Openbare bijeenkomst: Brexit en President Trump: symbool van een zieltogend maatschappelijk systeem (inleiding)

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

De onderstaande tekst diende als inleiding voor de openbare bijeenkomst van de IKS van 25 maart 2017 te Antwerpen. De aankondiging van deze openbare bijeenkomst is hier te vinden.

Het jaar 2016 zal herinnerd worden als het jaar dat de Brexit werd gestemd en dus de uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de EU en het jaar dat Trump werd verkozen tot president van de Verenigde Staten. Een jaar waarin het populisme een enorme stap voorwaarts maakte in landen die tot nu toe gekend waren door hun stabiele en efficiënte politieke apparaat.

In de media vermenigvuldigen de analyses zich over het populisme en de gevolgen ervan. Iedereen wordt ertoe gebracht zich een eigen mening te vormen over de kwestie. We zijn vandaag in deze openbare bijeenkomst samengekomen, niet om te speculeren over de toekomst, maar om te samen na te denken over de ontwikkeling van het populisme in de wereld en vooral in de grote industriële landen. Wat betekent het? Wat zijn de gevolgen voor de arbeidersklasse?

Sinds de zomer van 2016 zijn er verschillende teksten in de publicaties[1] en op de website van de IKS verschenen. Wij nodigen iedereen om deze artikels te lezen en te verspreiden, aangezien ze volgens ons een goede basis vormen voor verdere reflectie en discussie. Al de afdelingen van de IKS organiseren momenteel ook openbare bijeenkomsten als deze om over de situatie te discussiëren.

1. Wat is populisme?

Wikipedia definieert het populisme als volgt: “Het populisme is een politieke stijl of een discours dat het volk centraal stelt. Als communicatiestijl is het populisme door eender welke ideologie te gebruiken. Het gaat uit van de onderdrukking van de bevolking door een elite. In tegenstelling tot de elite staat de zogenaamde "gewone man".” De verkiezingscampagne van Trump en ook de verklaringen van de Britse regering riepen in die zin dan ook op tot het respecteren van “de beslissingen van het volk”.

De IKS probeert echter dieper te gaan dan Wikipedia-definities. We gaan in deze inleiding enkele elementen naar voren schuiven die volgens ons belangrijk zijn om het populisme beter te begrijpen.

De IKS verdedigt een marxistische analyse, dus een analyse die stelt dat de maatschappij bestaat uit klassen met tegengestelde belangen. Het populisme is volgens ons een typisch product van de burgerlijke maatschappij in ontbinding, d.w.z. een maatschappij waarin noch de uitbuitende klasse (de bourgeoisie), noch de uitgebuite klasse (de arbeidersklasse) er in slaagt om zijn eigen perspectief op te leggen om de historische crisis van het kapitalisme te overwinnen. Voor de bourgeoisie is dit perspectief de wereldoorlog en voor de arbeidersklasse de omverwerping van het kapitalistisch systeem met als doel het communisme op te bouwen.[2]

De opkomst van het populisme toont aan dat er een diepgaand verlies aan vertrouwen heeft plaatsgevonden in de gehele maatschappij. Er is geen vertrouwen meer in de klassieke “elites”, d.w.z. de “klassieke” heersende conservatieve of “progressieve” (sociaal-democratische, ecologistische, stalinistische...) partijen, omdat zij niet in staat zijn de gezondheid van de economie te herstellen. De traditionele partijen, of zij nu links of rechts zijn, hebben geen oplossing om uit te crisis te geraken en bieden ook geen geloofwaardige perspectieven of alternatieven aan de sociale klassen.

Het populisme is een revolte tegen de huidige politieke kaste die alle lagen van de bevolking doorkruist.

Maar zelfs al zijn alle lagen van de bevolking aangetast door het populisme kunnen we toch zonder twijfel stellen dat de populistische partijen burgerlijke partijen zijn, die een integraal deel uitmaken van het politieke staatsapparaat (al was dat tot nu toe vaak in een ondergeschikte rol). Zij verspreiden een burgerlijke en kleinburgerlijke ideologie, het nationalisme, het racisme, xenofobie, seksisme, autoritarisme en cultureel conservatisme. Ze staan dus voor een versterking van de dominantie van de heersende klasse en de staat over de maatschappij.

Als we kijken naar die delen van de arbeidersklasse die voor populisten als Trump of voor de populistische Brexit hebben gestemd, dan zie we dat het om die arbeiders gaat die het meest hebben geleden onder de veranderingen binnen de kapitalistische economie van de laatste 40 jaar. Na jaren van aanvallen tegen hun levensomstandigheden, na jaren van neerslagen, hebben zij nu de conclusie getrokken dat de enige manier om de heersende elite angst aan te jagen is, te stemmen voor duidelijk onverantwoordelijke (vanuit burgerlijke standpunt bekeken), “politiek incorrecte” partijen.

2. President Trump: een verdere stap in de ontbinding

Het fenomeen populisme is niet nieuw. Sinds de jaren 1980 bestaat het in verschillende geïndustrialiseerde tweederangslanden. Een aantal voorbeelden:

  • in Oostenrijk zetelde de FPÖ in de Oostenrijkse regering van 1999 tot 2006;
  • in Nederland was Pim Fortuyn de grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen in 2002;
  • in België kennen we het Vlaams Blok/Vlaams Belang dat een grote verkiezingsoverwinning behaalde in 1991 op de zogenaamde “zwarte zondag”.

Maar ook in meer belangrijke landen is het populisme niet nieuw. Zo behaalt het Franse FN sinds de jaren 1980 significante successen.

De huidige opstoot van het populisme in de epicentra van het systeem, namelijk de VS en het VK, tonen ons het groeiende verlies aan controle van de heersende klasse over het politieke apparaat. Nochtans heeft ze deze partijen decennialang gebruikt om de controle te bewaren over het kapitalisme dat een natuurlijke tendens heeft tot een bestaan vol crises. We beleven vandaag een belangrijke politieke crisis van de bourgeoisie in het hart van de wereld:

  • De Brexit was een ongecontroleerd referendum. De Engelse bourgeoisie was niet voorbereidt op de economische en politieke gevolgen van een eventuele Brexit.[3]
  • De wanhopige acties van de meer “verantwoordelijke” fracties van de Amerikaanse bourgeoisie, zowel democratische als republikeinse, om te vermijden dat Trump het Witte Huis zou inpalmen, zijn gefaald. De interventie van de FBI, die de kansen van Clinton in de grond boordde, toont ook hier het toenemende verlies aan controle van het centrale staatsapparaat over haar delen.

Welke veranderingen zullen er plaatsvinden nu de populistische partijen mee de teugels van de staat in handen hebben?

In de jaren 1980 en 1990 slaagden de heersende fracties van de bourgeoisie om het populisme binnen de perken te houden, haar groei af te remmen en vooral om een regeringsdeelname van populisten te verhinderen of ze minder belangrijke functies te geven. (Zo was de FPÖ de kleinere coalitiepartner van de Oostenrijkse regering. De FPÖ werd bovendien in die periode sterk gediscrediteerd door allerlei corruptieschandalen.)

Vandaag probeert de “verantwoordelijke” bourgeoisie de catastrofale gevolgen van de populistische beslissingen zo goed mogelijk in te dammen. Naast de benoeming van mensen als Bannon (catalysator voor racisme en vrouwenhaat, sterk bekritiseerd door het democratische kamp) in het team van Trump, zijn meer “klassieke” republikeinen benoemd om te proberen de balans over te doen hellen naar minder extreme beslissingen.

De verkiezingsoverwinning van Trump (de “Brexit plus plus plus” zoals hij het zelf noemde) kondigt een chaos aan in het staatsapparaat van de meest belangrijke machten, waarvan de gevolgen niet precies te voorspellen zijn. Wat Trump kenmerkt is zijn onvoorspelbaarheid en het zal dus niet gemakkelijk zijn de consequenties van zijn regime te voorzien. We kunnen wel met zekerheid stellen dat de Brexit en vooral de overwinning van Trump een periode van groeiende instabiliteit openen op alle vlakken: economisch, politiek en imperialistisch. De economische en politieke opties die het populisme voorstelt zijn geen realistische opties voor het beheer van het nationale kapitaal.

Trump staat symbool voor een bourgeoisie die werkelijk elk perspectief voor haar eigen systeem heeft verloren. Zijn ijdelheid en narcisme betekenen niet dat hij gek is, maar verpersoonlijken de waanzin van een systeem dat geen opties meer heeft. De enige optie waartoe de interne dynamiek van het kapitalisme steeds weer leidt is de wereldoorlog. Maar zoals we op de vorige bijeenkomst en in een artikel over die bijeenkomst[4]  hebben proberen te verduidelijk, denkt de IKS niet dat een nieuwe wereldoorlog voor de deur staat, omdat (a) de arbeidersklasse niet verslagen is en zich dus niet zal laten ronselen en (b) omdat de bourgeoisie er momenteel zelf niet in slaagt stabiele blokken van landen te vormen voor zo een wereldoorlog.

3. Welke impact voor de arbeidersklasse?

De arbeidersklasse bevindt zich momenteel in een soort vacuüm. Enerzijds is ze niet in staat haar eigen antwoord te bieden aan de historische crisis van het kapitalisme. Anderzijds heeft ze veel minder vertrouwen in de officiële instituten. Onder de druk van het ontbindende kapitalisme neemt het vertrouwen in de toekomst af en wordt de tendens om zich tot een imaginair verleden (een soort “gouden tijdperk”) te keren en om te zoeken naar zondebokken steeds sterker. De arbeidersklasse is momenteel dus erg vatbaar voor het bedrog van het populisme, die als antwoord op de versleten partijen het zogenaamde “volk” oproept om zich te keren tegen het corrupte “establishment”.

Het populisme houdt verschillende gevaren in voor de arbeidersklasse.

Een eerste gevaar is dat de populisten de solidariteit en eenheid van de internationale arbeidersklasse sterk ondermijnt. De populisten profiteren van de vluchtelingencrisis om de angst voor immigranten aan te wakkeren. De immigrant of vluchteling wordt voorgesteld als een parasiet of profiteur of zelfs een geprivilegieerde burger, die de “inheemse” burger zijn job of geld wegneemt. Ook etnische of nationale minderheden en zelfs de helft van de bevolking, namelijk de vrouwen, worden als concurrenten voor arbeid en financiële “sociale ondersteuning” van de staat voorgesteld. Telkens wordt een vijand van hen gemaakt, een extern kwaad dat desnoods moet worden uitgeroeid. Kortom, het populisme wakkert de haat en de verdeling van de arbeidersklasse aan. Ze stelt de “autochtonen” tegen de “allochtonen”, de mannen tegen de vrouwen, de populisten tegen de antipopulisten, enz. Elke toename van internationale solidariteit en eenheid onder de arbeiders wordt hierdoor sterk ondermijnd.

Een tweede gevaar is dat het populisme de verkiezingsmisleidingen doet heropleven en stemmen terug aantrekkelijker maakt. Ze doet dit in twee richtingen: enerzijds zijn ze zelf het zogenaamde alternatief voor de corrupte “elite” of zijn zij de “proteststem”, anderzijds gaan velen net tegen het populisme stemmen.

Het is in die zin belangrijk om dit jaar de verkiezingen in Nederland en Frankrijk te analyseren, omdat in beide landen de populistische partijen de wind in de zeilen hebben door de overwinning van Trump en de Brexit.

Maar het populisme versterkt ook de traditionele partijen door hun imago weer op te krikken. Die laatsten kunnen zich als meer humanitair en democratisch voordoen en dus als een soort voorhoede tegen het populisme presenteren, terwijl zij net even grote uitbuiters en onderdrukkers zijn. Hun tactieken zijn misschien meer stiekem, maar het effect is hetzelfde: een chaotische en onleefbare wereldorde.

Het populisme, een typisch fenomeen van de ontbinding van het kapitalisme, is dus een bijkomend gevaar voor de arbeidersklasse. Het is een soort revolte tegen de traditionele politieke leiders, niet  tegen het kapitalisme. Het is een revolte die geen alternatief biedt op het kapitalisme. De enige klasse die een alternatief kan bieden is het proletariaat, wanneer ze zich op haar eigen klassenterrein mobiliseert en zich bewust wordt van noodzaak en de mogelijkheid van een communistische revolutie.

Het is echter een realiteit dat het economische, politieke en morele bankroet van de bourgeoisie momenteel niet leidt tot een revolutionaire kritiek van het systeem. Er bestaan maar een paar zeer kleine revolutionaire groepen en organisaties die echter een grote verantwoordelijkheid dragen. Hun taak is immers de proletarische bewegingen van morgen voor te bereiden, bewegingen die in staat moeten zijn om zichzelf de politieke lessen en tradities van solidariteit uit het verleden weer eigen te maken. De taak van de revolutionairen is dus in de eerste plaats een strijd te leveren voor politieke en theoretische helderheid, die de arbeidersklasse kan leiden op haar weg doorheen de mistige kapitalistische ideologie onder al haar vormen.

Internationalisme, 21/03/2017