11 november 1918: "Nooit meer oorlog?" - Een wapenstilstand om het kapitalisme te redden en nieuwe oorlogen voor te bereiden

Printvriendelijke versieSend by email

Op 11 november 2018 is het precies honderd jaar geleden dat er een einde kwam aan de Groote Oorlog. Dit gebeurt onder grote media aandacht: VRT Eén wil die dag, in een marathonuitzending, terugblikken op een eeuw lang wapenstilstand en meteen de belofte van toen in de kijker zetten: “nooit meer ten oorlog”. Eveneens zal er die dag in 220 Belgische steden en gemeenten een vredesboom worden geplant. De koning zal op 11 november Ieper met een bezoek vereren, om een speciale versie van “The Last Post” aan te horen. Kortom festiviteiten en media-aandacht genoeg om de wapenstilstand van 100 jaar geleden te herdenken en toe te juichen.

Moeten we de wapenstilstand van 11 november 1918 inderdaad begroeten? Was deze bedoeld om definitief de wapens neer te leggen en iedere verdere oorlogvoering voorgoed uit te bannen? Was de feitelijke oorzaak, die leidde tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, door de wapenstilstand uit de wereld geholpen? Heeft de wapenstilstand er inderdaad voor gezorgd dat de staten van Europa daarna “nooit meer ten oorlog” zijn gegaan?

1. De wapenstilstand: een pauze om nieuwe oorlogen voor te bereiden

In november 1918 heerste er een enorme chaos in Europa waardoor miljoenen mensen van huis en haard waren verdreven en opnieuw op zoek waren naar een plaats om hun verdere leven voort te zetten en op te bouwen. In Nederland verbleven bv. één miljoen Belgen waarvan er, na de wapenstilstand, nog 100.000 moesten terugkeren. In Frankrijk verbleven 300.000 Belgische vluchtelingen, die in 1918 ook weer hun weg naar huis moesten vinden. Tenslotte waren er de honderdduizenden gewonde, half verminkte, kreupele militairen, die kriskras in Europa hun weg zochten naar hun dorp of stad. Door de chaos van de wereldoorlog en de enorme volksverhuizingen die daar mee gepaard gingen, kon ook de Spaanse griep een enorme verwoesting aanrichten en veroorzaakte uiteindelijk meer doden dan de Eerste Wereldoorlog zelf. 

Bourgeois ideologen zijn het erover eens dat de voorwaarden, die door de geallieerde landen aan Duitsland waren opgelegd in het verdrag van Versailles, de kiem legden voor een nieuwe oorlog, twintig jaar later. Het ‘vredestraktaat’ vormde de aanzet voor de opkomst van gevoelens van wraak en vergelding, die zich in de loop van de jaren 1920 in een groot deel van de Duitse bevolking zouden ontwikkelen. De reactie van de krant van de SDAP (sociaaldemocratisch) in Nederland, geeft daar in 1919 een voorproefje van: “Een diepe en bittere teleurstelling, een ontgoocheling die men voelt als een ramp is deze vrede voor allen. (….) Het vredestraktaat legt het statuut vast van het verval van Europa, van zijn teruggang tot een lagere beschavingsgraad. Het grootste volk van het vasteland wordt geketend en tot dwangarbeid gedreven (….) vernedering en verbittering. Wraakzucht hier, overmoed, machtsbegeerte, roekeloosheid daar, zijn de nieuwe “beschavingselementen” door het vredestraktaat gewekt” (Het Volk, 21 juni 1919)

Bourgeoisieën van diverse landen waren zich ervan bewust dat deze vrede tot mislukken gedoemd was. Niet alleen de politiek ten opzichte van Duitsland zette de situatie op scherp, maar ook “de creatie van nieuwe staten zoals Polen, Oostenrijk, Hongarije en Joegoslavië heeft geleid tot onophoudelijke conflicten over de nieuwe grenzen van deze landen. Vooral voor Hongarije, dat tweederde van zijn gebied verloor dat het voor de oorlog bezette. (…) Kortom, de vrede is een mislukking.” (Jay Winter in een interview met Le Monde; 12.11.2014)

De wapenstilstand van 11 november 1918 was in wezen een vrede die een einde maakte aan alle vrede!

Sinds de Eerste Wereldoorlog verkeert het kapitalisme in verval en deze periode, die toen een aanvang nam, leidde tot een quasi-permanente staat van oorlog. Enkele voorbeelden van de volgende twee decennia maken dit duidelijk.

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog werd aan Griekenland een bezettingszone toegewezen in Turkije. In de zomer van 1920 wilden de Grieken hun gebied uitbreiden. Hierbij stuitten ze op hevig Turks verzet. Dit was het begin van de Grieks-Turkse Oorlog die duurde tot 1922. De oorlog ging gepaard met ernstige gruwelen aan beide zijden, zoals de moord op tienduizenden Grieken en Armeniërs door de Turken. In 1920 wisten de Riffijnse stammen in Noord-Marokko zich te verenigen en zij ontketenden een oorlog tegen de Spaanse overheersing. In de zomer van 1921 kwamen circa 19.000 Spaanse soldaten om het leven. Deze oorlog tegen Spanje, dat later werd bijgestaan door Frankrijk, duurde tot 1926. Spanje en Frankrijk maakten onder meer gebruik van gifgas, waarbij duizenden doden vielen.

In 1929 bezetten de Chinezen de spoorweg in Mantsjoerije. Daardoor kwam het tot een openlijk conflict met de Sovjet-Unie. Toen Sovjettroepen op 15 november de grens met China overstaken, kwam het tot zware gevechten. Hierbij vielen aan Chinese kant meer dan 2000 doden en 10.000 gewonden. Het Mantsjoerije-incident in 1931, een bomaanslag op een spoorlijn, werd door Japan gebruikte om de oorlog te beginnen en de Chinese provincie te bezetten. In 1937 werd de oorlog voortgezet met een aanval op het hele Chinese vasteland, dat toen ook door Japan werd veroverd. Tijdens deze oorlog vielen honderdduizende doden, vooral burgers en pleegden de Japanse troepen verschillende massamoorden.

Op 3 oktober 1935 ontketende Italië een oorlog tegen Ethiopië. Na zeven maanden van hevige gevechten lukte het om het land te veroveren. In aanvallen op de burgerbevolking gebruikten de Italianen op grote schaal mosterdgas. Naast 25.000 militairen kostte deze oorlog aan 250.000 burgers het leven. In 1936 begonnen een aantal generaals een oorlog tegen de Spaanse republiek. Zij werden daarbij gesteund door Italië, Duitsland en Portugal. De republiek werd op haar beurt gesteund door de Sovjet-Unie en Mexico. De oorlog, die duurde drie jaar duurde en eindigde met een overwinning voor de generaals, eiste in totaal meer dan een half miljoen doden. Op 12 maart 1938 marcheerden Duitse militairen Oostenrijk binnen. Op 15 maart 1939 bezetten Duitse legereenheden Tsjechië en Hongaarse troepen Slowakije. Deze militaire veroveringen vormden de eerste oorlogshandelingen, die zouden leiden tot de Tweede Wereldoorlog.

De wapenstilstand van 11 november 1918 luidde dus geenszins een periode van vrede in maar bracht een onafgebroken reeks oorlogen met zich mee die uiteindelijk uitmondden op de Tweede Wereldoorlog.

2. De wapenstilstand: een aanval op de arbeidersrevolutie, in verzet tegen de oorlog

De wapenstilstand maakte het mogelijk voor de bourgeoisie het proletariaat de oorlog te verklaren door (a) de arbeiders te verdelen tussen “overwinnaars” en “overwonnen” landen en (b) de wapens te keren tegen de revolutie. In Rusland was de contrarevolutie al in alle hevigheid losgebarsten. (Zie: “The world bourgeoisie against the October revolution”; Internationale Revue, Frans- Engels- en Spaanstalige uitgave, nr. 160). Ook in Duitsland stond de bourgeoisie klaar om haar contrarevolutionaire terreur uit te oefenen. Gevoed door een ongekende haat tegen de arbeidersklasse, bereidde ze zich voor om de haarden van de kommunistische revolutie met geweld uit te roeien en te verpletteren.

a) De arbeidersklasse verdelen

De bourgeoisie was bewust van het gevaar: “heel Europa is vervuld van de geest van de revolutie. Er is niet alleen een diep gevoel van ontevredenheid, maar ook van woede en opstand onder de arbeiders (…). De hele bestaande orde, in zowel haar politieke, sociale als economische aspecten wordt in vraag gesteld door de massa’s van de bevolking van het ene uiteinde van Europa naar het andere.” (De Britse eerste minister Lloyd George, in een geheim memorandum aan de Franse premier Georges Clemenceau, maart 1919). Met de ondertekening van de wapenstilstand werd de arbeidersklasse in Europa opgesplitst in twee delen: aan de ene kant de arbeidersklasse die zich bevond in het kamp van de verliezende natiestaten en aan de andere kant het deel dat zich bevond in de overwinnende kapitalistische landen en overspoeld werden door een golf van nationaal-chauvinisme (vooral in Frankrijk, Engeland, België en de VS). Op die manier wist de bourgeoisie de revolutionaire opstanden te beperken tot de eerstgenoemde landen (en Italië).

Als voorbeeld hiervan kunnen we verwijzen naar de bijzondere situatie, die enkele dagen voor en na 11 november 2018 in Brussel ontstond. Duitse soldaten die er gelegerd waren, versterkt door Duitse matrozen uit de zeemachtbasis van de Kriegsmarine in Oostende, kwamen in opstand en richtten een revolutionaire soldatenraad op. Zij trokken door de straten van Brussel met Duitse, Belgische en rode vlaggen om solidariteit te zoeken met de Belgische arbeiders en hun organisaties. Ondanks enkele daden van verbroedering met leden van de Socialistische Jonge Wacht, roepen de vakbonden op om geen acties te ondernemen en, onder invloed van de chauvinistische propaganda, komt er geen mobilisatie van de Brusselse arbeiders maar wachtten ze passief op de feestelijke intocht van het zegevierende Belgische leger enkele dagen later.

b) De wapens richten op de revolutie

“Eerst hadden de verschillende nationale bourgeoisieën op het slagveld van de imperialistische oorlog geprobeerd elkaars territoria af te snoepen ten koste van meer dan 20 miljoen doden en een ontelbaar aantal gewonden. Geconfronteerd met een arbeidersklasse, die op haar klasseterrein vocht, stonden ze onmiddellijk klaar om hun gelederen te sluiten. Opnieuw werd bevestigd dat de heersende klasse, door haar eigen aard verdeeld, zich in een revolutionaire situatie kan verenigen om de arbeidersklasse het hoofd te bieden.” (“1918-1919: Seventy years ago - On the Revolution in Germany”; Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave, nr. 56)

Toen de sovjets in oktober 1917 aan de macht kwamen barstte de reactie van de imperialistische krachten onmiddellijk los. Een internationaal verenigde bourgeoisie, met legers uit 21 verschillende landen, keerde zich tegen de jonge Sovjet Republiek. De contrarevolutionaire aanval begon in 1917 en duurde tot 1922. De ‘Witte Legers’ lanceerden een verschrikkelijke burgeroorlog. De legers van de kapitalistische staten van Europa, de Verenigde Staten en Japan maakten met hun oorlog tegen de arbeidersklasse in Rusland ontelbare slachtoffers. Van het aantal mensen dat de dood vond in the burgeroorlog, waren ongeveer één miljoen soldaten van het Rode Leger. Daarnaast stierven nog vele miljoenen mensen door de indirecte gevolgen van de oorlog, zoals hongersnood en epidemieën. De schattingen van het aantal doden door de terreur van de Witte Legers lopen uiteen van 300.000 tot 1 miljoen. (https://www.quora.com/How-many-people-died-during-the-Russian-Civil-War)

De ontketening van de revolutie in centraal Europa: Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, enzovoort, maakte het noodzakelijk om het Duitse leger niet geheel en al te ontwapenen. “Men ging ervan uit dat het Duitse leger sterk genoeg moest zijn om de interne orde te handhaven en een eventuele machtsgreep van de Bolsjewiki te voorkomen.” (“Lloyd George at War”, George H. Cassar) Daarop werd de Duitse militaire leiding, nadat ze er 30.000 had gevraagd, toegestaan om 5.000 mitrailleurs te behouden.

Ook in Duitsland brak einde 1918 de opstand uit. Op 10 november 1918 bood generaal Groener, de opvolger van Ludendorf als opperbevelhebber van het Duitse leger, in een telefoongesprek met de sociaaldemocratische regeringsleider Friedrich Ebert, een pact aan. De generaal stelde een loyale samenwerking voor om zo snel mogelijk een einde te maken aan het ‘bolsjewisme’ en een terugkeer te verzekeren naar ‘wet en orde’. “Het was een verbond tegen de revolutie. ‘Ebert ging in op mijn voorstel een bondgenootschap te sluiten,’ schrijft Groener. ‘Van toen af bespraken we iedere avond met elkaar via een geheime verbinding tussen de Rijkskanselarij en de legerleiding de noodzakelijke te nemen maatregelen. Het bondgenootschap heeft goed voldaan.’” (Sebastian Haffner, De verraden revolutie).

Onder invloed van de revolutie waren grote delen van de militairen en van de mariniers onbetrouwbaar geworden voor de bourgeoisie. Met de klasse-oorlog in het vooruitzicht kreeg de sociaaldemocraat Gustav Noske, die in december 1918 was toegetreden tot de regering Ebert, de opdracht om Freikorpsen te vormen. Hiervoor werden vooral gezagsgetrouwe, conservatieve en extreemrechtse frontsoldaten geworven, die hun vaderland wilden verdedigen tegen het bolsjewisme en door de afloop van de oorlog uitgesloten waren van de maatschappij. Zo kon de Duitse staat in januari 1919 opnieuw beschikken over loyale legereenheden van een paar honderdduizend soldaten, waaronder 38 Freikorpsen. In de strijd tegen de revolutie deinsde de SDP-regering er niet voor terug om schaamteloos gebruik te maken van de meest reactionaire gewapende krachten. Nadat hij de woorden had uitgesproken “iemand moet de bloedhond zijn” en de opstandelingen voor “de hyena’s van de revolutie” had uitgemaakt, liet Noske de Freikorpsen op de arbeiders los: de oorlog tegen de arbeidersklasse in Duitsland was begonnen. Vanaf half januari werd de militaire aanval ingezet op de arbeidersklasse en haar revolutionaire organisaties (partijen, groeperingen, pers, enzovoort). Hele arbeiderswijken van de grote steden werden één voor één aangevallen en overal werden de vreselijkste slachtingen aangericht. (Zie ook de twee artikels over de Duitse revolutie, elders in deze krant)

Zoals de oorlog werd gevoerd tegen de arbeidersklasse in Duitsland, zo verliep deze ook in een aantal andere landen. Een van die landen was Hongarije, waar de arbeidersopstand eveneens een revolutionaire leiding aan de macht had gebracht. Daar werd de opstand, na een aantal maanden, eveneens in bloed gesmoord door een militaire aanval van de kapitalistische krachten. Op 1 augustus 1919 viel Roemenie, Hongarije binnen en wierp de revolutionaire regering omver wat een einde maakte aan het kommunistische experiment. Gesteund door Frankrijk en Engeland en het Witte Leger, namen Roemeense troepen op 1 augustus Boedapest in en installeerden een vakbondsregering die de Arbeidersraden liquideerde. Toen de vakbonden klaar waren met hun werk gaven ze het bevel over aan admiraal Horty (een latere collaborateur van de nazi’s) die een terreurbewind ontketende tegen de arbeiders (8.000 mensen werden geëxecuteerd, 100.000 gedeporteerd).

3. Binnen het kapitalisme bestaat geen vrede

Kapitalisme is geweld en vrede binnen het kapitalisme is een complete illusie. De geschiedenis van de 20e eeuw laat zien dat een ‘wapenstilstand’ alleen wordt gesloten om een nieuwe oorlog te beginnen. Want terwijl de wapens tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlogen geen moment hebben gezwegen, is deze tendens, van permanente toestand van oorlog, na de Tweede Wereldoorlog alleen maar sterker geworden. Zo was de periode van de ‘Koude Oorlog’, in tegenstelling tot wat vaak gesuggereerd wordt, geen periode van ‘louter’ gewapende vrede, maar van tientallen militaire confrontaties (Korea, Vietnam, Midden-Oosten, …), die zich uitstrekten over de hele wereld en miljoenen slachtoffers eisten.

Een vrome wens om vrede houdt de oorlog niet tegen. Zelfs als die ondersteund wordt door massale betogingen. Zo riep de SPD, op 25 juli 1914, bijvoorbeeld op tot een massale demonstratie tegen de oorlog. Er werd massaal gehoor aan gegeven. Op 29 en 30 juli namen, in heel Duitsland, 750.000 mensen deel aan de protesten. Toch vormde dit voor de bourgeoisie geen aanleiding haar gang naar de oorlog stop te zetten. Integendeel, diezelfde sociaaldemocratische SPD besloot een paar dagen later om de arbeidersmassa’s te verraden en de bourgeoisie in haar oorlogsdrift te steunen.

Een massabetoging kan een moment zijn in het verzet tegen de oorlog, maar die moet dan wel plaatsvinden in het kader van een algemene proletarische opstand, in een dynamiek van de aanval op de burgerlijke staat. Dit bleek duidelijk in 1917 in Rusland. Zo ook was de opstand van 1918 in Duitsland in eerste instantie slechts gericht op de beëindiging van de oorlog. En die oorlog werd ook beëindigd omdat er de reële dreiging bestond dat de arbeiders de macht zouden overnemen. Want alleen een revolutionaire omwenteling en de macht in handen van de arbeidersklasse kan een einde maken aan iedere vorm van oorlog n

“Of de bourgeois regering maakt vrede, zoals ze de oorlog maakte en dan zal, zoals na elke oorlog, het imperialisme blijven domineren en de oorlog onvermijdelijk gevolgd worden door nieuwe herbewapening, nieuwe oorlogen, vernietiging, reactie en barbarendom. Of anders moeten jullie de krachten verzamelen voor een revolutionaire opstand, strijden om de politieke macht te verwerven die jullie in staat stelt vrede te dicteren, zowel in het binnenland als elders” (Rosa Luxemburg, Spartakusbriefe nr. 4, april 1917).

Dennis  / 2018.10.11

Historische gebeurtenissen: