De ineenstorting van de gezondheidszorg: Het kapitalisme legt de gezondheidzorg aan banden

Printvriendelijke versie

De gezondheidszorg staat op instorten. De medische voorzieningen zijn onbetaalbaar duur geworden. Bezuinigingen in de medische zorg zijn onvermijdelijk – dit zijn de stemmen die we horen uit het burgerlijke kamp. Inderdaad, achter de ineenstorting van de gezondheidszorg verbergt zich het onvermogen van het kapitalisme om de medische kennis ter beschikking te stellen aan de mensheid

Het kapitalisme in zijn opkomstperiode - een motor van de medische vooruitgang

In de opkomstperiode had het kapitalisme nog grote verwezenlijkingen gerealiseerd. In het kader van de industriële revolutie werden niet alleen nieuwe machines en productietechnieken ontwikkeld. Vooruitgang in de wetenschap hielp ook de geneeskunde grote doorbraken te realiseren, want voornamelijk dankzij een betere hygiëne en een uitgebreide ziektebestrijding kon de levensverwachting worden verhoogd en kindersterfte worden teruggebracht. Stierven er rond de eeuwwisseling, van de 19e op de 20e eeuw, nog tweederde van de mensen vóór hun zestigste, 100 jaar later is dat slechts een tiende.

Terwijl de mensen tot die tijd hulpeloos stonden tegenover de vele ziekten, was er later een betere kans op een genezing dankzij de, op de wetenschap gebaseerde, behandelingsmethoden. "De aanleg van een systeem van schoon drinkwater en riolering en de bouw van gemeentelijke slachthuizen verhoogde de openbare hygiëne, en ook de levensomstandigheden verbeterden zich langzaam. Tegen het einde van de 19e eeuw leidden de vooruitgang op wetenschappelijk gebied, zoals de ontstane bacteriologie, tot aanzienlijke verbeteringen in de gezondheidszorg. Asepsis en antisepsis (voorkomen en elimineren van besmettingen met bacteriën), het pasteuriseren van voedsel en de ontwikkeling van vaccins kunnen nu veel van de eerdere doodsoorzaken uitsluiten. De mensen leefden langer en stierven uiteindelijk aan andere ziekten: in de industriële maatschappij [van de twintigste eeuw] zijn de degeneratieve ziekten, zoals de aandoeningen aan de hart- en bloedvaten en kanker, de belangrijkste doodsoorzaak geworden."  (http://www.berlin-institut.org/pdfs/Kroehnert_Sterblichkeit.pdf)

Nadat de gezondheidssituatie van de arbeidersklasse snel was verslechterd in de opkomstperiode van het kapitalisme, als gevolg van de enorme slijtage van de arbeidskracht en ziekmakende levensomstandigheden in de steden, verbeterde zich de gezondheidstoestand in de late 19e eeuw langzaam. In deze periode kon de arbeidersklasse het kapitaal vele hervormingen afdwingen. Naast de verkorting van de arbeidstijd, de officiële afschaffing van kinderarbeid, de vermindering van nachtarbeid voor vrouwen, loonsverhogingen, enz., werd in de jaren 1880 in een land als Duitsland de sociale zekerheid ingevoerd (1883: ziekteverzekering; 1884: ongevallenverzekering), waardoor een gestaag groeiend aantal arbeiders het genot leerde kennen van een ziekteverzekering.(1)

"De medische sector moest zich van nu af richten op de patiënten van de ziekteverzekering, die weldra de belangrijkste bron van inkomsten werden en in tegenstelling tot de eerdere “armenziektezorg” het recht op vrije artsenkeuze inhield. De nieuwe generatie artsen werd aan de hand van natuurwetenschappelijk kennis en exacte bewijsvoering, en met behulp van voldoende praktische oefening, opgeleid voor de medische praktijk. Ze keken vol medelijden neer op de oudere artsen, wier belangrijkste middelen uit de studietijd de waarneming, de aanmoediging, het aderlaten en het braakmiddel waren. Het percentage van artsen, dat rechtstreeks afhankelijk was van de behandeling van arbeiders, nam toe. In 1908 wijdde 90 procent van alle gevestigde artsen 75 procent van hun werktijd aan de zogenaamde werknemersverzekering." (Sozialversicherung und medizinische Betreuung; Zum Stand der Medizin im ausgehenden 19. Jahrhundert; Bernhard Meyer)  (http://www.luise-berlin.de/Bms/bmstxt99/9910prod.htm)

Het onoverkomelijke obstakel in de medische zorg

Maar deze medische kennisverwerving en de overeenkomstige gezondheidszorg werden niet uitgebreid over de hele wereld. In plaats daarvan ontstond er reeds aan het einde van de 19e eeuw een enorme kloof tussen de geïndustrialiseerde landen (zelfs met grote verschillen tussen hen onderling) en de zogenaamde ontwikkelingslanden. Want terwijl de arbeiders in enkele geïndustrialiseerde landen van deze medische kennis konden profiteren, bleef de toegang ertoe grotendeels geblokkeerd voor de overgrote meerderheid van de arbeiders en de boeren in de zogenaamde ontwikkelingslanden. En dat meer dan een eeuw lang. Vanwege ruimtegebrek kunnen we hier niet gedetailleerd ingaan op de verschillen in de situatie van de arbeiders en de toenmalige sociale verzekeringsstelsels op de verschillende continenten (op dit punt vernoemen we enkel dat de kapitalisten niet genoeg speelruimte hadden om dergelijke hervormingen in te voeren en de arbeidersklasse in deze staten onvoldoende druk heeft kunnen opbouwen om dergelijke verbeteringen af te dwingen).

De meeste van de voormalige koloniën, die in de 19e eeuw door de koloniale machten waren veroverd, werden toentertijd economisch kreupel geslagen. Voor de arbeidersklasse in deze landen was het sindsdien onmogelijk zulke substantiële verbeteringen te bewerkstelligen, zoals de arbeidersklasse in de geïndustrialiseerde landen vooralsnog heeft kunnen realiseren. Sindsdien bestaat de enorme kloof in medische verzorging tussen de bevolking van de Europese geïndustrialiseerde landen en de zogenaamde ontwikkelingslanden. "Dit leidt, met name tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden, tot een zeer verschillende structuur van doodsoorzaken. In 1997 waren besmettelijke en parasitaire ziekten verantwoordelijk voor 43 procent van alle sterfgevallen in ontwikkelingslanden, in de geïndustrialiseerde landen, daarentegen, slechts ongeveer 1 procent. Aan de andere kant waren in de industrielanden, 46 procent van alle sterfgevallen veroorzaakt door hart- en vaatziekten, tegen slechts 24 procent in de ontwikkelingslanden." (Kröhnert)

De realiteit in de landen van de zogenaamde “Derde Wereld” is bekend. De grote doorbraken in de ontwikkeling van voldoende hygiëne, de aanleg van sanitaire voorzieningen, een rioolsysteem, zoals dat aan het einde van de 19e eeuw in de industriële centra werd gerealiseerd, en de stijging van de levensverwachting mogelijk maakten, bleven voor de meeste mensen in de perifere landen buiten bereik.

Aan het begin van dit millennium had van de 6 miljard mensen nog steeds 3,3 miljard geen toegang tot zuiver drinkwater en 2,5 miljard (meer dan een derde) geen sanitaire basisvoorziening tot haar beschikking. In de "ontwikkelingslanden" wordt ongeveer 90% van het afvalwater ongezuiverd in rivieren en meren geloosd, waardoor ieder jaar 250 miljoen mensen ziek worden door verontreinigd water, wat in 5 tot 10 miljoen gevallen tot de dood leidt (bron WWF). De WHO schat dat ongeveer 80% van de ziekten in de “ontwikkelingslanden” rechtstreeks verband houdt met een ontoereikende watervoorziening. Jaarlijks sterven er ongeveer 4 miljoen kinderen aan diarree-gerelateerde ziekten.

En juist in de nieuwe “rijzende ster” van de kapitalistische groei, in China, heersen catastrofale toestanden. Ongeveer de helft van de bevolking, bijna 600 miljoen mensen, moeten zwaar verontreinigd water drinken. Tweederde van de 338 grootste steden zijn geclassificeerd als vervuild. Ziekten van de luchtwegen en het hart zijn de belangrijkste doodsoorzaak in China. De fenomenale groeicijfers laten de kas van de ondernemers weliswaar rinkelen, maar voor veel mensen zijn ze ook een uitdrukking van de sterftecijfers. In Peking zijn 70 tot 80% van alle kankergevallen toe te schrijven aan luchtverontreiniging.

Kapitalisme - voedingsbodem voor nieuwe, dodelijke ziekten

In de tweede helft van de 19e eeuw konden de ziekmakende en dodelijke factoren van de feodale en de vroegkapitalistische werkomstandigheden, dankzij een verbeterde hygiëne, worden ingedamd of overwonnen en werd een hogere levensverwachting dus mogelijk. Nu heeft het kapitalisme, vanwege zijn de destructieve wijze van produceren, die hem eigen is, nog meer ziekmakende factoren voortgebracht. De reden is: het kapitalisme zelf pleegt een ongebreidelde roofbouw op de menselijke gezondheid. Het kan niet anders dan slijtage plegen op de arbeidskracht van zijn werkernemers. Wie tientallen jaren zijn lichaam aangetast heeft onder de kapitalistische arbeidsomstandigheden, wie zich bijvoorbeeld jarenlang aan het moorddadige tempo van de lopende band heeft moeten onderwerpen, wie door ploegendienst zijn slaappatronen heeft geruïneerd, zal onvermijdelijk lijden onder de gebruikelijke werk-gerelateerde ziekten.

  • In Duitsland bijvoorbeeld zijn ongeveer 225 miljard euro in 2002 ontstaan door medische kosten. Waarvan alleen al voor de hart en vaatziekten 35,4 miljard euro, voor ziekten aan het spijsverteringsstelsel rond de 31 miljard euro, voor ziekten aan het bewegingsstelsel en bindweefsel ongeveer 25 miljard en voor psychische ziekten bijna 22 miljard euro. De meest voorkomende doodsoorzaak in 2004 was ziekte van hart- en bloedvaatstelsel: 47 %; door kanker: 25%; door aandoeningen van de ademhalings- en de spijsverteringorganen: tezamen 11%.
  • In Nederland gaan de cijfers in dezelfde richting en werden 94 miljard uitgegeven aan medische kosten in 2011, waarvan voor de hart en vaatziekten 8,2 miljard euro, voor ziekten aan het spijsverteringsstelsel rond de 5,5 miljard euro, aandoening zenuwstelsels en zintuigen ongeveer 5,2  miljard en voor psychische ziekten bijna 19,6 miljard euro. De meest voorkomende doodsoorzaak in 2012 was eveneens ziekte van het hart- en vaatstelsel met 28,1 %; door kanker: 30,8%; door aandoeningen aan de ademhaling- en de spijsverteringorganen: samen 13,6 %.

Zelfs de burgerlijke politici, die zich bezighouden met gezondheidszorg, geven toe dat de helft van de uitgaven in de gezondheidssector zouden bespaard kunnen worden, als het mogelijk zou zijn om binnen dit systeem preventie toe te passen, in plaats van de ziekten pas te behandelen als ze al zijn opgetreden.

Dit geldt vooral voor de zogenaamde beschavingsziekten zoals de hart- en vaatziekten of, bijvoorbeeld, diabetes (suikerziekte). Want de beschaving, die tot deze ziekten leidt vanwege een gebrek aan fysieke inspanning, slechte voedingspatronen, enz., is een kapitalistische, waarvan de wortels veel te diep gaan om door een hervorming van de gezondheidszorg te kunnen worden uitgeroeid – vooral vanwege het op de spits drijven van de urbanisatie. "Al dadelijk veroordeelde de eerste grote arbeidsdeling, de scheiding tussen stad en platteland, de plattelandsbevolking tot duizenden jaren lange afstomping en de stedelingen tot onderwerping van ieder van hen aan zijn eigen handarbeid. Zij vernietigde de grondslag voor de geestelijke ontwikkeling van de een en voor de lichamelijke van de ander." (Anti-Dührung, Socialisme, III Productie; Friedrich Engels,).

Daar komt nog de maar moeilijk meetbare, maar steeds meer in gewicht toenemende factoren van milieuverontreiniging bij en de gevolgen van een meedogenloze concurrentie, die aanzet tot het gebruik van chemisch bereide voeding. Levensmiddelen worden steeds meer met chemie bereid, wat een essentiële rol speelt in de ontwikkeling van bepaalde ziekten (kanker, allergieën, enz.). Deze factoren kan het kapitalisme niet onder controle krijgen, terwijl ze toch de werkelijke voedingsbodem voor deze ziekten is.

Nadat het kapitalisme in zijn opkomstperiode de plagen van het feodale tijdperk (gebrek aan hygiëne, epidemieën, enz.) in de industriële centra wist te verdrijven of in te dammen, is het niet meer in staat om deze plagen, die al lange tijd goed zijn te behandelen, uit te roeien. Zijn functioneringswijze, zijn economische wetten dragen bovendien ook bij aan de verspreiding en de verergering van bepaalde ziekten, die hun wortels vinden in het systeem van de winst-economie zelf. Geen wonder dat de kosten van de gezondheidszorg binnen het kapitalisme exploderen.

De explosieve kosten in de gezondheidszorg - een gevolg van het ‘ziekmakende’ kapitalisme

In de Verenigde Staten werkt 10% van de beroepsbevolking in de gezondheidszorg, wordt 15% van het BBP besteed aan medische zorg, zogezegd $ 5635 per hoofd van de bevolking. Globaal genomen wordt in West-Europa duidelijk meer dan 10% van het BBP besteed aan medische zorg. Tegelijkertijd is het percentage dat er werkt net zo groot als in de Verenigde Staten. In Duitsland bijvoorbeeld werkt bijna elke 9. werknemers (4,2 miljoen) in de gezondheidszorg. (nvdr: deze cijfers zijn sindsdien nog fors gestegen).

Er wordt beweerd dat de toegenomen levensverwachting de belangrijkste kostenfactor is (mensen van 65 jaar en ouder – in West-Europa ongeveer 17% van de bevolking - veroorzaakt bijna 43% van de totale kosten). Het is moeilijk om te beoordelen in welke mate een ouder wordend lichaam noodzakelijkerwijs ziek wordt en medische behandeling vereist. Maar er is geen twijfel aan dat een groot deel van de ouderen lijdt aan ziekten, die voortvloeien uit hun eerdere levensfase. Bovendien is, volgens de kapitalistische logica, een uitgave om iemand te voeden en te behandelen die niet langer werkbekwaam is, een verspilde kostenpost.

De “vingerwijzing” naar de ouderen is daarom een poging om een zondebok te vinden voor het dilemma. En de klaagzangen over de hoge kosten moeten de aandacht afleiden van een andere, door het kapitalisme veroorzaakte omstandigheid. Hoewel het veel goedkoper en verstandiger zou zijn voor een samenleving om de uitbraak en de verspreiding van ziekten te voorkomen door middel van preventieve maatregelen, is de gezondheidszorg zelf een enorme markt. De geneeskunde verdient meestal pas haar "gelijk" (dat wil zeggen: de meeste fondsen), als een ziekte moet worden gediagnosticeerd en behandeld. De farmaceutische industrie maakt pas winst als ze medicijnen kan verkopen. Alleen al in Duitsland voor meer dan 60 miljard euro. Over het algemeen bedraagt die winst circa 20% van hun geïnvesteerd kapitaal.

Terwijl de explosieve groei van de kosten van de gezondheidszorg aan de kaak gesteld wordt, verbergt men dat, binnen het kapitalisme, de geneeskunde zelf een markt geworden is, waaraan de aanbieders willen verdienen. Omdat gezondheidszorg onderworpen is aan de wetten van de markt, zijn de artsen gedwongen "economisch" te handelen. Dat betekent dat aan alle medische diensten een waarde wordt toegekend, die wordt berekend, geboekt en betaald. De patiënt is niet langer eerst en vooral een patiënt, maar is al lang een klant geworden. Medische behandeling is een betaalde dienst. Het kapitalisme doordringt alle sociale verhoudingen en maakt alles tot waar.

De markteconomie verstikt de geneeskunde

Voor de eerste keer wordt de mensheid geconfronteerd met een krankzinnige situatie: aan de ene kant de moderne geneeskunde die de basis legt voor een hogere levensverwachting, een betere gezondheid en betere gezondheidszorg (verworvenheden waarvan miljarden mensen in de onderontwikkelde landen grotendeels uitgesloten zijn gebleven), aan de andere kant drijven de kapitalistische voorwaarden de gezondheidszorg vandaag naar de financiële ineenstorting. Dit heeft ertoe geleid dat, onder het regime van het kapitaal de mensen, voor de eerste keer in de geschiedenis, zich niet langer kunnen laten behandelen. En dit komt niet omdat er geen medisch personeel of geen gezondheidszorg is, maar omdat de middelen niet ter beschikking worden gesteld.

Net als de honger niet een probleem is van gebrek aan voedsel (in werkelijkheid verstikt de markt door de overproductie), maar door gebrek aan koopkracht, zullen talloze mensen van voldoende medische zorg beroofd blijven, omdat de wetten van de markteconomie hen geen toegang geven tot de kennis en de middelen van de geneeskunde.

We worden dus geconfronteerd met het perspectief dat veel mensen ziek worden, lijden en sterven, hoewel de kennis en middelen ter behandeling beschikbaar zijn. De tegenstelling tussen de medische mogelijkheden en het op de markt betaalbare, wordt steeds flagranter. Dialysebehandelingen bijvoorbeeld zijn medisch mogelijk, maar voor bepaalde patiënten financieel niet langer " te dragen" (zelfs in de geïndustrialiseerde landen, zoals Groot-Brittannië).

Achter de ineenstorting van de gezondheidszorg: twee ethische werelden botsen op elkaar

Moeten de patiënten en het behandelend en verplegend personeel het verschrikkelijke lijden, en in laatste instantie verlies van leven, aanvaarden omdat behandeling als gevolg van de wetten van de markt, hen ontzegd wordt? Moeten de kennis en de mogelijkheden, die de geneeskunde vandaag biedt, ondergeschikt gemaakt worden aan de winstbelangen van het kapitaal?

Net zoals iedere arbeider werkloos kan worden, kan iedereen ziek worden. Dus, alle loontrekkenden worden getroffen door deze ontwikkeling. Daarom heeft het aan banden leggen en de onderwerping van de geneeskunde aan de wrede wetten van de markt een speciaal belang in zich. Als geen adequate medische zorg wordt verkregen, omdat de wetten van de markt dit niet toestaan, zal hierdoor bij de werkende bevolking grote verontwaardiging ontstaan, die uiteindelijk het bewustzijn over de uitzichtloosheid van deze maatschappij zal bevorderen.

De werknemers in de gezondheidssector worden door deze ontwikkeling niet enkel geconfronteerd met het verlies van hun baan en nog ondragelijkere werkomstandigheden, die hen vroeg of laat aanzet tot defensieve strijd. Maar ze zullen, net als vele andere beroepsgroepen in de diensten- en verzorgingssector, in een gewetensconflict terechtkomen: hetzij, tegen hun wil, als blinde uitvoerders van de kapitalistische wetten, en de gezondheid van de mensen opofferen aan de winst, hetzij de mechanismen van dit systeem in vraag stellen.

Daarmee onthult het groeiende bankroet van het kapitalisme een fundamentele, onoverkomelijke tegenstelling tussen twee ethische "werelden": aan de ene kant de zuivere winstbelangen van het kapitaal, waaraan de mensen, ja de mensheid opgeofferd moet worden en aan de andere kant de strijd van de arbeidersklasse voor een maatschappij waarin niet wordt geproduceerd voor winst, maar voor de behoeften van de mensen. Daarom zal alleen een maatschappij, die niet voor winst, maar voor de behoeften van de mensen produceert, een basis bieden voor ware ontplooiing van de menselijke kennis en menselijke ontwikkelingsmogelijkheden.

Dv/ 6.09.2006

Voetnoten

(1) Zeker zouden deze verzekeringen vanuit het perspectief van de heersende klasse ertoe bijdragen om een radicalisering van de arbeiders te voorkomen en bij veel werkers leidden deze verbeteringen tot de illusie van een "aangename situatie” in het kapitalisme.