11. Zelfbeheer: zelfuitbuiting van het proletariaat

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Als de natie een veel te eng kader is geworden voor de huidige productiekrachten, dan geldt dat des te meer voor de onderneming, die nooit werkelijke zelfstandigheid heeft gekend ten opzichte van de algemene wetten van het kapitalisme en waarvan de afhankelijkheid van die wetmatigheden en van de staat tijdens het kapitalistisch verval slechts toeneemt. Daarom is het zelfbeheer, dat wil zeggen het beheer van de ondernemingen door de arbeiders binnen een maatschappij die kapitalistisch blijft, als het in de vorige eeuw toen het werd aangeprezen door de proudhonistische stromingen al een kleinburgerlijke utopie was, in de huidige periode puur kapitalistisch bedrog (3).

Als economisch wapen van het kapitaal leidt het ertoe dat de arbeiders de last van de door de crisis getroffen ondernemingen op zich nemen om ze hun eigen uitbuitingsvormen te laten organiseren.

Als politiek wapen van de contra-revolutie heeft het tot taak:

  1. de arbeidersklasse te verdelen door haar op te sluiten en haar per fabriek, per wijk, per sector af te zonderen;
  2. de arbeiders te binden aan de problemen van de kapitalistische economie die zij daarentegen juist moeten vernietigen;
  3. de arbeidersklasse te laten ontsporen ten opzichte van de eerste taak die haar bevrijding bepaalt: de vernietiging van het politieke apparaat van het kapitaal en de vestiging van haar eigen dictatuur op wereldschaal.

Slechts op deze schaal zal het proletariaat inderdaad het beheer van de productie op zich kunnen nemen; ze zal dat niet doen binnen het raamwerk van de kapitalistische wetmatigheden, maar door die te vernietigen.

Alle politieke standpunten die, zelfs wanneer dit gebeurt in naam van de ‘proletarische ervaring’ of ‘het scheppen van nieuwe verhoudingen tussen arbeiders’, het zelfbeheer verdedigen, nemen feitelijk deel aan de objectieve verdediging van de kapitalistische productieverhoudingen.