De Kommunistenbond van Tampa en de kwestie van de partij

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

In reactie op een artikel (“Waarom we een wereldpartij nodig hebben”), gepubliceerd op de website van de Kommunistenbond van Tampa (Communist League of Tampa), een groep die onlangs in de VS is ontstaan, publiceren we hier een brief, geschreven door de IKS. In het belang van de publieke discussie tussen revolutionairen, hebben de kameraden gevraagd onze brief te publiceren op onze website en lieten ze ons weten dat ze werken aan een antwoord dat, op zijn beurt, op hun eigen website zal worden gepubliceerd.

Aan de Kommunistenbond van Tampa

Van de Internationale Kommunistische Stroming

22.8.15

Beste kameraden,

Wij volgen met belangstelling jullie website. Wij worden bemoedigd door de verschijning van een groep die zich in zekere zin identificeert met de standpunten van het linkskommunisme en die duidelijk de noodzaak stelt voor de revolutionairen om zich te politiek organiseren.

Wij denken dat het zinvol zou zijn een politieke dialoog op gang te brengen met jullie groep en - gezien het belang van de organisatie voor revolutionairen - een bruikbaar uitgangspunt voor deze dialoog zou kunnen zijn de tekst “Waarom we een wereldpartij nodig hebben”. Wij begrijpen dat deze niet een soort "programmatische" verklaring is van de groep en dat er wellicht meningsverschillen tussen jullie over bestaan: des te meer een reden, denken wij, om onze eigen gedachten weer te geven over deze tekst en bij te dragen aan de discussie.

Zoals al vermeld, in een omgeving die wordt gedomineerd door anarchosyndicalisme, radenisme, communalisme-theorieën en alle variaties van individualisme die gedijen in een wereld welke in toenemende mate wordt geregeerd door het burgerlijk beginsel van het "ieder voor zich", lijkt een tekst waarin wordt opgeroepen tot een wereldpartij, in te gaan tegen de stroom. De openlijke bevestiging van de noodzaak voor revolutionairen, niet alleen om samen te komen en zich te organiseren in afzonderlijke politieke organisaties, maar ook om het terrein voor te bereiden voor een wereldwijde revolutionaire partij in de toekomst – zoiets is, gezien het enorme gewicht van het wantrouwen ten opzichte van de marxistische opvatting van de revolutionaire organisatie, uitdrukking van een stoutmoedige houding. Van de mainstream media tot aan de anarchisten wordt ons immers onophoudelijk voorgehouden dat revolutionaire politieke organisaties slechts achterhaalde sekten zijn en dat ze onherroepelijk besmet zijn door de giftige ervaring van het stalinisme.

We zouden dus niet verbaasd moeten zijn: net zoals de arbeidersklasse een "klasse is van de burgerlijke maatschappij die geen klasse is van de burgerlijke maatschappij", zo is de revolutionaire organisatie, als een product van deze klasse, eigenlijk een vreemd lichaam in de kapitalistische samenleving en haar militanten kunnen niet worden afgeschrikt door de onvermijdelijke vijandigheid die ze, in al haar vormen, ontmoeten vanwege de vertegenwoordigers van de heersende ideologie. Daarom zien we een kern van overeenkomst in de titel en het thema van deze tekst, evenals in de kritiek die ze maakt van de anarcho-syndicalistische en radenistische argumenten tegen politieke organisaties en de politieke partij. We hebben bepaalde meningsverschillen met de formuleringen over de mogelijkheid tot het vormen van "revolutionaire vakbonden", maar dat is een kwestie waar we te zijner tijd op terug kunnen komen, misschien in een discussie over de tekst “Punten van Eenheid” van de Tampagroep.

Even belangrijk - omdat de arbeidersklasse een internationale klasse is en zijn revolutie alleen kan slagen op internationaal niveau - is het gegeven dat de tekst de partij opvat als een wereldpartij en dat deze vandaag moet worden voorbereid via een proces van gemeenschappelijke discussies en activiteiten tussen revolutionaire groepen in verschillende delen van de wereld. Terwijl het dus, zoals jullie zeggen, volledig waar is dat "een wereldpartij geen onmiddellijke, voor de hand liggende taak is", is het ook geen puur abstract doel dat ergens in de toekomst vanzelf zal worden gerealiseerd: wat revolutionairen vandaag doen en zeggen draagt op een actieve manier bij tot het proces dat leidt tot de vorming van de partij (of, negatief, in de mislukking om die te vormen, iets dat zeker een mogelijkheid en een gevaar is). Dat wil niet zeggen dat we noodzakelijkerwijs akkoord zijn over de soort van organisatie dat nu ontwikkeld moet worden - we zullen hier later op terugkomen.

Eerst willen wij enkele kwesties opnemen betreffende de visie over de partij in de tekst die, volgens ons, niet consistent zijn. Allereerst gebruikt de tekst de term "massapartij", in tegenstelling tot het idee van een "voorhoedepartij", gebaseerd op een "strakke ideologische/theoretische lijn opgelegd aan leden". In onze visie is het idee van een massapartij, die ontwikkeld was in de arbeidersbeweging in de late 19e eeuw, verbonden met de notie van de partij als een soort regering in spé die de regie over de maatschappij over zou gaan nemen - waarschijnlijk via de parlementsverkiezingen. Dit soort ideeën bleef voortbestaan in de revolutionaire beweging die tijdens de Eerste Wereldoorlog brak met de officiële sociaaldemocratie. Het duidelijkste voorbeeld is de Bolsjewistische Partij in de Russische revolutie die, na het winnen van een meerderheid in de Sovjets, het tot haar taak zag een regering te vormen.

Zijn jullie het er ook niet mee eens dat het idee van de massapartij, dat ontwikkeld werd in de 19de eeuw, ook verbonden is met de opkomst van het opportunisme in de arbeidersbeweging? En dat de poging om zo snel mogelijk een massabasis te leggen, geleid heeft tot de verwatering van de beginselen en tot compromissen met de heersende klasse, zowel in de partijen van de Tweede Internationale als in de kommunistische partijen na 1920-1921?

En volgens ons was het niet toevallig dat de voornaamste tegenstanders van het opportunisme, in beide Internationales, de stromingen waren die een kritiek begonnen te ontwikkelen op het idee van de massapartij: eerst de Bolsjewieken in het beroemde debat, tijdens het  congres van de RSDAP van1903, over “wie lid is”, en daarna de Italiaanse en Duitse linkskommunisten in de Derde Internationale, die de beste argumenten van de Bolsjewieken overnamen door erop te wijzen dat in het nieuwe tijdperk van de proletarische revolutie de partij moest bestaan uit toegewijde revolutionairen op basis van een vrijwillige - niet "opgelegde" – naleving van een hoog niveau van programmatische eenheid. In de periode voorafgaande aan en zelfs tijdens de revolutie, zou een dergelijke organisatie noodzakelijkerwijs gevormd moeten worden rond een minderheid (een "voorhoede", als je wilt) van het proletariaat.

Volgens ons leidt de manier, waarop de tekst zich sterk maakt voor het idee van een massapartij, tot een terugkeer naar sociaal-democratische ideeën over de relatie tussen de partij en de raden, of althans een zeer dubbelzinnige positie over het grijpen van de macht door de partij. De tekst verwijst herhaaldelijk naar de partij die de macht grijpt, naar het idee dat "de radenregering in wezen partijregering" is. Ofschoon het gevaar van substitutionisme wordt herkend, schijnt de tekst ervan uit te gaan dat de belangrijkste remedie hiertegen wordt gevormd door het feit dat de partij " de macht deelt met de hele revolutionaire beweging evenals met andere revolutionaire tendensen, waarmee het een verbond heeft gesloten".

Volgens ons ontsnapt deze opvatting niet aan de parlementaire visie op de radenregering, die de beweging in 1917 verlamde. Wij zijn het eens met de tekst dat het doel van de partij er in bestaat om te vechten voor haar programma [1] binnen de raden. Want die zullen het terrein zijn van strijd tussen de politieke standpunten die, in laatste instantie, verschillende klassebelangen vertegenwoordigen, of de verwarringen in zich bergen die, in de revolutie, nog steeds zwaar op het proletariaat wegen. Maar de rol van de partij is niet om de macht te grijpen of haar eigen functioneren te verwarren met de eigenlijke organen van de macht, de arbeidersraden.

Zijn jullie niet van mening dat een essentiële les van de Russische revolutie was dat de vereenzelviging van de Bolsjewistische Partij met de staat en haar tendens om de besluiten van de arbeidersraden te vervangen door haar eigen besluiten leidde tot de ontaarding, niet alleen van de Sovjetmacht, maar ook van de Partij zelf? Wij denken dat duidelijkheid op dit punt een sleutelkwestie vormt in het platform van de revolutionaire organisatie, en dus uiteindelijk van de partij zelf. Wij verwijzen jullie hiervoor naar een polemiek die we in de jaren zeventig, over deze kwestie, hadden met de Communist Workers’ Organisation en zouden geïnteresseerd zijn in jullie reactie.

Terugkerend naar de opvatting in de tekst over het soort van organisatie dat nu moet worden opgebouwd teneinde het terrein voor de partij voor te bereiden: omdat we partij niet opvatten als een massapartij, maar als een minderheid, georganiseerd rond een duidelijk programma, zijn wij van mening dat de organisaties die kunnen dienen als een brug naar de toekomstige partij ook een hoog niveau van politieke en theoretische samenhang nodig hebben, op basis van een overeengekomen platform dat meer is dan alleen een reeks minimale punten. Dit betekent echter niet dat deze organisaties, evenals de toekomstige partij, monolithisch kan zijn; integendeel, een levende marxistische organisatie is er één die zich inzet voor een permanent debat, zowel intern als met andere stromingen in de proletarische beweging.

Maar we denken wel dat deze organisaties meer zijn dan alleen discussiekringen en moeten zijn doordrongen van wat Lenin de “partijgeest” noemde, zelfs indien zij niet de partij zijn. Bovendien moeten ze, vanaf het begin, worden opgebouwd op internationaal vlak, aangezien de toekomstige partij niet (zoals ze ontstond in het verleden, tot op zekere hoogte ook in de Derde Internationale) een federatie van nationale afdelingen maar één wereldwijde organisatie is. De ervaring met deze manier van organiseren zal essentieel zijn voor het functioneren van de toekomstige partij.

Deze visie op de huidige organisaties, als een brug naar de toekomstige partij, is sterk beïnvloed door het concept van de Fractie, zoals ontwikkeld door de Italiaanse linkerzijde in de jaren 1930. Het idee van de Fractie is allereerst gebaseerd op de overtuiging dat de revolutionaire organisaties niet uit de hemel komen vallen, maar deel uitmaken van een traditie in de arbeidersbeweging, een traditie zonder welke zij niet zou bestaan en die diepgaand zal moeten worden geassimileerd; tegelijkertijd moet deze kritische assimilatie altijd gebaseerd zijn op nieuwe lessen, die getrokken zijn uit de ervaringen van de proletarische strijd en de praktijk van de revolutionaire organisaties uit het verleden.

Het doel van dit werk is de voorbereiding van de programmatische en organisatorische principes, die de basis zullen vormen voor de nieuwe partij. Wij denken dat een zwakte in de tekst over de partij juist hierin ligt, omdat ze zich, behalve een paar regels aan het eind, niet voldoende situeert ten opzichte van de ervaringen uit het verleden en, het meest cruciale punt, ten opzichte van de pogingen van vorige generaties en organisaties van revolutionairen om dezelfde vraag te beantwoorden die in de tekst is gesteld: hoe organiseren revolutionairen zich vandaag in het kader van de voorbereiding van het terrein voor de partij van de toekomst?

Onlangs hebben wij opnieuw een tekst over de partij gepubliceerd waarvan we denken dat die belangrijk is. Deze is in 1948 gemaakt door een groep, die de erfgenaam was van de traditie van de Italiaanse Linkerzijde: de Gauche Communiste de France. Nogmaals, wij zijn zeer benieuwd naar jullie mening over deze tekst, en natuurlijk ook naar de opmerkingen en kanttekeningen in deze brief. Wij hopen dat deze brief de basis kan vormen voor een vruchtbare discussie tussen ons - één die kwesties zal verduidelijken, niet alleen tussen onze organisaties, maar ook voor de proletarische politieke beweging in het algemeen.

Kommunistische groeten

Alf

voor de IKS

[1] Met betrekking tot de vraag over het programma van de partij tonen de verschillende reacties, aan het eind van het artikel, dat er enige verwarring is ontstaan door het idee in de tekst dat maatregelen, zoals de vernietiging van de burgerlijke staat en de oprichting van een nieuwe proletarische macht, deel uitmaken van een “minimumprogramma”. De laatste term roept toch herinneringen op aan de oude sociaal-democratische partijen met hun eisenprogramma dat zou moeten worden ingevoerd binnen de kapitalistische maatschappij? Maar we denken niet dat de kwestie van de terminologie het allerbelangrijkste is: de vraag is de inhoud van de maatregelen (die volgens ons goed is) en het feit dat ze wel degelijk deel uitmaken van een programma dat de partij verdedigt in de algemene vergaderingen en in de arbeidersraden.