In naam van de religie worden mensen meegezogen in allerlei botsingen tussen politieke klieken: boeddhistische monniken lopen voorop in manifestaties tegen het bewind in Birma; baptisten steunen het verzet van christenen in Darfour; christelijke milities zijn actief tegen Hesbollah-fundamentalisten in Libanon; in de Verenigde Staten blijft George Bush christen-fundamentalistisch oproepen tot een strijd tussen ‘goed’ en ‘kwaad’ in Afghanistan; in Irak vechten soennieten en sjiiten, Iran steunt het internationale terrorisme in naam van de Koran en wereldwijd worden aanslagen en andere moordpartijen georganiseerd tegen ‘ongelovigen’.
Verontwaardigd over deze werkelijkheid stellen onze lezers zich veel vragen. Om te proberen die te beantwoorden hebben we op 8 december in Amsterdam een openbare bijeenkomst aan het onderwerp gewijd, zoals een jaar eerder al een hele dag in België. De inleiding sloot aan bij de discussie zoals die gevoerd is in de Dominicaanse Republiek (zie artikel Aantekeningen over het vraagstuk van de religie op onze website).
Hieronder drukken we de stellingname af van één van de aanwezigen in Amsterdam waarin de hoofdpunten zijn samengevat. De strijd van de bourgeoisie tegen het feodalisme nam onvermijdelijk een religieuze vorm aan met soms radicale atheïstische standpunten tegenover uitzuigende en onderdrukkende kerken en kloosters. Maar zodra het systeem van de bourgeoisie in verval raakt keert de bourgeoisie terug naar allerlei ‘geloof’ en verliest ze steeds meer haar rationaliteit. Voor de arbeidersklasse ligt de kwestie geheel anders: de religie als maatschappelijk bindmiddel verliest haar functie en neigt ertoe te verdwijnen. Het ‘persoonlijk geloof’ dat overblijft wordt geleidelijk vervangen door kennis van de maatschappelijke werkelijkheid en een doelbewust streven naar een maatschappelijke alternatief. Als de arbeiders in conflict komen met politiserende religies, dan ontmaskeren ze die op de eerste plaats als politieke ideologie in dienst van een heersende klasse. Van religieus terrein verplaatst de strijd zich onmiddellijk naar politiek terrein. Het ‘geloof’ wordt zo niet bestreden met ‘ongeloof’, maar met de strijd voor een andere maatschappij.
Deze uitspraak geldt voor al de tot nu bestaande maatschappijen. In de vroegere maatschappijen was er de vrees voor de natuurkrachten die voor de mensen oncontroleerbaar waren en de rampen zoals de hongernood, de droogte, en die alle soorten van de ellende veroorzaakten en tegenover dewelke de mens machteloos was. De religie was de grondslag en een middel voor de versterking van de onderdrukking en de uitbuiting van de bevolking.
Met de kapitalistische maatschappij, buiten een periode waarin de productiekrachten en de productiemiddelen in ontwikkeling waren en de arbeiders nog geen gevaar voor de bourgeoisie vertegenwoordigden, is er een de mogelijkheid ontstaan voor de bevrijding van de mensen van de natuurkrachten. Maar de bourgeoisie is een uitbuitende klasse en het kapitalisme is niet gebaseerd op het bevredigen van de levensbehoeften van de mens. Met de angst voor de opkomst van de arbeidersstrijd kwam de bourgeoisie dan ook heel snel overeen met reactionaire krachten.
Deze overeenstemming werd in de periode van het verval van het kapitalisme compleet. Ook voor de bourgeoisie is het een periode van angst, een periode van onzekerheid, een periode van “neergang en overwinning van het proletariaat” De ontwikkeling van de productiekrachten en de productiemiddelen, die de mens de mogelijkheid biedt om op grote schaal en wereldwijd te produceren, is een grote ramp geworden. Door de overproductie raakt het maatschappij in een toestand van de barbaarsheid. De instrumenten voor de bevrijding van de levensbehoeften worden vernietigd, de vervreemding neemt toe. De mens wordt alsmaar machtelozer tegenover de werking van de blinde krachten van het kapitalisme. De irrationele bourgeoisie wendt zich tot allerlei geloven en reactionaire krachten. Zij is, net als het systeem dat zij vertegenwoordigt, reactionair geworden.
- Over het tweede punt, het atheïsme, ben ik van de mening dat de strijd tegen de religie geen abstracte propaganda is. Deze moet in verband gebracht worden met de arbeiderstrijd. De religie is een product en een spiegelbeeld van de economische onderdrukking van de bevolking en van de machteloosheid van de mensen tegenover oncontroleerbare en vernietigende kapitalistische krachten. De armoede en een uitzichtloos bestaan, de onwetendheid en de hopeloosheid, de afhankelijkheid van de loonarbeid en het kapitalisme zijn de bodem voor de groei van dit soort geloof. Propaganda tegen de religie moet afhankelijk zijn van de uitbreiding van de arbeidersstrijd tegen uitbuiting. Met het atheïsme kan je deze strijd niet uitbreiden maar beperk je hem tot een aspect. Dat betekent dat men een verdeling onder de arbeiders invoert op basis van het geloof. Deze soort abstracte propaganda tegen religie is eigenlijk in het belang van de kerk en de bourgeoisie. Lenin zei: “de marxist is verplicht het succes van de stakingsbeweging op de voorgrond te plaatsen, met kracht in te gaan tegen een verdeling van de arbeiders in die strijd in atheïsten en christenen, en een krachtige strijd tegen zo’n verdeling te voeren. Atheïstische propaganda kan onder die omstandigheden helemaal overbodig, ja zelfs schadelijk zijn, vanuit het standpunt van de werkelijke vooruitgang van de klassenstrijd. Onder de verhoudingen van de moderne kapitalistische maatschappij zal de klassenstrijd de christelijke arbeiders honderd keer beter tot de sociaal-democratie en tot het atheïsme brengen dan de louter atheïstische propaganda. Propaganda voor het atheïsme zou op zo’n moment en onder zulke omstandigheden alleen de pope en de geestelijkheid bevoordelen, die niets liever willen dan een splitsing van de arbeiders volgens geloof in god in plaats van een verdeling naar hun deelname aan de staking.”
Dus de beste manier om de arbeiders te verlossen van de religie is de bewustwording, het vertrouwen in eigen krachten, de eenheid en de solidariteit met elkaar tegen het kapitalisme.
Met kameraadschappelijke groeten,
N
P.S. In deze periode waarin religies, vooral in het Midden-Oosten, een grotere rol dan vroeger spelen, begonnen sommige van de linkse partijen te beweren dat de politieke religies groot gevaar vormen voor de beschaving. Hierbij vergeten ze helemaal het gevaar van de bourgeoisie. Ze gaan zo ver dat ze naar vorige eeuwen terugkeren, de eeuw van de opkomst van de bourgeoisie met de progressieve eisen. Ik ontken hierbij niet dat de rol van de religie groter geworden is maar de ware kwestie is hoe we dit moeten aanpakken en die aanpak is heel anders.