Mediacampagne tegen Lenin en de Russische Revolutie: de bourgeoisie gebruikt de ‘democratische’ revolutie van februari 1917 om de Oktoberrevolutie te vervalsen

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Bij de honderdste verjaardag van de Russische Revolutie overweldigen de krantenpublicaties en televisie-uitzendingen dit gevoelige onderwerp. Zo wordt opnieuw een hele stroom van propaganda breed uitgesmeerd[1] om de heldhaftige uren van deze grootse gebeurtenis te verdraaien. Het was één van de belangrijkste feiten van de 20e eeuw of tenminste één vol lessen voor het wereldproletariaat. Onder het overvloedige propaganda-aanbod is de uitzending van het televisiekanaal Arte, dat op de proppen kwam met de aanlokkelijke titel: “Lenin, een andere geschiedenis van de Russische Revolutie”.[2] Volgens de journalisten van de krant Le Monde “vormt het ophalen van deze herinnering een formidabele herlezing van het jaar 1917, ontdaan van de fabels waaronder het in de loop der jaren bedolven is geraakt, overgeleverd aan de ideologieën.” De burgerlijke propaganda heeft altijd al een “andere geschiedenis van de Revolutie” gehanteerd, om de echte geschiedenis beter te begraven. Ze doet dit door de beelden te doen spreken met behulp van leugenachtige commentaren, die op de archiefdocumenten en de stomme film werden geplakt. Arte, het ‘culturele’ kanaal, deed ook volop mee aan de anti-bolsjewistische en anti-leninistische campagne.

Met behulp van talrijke archiefdocumenten die we gewoonlijk niet te zien krijgen, stort de uitzending ons in een soort vooraf herziene cursus geschiedenis. De professorale toon van de commentaren probeert vanaf het begin de autoriteit van de ‘specialisten’ te installeren door gebruik te maken van de anafoor (“Het is niet zo gebeurd…”) en soms door bedekte ironie. Bijvoorbeeld bij het uitspreken van de titel van de krant van de bolsjewiki, de Pravda (de Waarheid), merk je duidelijk de antifrase waarbij de tv-kijker aan het verstand wordt gebracht dat volgens de ‘specialist’ de Pravda slechts bestaat uit leugens.

Lenin belasterd en verdraaid

De uitzending, gericht op de persoonlijkheid van Lenin, gaat regelmatig en zeer handig te werk door beelden en ‘pedagogische’ antitheses tegenover elkaar te plaatsen met de bedoeling om de strijder Lenin opnieuw te besmeuren. Zo wordt aan de ene kant de banneling in Zwitserland opgeroepen, die totaal “afwezig” was van het toneel, waarbij een beeld van het vredige Zürich wordt getoond. Het geheel wordt opgeluisterd met commentaren en een luchtig muziekje. Lenin wordt voorgesteld als een onderduiker die totaal naast de geschiedenis leefde. Ver van iedere realiteit wordt de ballingschap schematisch herleid tot het loutere voorrecht van “intellectuelen” (lees: afgesneden van de massa’s) en “welgestelden”. Deze sociologische klemtoon, die zich deels baseert op de werkelijkheid, heeft slechts tot doel te benadrukken dat “de massa’s” totaal vreemd zijn aan revolutionairen. De politieke en strijdvaardige dimensie wordt nauwelijks gesuggereerd; het militante karakter, de werkelijke dimensie van de strijd van Lenin, wordt verhuld; zijn polemieken worden totaal verzwegen. Dit staat in scherp contrast met de dynamische beelden over de situatie in Rusland die de gebeurtenissen op het terrein laten zien.

Deze met opzet geconstrueerde tegenstelling probeert reeds vanaf het begin op een overduidelijke manier de strijd van Lenin te diskwalificeren. Lenin zelf wordt al snel als een bedrieger geportretteerd. De uitweidingen over zijn familie en zijn jeugd, het oproepen van zijn vroegere strijdervaringen en vooral de terechtstelling van zijn broer, na diens deelname aan een aanslag op de tsaar, dienen als onderpand voor de eenzijdige uitleg, die erop neerkomt dat de uitsluitende motivatie van Lenin voor zijn revolutionair engagement bestond uit een ‘zucht naar wraak’ op de aristocratie. Heeft hij niet ooit eens gezegd, zoals wordt aangehaald door de commentator: “Ik zal ze ervoor betaald zetten.”?

In dit kader wordt het marxisme gereduceerd tot een hulpmiddel dat Lenin van pas kan kwam om zijn ‘persoonlijke macht’  te verzekeren. De werkelijkheid is helemaal anders dan deze laster. Lenins’ belangeloze en solidaire inzet en zin voor de revolutionaire strijd voor het socialisme, zijn een model geweest dat erkend werd door zijn strijdmakkers, door de arbeiders zelf en, middels de polemieken, door de grote persoonlijkheden van de toenmalige arbeidersbeweging en zijn bevestigd door de feiten. De uitzending, die nochtans zeer goed gedocumenteerd is, beschikt natuurlijk over geen enkele getuigenis die in die richting gaat. Nochtans aarzelde Rosa Luxemburg in haar pamflet De Russische Revolutie, niet om te stellen dat “Wat een partij op een historisch ogenblik kan opbrengen aan moed, energie, visie en revolutionaire consequentie, dat hebben Lenin, Trotski en hun kameraden in ruime mate aan de dag gelegd. De bolsjewieken vertegenwoordigden de revolutionaire eer en daadkracht, waaraan het de Westerse sociaaldemocratie zozeer ontbroken heeft. De omwenteling van oktober betekende niet alleen de feitelijke redding van de Russische Revolutie, maar bij deze gelegenheid is tevens de eer van het internationale socialisme gered.”[3]

De chronologisch opgebouwde uitzending roept beelden op van 1905 en van de belangrijkste mijlpalen tijdens de februaridagen van 1917 om te onderstrepen dat de bolsjewiki buiten het gebeuren stonden en absoluut niets begrepen van de toestand. Het is waar dat de bolsjewiki, voor het merendeel in de gevangenis,  in het begin een minderheid vormden. De partijdigheid van de uitzending ligt in de benadrukking van het feit dat Lenin niet alleen dikwijls “afwezig” is, maar dat hij “ronddwaalt” en voortdurend “overdonderd wordt door de gebeurtenissen”. De enige kwaliteit van deze grote revolutionair zou zich beperken tot de kunst van de manipulatie.

In tegenstelling tot het voorgaande poneert Trotski de realiteit van Lenins’ aanpak: “De voornaamste kracht van Lenin was daarin gelegen, dat hij de innerlijke logica van de beweging begreep en daarnaar zijn politiek richtte. Hij drong zijn plan niet aan de massa’s op. Hij hielp de massa’s hun eigen plan te zien en te verwezenlijken.”[4]

Een leugenachtige pleidooi voor de burgerlijke democratie

De werkwijze van de antithese, die de uitzending van Arte zo na aan het hart ligt, zet zich voort met een vergelijking van de portretten van Lenin en Kerenski. Ook hier is de schaamteloos bewierookte Kerenski het enige personage dat “de geschiedenis waardig” is. Kerenski wordt voorgesteld als de verpersoonlijking van de massabeweging, die zogenaamde democratische aspiraties heeft. Er wordt benadrukt hoe hij de “smerige” en “naar zweet stinkende” arbeiders ontving en hoe de uitzinnige soldaten hem toejuichten vanwege zijn zogenaamde legitimiteit. Kerenski wordt voorgesteld als de grote democraat die de verbinding maakt tussen de arbeidersraad, het Taurisch Paleis en de Doema. In werkelijkheid werkt hij voor de reactie, zoals wordt aangetoond door zijn houding tegenover de Amerikaanse ambassadeur: “Wij zullen ervoor zorgen dat de sovjets een natuurlijke dood sterven. Het centrum van het politieke leven zal zich geleidelijk verplaatsen van de sovjets naar de nieuwe democratische organen van de autonome vertegenwoordiging.”[5] Daarmee is alles gezegd.

De commentaar, die dit allemaal verdoezelt, veroorlooft zich de industriewijk Vyborg en de 400.000 proletariers te presenteren als spontaan begeesterd door eenzelfde democratisch streven en niet door een historische revolutionaire strijd tegen het kapitalisme. De arbeidersinitiatieven zijn worden wel getoond, zoals het oversteken van de bevroren Neva, onder de neus van de reactionaire troepen,de politie en de autoriteiten, die op post stonden op de Alexander II – brug, maar deze worden onder de dekmantel van de eenvoudige chaos echter als louter bijkomstig voorgesteld, afhankelijk van de grillen van de gebeurtenissen, zonder enige overweging voor de bewuste en politieke dimensie van de arbeidermassa’s. Op dezelfde manier wordt de arbeidersraad van Petrograd gelijkgesteld aan een soort volksparlement en niet aan wat hij werkelijk vertegenwoordigde: een strijdorgaan waar zich de werkelijke politieke strijd van het proletariaat afspeelde. Onder het voorwendsel van een ‘pluraliteit’ van politieke stromingen en van burgerlijke en kleinburgerlijke invloeden gedurende deze periode, eigent de commentator zich het recht toe om de sovjet te herleiden tot een louter democratische vertegenwoordiging.[6]

De februaridagen worden valselijk voorgesteld als het toppunt van de revolutie, terwijl er in werkelijkheid slechts een dubbele macht bestond, zonder definitieve uitkomst: aan de ene kant die van de raden (sovjets), aan de andere kant die van de voorlopige regering. Het verloop van de gebeurtenissen tot oktober, lijkt op een soort van onteigening van de raden door de bolsjewiki. In werkelijkheid gebeurde het omgekeerde. Ze streden tegen de reactie, die achter het pseudo-revolutionaire masker van democratisch links  de raden aan het misleiden en bedriegen was: “Daar waar een burgerlijke minister er niet in slaagde om tegenover de revolutionaire arbeiders of in de sovjets de verdediging van de regering op zich te nemen, kwam een Skobélev, Tsérétéli, Tchernov of een andere ‘socialistische’ minister naar voren (of, meer precies, werd gestuurd door de bourgeoisie) en voerde getrouw zijn opdracht uit. Hij zou zijn uiterste best doen het kabinet te verdedigen, de kapitalisten te verschonen en de mensen voor de gek te houden door steeds maar nieuwe beloften te doen en de mensen aan te raden om te wachten, te wachten en nog eens wachten.”[7]

De gebeurtenissen van februari 1917 , net zoals die van 1905, worden natuurlijk vermeld in verband met de strijd  van het proletariaat tegen de oorlog.  Maar de hele internationale context van de klassenstrijd in het jaar 1917 blijft  zorgvuldig verborgen, alsof de uitbarsting van de massa’s in Rusland slechts een ongelukkig gevolg was van een ‘achtergebleven land’. Niets over de muiterijen en de verbroederingen van de soldaten aan alle fronten, niets over de stakingen, die bijna overal plaatsvonden, en de gisting in het achterland, niets over het feit dat er in werkelijkheid een echte internationale revolutionaire golf van het proletariaat op gang kwam.

De radicale tegenstelling tussen  de bourgeoisie, d.w.z. de voorlopige regering die tot elke prijs de oorlog wilde voortzetten, en de revolutionaire bolsjewiki, met Lenin voorop, die de imperialistische slachting afwezen, wordt naar de achtergrond geschoven en verdronken in de vloed van vervalsende commentaren.  De andere grote feiten die de revolutie kenmerken, worden onderworpen aan dezelfde ideologische vergiftiging om de bolsjewiki en vooral Lenin in diskrediet te brengen. De striktheid van Lenin en zijn rigoureuze respect voor de beslissingen die werden genomen tijdens de congressen (zoals tegenover diegenen die zich in 1903 weigerden te onderwerpen aan de beslissingen welke met de meerderheid van de stemmen waren genomen en tegen de oppositie van de mensjewiki)[8] wordt belasterd: de commentaren presenteren Lenin  als dogmatisch en dictatoriaal. Er bestaat geen grotere leugen! Erger nog, Lenin zou volgens de commentator iemand zijn geweest die “heel zijn leven bezig was met uitsluiten en verdelen”. Dit commentaar wordt gegeven bij het testament van Lenin, wanneer hij op zijn sterfbed aan zijn kameraden van de bolsjewistische partij vraagt om Stalin omwille van zijn wreedheid te weren uit het Centraal Comité. Als bij toverslag rept de commentator geen woord over het testament van Lenin, heel eenvoudig omdat dit het bewijs levert dat er geen ‘continuïteit’ bestaat tussen Lenin en Stalin. De leugen door verzwijging is een integraal deel van alle ideologische vergiftigingscampagnes tegen Lenin en de Russiche Revolutie. Lenin is altijd de geduldige werker geweest voor een eensgezinde strijd, verdediger van de ‘partijgeest’ tegen alle opportunisten, tegen de ‘kringen’ die ertoe neigden om de eenheid van de revolutionairen af te wijzen en bijdroegen tot de versnippering van hun energie en het verzwakken van hun krachten voor de internationale proletarische strijd. Daarin lag de hele betekenis van zijn strijd en van zijn bijdrage in de Aprilstellingen. Tegenover alle verklikkers en allen die trachten te collaboreren en zich te schikken naar de heersende klasse, tegenover al die opportunisten hield Lenin inderdaad de rug recht en toonde zich onverzettelijk. Hij weigerde heel terecht enige concessie te doen aan de klassevijand, aan de uitbuiters en aanvaarde dus niet het kapitalisme. Weliswaar zouden de teruggang van de revolutionaire golf en de omsingeling door de troepen van de Entente het gewicht van de verkeerde visies, die overgeërfd waren uit het sociaaldemocratische verleden, leiden tot een absoluut tragische situatie.[9]

Wat de makers van deze uitzending vooral dwars zit is het feit dat Lenin geen patriot was en dat hij de Union Sacrée[10] (van uitbuiters en uitgebuitenen) weigerde en zelfs, hoogste overtreding, “de nederlaag voor zijn eigen land” wenste! De weigering van de ‘heilige eenheid’ veroorzaakt inderdaad verdelingen in de schoot van de ‘natie’ en een klassentegenstelling, dat ontkennen we niet. In alle fundamentele etappes van de gebeurtenissen houdt de commentaar dezelfde officiële lijn aan en laat de minste fout doorgaan voor verraad!

De julidagen, het verschrikkelijke tegenoffensief van de reactie, met de jacht op de bolsjewiki, waarbij “de massa’s blootgesteld worden aan de sabels” (Trotski), vormen de gelegenheid om te onderstrepen dat Lenin “afwezig” is of “onsamenhangende taal uitslaat” onder de bolsjewiki die “in paniek” verkeren. De werkelijkheid was daarentegen dat de bolsjewistische partij de valstrikken van de reactie goed door had en stelling had genomen tegen de machtsgreep die in juli voorbarig was (de soldaten waren immers nog niet voldoende solidair met de arbeiders en de toestand in de provincie stond politiek achter op die van Petrograd). In andere omstandigheden, zoals in één van zijn tussenkomsten in de sovjet, wordt Lenin zodanig verkeerd begrepen dat zijn zogenaamde “politieke delirium” zijn eigen gezellin Krupskaya zou verontrusten. Ze zou “vrezen voor zijn mentale gezondheid”. Walgelijk! Zo verandert de stress van de gespannen situatie en het overwerkt zijn zich in de ogen van onze ‘deskundigen’ in een waarachtige geestesziekte. De zogenaamde ‘wedijver’ van Lenin tussen de sovjets en de bolsjewiki, zijn streven om de hand te leggen op de raden en “de machtshonger die hem naar het hoofd steeg” … dat alles vloeit voort uit diezelfde leugenachtige interpretaties. Wanneer de bolsjewiki er in de maand augustus in slaagden om de putsch van generaal Kornilov te verijdelen, gegroepeerd en geschaard rond de arbeidersraad in Smolny, dan komt uiteindelijk de bijna expliciete suggestie dat Lenin in wezen ook een soort Kornilov was, die er uiteindelijk in slaagde om zijn slag thuis te halen. En dat nadat hij “zijn schuilhut” in Helsinki had verlaten en de sabotage van de democratie had ingezet. Het IIe Congres van de sovjets wordt voorgesteld als een eenvoudige democratische opzet en Lenin als iemand die was “bezeten van de opstand”, die op een onverzadigbare manier, en kost was het kost, nogmaals zijn machtshonger wilde bevredigen. Het doorslaand argument is dan het feit dat Lenin niet gewacht heeft op het IIe Congres van de sovjets om op te roepen tot de machtsgreep. Zo zou de revolutie  ontfutseld zijn aan de handen van de proletarische massa’s. Dit is fout: het was niet de dictator Lenin, noch het Centraal Comité van de bolsjewistische partij, maar het Revolutionair Militair Comité (RMC), gekozen door de sovjet van Petrograd, die opriep tot de opstand van oktober. En onze burgerlijke ‘historici’ weten dat maar al te goed!

Oktober: geen putsch maar een opstand ten gunste van de wereldrevolutie

Heel de kwestie van de machtsgreep van Oktober, van de beslissing zelf van de opstand, worden door de officiële propaganda op klassieke wijze voorgesteld als een “vulgaire staatsgreep”, geleid door het RMC, dat totaal onder de controle stond van een handvol bolsjewiki en de onbeschrijfelijke dictator Lenin. Wat de uitzending vergeet te zeggen is dat het RMC werkelijk  onder de controle stond van de sovjet van Petrograd, Het zou, aldus de commentator, louter gaan om een “politionele operatie”, in tegenstelling tot het beeld dat geschetst wordt door de film van de beroemde filmregisseur Eistenstein. En ook hier verzwijgt de uitzending, die nochtans goed gedocumenteerd is en zich liet inspireren door de meest uiteenlopende bronnen, het standpunt van Trotski, die de kwesties duidelijk stelt: “Demonstraties, straatgevechten, barricaden, al wat men gewoonlijk tot een ‘opstand’ rekent, het was er bijna niet: de revolutie hoefde geen probleem op te lossen dat al opgelost was. De verovering van het regeringsapparaat kon volgens plan worden uitgevoerd, met behulp van betrekkelijk weinig  gewapende afdelingen, die vanuit één centrum geleid werden. (…) De rust in de straten in Oktober, het ontbreken van massa’s en gevechten gaven de tegenstanders voorwendsel om te spreken over een samenzwering van een onbeduidende minderheid, van een avontuur van een handvol bolsjewiki. (…) In werkelijkheid konden de bolsjewiki op het laatste ogenblik de strijd om de macht tot een samenzwering beperken, niet omdat zij een kleine minderheid waren, maar integendeel, omdat zij in de arbeiderswijken en kazernes een overweldigende, gesloten, georganiseerde en gedisciplineerde meerderheid achter zich hadden.”[11]

Ook de levendige getuigenis van de Amerikaanse journalist John Reed, die deelnam aan de “tien dagen die de wereld deden wankelen” wordt volledig verborgen: “Zo werd onder het geraas van de artillerie, in de duisternis, te midden van haat en angst en de meest onverschrokken stoutmoedigheid, het nieuwe Rusland geboren. (….) Als een zwarte stroom die de hele straat overspoelde, passeerden wij zonder gezang of gelach de Rode Triomfboog. (…) Aan de andere kant van de Triomfboog zetten we een looppas in, gebukt om ons zo klein mogelijk te maken, om ons daarna weer te verzamelen achter het voetstuk  van de zuil van Alexander. (…) Na een paar minuten opeengehoopt te blijven achter de zuil herwon de troep, die samengesteld was uit enkele honderden mannen, zijn kalmte en ging, zonder nieuwe orders te ontvangen, uit zichzelf voort. Dankzij het licht, dat viel uit de ramen van het Winterpaleis, was ik erin geslaagd om te onderscheiden dat de eerste twee- tot driehonderd manschappen rode gardes waren, waarbij zich slechts enkele soldaten gevoegd hadden. (…) Een soldaat en een rode gardist verschenen voor de poort en duwden de menigte opzij: zij werden gevolgd door andere gardisten met de bajonet op het geweer, die een half dozijn achter elkaar lopende burgers begeleidden. Het waren de leden van de voorlopige regering. (…) Wij waren buitengekomen in de ijzige nacht, die gonsde en suisde van onzichtbare troepen, doorkruist door patrouilles. (…) Onder onze voeten lag het voetpad bezaaid met het puin van het stukwerk, dat kwam van de goot van het Paleis nadat twee granaten van de kruiser ‘Aurora’ waren ingeslagen. Het was de enige schade die door het bombardement veroorzaakt was. (…) Het was drie uur ’s morgens. Op de Nevski waren alle gaslantaarns aangestoken. Het kanon van tien millimeter was weggehaald en enkel de rond de vuren gehurkte rode gardisten en de soldaten herinnerden aan de oorlog. (…) In Smolny leken de lichten te flitsen alsof een dynamo met een te grote kracht aan het werk was.”[12]

Volgens de uitzending van Arte bestond de sovjet van Smolny louter voor de vorm, omdat de macht al “ingepalmd” was door “één enkele partij” en de boosaardige Lenin. Na de benoeming van de volkscommissarissen zou er een soort breuk zijn geconsolideerd.

Met een vingervlugheid, waarvan alleen de media in dienst van de burgerlijke klasse het geheim kennen, eindigt de uitzending van Arte met commentaren over de bloedige chaos, die werd veroorzaakt door de Oktoberrevolutie en die uiteindelijk zou hebben geleid tot de definitieve ineenstorting van het ‘communisme’ in 1989. Het ideologische bombardement wordt nog altijd ruimschoots gebruikt, maar heden met een bijzonder schadelijke bedoeling: jawel, er is wel degelijk een proletarische revolutie geweest in Rusland, maar wat de proletarische massa’s wilden was de democratie, een parlementaire democratie zoals in de westerse landen, met haar misleiding van de ‘macht aan het volk’ door middel van het universele kiesrecht.

Leugens! Wat de proletarische massa’s wilden was het einde van de oorlog van 1914-1918. En alleen Lenin en de bolsjewistische partij hadden dit revolutionaire ‘programma’ en maakten het mogelijk voor het proletariaat om zijn bestemming in eigen handen te nemen. Dankzij Oktober hebben de Russische Revolutie en het ‘bolsjewisme’ een einde gemaakt aan de wereldwijde slachtpartij. Onze commentatoren, professoren van de ‘geschiedenis’ en andere lofzangers van de burgerlijke democratie vermijden deze historische waarheid te vermelden. Zoal de nazistische propagandachef Goebbels in Duitsland zei: “Een reusachtige leugen draagt de kracht in zich om de twijfel weg te nemen.” En in de kunst van de propaganda en geschiedenisvervalsing hoeven de doorgewinterde ideologen van de democratische staat niet onder te doen voor de ‘hersenspoelingen’ van de nazistische en stalinistische regimes.

WH / 13.02.2017

 

[1] Al is de propaganda permanent en neemt ze verschillende vormen aan, heeft ze koortsachtige momenten gekend, zoals op het moment van de machtsovername door de bolsjewiki, soms tijdens de Koude Oorlog, maar ook en vooral op het moment van en na de ineenstorting van de USSR in de jaren 1990. Zie onze brochure: Oktober 1917, begin van de wereldrevolutie : de arbeidersmassa’s nemen hun lot in eigen handen (verschenen in het Frans en het Engels)

 

[2] Uitzending van vrijdag 3 maart met de deelname van de historicus Marc Ferro, specialist van Rusland en de USSR. Deze woordvoerder van de officiële geschiedenis hield niet op de grootste leugen van de geschiedenis op een heel geleerde wijze te onderhouden en te verspreiden door te zeggen dat het stalinisme gelijk is aan het communisme.

[3] Luxemburg (1918). De Russische Revolutie. https://www.marxists.org/nederlands/luxemburg/1918/1918rr.htm

[4] Trotski (1930). Geschiedenis der Russische Revolutie, deel I, “De reorganisatie van de partij”. https://www.marxists.org/nederlands/trotski/1930/russische-revolutie/16.htm

[5] Reed (1919). Tien dagen die de wereld deden wankelen.

[6] Het benadrukken  dat de betogers de Marseillaise zongen, zonder de reden ervan noch de werkelijke geestesgesteldheid van de massa’s te verduidelijken, het onderstrepen dat het stemrecht voor vrouwen onder de voorlopige regering werd verkregen, dat alles laat geloven dat het tenslotte ging om een zuivere democratische revolutie.

[7] Lenin (1917). Lessen uit de revolutie, punt VI.

[8] Zie: Lenin (1904). Eén stap voorwaarts, twee stappen terug.

[9] Wij hebben nooit de fouten ontkend die door de bolsjewistische partij zijn gemaakt, noch haar ontaarding en haar omvorming tot de ruggengraat van de afgrijselijke stalinistische dictatuur. De rol van de bolsjewistische partij, evenals de onverbiddelijke kritiek van haar vergissingen en haar ontaarding, zijn geanalyseerd in verschillende artikels in onze  Internationale Revue (IR):

- De ontaarding van de Russische Revolutie (Nederlandstalige IR nr. 3) en De lessen van Kronstadt (Engels-en Franstalige IR nr. 3);

- De verdediging van het proletarische karakter van de Oktoberrevolutie (Engels- en Franstalig IR nr. 12 en 13)

De essentiële reden voor de ontaarding van de partijen en de politieke organisaties van het proletariaat is gelegen in het gewicht van de burgerlijke ideologie in hun rangen, die voortdurend tendenzen naar het opportunisme en centrisme schiep. (Zie: “Resolutie over centrisme en opportunisme”, Engels- en Franstalige IR nr. 44)

[10] De Union Sacrée (Heilige Eenheid) slaat op de zogenaamde eenheid tussen uitbuiters en uitgebuiten die ondermeer door de meeste sociaaldemocratische leiders werd verdedigd. Dit ging regelrecht in tegen de internationale eenheid en solidariteit van de areidersklasse en kwam neer op het verraden van de proletarische zaak.

[11] Trotski (1930), Geschiedenis der Russische Revolutie, Deel III, “De Oktoberopstand”.

[12] Reed (1919). Tien dagen die de wereld deden wankelen.