Tsunami, orkanen, aardbevingen: Achter de humanitaire hulp de imperialistische rivaliteiten

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Het aantal natuurrampen neemt sinds een aantal jaren gestaag toe. Erger, de menselijke gevolgen van deze enorme drama’s nemen steeds grotere omvang aan. Toch verandert de houding van de bourgeoisie sterk naar gelang de plaats waar de ramp plaatsgrijpt. Iedere keer dat het er op aankomt om de getroffen bevolking te hulp te schieten roept de bourgeoisie schande over zichzelf af. Het volstaat om te zien hoe iedere ramp onmiddellijk wordt gebruikt voor imperialistische doeleinden.

De niet-regeringsorganisaties (NGO’s) in dienst van het imperialisme

December vorig jaar teisterde de tsunami Zuid-Azië. De vloedgolf zou 500.000 mensenlevens kosten in Indonesië (Sumatra), Thailand en India. De burgerlijke media konden overal hun krokodillentranen plengen en oproepen tot omvangrijke hulpacties, maar toch ging het de kapitalistische staten om iets heel anders. In dit gebied zijn de spanningen tussen de staten heel groot, vooral tussen India en Pakistan, en al de grote imperialistische machten probeerden nauwelijks verholen hun belangen zo goed mogelijk te verbergen achter hun respectievelijke niet-regeringsorganisaties. Vandaar dat gezien de volslagen ondoelmatigheid van de humanitaire hulp ter plekke zelfs journalisten werden gedwongen toe te geven: Het concurrentieklimaat waarin de niet-regerings­or­ga­ni­saties en de diensten van de Verenigde Naties werken vormt een andere verklaring. Vier recente studies komen onafhankelijk van elkaar tot vergelijkbare conclusies: het financiële manna waaruit de internationale humanitaire hulp bestaat heeft een tamelijk ongepaste stormloop op de middelen van de donateurs teweeggebracht, vaak ten koste van de door de rampen getroffen bevolking en de hulp in noodsituaties en daarmee dus van de integriteit van de organisaties... Deze worden vaak geleid door de prioriteiten van hun donateurs, die fondsen toekennen om hun nationale belangen voor te laten gaan” (Le Monde Diplomatique, 17 oktober, vet van ons). Erger nog, “de afwezigheid van coördinatie en de veelheid van initiatieven van de verschillende niet-regeringsorganisaties brachten rivaliteitsverschijnselen, langs elkaar heen werken en ontoereikende hulp met zich mee” (Libération, 20 oktober). De werkelijkheid kan niet cynischer worden weergegeven. Deze imperialistische concurrentie, waarvan de niet-regeringsorganisaties de speerpunt vormen, komt tot uiting in verspilling, zo al niet sterilisatie, van een heel deel van de povere hulp die door de staten wordt toegekend en zelfs van de hulp van particulieren die verontwaardigd waren over zoveel menselijk lijden.

Getroffen gebieden die aan hun lot worden overgelaten

Het werkelijke belang dat het kapitalisme aan het menselijk leven toekent, zijn motieven voor de politiek van de ‘humanitaire’ hulp, worden heel gruwelijk en helder duidelijk bij rampen die geografische zones treffen van weinig geostrategisch belang. Slechts enkele maanden voor de tsunami Zuidoost-Azië trof werden er in Haïti en Santo Domingo verwoestingen aangericht door vreselijke overstromingen. Hoewel er duizenden doden vielen werd er nauwelijks hulp geboden, geen bekendheid aan gegeven of een media-campagne van ‘solidariteit’ met de getroffen bevolking op gang gebracht (bij de tsunami was die niet meer dan een gigantische zwendel op wereldschaal). Hetzelfde moet worden vastgesteld voor wat betreft het Amazonegebied, waar al vier jaar de gruwelijkste droogte uit zijn geschiedenis heerst, en alwaar de bevolking eenvoudig aan haar trieste lot wordt overgelaten. En in de maand september trof de storm Stan volop Guatemala, en ook El Salvador, Nicaragua en het zuidoosten van Mexico, waarbij duizenden doden en tienduizenden gewonden vielen. Op zondag 9 oktober bijvoorbeeld  werden daaraan enkele seconden besteed in de rubriek ‘overig nieuws’, een modderstroom in een afgelegen dorp van Guatemala. Dit korte bericht ging over een afschuwelijk bloedbad. De 1400 inwoners van dit dorp kwamen om. Mannen, vrouwen en kinderen stierven, verdronken, verstikt en verpletterd onder de grondverschuivingen en de stortregens. Tegenover deze nieuwe tragedie beloofde Washington heel ‘vrijgevig’ om zes helikopters te sturen en evacuaties te vergemakkelijken. Het overgrote deel van de niet-regeringsorganisaties en de belangrijkste imperialistische machten toonden geen enkele belangstelling voor dit menselijk drama; dit gebied ging lijdend ten onder in onverschilligheid en epidemieën.

Humanitaire hulp in dienst van chauvinistische en anti-Amerikaanse propaganda

Toen de cycloon Katrina New Orleans en het zuidoosten van de Verenigde Staten trof, was de houding van de bourgeoisie heel anders. De onverschilligheid werd afgewisseld door een mediabombardement. Op de televisie, in de kranten werden de godganse dag beelden vertoond van de arme bevolking, in de val zittend, zonder levensmiddelen, zonder dak boven het hoofd en rustig gehouden door tot de tanden bewapende Amerikaanse soldaten. Dat was niet onschuldig. Het ging de belangrijkste rivaliserende nationale bourgeoisieën er om de onmenselijkheid, de onverschilligheid en het onvermogen van de Verenigde Staten te laten zien om hun eigen bevolking te beschermen, terwijl ze in staat zijn fabelachtige militaire middelen in te zetten om de bevolking van Irak en Afghanistan te bombarderen. De anti-Amerikaanse ideologische campagne kwam op volle gang en bood imperialistische machten als Frankrijk en Duitsland de gelegenheid om te laten weten dat ze klaar stonden de tekortschietende Amerikaanse staat te hulp te snellen. Condoleeza Rice moest zelfs de woorden van de regering en van president Bush afzwakken, die onmiddellijk en heftig reageerde op die aanbiedingen: “In een interview met het netwerk ABC verklaarde Bush aanvankelijk ‘Wij stellen de hulp op prijs, maar we redden onszelf wel’. Vervolgens kwam de Amerikaanse president ter zake: ‘We hebben ze niet om hulp gevraagd’.” Het cynische gebruik van deze ramp door de belangrijkste rivaliserende machten van de Verenigde Staten baarde tijdelijk vrucht door de hele wereld te laten zien hoezeer de grootste wereldmacht zijn taken verwaarloost ten overstaande van de ontreddering van de eigen bevolking.

Na de natuurramp in Kasjmier het gedrang van het wereldimperialisme

De ontwikkeling van de imperialistische spanningen was geen enkel respijt beschoren. In de maand oktober vond onmiddellijk een nieuwe aardbeving plaats, die het gebied van Indisch en Pakistaans Kasjmier raakte. Tien dagen na deze beving bleef het aantal slachtoffers stijgen nadat het de 50.000 al had overschreden. Net als na de tsunami haastten allerlei niet-regeringsorganisaties zich om hulp aan te bieden, en daarachter toonden alle grootmachten hun bereidwilligheid om actief aan de hulpverlening deel te nemen. Wat werd daarmee bereikt? “Ik denk niet dat veel mensen in deze kou kunnen overleven [...]. We zagen de laatste dagen gevallen van diarree, koorts, aandoeningen van de luchtwegen” (Dokter Bilal, aangehaald in Courrier International, 16 oktober).

In dit deel van Kasjmier grijpt de stank van dood en verrotting eenieder naar de keel en uit de bergen komen overlevenden toestromen op zoek naar onderdak. Meerdere weken na deze gigantische ramp is de in praktijk gebrachte hulp zo goed als onbetekenend. Deze uithoek van de wereld is van heel groot geostrategisch en imperialistisch belang, als kardinaal punt tussen Europa, Azië en Rusland. Vandaar dat het al jarenlang het toneel vormt van oorlogsrivaliteiten tussen India en Pakistan. Het contrast tussen de logistieke militaire middelen die in dit gebied worden ingezet en de extreme nood van de bevolking is absoluut aangrijpend. In feite kunnen deze militaire middelen op geen enkele manier worden ingezet voor hulp. “De dichtstbijzijnde inzetbare helikopters bevinden zich in India, maar de betrekkingen tussen de twee landen die elkaar de soevereiniteit over Kasjmier betwisten zijn gespannen.” De Pakistaanse president Pervez Musharraf zei dat “hij de inzet van Indische helikopters zou aanvaarden, op voorwaarde dat deze zonder uitrusting komen” (Libération, 22 oktober). Nog duidelijker en onmenselijker verdedigde hij zijn standpunt in de volgende bewoordingen: “er bestaan militaire verdedigingsplannen en er worden, net als aan de Indische kant, militaire middelen ingezet. Maar we willen in geen geval dat de militairen hier komen.” Als president Pervez Mousharraf zo reageert dan is het omdat hij heel goed weet dat achter deze voorstellen voor humanitaire hulp in werkelijkheid een poging schuilgaat om militair vooruitgang te boeken. Maar in de imperialistische rivaliteiten tussen India en Pakistan zijn ook de grote imperialistische machten betrokken: de Verenigde Staten, China, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië... geen enkele grootmacht kan onverschillig blijven als het over deze regio gaat. Ten bewijze daarvan “besloot de NAVO om 500 tot 1000 manschappen naar het noorden van Pakistan te sturen, maar zal daarentegen niet in staat zijn om tegemoet te komen aan de oproep van de Verenigde Naties om een luchtbrug te vormen naar honderdduizenden geïsoleerde slachtoffers, die door koude en honger worden bedreigd.” (Libération, 22 oktober). Wanneer internationale instellingen als de NAVO en de Verenigde Naties al niet in staat zijn om de minste hulp te coördineren, dan is dat eenvoudigweg omdat hun roeping niet is om humanitair op te treden. Ze vormen niet meer dan een arena voor de imperialistische confrontaties tussen diezelfde grootmachten.

Alleen de kommunistische revolutie kan de mensheid voor vernietiging behoeden

De schade die door de zogenaamde natuurrampen wordt aangericht waren in de jaren 1990 drie keer omvangrijker dan in het daaraan voorafgaande decennium en vijftien keer groter dan in de jaren 1950. Als steeds meer geografische zones en bevolkingen vernietigd worden door de gevolgen van deze rampen, dan moet het voor het proletariaat duidelijk zijn dat de bourgeoisie er alleen iets om geeft als zij openlijk haar imperialistische en nationale belangen kan uitspelen. In de getroffen gebieden die niet aan hun lot worden overgelaten omdat ze een geostrategische inzet vormen, is de zogenaamd humanitaire interventie in feite een factor die de toestand ter plekke nog slechter maakt, die de wanorde, de puinhoop en de chaos nog vergroot. De vlucht vooruit van het kapitalisme in de im­pe­ria­listische spanningen draagt onmiddellijk bij tot de verergering van de barbarij die uit deze rampen voortvloeit. De arbeidersklasse is de enige klasse die in staat is om het kapitalisme omver te werpen en een eind te maken aan dit zelfmoord-scenario door de kommunistische maatschappij op te richten die voor eens en voor altijd de verhoudingen van uitbuiting en van winst opheft waaruit deze verschrikkingen voortkomen.

Tino / 22.10.2005