Oriëntatietekst: Militarisme en ontbinding

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Hieronder publiceren wij opnieuw de belangrijkste fragmenten van deze oriëntatietekst, die 25 jaar geleden is opgesteld en goedgekeurd door IKS. (De volledige versie is eerder verschenen in de Nederlandstalige Internationale Revue nr. 13.) We doen dit om te laten zien hoezeer deze stellingen, meer dan ooit, hun geldigheid en hun brandende actualiteit behouden. Dit zal bij onze lezers ongetwijfeld in het oog springen gezien de toename van de brandhaarden op de planeet en de kwalitatieve toename van de chaos en de barbarij, waarin het kapitalisme de mensheid dagelijks onderdompelt.

Bij verschillende gelegenheden heeft de IKS het belang van de kwestie van militarisme en oorlog in de hele periode van verval benadrukt (1), zowel vanuit de optiek van de ontwikkeling het kapitalisme zelf, als vanuit het proletarische klasseperspectief. Met de snelle opeenvolging van historisch belangrijke gebeurtenissen gedurende het afgelopen jaar (ineenstorting van het Oostblok, de Golf-oorlog), die de hele wereldsituatie hebben veranderd, met de overgang van het kapitalisme in de hoogste fase van zijn verval: de fase van ontbinding (2), is het van vitaal belang dat de revolutionairen absoluut duidelijk zijn over het essentiële vraagstuk van de plaats van het militarisme in de nieuwe omstandigheden van de huidige wereld.

Het militarisme in het hart van het verval van het kapitalisme

Militarisme en oorlog zijn een funda­menteel gegeven sinds het kapitalisme in verval is. Sinds de vorming van een vol­ledige wereldmarkt aan het begin van deze eeuw, is de wereld verdeeld in ko­loniale en commerciële invloedssferen onder de verschillende hoogontwikkelde kapitalistische naties. De hieruit voortko­mende verscherping van de concurrentie op internationaal vlak heeft noodzakelij­kerwijs geleid tot het erger worden van de militaire spanningen, tot het vormen van steeds indrukwekkendere wapenarse­nalen, en de toenemende onderwerping van het gehele economische en sociale leven aan de prioriteiten van het militai­re apparaat. In feite zijn het militarisme en de imperialistische oorlog zo'n essen­tiële uitdrukkingen van het begin van de vervalperiode van het kapitalisme (de uitbarsting van de Eerste Wereldoorlog markeerde het begin van deze periode), dat voor revolutionairen uit die tijd im­perialisme en verval van het kapitalisme, synoniemen werden. Rosa Luxemburg maakte duidelijk dat imperialisme niet een specifieke uitdrukking is van het kapita­lisme, maar haar wijze van bestaan in de nieuwe historische periode is, dat niet alleen bepaalde staten imperialistisch zijn, maar alle staten. Als militarisme, im­perialisme en oorlog zo vergaand met de periode van verval geïdentificeerd wer­den, dan komt dit omdat de vervalperiode beantwoordt aan de situatie dat de kapi­talistische productieverhoudingen een belemmering zijn geworden voor de ver­dere ontwikkeling van productiekrachten: het volkomen irrationele karakter op glo­baal economisch niveau van militaire uit­gaven en oorlogen, zijn slechts een uit­drukking van het anachronisme van het voortbestaan van deze productieverhoudingen. In het bijzonder de permanente en toenemende zelfvernietiging van kapi­taal die het resultaat is van deze wijze van bestaan, vormt een symbool van de doodsstrijd van dit systeem, en toont duidelijk dat het door de geschiedenis is veroordeeld.

Staatskapitalisme en imperialistische blokken

Geconfronteerd met een situatie waarin oorlog in het sociale leven alomtegen­woordig is, heeft het kapitalisme in ver­val twee verschijnselen ontwikkeld, staatskapitalisme en imperialistische blok­ken, die kenmerkend zijn voor deze peri­ode. Het staatskapitalisme, waarvan de eerste belangrijke manifestatie dateert van de Eerste Wereldoorlog, komt overeen met de noodzaak voor elk land een maximum aan discipline van de verschil­lende sectoren van de maatschappij te garanderen, om botsingen tussen zowel de klassen als tussen de verschillende rivaliserende fracties binnen de heersen­de klasse zoveel mogelijk te reduceren, en vooral om het gehele economische po­tentieel te controleren en te mobiliseren en controleren. Op dezelfde wijze komt de vorming van imperialistische blokken overeen met de noodzaak om eenzelfde discipline aan de verschillende nationale bourgeoisieën op te leggen: om hun on­derlinge tegenstellingen te beperken en hen te bundelen voor confrontatie tussen beide militaire kampen. Naarmate het ka­pitalisme dieper in het verval en in zijn historische crisis is geraakt, kunnen deze beide kenmerken slechts sterker worden. Vooral het staatskapitalisme op het niveau van een heel imperialis­tisch blok, zoals zich dat heeft ontwik­keld na de Tweede Wereldoorlog, was slechts de uitdrukking van de vererge­ring van beide verschijnselen. Noch staatskapitalisme, noch imperialistische blokken, noch het samengaan van beide, zijn een uitdrukking van een `pacificatie' van de verhoudingen tussen de verschil­lende sectoren van het kapitaal, en nog minder een versterking van deze verhou­dingen. Integendeel! Zij zijn slechts een poging van de kapitalistische maatschap­pij om de groeiende tendens tot ont­wrichting te weerstaan (3).

Het imperialisme in het stadium van de ontbinding van het kapitalisme

De algemene ontbinding van de maat­schappij is het hoogste, het laatste, sta­dium van de vervalperiode van het kapi­talisme. In die zin stelt dit stadium niet de kenmerken van het verval in vraag: de historische crisis van de kapitalisti­sche economie, het staatskapitalisme, en ook niet de fundamentele verschijnselen van militarisme en imperialisme. Meer nog, in de mate waarin de ontbinding zich openbaart als de opeenhoping van tegen­stellingen waarin het kapitalisme zich sinds het begin van zijn verval ontwik­kelt, worden de kenmerken die eigen zijn aan deze periode, nog verder versterkt:de ontbinding kan slechts erger wor­den,

- omdat ze veroorzaakt wordt door de onverbiddelijke val van het kapita­lisme in de crisis;

- en de tendens naar staatskapitalisme wordt helemaal niet in vraag gesteld door het verdwijnen van sommige van haar meest parasitaire en afwijkende soorten, zoals het Stalinisme. (4)

Hetzelfde geldt voor het militarisme en het imperialisme, zoals we gezien hebben gedurende de jaren '80, waarin het ver­schijnsel van de ontbinding opdook en zich verder ontwikkelde. Deze werkelijk­heid zal niet in vraag gesteld worden door het verdwijnen van de verdeling van de wereld in twee imperialistische constellaties als gevolg van de ineenstor­ting van het Oostblok. De oprichting van imperialistische blokken is niet de oor­zaak van militarisme en imperialisme. Het tegengestelde is waar: de formatie van deze blokken is slechts de uiterste con­sequentie (die op haar beurt de oorzaken kan versterken) van de duik van het kapitalisme in verval in militarisme en oorlog. In zekere zin is er een overeen­komst in de verhouding van de formatie van blokken ten opzichte van het imperi­alisme enerzijds en die van Stalinisme ten opzichte van staatskapitalisme ander­zijds. Net zoals het einde van het Stali­nisme niet het einde is van de histori­sche tendens naar staatskapitalisme, waar het immers slechts een uitdrukking van was, net zo min impliceert het verdwijnen van de imperialistische blokken, het ver­lies van de greep van het imperialisme op het leven van de maatschappij. Het fundamentele verschil tussen beide ligt hierin, dat het einde van het Stalinisme het einde van een bijzonder afwijkende vorm van staatskapitalisme betekent, het einde van de blokken daarentegen, opent slechts de deur naar een nog meer bar­baarse, verwrongen en chaotische vorm van imperialisme.

De IKS heeft al een analyse hier­over uitgewerkt toen ze zich rekenschap gaf van de ineenstorting van het Oost­blok:

«In de periode van het verval van het kapitalisme, zijn alle staten imperialis­tisch en nemen de nodige maatregelen om aan die realiteit tegemoet te komen: oor­logseconomie, bewapening, enzovoort. Daarom kan de verscherping van de stuiptrekkingen van de wereldeconomie alleen maar leiden tot een verergering van de spanningen tussen de verschil­lende staten, ook, en steeds meer, op militair vlak. Het verschil met de voorbije periode is dat deze spanningen, die eer­der door de grote imperialistische blok­ken werden gebruikt en ingekaderd, nu op de voorgrond gaan treden. Het ver­dwijnen van de Russische politie-agent, en wat daaruit zal volgen voor de Ame­rikaanse politie-agent met betrekking tot zijn belangrijkste `bondgenoten' van wel­eer, openen de deur voor een hele reeks van meer plaatselijke rivaliteiten. Deze rivaliteiten en botsingen kunnen in de huidige situatie niet uitmonden in een wereldwijd conflict (ook als we zouden aannemen dat _het proletariaat niet meer in staat zou zijn zich daartegen te ver­zetten). Daarentegen bevatten deze con­flicten, door het feit dat de discipline is verdwenen, die werd opgelegd door het bestaan van twee blokken, het risico om steeds meer gewelddadig, steeds talrijker te worden, met name in de zones waarin het proletariaat zwak is.» (Internationale Revue, engels-, frans- en spaanstalige uitgave, no.61, 10 februari 1990).

«De verergering van de wereldcrisis van de kapitalistische economie zal on­ontkoombaar tot een nieuwe toespitsing van de interne tegenstellingen van de bourgeoisie leiden. Deze tegenstellingen zullen, net als in het verleden, tot uiting komen in oorlogen: in het verval van het kapitalisme, kan de handelsoorlog slechts uitlopen op een vlucht vooruit in de oor­log met de wapenen. In dat kader moeten de pacifistische illusies die zich zouden kunnen ontwikkelen als gevolg van het `aanhalen' van de relaties tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, re­soluut worden bestreden: militaire botsin­gen tussen staten, zelfs als ze niet meer worden gemanipuleerd en gebruikt door de grote mogendheden, zullen niet ver­dwijnen. Integendeel, zoals we in het verleden gezien hebben, vormen het mili­tarisme en de oorlog de levenswijze zelf van het kapitalisme in verval, die door de verdieping van de crisis slechts kan worden bevestigd. Wat echter verandert in vergelijking met het verleden is dat deze militaire vijandelijkheden nu niet meer de vorm aannemen van een confron­tatie tussen twee grote imperialistische blokken» («Resolutie over de Internatio­nale Situatie», juni 1990. Internationale Revue, engels-, frans- en spaanstalige uitgave, nr, 63).

Deze analyse wordt nu volledig beves­tigd. (….) Het werkelijke onderwerp van de ope­ratie “Desert Shield” en andere is de po­ging de chaos te bezweren die al heerst in een groot gedeelte van de wereld en die nu de belangrijkste en meest ontwik­kelde landen en hun onderlinge relaties bedreigt. Het verdwijnen van de tweede­ling van de wereld in blokken, betekende in feite ook het verdwijnen van een essentiële factor die een zekere samenhang tussen de staten waarborgde. De tendens eigen aan de nieuwe periode is “ieder voor zich”. (5)

Het proletariaat tegenover de imperialistische oorlog

Meer dan ooit staat de oorlog dus centraal in het leven van het kapitalisme. Daarom is de kwestie van de oorlog meer dan ooit van fundamenteel belang voor de arbeidersklasse. Het is duidelijk dat deze kwestie niet nieuw is. Het was reeds een centraal punt voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (zoals de interna­tionale congressen van Stuttgart 1907 en Bazel 1912 duidelijk maakten). Het werd natuurlijk nog doorslaggevender gedu­rende de eerste imperialistische slacht­partij (met de strijd van Lenin, Luxem­burg en Liebknecht, en de revoluties in Duitsland en Rusland). Zijn belang bleef onveranderd in de periode tussen beide wereldoorlogen in, voornamelijk in de Spaan­se Burgeroorlog, om nog te zwijgen van zijn belang gedurende de grootste holo­caust van deze eeuw, tussen 1939 en 1945. En het blijft tenslotte waar gedu­rende de uiteenlopende “nationale bevrij­dings”-oorlogen na 1945 die momenten waren in de botsing tussen beide imperi­alistische blokken. Sinds het begin van deze eeuw is oorlog het beslissende vraagstuk dat het proletariaat en haar revolutionaire minderheden moesten be­antwoorden, veel meer nog dan bijvoor­beeld het vakbondsvraagstuk en het par­lementarisme. Het had niet anders ge­kund, omdat oorlog de meest geconcen­treerde vorm van de barbaarsheid van het kapitalisme in verval is; het is een uitdrukking van haar doodstrijd en de dreiging die over het voortbestaan van de mensheid hangt.

In de huidige periode, waarin de bar­baarsheid van de oorlog, meer nog dan in de afgelopen decennia, een dagelijks en alomtegenwoordig element van de we­reldsituatie zal zijn (onafhankelijk van de profetieën van een Bush sr. en Mitter­rand over een “nieuwe orde en vrede”), en meer en meer de ontwikkelde landen erbij zal betrekken (slechts beperkt door de arbeidersklasse van deze landen), is de kwestie van oorlog van nog groter belang voor de arbeidersklasse. De IKS heeft altijd benadrukt dat de ontwikke­ling van een nieuwe revolutionaire golf uit de verdieping van de crisis zal voortkomen en niet uit oorlog. Deze ana­lyse blijft nog steeds van kracht: de mobilisatie van de arbeidersklasse, het vertrekpunt voor strijd op grote schaal, zal uit economische aanvallen voortkomen. Op dezelfde wijze, op het niveau van bewustzijn, zal de verscherping van de crisis een fundamentele factor zijn, die het historische einde van de kapitalisti­sche productiewijze toont. Doch op het­zelfde niveau van bewustzijn zal de kwestie van de oorlog wederom een rol van eerste orde spelen:

- de oorlog toont de fundamentele conse­quenties van deze historische impasse van het kapitalisme: de vernietiging van de mensheid;

- omdat de oorlog het enige logische antwoord op de crisis, het verval en de ontbinding is, dat het proletariaat kan tegengaan (in tegenstelling tot andere uitingen van ontbinding), omdat de arbeidersklasse in de centrale lan­den op dit moment niet achter de ba­nieren van het vaderland gemobiliseerd is.

De invloed van de oorlog op het bewustzijn van de klasse

Het is waar dat oorlog, op een veel eenvoudiger wijze tegen de arbeidersklasse gebruikt kan worden dan de crisis en economische aanvallen:

- oorlog kan het pacifisme stimuleren;

- oorlog kan het proletariaat een gevoel van machteloosheid geven, en zo de bourgeoisie in staat stellen haar econo­mische aanvallen te voltrekken.

Dat is trouwens precies wat er nu ge­beurt met de Golf-crisis. Maar deze in­vloed kan slechts van tijdelijke aard zijn. Want op termijn:

-  kan de permanente aanwezigheid van militaire barbaarsheid slechts de leeg­heid van het pacifistische geklets to­nen;

-  zal duidelijk worden dat de arbeiders­klasse het hoofdslachtoffer van deze barbaarsheid is, dat het de prijs moet betalen als kanonnenvoer en door een toegenomen uitbuiting;

-  de strijdbaarheid zal herstellen tegen­over massalere en hardere economische aanvallen.

De tendens zal worden omgekeerd. Het is duidelijk dat de revolutionairen in de voorhoede van deze ontwikkeling van het bewustzijn moeten staan want hun ver­antwoordelijkheid zal van steeds meer doorslaggevende betekenis zijn.

In de huidige historische periode, wordt de tussenkomst van de revolutio­nairen binnen de klasse bepaald door, naast natuurlijk de verscherping van de economische crisis, en de daaruit voort­vloeiende aanvallen op de gehele klasse:

  • het fundamentele belang van het vraagstuk van de oorlog;
  • de doorslaggevende rol van revolutio­nairen in het bewustwordingsproces van de arbeidersklasse over de inzet van de huidige periode.

Daarom moet dit vraagstuk steeds voorop staan in de propaganda van de revolutio­nairen. In perioden als de huidige, waar­in deze kwestie voorop staat in de inter­nationale gebeurtenissen, moeten we van de buitengewone gevoeligheid binnen de arbeidersklasse voor dit vraagstuk ge­bruik maken om het speciale aandacht en prioriteit te geven.

De revolutionaire organisaties zullen er in het bijzonder voor moeten waken om:

  • de manoeuvres van de vakbonden te ontmaskeren die schijnbaar oproepen tot economische strijd om de oorlogs­politiek beter te doen aanvaarden (bij­voorbeeld zogenaamd vanwege een `eerlijke verdeling' van de offers tus­sen arbeiders en bazen);
  • krachtig de weerzinwekkende huichela­rij van de ultralinkse politici te ontmaskeren, die in naam van het 'internationalisme' en van de `strijd tegen het imperialis­me' oproepen tot steun aan één van de imperialistische kampen;
  • de pacifistische campagnes ontmaskeren die een geliefd middel zijn voor het demobiliseren van de arbeidersklasse in haar strijd tegen het kapitalisme en voor het afleiden naar het verrotte terrein van het interklassisme;
  • de ernst van de huidige situatie bena­drukken vooral door begrip te wekken van alle implicaties van de enorme ver­anderingen die de wereld pas heeft ondergaan, en met name de periode van chaos die hij is ingegaan.

IKS 4 oktober 1990

1) Zie “Oorlog, militarisme en imperialisti­sche blokken” in: Internationale Revue, Engels-, Frans-, Spaanstalige uitgave, nr. 52 en 53.

2) Zie voor de analyse van de IKS over de kwestie van de ontbinding: Interna­tionale Revue, engels-, frans- en spaanstalige uitgave, nr. 57 en Wereld­revolutie nr. 45 of Internationale Revu­e, nederlandstalige uitgave, nr. 13.

3) Het is echter noodzakelijk om te wijzen op een belangrijk verschil tussen staatskapitalisme en imperialistische blokken. Het eerste verschijnsel kan niet ter discussie worden gesteld door conflicten tussen verschillende fracties van de kapitalistische klasse (anders moeten we spreken van burgeroorlog, die kenmerkend kan zijn voor bepaalde achterlijke zones van het kapitalisme, maar niet voor de meest ontwikkelde sectoren). Over het algemeen slaagt de staat als algemene vertegenwoordiging van het nationale kapitaal als geheel, er in zijn autoriteit op te leggen aan de verschillende delen van het kapi­taal. Maar de imperialistische blokken hebben niet hetzelfde duurzame karak­ter. Op de eerste plaats worden ze slechts gevormd met het oog op de wereldoorlog: in een periode, zoals nu, waarin die niet aan de orde is (zoals in de jaren twintig), kunnen ze heel goed verdwijnen. Op de tweede plaats is er voor de staten niet zoiets als een definitieve "gepredestineerdheid" voor het ene of het andere blok: de blokken worden bij gelegenheid gevormd, in functie van economische, geografische, militaire, politieke criteria, enzovoort. In deze zin bevat de geschiedenis tal­loze voorbeelden van staten die van blok zijn veranderd na een verande­ring in één van deze factoren. Deze verschillende stabiliteit tussen staats­kapitalisme en imperialistisch blok is geenszins mysterieus. Ze beantwoordt aan het feit dat het hoogste niveau van eenheid dat de bourgeoisie kan bereiken, dat van de natie is, omdat de nationale staat het instrument bij uit­stek ter verdediging van zijn belangen is (handhaving van de “orde”, massale orders, monetaire politiek, douane-bar­rières, enzovoort). Daarom is een alli­antie tot een imperialistisch blok niets anders dan het conglomeraat van nati­onale belangen die fundamenteel tegen­gesteld zijn aan elkaar, waarbij het conglomeraat die belangen in de inter­nationale jungle moet behartigen. Bij het nemen van de beslissing om zich bij het ene of het andere blok aan te sluiten, heeft een bourgeoisie niets anders op het oog dan de garantie van haar nationale belangen. Ten slotte, wanneer we het kapitalisme kunnen be­schouwen als een globale eenheid, dan moeten we steeds in het oog behouden dat het concreet bestaat in de vorm van rivaliserende en concurrerende kapitalen.

4) In werkelijkheid is het wel degelijk de kapitalistische productiewijze als ge­heel, die in haar verval en nog meer in haar stadium van ontbinding, ach­terhaald is vanuit het standpunt van de belangen van de mensheid. Maar in deze barbaarse doodsstrijd van het kapitalisme, hebben bepaalde vormen daarvan, zoals het Stalinisme, dat het resultaat is van specifieke historische omstandigheden (zoals we verderop zullen zien), kenmerken die ze nog kwetsbaarder maken en ze tot verdwij­nen veroordelen, nog voordat het ge­hele systeem zal zijn vernietigd door de proletarische revolutie of door de vernietiging van de mensheid.

5) In het stadium van de ontbinding, en met de verergering van de economische stuip­trekkingen van het stervende kapitalisme, zullen de meest gewelddadige en barbaarse uitdrukkingen van de verhoudingen tussen staten tot regel worden voor alle lan­den ter wereld.