering. Vroegere bolwerken van de Mensjewiki en Sociaalrevolutionairen werden ‘gebolsjewiseerd’. Er vormden zich nieuwe meerderheden. Op 31 augustus in Petrograd en op 6 september in Moskou behalen de Bolsjewistische moties, die voorgelegd werden aan de respectievelijke Sovjets, voor het eerste een meerderheid. Op 8 september nemen de Mensjewistische en Sociaalrevolutionaire kantoren ontslag uit de beide Sovjets. Op 25 september wordt Trotski verkozen tot voorzitter van de Sovjet van Petrograd. Nogin wordt voorgedragen als voorzitter van de Sovjet van Moskou. Op 20 september neemt de Sovjet van Tasjkent officieel de macht over. De troepen van de Voorlopige Regering  nemen ze hem weer af.  Op 27 september beslist de Sovjet van Reval, in principe, de overdracht van de algehele macht aan de sovjets. Enkele dagen voor de Oktoberrevolutie schiet de democratische artillerie van Kerenski op de Sovjet van Kaloega.

Laat ons hier een weinig bekend feit benadrukken. In Kazan triomfeerde de Oktoberopstand zelfs voordat die in Petrograd gelanceerd was. Een van de deelnemers aan de gebeurtenissen van Kazan heeft deze dialoog onder de militanten opgetekend: “Maar wat zouden jullie gedaan hebben als de sovjet niet de macht had gegrepen in Petrograd? – Het was voor ons onmogelijk om af te zien van de macht: het garnizoen zou het niet getolereerd hebben. – Maar Moskou zou jullie verpletterd hebben! – Nee, u heeft ongelijk om dat te geloven. Moskou zou de 40.000 soldaten van Kazan niet aangekund hebben”.

In het onmetelijke land lopen hele massa’s werkende mensen, boeren, arbeiders en soldaten over naar de revolutie. Een elementaire , onweerstaanbare opwelling, met een kracht die vergelijkbaar is met die van een oceaan. (…)

De massa’s hebben miljoenen gezichten: ze zijn nauwelijks homogeen; ze worden beheersd door diverse en tegenstrijdige klassebelangen; ze komen slechts tot een echt bewustzijn (zonder welke geen enkele vruchtbare daad mogelijk is) doorheen de organisatie. De opstandige massa’s van het Rusland van 1917 komen tot het duidelijk bewustzijn van de noodzakelijke actie, van de middelen van de te bereiken doeleinden, via het orgaan van de Bolsjewistische Partij. Dit is geen theorie, het is de weergave van een feit. De verhouding tussen de Partij, de arbeidersklasse, de werkende massa’s verschijnen hier voor ons in een bewonderenswaardig reliëf.

Wat de matrozen van Kroonstad, de soldaten van Kazan, de arbeiders van Petrograd, van Ivanovo-Vosnessensk, van Moskou, van overal, alsmede de boeren die de hoven van de heren plunderen, op een verwarde manier willen, wat ze allemaal wilden, in één woord gezegd, was: een eensgezinde, intelligente, aangeleerde, wilskrachtige en voorspoedige kracht vormen. Ze waren echter niet in staat hun aspiraties duidelijk tot uitdrukking te brengen, hen te toetsen aan de economische en politieke mogelijkheden, zich te richten op de meest rationele doelen, de meest geëigende middelen uit te kiezen om die te bereiken, het meest gunstige moment voor de actie te kiezen, de uitbreiding van het ene naar het andere eind van het land, elkaar in te lichten, zich te disciplineren, en hun talrijke inspanningen te coördineren. Dat was wat zij allen wilden, en de Partij legde het in duidelijke termen uit, voerde het uit. De Partij maakte hen kenbaar wat zij dachten. De Partij was de band die hen onderling verenigde, van het ene tot het andere eind van het land. De Partij was hun bewustzijn, hun intelligentie, hun organisatie.

Toen de artilleristen van de kruisers van de Oostzee, bezorgd vanwege de gevaren die boven de revolutie hingen, een uitweg zochten, werden die aangetoond door de Bolsjewistische agitator. Het was niet anders, het was evident. Toen de soldaten in de loopgraven hun wens wilden uiten om komaf te maken met de doden, verkozen zij de kandidaten van de Bolsjewistische Partij in het comité van het bataljon. Toen  de boeren, moe van het getalm van ‘hun partij’, de Sociaalrevolutionairen, zich afvroegen of het geen tijd werd om zelf in actie te schieten, bereikte hen de stem van  Lenin: “Boer, neem bezit van de grond!” Toen de arbeiders de contra-revolutionaire intrige aanvoelden, die hen van alle kanten omringde, reikte de Pravda hen de leuzen aan die zij voorvoelden en die ook de leuzen waren van de revolutionaire noodzaak. Staande voor de Bolsjewistische muurkrant in een armoedige straat, waar de voorbijgangers waren samengestroomd, riepen de ze uit: “Maar dat is het”. Dat is het. Deze stem is de hunne.

Dat is de reden waarom de mars van de massa’s naar de revolutie zich vertaalde in een groot politiek feit: de Bosjewiki werden, van een kleine minderheid in maart, een meerderheid in september-oktober. Een onderscheid maken tussen de massa’s en de Partij werd onmogelijk. Het is als een stroom Ongetwijfeld waren er onder de menigten, hier en daar andere revolutionairen, zoals linkse Sociaalrevolutionairen (de talrijkste), Anarchisten en Maximalisten, die ook de revolutie wilden: een handvol mensen die gedreven werden door de gebeurtenissen.  Leiders werden geleid. Hoe verward hun bewustzijn  van de werkelijkheid was, was te zien aan de talrijke kenmerken. Dankzij hun juiste theoretische begrip van de dynamiek van de gebeurtenissen, hielden de Bolsjewiki gelijke tred met de werkende massa’s en de historische noden. In het Kommunistisch Manifest van Marx en Engels staat geschreven: “De kommunisten hebben geen belangen die gescheiden zijn van de belangen van het gehele proletariaat”. Hoe juist klinkt deze zin, die werd geschreven in 1847.

Sinds het oproer van juli, toen de Partij nog nauwelijks getolereerd werd, maakte ze een periode door van illegaliteit en vervolging. Daarna werd ze tot steunpilaar van de aanval. Van haar leden vroeg ze opoffering, passie en discipline: ze gaf hen er enkel het genoegen voor terug ten dienste te staan aan het proletariaat. Je kon de aantal zien groeien. Telde ze in april 72 organisaties, 80.000 man sterk. Eind juli bereikte ze een ledenaantal van 200.000, gegroepeerd in 162 organisaties.

* om van te kotsen