Economische migratie en oorlogsvluchtelingen in de geschiedenis van het kapitalisme

See also :

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Duizenden jaren waren mensen gedwongen om te vluchten voor oorlog, vervolging, hongersnood, natuurrampen, zoals droogte, overstromingen, vulkaanuitbarstingen, enz.  Maar deze verplaatsingen waren geen permanent verschijnsel en zij betroffen meestal maar een klein deel van de bevolking. Met de komst van de landbouw, de teelt van gewassen en de domesticatie van dieren, werd een deel van de mensheid sedentair. Voor duizenden jaren werd het de gewoonte om op eenzelfde plaats te leven. Onder het feodalisme waren de boeren aan de grond gebonden en leefden de lijfeigenen van hun geboorte tot aan hun dood op dezelfde plek, namelijk de grond die aan hun feodale heer toebehoorde. Maar met de opkomst van het kapitalisme in de 14e en 15e eeuw veranderde dit drastisch.

Vanaf zijn opkomstperiode…

Het kapitalisme verspreidde zich over de hele aardbol verovering met behulp van hevig en massaal geweld. Eerst in Europa, waar de omheining van de gemeenschappelijke weiden de boeren, die in hun eigen onderhoud konden voorzien, naar de steden dreef om in de fabrieken te gaan werken.

Marx beschreef het proces van primitieve accumulatie als de radicale scheiding van de producent van de productiemiddelen[waarbij] grote massas mensen plotseling van hun bestaansmiddelen werden losgescheurd en alsvogelvrije’ proletariërs op de arbeidsmarkt werden geslingerd. De onteigening van de grond van de producenten op het platteland, van de boeren, vormt de basis van het gehele proces.” (Marx, Het Kapitaal, Deel I, Hoofdstuk 26: Het geheim van de oorspronkelijke accumulatie)

Deze scheiding van de boer van zijn grond, van zijn productiemiddelen, betekende de ontworteling van miljoenen mensen. Want het kapitalisme heeft behoefte aande afschaffing van alle wetten die de werkers verhinderen om zich te verplaatsen van de ene productiesfeer naar de andere en van het ene productiecentrum naar het andere”. (Marx, Het Kapitaal, Deel 3, Hoofdstuk 10: Gelijkmaking van de algemene winstvoet door de concurrentie. Marktprijzen en marktwetten. Meerwaarde-winst.)

Op het moment dat het kapitalisme in Europa de boeren dwong om hun arbeidskracht te verkopen, begon het eveneens zijn koloniale rijk over de hele wereld uit te breiden. En eeuwenlang hebben slavendrijvers miljoenen mensen, hoofdzakelijk uit Afrika, weggevoerd om zo goedkope arbeidskrachten te leveren voor de plantages en de mijnen, vooral in Amerika. Toen de slavernij tot een einde kwam, werden vele slaven die op de plantages werkten, vervangen door contractarbeiders. (1)

Zijn hele expansieperiode lang heeft het kapitalisme mensen ontworteld en verplaatst, ofwel door ze te dwingen om hun velden te verlaten en hun arbeidskracht te verkopen aan een kapitalist, ofwel door de arbeidskracht te roven en te veranderen in slaven, om deze op een ander werelddeel te verkopen. Op dezelfde wijze als het kapitalisme nood heeft aan een zeer grote, zo niet oneindige, mobiliteit voor zijn producten en aan de vrije toegang tot de markt, evenzo legt het de grootste mobiliteit en toegankelijkheid op aan de arbeidskracht.

Het kapitalisme “heeft de onbegrensde beschikbaarheid nodig van alle arbeidskrachten in de hele wereld, om met hen alle productieve krachten van de planeet mobiel te maken – voor zover dit binnen de grenzen van de meerwaardeproductie mogelijk is. Deze arbeidskrachten zijn echter meestal gebonden aan de starre tradities van voorkapitalistische produktieverhoudingen; het kapitalisme moet ze eerst “bevrijden” alvorens ze te kunnen inlijven in het actieve leger van het kapitaal. Het proces van emancipatie van de arbeidskrachten uit de primitieve sociale verhoudingen en hun integratie in het kapitalistische loonsysteem is één van de onvermijdelijke historische grondslagen voor het kapitalisme”. (Rosa Luxemburg, De accumulatie van het kapitaal, Hoofdstuk 26: De reproductie van het kapitaal en haar milieu.)

Mobiliteit heeft een bijzondere betekenis voor het kapitalisme. Het kapitalisme schept noodzakelijkerwijs een mobiliteit van de bevolking, die vroegere economische stelsels niet vereisten, en onder hun heerschappij op grote schaal ook onmogelijk zou zijn geweest. (Lenin, De ontwikkeling van het kapitalisme in Rusland, Hoofdstuk 8: De vorming van de thuismarkt, Paragraaf 6: De “missie” van het kapitalisme).

Het proletariaat wordt dus gedwongen om zich onophoudelijk te verplaatsen, altijd op zoek naar een  gelegenheid, een plaats om zijn arbeidskracht te verkopen. Arbeider zijn impliceert de noodzaakt om zich over langere of kortere afstanden en zelfs naar andere landen of werelddelen te verplaatsen, overal waar hij zijn arbeidskracht kan verkopen.

Of het nu gebeurde met gewelddadige middelen of “enkel” door economische dwang, het kapitalisme heeft vanaf het begon zijn arbeidskracht van over de hele planeet geput; vanaf het begon is het internationaal en globaal geweest. Met andere woorden: de arbeidersklasse is vanwege de aard van de kapitalistische verhoudingen een klasse van migranten en om die reden hebben de arbeiders geen vaderland. De afstanden die een migrerende arbeider echter moet afleggen, hangen af van de economische situatie en van andere factoren zoals hongersnood, repressie of oorlog.

Gedurende de hele 19e eeuw, de opkomstperiode van het kapitalisme, vond deze migratie hoofdzakelijk plaats naar de zones van economische expansie. De migratie en de urbanisatie gingen samen. In talrijke Europese steden, in de periode tussen 1840 en 1880, verdubbelde de bevolking in 30 tot 40 jaar tijd. In enkele decennia, en vaak zelfs in een korter tijdbestek, zwollen kleine steden rond steenkool- en ijzermijnen of nieuwe fabrieken op tot enorme steden.

…tot de 20e eeuw

Daar het kapitalisme permanent ten prooi is aan economische crises, duikt een “overschot” aan arbeidskrachten regelmatig op met een massa van werklozen op zoek naar werk als gevolg. In de opkomstperiode waren de crises van het kapitalisme hoofdzakelijk cyclisch. Als de economie in een crisis raakte, konden vele arbeiders emigreren en wanneer een nieuwe fase van expansie begon, waren er weer meer arbeiders. Miljoenen arbeiders konden vrij emigreren, zonder belangrijke beperkingen – hoofdzakelijk omdat het kapitalisme nog in uitbreiding was – in het bijzonder in de Verenigde Staten.

Tussen 1820 en 1914 emigreerden zo’n 25,5 miljoen mensen uit Europa naar de Verenigde Staten; in totaal hebben ongeveer 50 miljoen mensen het Europese continent verlaten. Tussen 1820 en 1915 emigreerde ieder jaar eenvoudigweg de helft van de bevolkingstoename van Groot-Brittannië.

Maar deze golven van hoofdzakelijk economische migraties namen aanzienlijk af met de Eerste Wereldoorlog, toen de globale historische voorwaarden veranderden, in het bijzonder toen de economische crisis niet langer een cyclisch karkater had, maar langdurig zo niet permanent was geworden. Van massaal en bijna zonder belemmeringen, werd de migratie geleidelijk gefilterd, geselecteerd, steeds moeilijker, zelfs illegaal. Vanaf de Eerste Wereldoorlog brak er voor de economische migranten een periode van strengere grenscontrole aan.

Het verval van het systeem brengt een oneindig aantal oorlogsvluchtelingen voort

Toch moeten wij een onderscheid maken tussen economische migratie en migratie die het gevolg is van oorlog: elke vluchteling is een migrant, maar niet elke migrant is een vluchteling. Een migrant is iemand die zijn leefomgeving verlaat op zoek naar werk. Een vluchteling is iemand van wie het leven op directe wijze wordt bedreigd en die zich verplaatst om een veilige plek te vinden.

Oorlogen en pogroms zijn geen nieuwe fenomenen. Elke oorlog impliceert geweld, wat mensen ertoe dwingt de militaire confrontaties te ontvluchten om hun leven te redden. Oorlogsvluchtelingen zijn dus zo oud als de oorlog zelf en bestonden reeds lang vóór het kapitalisme de arbeiders om economische redenen dwong om te migreren. Het karakter van de oorlog is echter met de Eerste Wereldoorlog kwantitatief en kwalitatief veranderd. Tot dan toe was het aantal oorlogsvluchtelingen betrekkelijk gering. Het aantal slachtoffers van pogroms, zoals de pogroms tegen de Joden in Rusland (of elders) begon te veranderen met de Eerste Wereldoorlog.

In de voorgaande eeuwen was het vluchtelingenprobleem grotendeels een tijdelijk en beperkt verschijnsel. Sinds het begin van de 20e eeuw, met de intrede van het verval van het kapitalisme, heeft de kwestie van de oorlogsvluchtelingen een andere dimensie aangenomen. Dit geldt zowel voor de beide wereldoorlogen als na 1989, vanaf wanneer “lokale” en “regionale” oorlogen zonder weerga toenamen. Het aantal vluchtelingen en economische migranten hangt dus af van de historische voorwaarden – of er een economische crisis heerst en in hoeverre de oorlog overheersend is geworden.

Wij plannen een aantal artikel over het vluchtelingen- en migrantenvraagstuk te publiceren, die dit vraagstuk vanuit  verschillende invalshoeken zullen belichten. Wij hebben al een artikel gepubliceerd over de kwestie van de migratie en zijn van plan om hier spoedig op een meer uitvoerige wijze op terug te komen.

Wij zullen deze reeks beginnen met een artikel over de ontwikkeling van de spiraal van geweld in de 20e eeuw en de gevolgen ervan op de omvang van de vlucht weg van de oorlog. We zullen dit doen door eerst meer gedetailleerd de verschillende fasen te onderzoeken tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en hun nasleep. Vervolgens zullen wij de periode onderzoeken die gaat van de Koude Oorlog tot de dag van vandaag. In een ander artikel zullen wij van meer dichtbij de politiek van de heersende klasse bekijken en de gevolgen die eruit voortvloeien voor de strijd van de arbeidersklasse.

Heinrich, 03/10/2015

(1) Contractarbeid betekent dat een arbeider, die naar een ander land emigreert, een contract tekent dat hem verplicht om voor een periode van 5, 8 of 10 jaar in dat land te werken. De lonen liggen vast, hij kan niet vragen om een loonsverhoging en hij kan het contract niet opzeggen. Tussen 1830 en 1930 werden ongeveer 5 miljoen indianen en 5-6 miljoen mensen uit andere Aziatische landen – zo’n 12 miljoen mensen - als contractarbeider tewerkgesteld.