Wereldrevolutie - 2007

Wereldrevolutie, nr. 110, januari-april 2007

"Fabel van de illegaal" over Libanon: Een internationalistisch standpunt over de oorlog in het Midden-Oosten

Tijdens de laatste oorlog in Libanon ging burgerlijk links zich te buiten aan anti-oorlogsgezwijmel om te verbergen dat het al dan niet ‘kritische’ steun verleent aan de terroristische organisatie Hezbollah. Onder het mom ‘vrede’ te eisen wordt eenzijdig de terreur van het Israëlische imperialisme veroordeeld en worden de gruwelen van de Israëlische bombardementen op de burgerbevolking van Libanon breed uitgemeten. Goedgepraat dan wel verzwegen worden de moordpartijen op Israëlische burgers – joods, moslim of wat dan ook – met inbegrip van onophoudelijke zelfmoordaanslagen waarvoor heel laf zelfs kinderen worden geronseld. Dat wordt toegedekt door de oorlog valselijk voor te stellen als een conflict tussen enerzijds de staat Israël met de Verenigde Staten als grootmacht op de achtergrond, en anderzijds ‘onderdrukte volkeren’. Daarmee wordt echter niet verwezen naar de weerloze burgerbevolking die als eerste ten prooi valt aan het conflict tussen de niets en niemand ontziende imperialistische haaien, maar de religieuze fanaten van Hezbollah, die zelf weer gesteund worden door imperialistische rovers als Syrië, Iran, China en Rusland.

In een belangwekkend artikel getiteld Linkse solidariteit met Hezbollah? ontmaskert het Leidse actieblad De Fabel van de illegaal (1) de huichelarij van deze anti-oorlogscampagne vanwege de heimelijke of uitgesproken steun aan de extreem-rechtse Hezbollah en neemt het een internationalistisch standpunt ten opzichte van deze oorlog in.

In juli 2006 werden er internationaal, doorgaans op trotskistisch en stalinistisch initiatief, acties gevoerd rond de leuze: Stop de oorlog – Stop de steun aan Israël en de VS (2). De eenzijdige veroordeling van Israël was reden voor De Fabel om niet in te gaan op het aanbod van de Leidse afdeling van het comité Stop de bezetting om deel te nemen aan de organisatie van plaatselijke activiteiten. Dat kwam niet zozeer voort uit aarzelingen om acties van de imperialistische staat Israël te veroordelen, waarover verderop meer, maar veeleer uit de weigering om de fundamentalistische Hezbollah te ondersteunen, “een religieus-fascistische beweging die in de eerste plaats uit is op de vernietiging van de staat Israël, die men vergelijkt met een ‘virus’ dat uitgeroeid moet worden. Uiteindelijk wil men van alle Joden af. ‘Als ze zich allemaal verzamelen in Israël’, zegt Hezbollahleider Nasrallah, ‘dan bespaart ons dat de moeite om ze wereldwijd te achtervolgen’. Ook van de holocaust-ontkenning in deze antisemiet niet vies. ‘Joden vonden de legende van de holocaust uit’, beweert hij doodleuk. Daarbij roemt hij revisionist David Irving voor ‘het ontkennen van het bestaan van de gaskamers’. Hezbollah-tv zendt verder een serie uit die gebaseerd is op het antisemitische verzinsel ‘De protocollen van de wijzen van Zion’.” Zo brengt De Fabel een cruciaal punt naar voren dat door burgerlijk ultra-links liever wordt verzwegen: Hezbollah roept met de al dan niet ‘kritische’ steun van Europees ultra-links op tot etnisch-religieuze haat en volkerenmoord en verspreidt xenofobische opvattingen over vrouwen en homoseksuelen. Wanneer moslim-fundamentalisten niet echt dol zijn op linkse rakkers, dan weerhoudt dat links niet om pseudo-middeleeuwse fanaten te ondersteunen.

Waarom ultra-links steun verleent aan de extreem rechtse Hezbollah

“Vanzelfsprekend onderschreef De Fabel veel van de kritiek op de Israëlische bombardementen en aanvallen wel, maar het volledige gebrek aan kritiek op de Hezbollah was onverteerbaar. Door de religieuze fascisten te sparen zette de organisatie de deur wagenwijd open voor hun aanhangers om hier mee te doen aan de protesten, zo antwoordde De Fabel. En zo moeilijk kon het toch niet zijn om in de tekst het beschieten van de Israëlische burgerbevolking eveneens af te wijzen? Het comité antwoordde daarop kortaf dat uitsluitend Israël schuldig was. Men beloofde later nog te reageren op de Fabel-kritiek, maar daar is het tot op heden niet van gekomen. De SP, GroenLinks en de Nederlands Arabische Stichting hadden kennelijk minder moeite met de eenzijdige kritiek van het comité, wat die deden wel mee. Een van de sprekers was de GroenLinkser Mohammed Rabbae. Dit wist te melden dat de Palestijnse antisemitische organisatie Hamas ‘geen terreurorganisatie is, maar een legitieme verzetsbeweging’.”

Europees links is in het algemeen uitgesproken anti-Amerikaans en alles wat zich als anti-Amerikaans voordoet wordt door dit links zonder veel onderscheid omhelst. Zo wordt het eigen nationalisme uit het zicht gehouden. De Fabel merkt terecht op dat daarbij het cynische beginsel wordt gehuldigd: ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’. De Fabel haalt de ronkende Britse trotskist George Galloway aan: “Ik verheerlijk de nationale verzetsbeweging Hezbollah, en ik verheerlijk de leider van Hezbollah, sjeik Sayyed Hassan Nasrallah”.

Er zijn linkse organisaties die het onder allerlei strategisch-tactische voorwendsels van goede smaak vinden getuigen om openlijk op te roepen tot steun aan religieuze fundamentalisten en ze durven dat zelfs “internationale solidariteit” te noemen. Zo wordt geprobeerd om mensen op zoek naar een maatschappelijk alternatief voor valse keuzen te stellen en bij voorbaat te corrumperen. Er wordt immers imperialistische politiek verdedigd en achter Hezbollah gaan grotere imperialistische staten schuil. Links bestrijdt niet het imperialisme, maar voert een politiek van het ‘verzwakken’ van één van de grootmachten door het steunen van allerlei ‘zwakkere’ imperialismes. Die redenering kan enkel de imperialistische logica in het algemeen versterken terwijl pogingen om zich bewust te worden van de inzet van de huidige periode erdoor worden ondergraven. Dat de Verenigde Staten zelf in Somalië en Afghanistan het moslim-fundamentalisme ondersteunden toen dat uitkwam in de strijd tegen het concurrerende Russische imperialisme laat zien dat de Verenigde Staten en ultra-links precies dezelfde smerige imperialistische logica volgen.

In Nederland roepen trotskistische groepen als Offensief en Internationale Socialisten openlijk op tot steun aan Hezbollah. Maar er zijn ook organisaties als de neo-stalinistische NCPN en de Turkse DIDF (Federatie van democratische verenigingen van arbeiders uit Turkije in Nederland) die zich liever in stilzwijgen hullen omdat het onderwerp voor het moment ‘ongelegen’ zou komen. In de wat geraffineerder logica van sommige trotskisten wordt dat vertaald in de stelling dat Hezbollah wél bekritiseerd mag worden maar liever níet op een moment dat deze onder druk staat van Amerikaanse agressie; geen woord daarbij over de Hezbollah-agressie tegen de inwoners van Israël en andersdenkenden in Libanon zelf.

De Fabel komt tot de belangrijke vaststelling: “Van links moet de extreem-rechtse Hezbollah vanzelfsprekend ook helemaal niets hebben. Veel linksen in Nederland lijken daarentegen op hun beurt weinig moeite te hebben met Hezbollah. Op de demonstratie in Amsterdam werden wat portretten meegedragen van Nasrallah. Maar behalve de beeltenis van deze vooraanstaande antisemiet, was er geen spoor van antisemitisme te bekennen. Dat was een grote verbetering in vergelijking met eerdere demonstraties rond het Midden-Oosten de afgelopen jaren, waarbij veel antisemitische leuzen werden geroepen.” We kunnen daarbij aantekenen dat wanneer het anti-semitisme nu wat beter verborgen blijft dan in het verleden dat geen enkele reden tot juichen is: dat valt onder dezelfde noemer als het zwijgen over de ware doeleinden van Hezbollah.

Veroordeling van de imperialistische staat Israël

De Fabel verwerpt natuurlijk de Hezbollah-leuze van “de vernietiging van de staat Israël” die niets anders is dan een oproep tot volkerenmoord, iets waaraan burgerlijk links straal voorbijgaat. Maar De Fabel gaat ook verder dan het louter delen van “veel van de kritiek op de Israëlische bombardementen en aanvallen” en gaat over tot een principiëler veroordeling van de Israëlische staat: “Israël moet vanzelfsprekend scherp bekritiseerd worden vanwege de recente aanvallen op Libanon, en ook om de bezetting van Palestijnse gebieden en de achterstelling van de Arabische bevolking in Israël zelf. Maar Hezbollah is geen haar beter. Als die ooit meer macht krijgen, zal het slecht aflopen met Joden, linksen, vrouwen, en homo’s. Geen partij kiezen dus, en dat lijkt in de mainstream publieke opinie steeds vaker te gebeuren.”

Bert Bakkenes en Nelly Soetens, die de staat Israël wél in verdediging nemen, worden geciteerd: “Israël vecht om te overleven, en voor het bestaansrecht van het thuisland van het Joodse volk. Ieder volk heeft recht op zelfbeschikking. Israël is een plek waar Joden zich veilig kunnen voelen in tijden van oplevend anti-semitisme, gaven de twee aan.” (3). Ze worden als volgt bekritiseerd: “Helaas bleven de twee ook gevangen in het voor het anti-imperialisme zo kenmerkende denken in ‘volkeren’.” Maar daarop volgt: “Toch zou het geen kwaad kunnen als de Nederlandse communisten aan hun belangrijke stap een voorbeeld zouden nemen. Op enkele sneren na, is hun initiatief echter doodgezwegen.”

Wanneer we als kommunisten, en in tegenstelling tot trotskisten en stalinisten, en net als De Fabel het ‘denken in volkeren’ en dus ‘naties’ afwijzen dan betekent dat voor ons dat we vanuit proletarisch perspectief iedere strijd tussen ‘naties’ ontmaskeren als voorwendsel voor imperialistische politiek en dat alleen de klassenstrijd een uitweg biedt (4). We zien dan ook geen reden om al dan niet ‘kritische’ verdedigers van de imperialistische staat Israël aan iemand ten voorbeeld te stellen, net zo min als we ons op Hezbollah beroepen in onze veroordeling van de staat Israël. Daaraan kan worden toegevoegd dat het gezien de hele Israëlische geschiedenis en met alle huidige aanslagen een wel erg boude bewering is dat “Israël een plek is waar Joden zich veilig kunnen voelen in tijden van oplevend anti-semitisme”; zie hierboven ook wat Hezbollah-leider Nasrallah daarover naar voren brengt (5).

 

Het proletarisch internationalisme, de arbeidersklasse en klassensamenwerking

De Fabel ontwikkelt ook een alternatief: “Maar wanneer er niet meer gekozen wordt ‘tussen de duivel en Beëlzebub’, dan rest helaas meestal nog slechts ‘afzijdigheid, of in het ergste geval een even naïef als a-politiek-humanisme’, constateert Groene Amsterdammer-journalist Koen Haegens terecht. Maar waarom vanuit links geen solidariteit opbouwen met anti-autoritaire bewegingen ter plekke? Bewegingen die strijden voor bijvoorbeeld vrouwen- en arbeidersrechten, en die zich verzetten tegen nationalisme en religieus fundamentalisme, en zo proberen de poten weg te zagen van de machthebbers aan beide zijden.” (6).

Het is een serieuze poging aan het dilemma te ontkomen en niet te vervallen in burgerlijke humanisme en pacifisme dat als regel weinig anders om het lijf heeft dan het verbergen van een keuze tussen de strijdende partijen, een keuze die De Fabel uitdrukkelijk verwerpt. Maar voor ‘arbeidersrechten’ is binnen het kapitalisme in verval al even weinig plaats als voor ‘vrouwenrechten’. Niet allerlei ongedefinieerde ‘bewegingen’, maar alleen proletarische strijd in het vooruitzicht van de vernietiging van het kapitalisme opent de weg voor de bevrijding van de hele mensheid, en de strijd voor de emancipatie van vrouwen en allerlei minderheden maakt bijgevolg onvermijdelijk deel uit van de arbeidersstrijd. De strijd wordt juist ernstig verzwakt door innerlijke verdeeldheid en valse tegenstellingen op dergelijke gronden. Buiten de arbeidersstrijd gaat het om abstracte vraagstukken die gevangen blijven in juridisch-democratisch keurslijf van ‘gelijke burgers’ die ongeacht hun klasse broederlijk of zusterlijk zouden moeten samenwerken en uiteindelijk gezamenlijk vertegenwoordigd zouden worden door een burgerlijke staat die allang niets meer te bieden heeft en die er alles aan doet om de arbeidersklasse te verdelen en voor valse keuzen te stellen. Deelstrijd kan enkel nog het droombeeld versterken dat het kapitalisme ooit daadwerkelijk de ‘rechten’ zou erkennen die in de fameuze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ooit platonisch en huichelachtig zijn geproclameerd, naast vooral het recht op eigendom en dus het recht om anderen uit te buiten, en die gegrondvest is op het bestaan van... ‘naties’.

Het is de crisis van het kapitalisme die de bourgeoisie richting oorlog drijft, waardoor ze uitbuiting en onderdrukking steeds verder moet opvoeren. Daartegenover is het de strijd van de arbeidersklasse die haar het meeste angst aanjaagt en haar dwingt om de oorlogsinspanningen binnen zekere grenzen te houden en op sociale vlak enige rust te behouden. Wanneer die strijd voor de arbeiders in het Midden-Oosten buitengewoon moeilijk is en de grote arbeidersconcentraties in Europa veel meer gewicht in de schaal leggen is de klassenstrijd in bijvoorbeeld Israël en Palestina niet afwezig en stelt het ook daar steeds groter problemen voor de imperialistische politiek van alle partijen (7).

Manus / 08.01.2007

(1) De Fabel van de illegaal, nr. 79, najaar 2006 en http://www.defabel.nl.

(2) Zie ook onze webspecial Oorlog in het Midden-Oosten: hoe het trotskisme zijn nationalistisch gif verspreidt, op onze website http://nl.internationalism.org.

(3) Het citaat is gesteld in termen die doen denken aan uitdrukkingen die De Fabel eerder zelf gebruikte.

(4) De dilemma’s van het internationalisme van De Fabel, in Wereldrevolutie, nr. 100, september-december 2003, en op http://nl.internationalism.org.

(5) Zie ook: 160 jaar na de uitgave van ‘Het joodse vraagstuk’ (van Karl Marx), in Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nr. 114, derde kwartaal 2003, eveneens op onze website.

(6) Eerder schreven we: “Omdat De Fabel zich nooit op de arbeidersklasse beroept heeft het ook geen enkel kader om de problemen concreet te stellen en blijft alles steken in abstracte morele verontwaardiging vol van innerlijke tegenspraken.”; ‘De Fabel van de illegaal’: Enkel in een open debat kunnen standpunten worden verduidelijkt, in Wereldrevolutie, nr 98, januari-april 2003, en op onze website.

(7) Zie het artikel Israël/Palestina: Arbeiderstrijd ondanks de oorlog, elders in dit blad.
 

Het kapitalisme is verantwoordelijk voor de opwarming van het klimaat

De ernst van de opwarming van het klimaat als gevolg van de broeikasgassen is een ‘waarheid die ongelegen komt’. Dat vertelt Al Gore ons in ieder geval, voormalig vice-president van de Verenigde Staten die sinds zijn verkiezingsnederlaag in 2000 van de ene conferentie naar de andere vliegt (Verenigde Staten, Japan, China, Duitsland,...) om de wereld, als een vogel die een onheilsboodschap brengt, te berichten over deze ‘vervelende waarheid’. Het was dus te verwachten dat filmmaker David Guggenheim - pro-Democraat - één van die talloze conferenties in beeld zou brengen met de voor de hand liggende titel: An Unconvenient Truth.

Het ‘pijnlijke’ aan deze zaak is dat het een hoge functionaris van de Amerikaanse bourgeoisie is die ons op wereldschaal het verhaal vertelt in een magistrale uiteenzetting op reuzenscherm... Albert Gore heeft een geweldige ontdekking gedaan! Al bijna dertig jaar buigt de wetenschappelijke gemeenschap zich over het probleem en al tien jaar is ze het er unaniem over eens dat de aarde steeds verder opwarmt als gevolg van industriële vervuiling. De enige en uitsluitende openbaring van de film bestaat uit Al Gore zelf, met zijn aangeboren talent om komedie te spelen. Inderdaad, hij doet zichzelf voor als kampioen in alle categorieën van de milieuverdediging, al sinds zijn studies op Harvard waar hij aandachtig de lessen volgde van professor Roger Revelle (pionier van de globale opwarmingstheorie). Toch was hij degene die met Clinton "het lozen heeft toegelaten van dioxine in de oceanen en die in de Verenigde Staten de grootste ontbossing uit de geschiedenis veroorzaakte." (The Independent, aangehaald in Courrier International, 15.06.2006).

Albert Gore, deze spons die zich volgezogen heeft met huichelarij is een zeer waardig vertegenwoordiger van zijn sociale klasse. Alle staten zijn op de hoogte van de gevaren voor het klimaat. Ze belijden allemaal luid en duidelijk hun wil om tot daden over te gaan om het natuurlijke milieu van de menselijke soort te beschermen en de toekomst voor de komende generaties veilig te stellen. Maar ondanks de vurige verklaringen op de Aardetop in Rio (1992) en de fantastische resoluties van het protocol van Kyoto (1998) neemt de vervuiling zienderogen toe en wordt het gevaar door de ontregeling van het klimaat groter. Per slot van rekening is de waarheid die zo ongelegen komt, en die de bourgeoisie verbergt achter al haar conferenties en nu ook deze film, het feit dat de kapitalistische wereld helemaal niet in staat is om een oplossing te vinden voor de klimatologische gevaren... en dat des te meer omdat zij er de hoofdverantwoordelijke voor is.

De klimaatopwarming is een gevaar voor de toekomst van de menselijke soort

Het kapitalistisch systeem dat nu al bijna een eeuw bankroet is, vertegenwoordigt geen enkele vooruitgang meer voor de mensheid. Zijn voortbestaan gebeurt op een zieke en vernietigende basis. De rampzalige ecologische gevolgen die sinds de jaren 1950 merkbaar zijn, vormen daarvoor een verder bewijs.

IJskolommen liegen niet! Ze worden verzameld in Antarctica en geven ons een beeld van de samenstelling van de atmosfeer over verschillende honderdduizenden jaren. Ze tonen duidelijk aan dat de CO2-concentratie nog nooit zo hoog was als vanaf de helft van de twintigste eeuw. De uitstoot van broeikasgassen, kenmerkend voor de kapitalistische productiewijze, is voortdurend groter geworden en de gemiddelde temperatuur stijgt eveneens met een regelmatig ritme. "De planeet is vandaag warmer dan ze ooit geweest is tijdens de laatste twee millennia, en als deze tendens zich doorzet zal ze aan het einde van de 21e eeuw waarschijnlijk heter zijn dan ooit gedurende de laatste twee miljoen jaar." (The New Yorker, geciteerd in Courrier International, oktober 2006).

Deze snelle opwarming is trouwens met het blote oog zichtbaar aan beide polen van de wereld. Het smelten van de Noordpool gaat zo snel dat hij rond het jaar 2080 verdwenen zal zijn. Alle grote gletsjers slinken en de oceanen warmen op. In 1975 hield James Hansen, directeur van het Goddard Institute voor Ruimtestudies (GISS), zich bezig met klimaatveranderingen. "In zijn stelling over de planeet Venus werpt hij de hypothese op dat als die planeet nu een gemiddelde oppervlaktetemperatuur heeft van 464 °C, dat komt doordat de planeet omgeven wordt door een mist van koolzuurgas die een aanzienlijk broeikaseffect veroorzaakt. Enkele tijd later bracht een ruimtesonde het bewijs dat Venus inderdaad geïsoleerd wordt door een atmosfeer die voor 96% uit koolstofdioxide bestaat." (The New Yorker). Dat is wat de aarde in een verre toekomst te wachten zou kunnen staan onder invloed van de voortdurende opstapeling van CO2... de uitroeiing van elke vorm van leven. Maar we hoeven ons niet zover in de toekomst te verplaatsen om de verwoestende invloed te zien van de klimaatopwarming. Lang voordat het broeikaseffect de aarde omgevormd zal hebben tot een oven van 400 °C zullen de voortekenen van de ommezwaai in het klimaat al ruimschoots volstaan om een ware slachting aan te richten onder de menselijke soort: overstromingen, epidemieën, orkanen...

De directeur van de British Antarctic Survey, Chris Rapley, deed begin 2005 opmerken dat de gletsjertong van Westelijk Antarctica aan het smelten is. Deze tong, zo groot als Groenland, bevat voldoende water om het niveau van de zeeën met 7 meter te doen stijgen, wat het onderlopen betekent van grote bewoonde gebieden in Thailand, India, Nederland, en de Verenigde Staten.

Een andere directeur, die van INSERN, stelde in 2000 al vast dat "de voortplantings- en besmettingscapaciteit van een aantal insecten en knaagdieren, verspreiders van parasieten en virussen, afhankelijk is van de temperatuur en de vochtigheidsgraad van het milieu. Anders gezegd: een temperatuurstijging, hoe bescheiden ook, zet het licht op groen voor de groei van een aantal ziektefactoren voor mens en dier. Dat is het geval met parasitaire ziekten zoals moeraskoorts [...] en met infectieziektes als knokkelkoorts, sommige hersenvliesontstekingen en bloedkoortsen die de laatste jaren terrein hebben gewonnen. Ofwel duiken ze weer op in gebieden waar ze verdwenen waren, ofwel treffen ze gebieden die tot nu toe gespaard waren gebleven waren..."

Een laatste illustratie is get aantal en de kracht van orkanen die met de opwarming toeneemt. Inderdaad, de vochtige luchtkolom waardoor orkanen ontstaan vormt zich pas wanneer de oppervlaktetemperatuur van de zee hoger is dan 26 °C. Wanneer de oceanen opwarmen, worden de gebieden waar deze grens overschreden wordt groter. Toen Katrina categorie 5 bereikte in de orkaanklassering, bedroeg de temperatuur van het oppervlaktewater in de Golf van Mexico ongeveer 30 °C. Volgens Kerry Emmanuel van het Massachusetts Institute of Technology "dreigt de verdere opwarming het vernietigend potentieel te vergroten van tropische cyclonen en, met de toename van de kustbevolking, in de 21ste eeuw ook in aanzienlijke mate het aantal slachtoffers tengevolge van orkanen." Nadat hij de statistieken over de kracht van orkanen in de laatste vijftig jaar uitgeplozen had, komt K. Emmanuel tot de conclusie dat de meest recente orkanen gemiddeld langer duren en dat de windsnelheden 15% hoger liggen, wat de vernietigde kracht met 50% verhoogt.

Kortom genoeg om de tien plagen van Egypte en alle zondvloeden van de Bijbel op een picknick te doen lijken.

Een pijnlijke waarheid: het kapitalistisch systeem is verantwoordelijke voor de klimaatdreiging

In tegenstelling tot Venus waar het klimaat op natuurlijke wijze naar helse temperaturen evolueerde, heeft de huidige opwarming van de aarde een heel andere oorzaak... de industriële activiteit van de mens. Maar die waarheid bevat helemaal niets nieuws want veel klimatologen (en de bourgeoisie zelf) maken er geen geheim van. De affiche voor de film van Al Gore is nog explicieter want ze toont een fabrieksschoorsteen waaruit een wolk komt die de vorm van een cycloon aanneemt. "De industrie is schuldig!" Dat is een wel erg gewillige zondebok, want in feite is het niet de industrie als dusdanig die er schuld aan heeft, maar wel hoe die wordt gebruikt, met andere woorden: de manier waarop het kapitalisme werkt. De kapitalistische productiewijze heeft het milieu steeds vervuild, ook al in de negentiende eeuw toen ze nog een factor van vooruitgang was. Het kapitalisme trekt zich niks aan van de gezondheid van het milieu. "Accumulatie om de accumulatie, productie om de productie, dat is het ordewoord van de politieke economie die de historische missie van de burgerlijke periode aankondigt. En ze heeft nooit stilgestaan bij de pijn die het scheppen van rijkdom met zich meebrengt: waartoe zou dat gejammer dienen dat toch niets verandert aan de historische onafwendbaarheden?" (Karl Marx, Het Kapitaal, Boek I). De accumulatie van kapitaal is het hoogste doel van de kapitalistische productie en het lot dat de mensheid of het milieu beschoren wordt heeft geen belang... zolang het rendeert, is het goed. De rest is tenslotte een ‘quantité négligeable’, een onbelangrijk detail.

Maar wanneer het systeem bij het begin van de twintigste eeuw aan zijn vervalfase begint, neemt de vernieling van het natuurlijk milieu hele andere dimensies aan. Ze wordt genadeloos, net zoals de genadeloze strijd die de kapitalistische ratten met elkaar leveren om zich te handhaven op de wereldmarkt. De productiekosten tot het minimum herleiden om zo concurrentieel mogelijk te zijn wordt een onafwendbare regel om te overleven. In die context worden maatregelen om de industriële vervuiling in te perken een onaanvaardbare kostenpost.

Die voortdurende economische noodzaak om de laagste kosten te bereiken verklaart ook de omvang van de materiële en menselijke schade die aangericht werd sinds het begin van vorige eeuw. Bouwconstructies in golfkarton, slecht onderhouden dijken, falende reddingssystemen... het kapitalisme is zelfs niet in staat een minimum aan bescherming te bieden tegen natuurrampen, epidemieën en andere plagen die het blijft voortbrengen.

De cinematografische onderneming van Mijnheer Gore komt ons tenslotte vertellen dat we over de macht beschikken om de stand van zaken te veranderen, het aangerichte kwaad te herstellen en het gevaar van klimaatopwarming af te wenden als we maar de moeite willen doen om volmaakt... 'groene burgers' te worden. Daarom somt de aftiteling van zijn film een lange lijst van aanbevelingen op: "verander van thermostaat", "plant een boom",... "stem voor een kandidaat die het milieu verdedigt... en als die er niet is, kom dan zelf op !" En tenslotte : "als je gelovig bent, bid dan opdat de anderen hun gedrag zouden veranderen". Dat laatste is misschien de enige zinnige raad, een bourgeois waardig: "voor de zon verduisterd wordt en de sterren uit de hemel vallen, kniel neer en bidt". Een ware bekentenis van onmacht van de bourgeoisie en haar wereld!

De arbeidersklasse kan het zich niet veroorloven nog langer het lot van de planeet over te laten aan dergelijke mensen en hun systeem. De ecologische crisis is een bewijs te meer van het feit dat het kapitalisme vernietigd moet worden voor het de wereld meesleept in de afgrond.

Een samenleving scheppen die de mens en zijn toekomst centraal plaatst is een dwingende noodzaak geworden. Het kommunisme is die wereld die nodig is en de proletarische revolutie is de weg die de mensheid daar heen voert.

Jude / 20.10.2006

Immigranten: Onmogelijk te ontsnappen aan de kapitalistische barbarij

De wetten Sarkozy van 2003 en 2006 hebben de anti-immigrantenpolitiek in Frankrijk aanzienlijk verscherpt. De uitwijzingen uit Frankrijk volgen elkaar op in een hels tempo: 12.000 in 2003, 15.000 in 2004, meer dan 20.000 in 2005 en waarschijnlijk 25.000 in 2006. Met het hart in de keel verstoppen duizenden families zich, geterroriseerd door de gedachte teruggestuurd te worden naar een plek op de wereld waar slechts de dood op hen wacht. Wat kan men anders dan verontwaardigd en woedend zijn tegenover een dergelijke onmenselijke politiek? Zelfs schoolgaande kinderen kunnen een razzia meemaken om te “vermijden dat het schoolgaan een nieuwe vorm van onwettige immigratie zou worden.” (sic!). Hoe te reageren en te strijden tegen deze wrede en onaanvaardbare maatregelen? De linkse organisaties en verenigingen wijzen allen dezelfde verantwoordelijke aan: de minister van Binnenlandse Zaken, Nicolas Sarkozy. Om aan dat alles een einde te maken zou het volstaan Sarko uitde macht te verwijderen. “Stemt, stemt tegen Sarko in mei 2007 en alles zal beter gaan”, dat is in wezen de boodschap die onophoudelijk wordt herhaald door alle linkse krachten. Maar is dat werkelijk de oplossing?

De PS en de PC, twee steunpijlers van de anti-immigrantenpolitiek

Natuurlijk niet! Men zou zichzelf in slaap wiegen met illusies wanneer men gelooft dat de socialistische en communistische partijen een andere politiek zouden voeren als zij aan de macht zouden komen. Om zich daarvan te overtuigen hoeft men zich slechts enkele grote wapenfeiten van deze burgerlijke fracties in herinnering te roepen. De PCF heeft nooit afgezien van de meest brutale middelen om zich te ontdoen van de immigranten die zij ongewenst vond. Zo heeft de PCF in 1981 de illegale Malinesiërs in een van zijn steden, Montreuil-sous-Bois, doodgewoon met de bulldozer verjaagd. Wat de PS betreft kan haar politiek samengevat worden in de volgende opzienbarende verklaring van de socialistische eerste minister Michel Rocard in 1989: “Frankrijk kan niet alle ellende van de wereld ontvangen.” En “om niet alle ellende van de wereld te ontvangen” heeft de socialiste Edith Cresson in 1991 de massale uitwijzingen ingesteld, gebruik makend van chartervluchten. Het is om “om niet alle ellende van de wereld te ontvangen” dat Jean-Pierre Chevènement tijdens het Jospin-tijdperk zijn honden ophitste en op de illegalen losliet door zijn ordestrijdkrachten het bevel te geven de uitwijzingen te vermenigvuldigen: “De activiteit met betrekking tot het verwijderen van buitenlanders staat op een abnormaal laag peil. [...] Ik zou het op prijs stellen wanneer er in de laatste maanden van 1999 een beduidende toename van het aantal daadwerkelijke uitwijzingen zou zijn.” (1). Zo wordt de schijnheilige sluier van de grootspraak van links over het humanisme en het recht op waardigheid aan stukken gescheurd!

In feite hebben rechts en links, sinds 1974, elkaar afgelost op de hoogste staatsposten en dezelfde anti-immigrantenpolitiek bleef aan. Aan het einde van de jaren 1960 betekende de terugkeer van de economische crisis het einde aan de volledige tewerk-stellingspolitiek en de toename van de werkloosheid. Omdat ze niet meer waren dan fabrieksvlees dat niet meer kon worden uitgebuit, werden de immigranten steeds meer tot een last. Daarom besloot de toenmalige president Giscard d’Estaing de immigratie te ‘onderbreken’ en vervolgens, drie jaar later een ‘hulp bij terugkeer’ in het leven te roepen. Sindsdien zijn de anti-immigratiewetten bij elke recessie alleen maar verscherpt en dat door alle regeringen zonder uitzondering.

Dit zieltogende kapitalisme is niet langer in staat om een al maar groeiend deel van de mensheid op te nemen in het productieproces. Zijn ‘oplossing’ bestaat er uit om het ‘overschot’ ver over zijn grenzen uit te wijzen opdat het elders zou creperen. De volgende regering, van welke politieke kleur ze ook zal zijn, zal deze druk nog versterken. Het enige verschil tussen links en rechts zal de taal zijn, de ideologische verpakking. Het is waar dat de PS er meester in is geworden om de meest onmenselijke maatregelen een roze tintje te geven. De ‘gekozen immigratie’ maakt aldus plaats voor een ‘gedeelde immigratie’ gebaseerd op ‘het contractueel vaststellen van de migratiestromen samen met de landen van oorsprong’. In klare taal gaat het om een ‘krachtige politiek tegenover de illegale immigratie’ met als toegift het in leven roepen van een ‘gezamenlijke politie aan de grenzen van de Unie’. (2). Maar men kan er zeker van zijn, de uitwijzingen zullen met de PS zeer pedagogisch aangepakt worden, zoals François Hollande trots bevestigt: “Onze wetten op de immigratie moeten aan onze partners worden toegelicht.” Kortom, zoals Laurent Fabius zegt: “men kan humanist zijn zonder daarom laks te zijn!” (3)

Alle naties sluiten hun grenzen voor de menselijke vloedgolf

In feite zou geen enkele vooruitziende man (of vrouw) aan het hoofd van de staat een andere politiek kunnen volgen. De wortels van het probleem liggen veel dieper en zijn verbonden met de aard van het kapitalistische systeem en zijn historische crisis. Via het tragische probleem van de emigratie zien wij hoe dit uitbuitingssysteem niet meer in staat is om een over-levingsminimum te verzekeren voor een steeds groter massa mensen die op de vlucht zijn voor de hel van honger, oorlogen en epidemieën. In dertig jaar is het aantal migranten in de wereld van 75 tot 200 miljoen mensen gestegen! En sinds het begin van de 21ste eeuw is de gezondheidstoestand wereldwijd aanzienlijk verslechterd. Vandaag is er een nieuwe kwalitatieve stap vooruit gezet met de woekering van gewapende conflicten en de afschrikwekkende ontwikkeling van de ellende; de exodus bereikt een in de geschiedenis van de mensheid nog niet eerder geziene omvang. Tegenover deze vloedgolf sluiten alle naties hun grenzen.

In de Verenigde Staten zal er tegen 2008 langs de Mexicaanse grens een werkelijke muur van 1.200 km gebouwd worden met radars, detectors, infraroodcamera's en een leger van 18.000 grensbewakers. De staat maakt zelfs gebruik van satellieten en robotvliegtuigen! Terwijl er al elk jaar honderden mensen in de woestijn omkwamen in de hoop de Verenigde Staten te bereiken, zullen het er, met deze ‘muur van de schaamte’, weldra duizenden zijn die daar met open mond gaan creperen.

In Europa is de toestand nog dramatischer. Rondom heel de Schengen-zone schieten de kampen waar men de illegalen opeenpakt als paddestoelen uit de grond. Een jaar geleden kwam deze gruwel openlijk ter sprake toen ons, in verband met de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in het Noorden van Marokko, beelden bereikten van mensen die letterlijk gespietst werden op de prikkeldraadversperringen aan de grens, die getroffen werden door politiekogels of die als schurftige honden midden in de woestijn gedropt werden. Dit barbaarse optreden werd trouwens uitgevoerd op bevel van de Spaanse regeringsleider, de zeer ‘democratische’ en ‘pacifistische’ meneer Zapatero, die eens te meer aantoonde dat zich achter het humanistische masker het hatelijke en bloeddorstige gezicht verbergt van de sociaal-democratie. Sindsdien is de situatie alleen maar verslechterd doordat ze zich heeft veralgemeend over heel Zuid- en Oost-Europa. Dit jaar zijn er op de ‘paradijselijke’ Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan 27.000 mensen aangespoeld in sloepjes van het (nood)lot, dat wil zeggen vijf maal meer dan in 2005! Dezelfde tragedie speelt zich af aan de kusten van Italië, op het eiland Lampedusa, op Malta en op Cyprus. Dezelfde tragedie aan de grens met Oekraïne, waar de zeer democratische Europese landen in het geheim het beheer van de kampen uitbesteden aan de Hongaarse staat, met werkelijke sloppenwijken waar duizenden illegalen uit de voormalige USSR of uit Azië zijn opeengepakt. En het ergste moet nog komen. Zoals dit zonder omwegen wordt bevestigd door Froilán Rodriguez (vice-minister voor immigratie van de Canarische Eilanden), “moet men zich voorbereiden op nooit geziene lawines” (4). Bewust van deze versnelling en bewust dat de toestand alleen maar zal verslechteren, zijn de Europese bourgeoisieën bezig om zich uit te rusten met een hoogtechnologisch uitgerust leger, belast met het de dood indrijven van duizenden migranten, net zoals in de Verenigde Staten: oprichten van kampen, infraroodkijkers, lucht- en zeepatrouilles…

De enige solidariteit is die van de strijd

Het kapitalisme is ten einde raad en het lot dat het voor de mensheid in petto heeft zit samengeperst in wat het deze massa van immigranten doet ondergaan. Door in te zien dat al deze ellende en onmenselijkheid voortkomt uit het kapitalisme in verval wordt één werkelijkheid overduidelijk: stemmen in mei 2007, voor wie dan ook, dient helemaal niets anders dan om zichzelf in slaap te wiegen met illusies. Opdat de mensheid kan leven, moet het kapitalisme sterven. Eenmaal bewust van wat er op het spel staat, en van de omvang van deze taak, is de eerste reactie dikwijls “maar in afwachting van deze ‘grote dag’ moet er toch iets gedaan worden!” Ja, natuurlijk moet er iets gedaan worden. Er moet gestreden worden, gestreden op het terrein van de arbeidersklasse. In de strijd komen de diepste gevoelens van solidariteit tot een praktische uitdrukking. En juist vandaag is de arbeidersklasse weer bezig met het terugvinden van deze weg, ze vindt haar strijdbaarheid terug, haar instincten van eenheid en solidariteit.

Op het onmiddellijke vlak zijn het de leerkrachten en ouders die in staking gaan en die zich fysiek verzetten tegen de politie die kinderen direct uit de klas komt halen. In alle lagere scholen, colleges en lycea waar zich ‘illegalen’ bevinden in korte broek, ontwikkelen zich discussies over hoe men de razzia’s kan beletten, hoe het ene of het andere kind verstoppen. Er zijn arbeiders die het werk stilleggen ter verdediging van hun fabriekskameraden zonder papieren die met uitwijzing bedreigd worden.

Ten slotte is er nog de strijd die getuigt van de diepgaande solidariteit en eenheid van het proletariaat, zoals die van de bagageafhandelaars die meerdere dagen de luchthaven van Heathrow in Londen hebben geblokkeerd, in Augustus 2005, uit solidariteit met de Pakistaanse arbeiders in de ravitaillering, die het slachtoffer waren van een gemene aanval van hun werkgever Gate Gourmet. Nochtans werden deze bagageafhandelaars niet bedreigd met ontslag en toch versloegen de media overal tegelijkertijd (5) de staatspropaganda van de heer Blair (nog een socialist!), die juist de haat opklopte tegen de Pakistani, die allemaal afgeschilderd werden als potentiële terroristen. In deze voorbeeldige strijd was het verschil bijna voelbaar tussen de verrotting van de burgerlijke ideologie en de grootsheid van de proletarische moraal.

De solidariteit van de arbeidersklasse heeft niets te maken met medelijden en neerbuigende gevoelens. Het gaat om een werkelijke solidariteit, gesmeed door het bewustzijn te behoren tot éénzelfde strijd, klassenbroeders te zijn, slachtoffers van hetzelfde systeem, van dezelfde uitbuiting, wat ook haar nationaliteit, kleur of godsdienst moge zijn. Door te stellen dat een natie “niet alle ellende van de wereld kan ontvangen”, drukt Michel Rocard de gedachtegang van heel de bourgeoisie uit. Maar de arbeidersklasse hoeft deze logica van het kapitalisme en zijn nationale grenzen niet te aanvaarden. In tegendeel, zij moet er haar internationalistisch wezen tegenover stellen door ronduit te bevestigen: “De arbeiders hebben geen vaderland. Arbeiders aller landen, verenigt u!”

Pavel / 16.10.2006

(1) Ministeriële circulaire van Oktober 1999.

(2) Maatregel aangenomen eind maart in het kader van de ‘Commissie voor het project 2007’ van de Parti Socialiste.

(3) Libération van 24 augustus 2006.

(4) Libération van 12 september 2006.

(5) Staking op hetzelfde moment als aanslagen in de Londense metro.

Israël/Palestina: Arbeidersstrijd ondanks de oorlog

Ondanks de spiraal van nationalistische haat die in Israël en Palestina doorgaans de klassenstrijd in Israël en Palestina verlamt, drijven de grote economische ontberingen als gevolg van de permanente staat van oorlog de arbeiders van de twee tegenover elkaar staande kampen ertoe om voor hun eigen klassenbelangen op te komen. In september zette kantoorpersoneel van de Westelijke Oever en de Gaza-strook stakingen en betogingen op touw. Ze eisten van de Hamas-regering de uitbetaling van meerdere maanden achterstallige lonen, na de blokkering van de internationale fondsen door de staat Israël. Zo sloten ze zich aan bij de eisen van een groot deel van de 170.000 stakende ambtenaren. Ook de leerkrachten gingen sinds 4 september in staking met stakingspercentages die gaan van 80 tot 95%, van Rafah (in het zuiden van de Gaza-strook) tot Jenin (in het noorden van de Westelijke Oever). Deze beweging heeft zich uitgebreid tot in de Palestijnse politie en vooral begin oktober tot de gezondheidszorg waar de hygiënische toestand dramatisch is, met inbegrip van de Westelijke Oever. De ambtenaren van het Ministerie van Gezondheid ontvingen slechts drie gedeeltelijke lonen in zeven maanden en ze hebben beslist om over te gaan tot een onbeperkte staking om de betaling van hun loon op te eisen.

Parallel daaraan berichtte de site van Libcom.org, op 29 november dat er een algemene staking was uitgebroken onder de Israëlische ambtenaren, op de vliegvelden en de havens en dat alle postkantoren gesloten waren. 12.000 ambtenaren van de gemeentediensten, zoals de brandweer, gingen in staking, daarmee gehoor gevend aan de oproep van de vakbondscentrale Histradroet (de Algemene Federatie van de Arbeid) als antwoord op niet respecteren van de akkoorden tussen de vakbonden en lokale en religieuze autoriteiten. Histradroet heeft ook verklaard dat deze nog achterstallig moeten betalen en dat het geld van de ambtenaren dat in pensioenfondsen gestort moest worden was verdwenen.

De imperialistische oorlog vergroot de economische ruïne en de ellende van de proletariërs in de regio. De bourgeoisie van beide kampen is steeds minder in staat om zijn loonslaven te betalen.

Deze twee acties vormden het voorwerp van allerhande politieke manipulaties. Op de Westelijke Oever en in Gaza heeft de nationalistische oppositie, de Fatah, geprobeerd om de stakingen te gebruiken om druk uit te oefenen op hun rivalen van Hamas.

In Israël heeft de Histradroet al een lange traditie van ‘algemene stakingen’, die onder grote controle staan om de woede van de arbeiders weg te leiden naar burgerlijke terrein en ten gunste van de een of andere fractie. Maar het is veelbetekenend dat in Israël de algemene staking van de Histradroet (die na vierentwintig uur werd stopgezet) werd voorafgegaan door een golf van minder gecontroleerde stakingen onder bagagepersoneel, leerkrachten, universiteitsprofessoren, bankpersoneel en ambtenaren.

De ontgoocheling rond het militaire fiasco van Israël in Libanon heeft dit groeiend ongenoegen zonder enige twijfel gevoed. Tijdens de staking in de Palestijnse gebieden in september veroordeelde de regering van Hamas de actie van de ambtenaren als indruisend tegen het nationale belang en probeerde zij de stakende leerkrachten tot andere gedachten te brengen: “Als u wilt betogen, betoogt dan tegen Israël, de Amerikanen en Europa!”

In feite gaat de klassenstrijd tegen het nationaal belang in en stelt zich daardoor op tegen de imperialistische oorlog.

Amos / 2.12.2006

Nieuwe bewindsploeg = nieuwe aanvallen: Alleen arbeiderssolidariteit loont!

Daags na de Tweede Kamerverkiezingen kopten de kranten: Kiezers vluchten weg uit het midden, en: SP en Wilders winnen. De electorale ommezwaai van rechts- naar links-populisme, van Fortuyn naar Marijnissen, maakt het voor de bourgeoisie niet gemakkelijker om een stabiele regeringsploeg samen te stellen. Gezien de groeiende sociale onrust en geleidelijk opkomende strijdbaarheid was het niet verbazingwekkend. De uitslag laat zien dat er een grote onvrede onder de bevolking heerst over het beleid van de afgelopen jaren en een grote ongerustheid over de toekomst. De partijen van de regeringen Balkenende (CDA, VVD, D’66 en LPF) verloren allemaal. Maar ook de PvdA, die daarvoor acht jaar leider was van de 'paarse' coalitie, deelt in de afstraffing. Haar beleid – in de regering en in de oppositie – verschilt dan ook nauwelijks van dat van Balkenende & Co en de PvdA blijft daaraan kritische steun verlenen.

De ‘vlucht uit het midden’ verraadt zo de massale afwijzing van het beleid van de regeringen Balkenende en haar 'paarse' voorgangers. In die zin zijn de stemmen voor de SP inderdaad ‘proteststemmen’ tegen nóg meer bezuinigingen, flexibilisering, ontslagen en onzekerheid met betrekking tot de arbeids- en levensomstandigheden. Zittende regeringen zijn in veel landen afgestraft door de kiezer, zonder dat er veel enthousiasme bestaat voor de partijen waarop dan maar wordt gestemd. Maar zolang een maatschappelijk alternatief zich niet aandient leidt het inzicht dat er van de zittende regering niets te verwachten valt nauwelijks tot het besef dat geen enkele bourgeoisregering iets te bieden heeft, ongeacht de ‘kleur’ van de deelnemende partijen. En door de hoge opkomstcijfers is het fenomeen van de ‘proteststem’ bij de verkiezingen toch nog winst voor de bourgeoisie: de onvrede blijft zo opgesloten binnen het raamwerk van de burgerlijke staat en van de ‘democratie’ die deze beweert te vertegenwoordigen.

Is de winst van de SP een overwinning voor de arbeidersklasse?

Alles links van de PvdA, de SP zelf, maar ook ultralinkse groepen zoals de trotskisten van Offensief en De Socialist (Internationale Socialisten) is hooggestemd over de winst van de SP. Die meten ze breed uit in hun pers – waarbij alleen lichte treurnis bestaat over de winst van Wilders en de vele voorkeurstemmen voor Verdonk. Zo kopt De Socialist, nummer 189, “25 zetels: een historische overwinning. Dit is een stem voor echte verandering!” Verder lezen we:“De SP won omdat ze, meer nog dan Groen Links, uiting wist te geven aan het verdiepende sentiment tegen marktwerking, de oorlogen in Irak en Afghanistan en voor een solidair Nederland.” Offensief laat zich in haar novembernummer in dezelfde zin uit: “Verder is een sterke SP een enorme stap vooruit voor de arbeiders­beweging. Voor het eerst sinds 1994, toen de PvdA definitief ophield een partij te zijn die de belangen van de arbeiders behartigde, is er een weer een partij die kan opkomen voor de werkende bevolking. De SP is van een arbeiderspartij in wording een partij geworden die overtuigend massaal het vertrouwen van de arbeiders heeft gewonnen. Dat is een formidabele prestatie en een historische verandering.”

Is dat zo? De SP zegt te staan voor hetzelfde waarvoor ‘die goeie ouwe PvdA van toen’ eens stond met de leuze “gelijke verdeling van kennis, macht, en inkomen”. In de 'Kernvisie' van de SP lezen we: “Ons land kreeg in 1994 voor het eerst sinds de jaren zeventig weer een sociaal-democratische premier. Maar de ambities van Wim Kok lijken in niets op die van Joop den Uyl. Ook in Nederland zijn liberalisering, privatisering en marktwerking inmiddels de nieuwe toverwoorden. Veranderingen die onder de kabinetten van CDA’er Lubbers (eerst met de VVD, daarna met de PvdA) voorzichtig in gang waren gezet, zijn door de paarse coalitie van PvdA, VVD en D66 met grote voortvarendheid verder doorgevoerd.” (www.sp.nl). Het kabinet Den Uyl, nu zo door de SP opgehemeld, was een kabinet dat niet minder bezuinigde of de arbeidersklasse aanviel dan Kok later deed of dan Bos het zal doen als hij in de regering komt (1).

De SP verdedigt niet minder dan VVD, CDA of PvdA de nationale economie, dat wil zeggen de belangen van de kapitalistische staat. De SP doet erg haar best om zich van links-populistische geschreeuw (“Stem tégen”) op te werken tot een in de ogen van de bourgeoisie serieuze regeringskandidaat. De partij verdedigt vooral wat meer directe verstaatsing van een kapitalistische economie die ondanks al het neo-liberalisme toch al door de staat wordt gedomineerd. En zij formuleert een alternatieve Nederlandse imperialistische politiek met haar kritische verdediging van de NAVO en van militaire troepenzendingen die moeten doorgaan voor ‘vredesoperaties’ in het kader van de Verenigde Naties (níet Afghanistan en Irak, maar wél Bosnië, Kongo, Liberia en Zuid-Soedan).

De opkomende strijdbaarheid van de arbeidersklasse

In verkiezingstijd is het vaak rustig op het sociale terrein. Het verkiezingscircus werkt de indruk dat er iets ‘te kiezen’ valt. Ditmaal was het anders. Na jarenlange betrekkelijke rust is de arbeidersklasse sinds 2003 weer de weg van de klassenstrijd ingeslagen. Het voorlopige hoogtepunt in Nederland daarvan werd gevormd door de grote manifestatie op het Museumplein te Amsterdam op 2 oktober 2004 (2).

Maar midden in verkiezingstijd zagen we dit keer een reeks van sociale conflicten, met name in het openbaar vervoer. Meermaals werd een staking begonnen zonder op de vakbeweging te wachten of zelfs tegen de uitdrukkelijke wil van de bonden in:

  • De buschauffeurs van de RET in Rotterdam staakten op 18 September tegen een verslechtering van hun arbeidsomstandigheden bij de komende privatisering. Het personeel van de RET kwam opnieuw in beweging tegen de verslechteringen nadat vakbonden en directie een CAO-akkoord hadden afgesloten. Dat moest toen worden opengebroken en bijgesteld. Vervolgens wisten de vakbonden de RET-chauffeurs zo ver te krijgen dat ze gingen demonstreren voor het Rotterdamse gemeentehuis, daarbij een beroep doende op de gemeenteraad in plaats van op hun klassenbroeders in de andere sectoren.
  • De buschauffeurs van het Brabantse regionale vervoersbedrijf BBA begonnen op 16 oktober een wilde staking; de arbeiders eisten opheldering over het al dan niet voortbestaan bij overname van de BBA door Connexxion of een ander bedrijf. Toen de vakbeweging de acties had overgenomen werden de BBA-chauffeurs in optocht naar het Connexxion-hoofdkantoor gevoerd om daar uitleg te vragen van de directie in plaats van zelf tot solidariteit op te roepen.
  • Bij de ECT-terminal in de Rotterdamse haven brak op 6 november een wilde staking uit tegen verslechtering van de arbeidsomstandigheden, vooral het opleggen van meer flexibiliteit van de werkroosters. Het vormde een reactie op het door de vakbeweging afgesloten CAO-akkoord en ook hier moesten de onderhandelingen opnieuw beginnen. In de pers werden de arbeiders als ‘onverantwoordelijk’ en ‘egoïstisch’ afgeschilderd omdat de staking de nationale economie zou schaden.
  • bij de HTM in Den Haag en in andere gevallen wisten de vakbonden wilde stakingen te voorkomen door zelf acties te organiseren: de chauffeurs demonstreerden onder vakbondsleiding buiten de spitsuren voor de Tweede Kamer, waarna de minister een petitie kreeg overhandigd.

Ondanks dat de stakingen niet omvangrijk waren en er geen pogingen werden gedaan om algemene vergaderingen te houden om de strijduitbreiding te organiseren of de verschillende groepen stakers bijeen te brengen waren ze van groot belang. Ze lieten zien dat de onvrede geleidelijk wordt omgezet in strijdbaarheid en ze vonden plaats op arbeidersterrein met eisen rond dreigend ontslag en tegen verslechtering van de arbeids- en levensomstandigheden. Ze lieten, zij het nog in de kiem, zien dat strijd mogelijk is en loont.

De vakbonden konden de bewegingen weliswaar vrij gemakkelijk weer onder controle krijgen met de gebruikelijke plaatselijke en bedrijfsgerichte ‘acties’ die de arbeiderssolidariteit alleen maar ondergraven, die de strijdbaarheid uithollen, en de onderwerping aan de staat en de ondernemers versterken. Dat vormt een belangrijke les. Toen er geen dreiging meer bestond van arbeidersinitiatieven in de richting van algemene vergaderingen en strijduitbreiding organiseerde de vakbeweging op 15 november voor het openbaar vervoer een landelijke manifestatie in Den Haag die niettemin de groeiende ongerustheid tot uiting bracht en niet louter een begrafenisstoet was. De bedoeling ervan was de arbeiders het valse gevoel op te dringen dat alleen de vakbonden voor enige ‘massaliteit’ kunnen zorgen, dat ondanks die ‘massaliteit’ er niet veel gewonnen wordt dat niet al vooraf klaarlag, en uiteindelijk, dat strijd niet veel oplevert.

De magere en de vette jaren van ultralinks en de vakbonden

Net als de rest van de bourgeoisie beweren de vakbonden dat het beter gaat met de economie. De vakbonden hebben de looneisen alvast met een half procentje opgeschroefd. Ultralinks blaast in dit orkest ook haar partijtje mee; zo schreef Offensief in november: “Het jaar 2007 wordt zonder twijfel een jaar van veel vakbondsactie. Voor CAO’s omdat werk­nemers in deze betere economische tijden iets van de schade willen goedmaken die ze de afgelopen jaren geleden hebben. Tegen privatiseringen en ontslagen. Het maatschappelijk verzet zal groot zijn; het feit dat de SP zo sterk is, geeft een positieve impuls.”

Het is precies omgekeerd: de vakbonden radicaliseren hun taal een beetje en ultralinks komt wat meer naar voren omdat de bourgeoisie de groeiende strijdbaarheid graag ingekapseld wil houden. De boodschap is vooral dat er voor wat betreft de kapitalistische economie geen reden tot ongerustheid zou zijn en dat het algemene gevoel van onzekerheid over de arbeids- en levensomstandigheden ongerechtvaardigd zou zijn.

Net als nu en in het verleden zullen ook in de toekomst de vakbonden en ultralinks blijven proberen de arbeiders op te sluiten binnen de logica van de ‘magere’ en de ‘vette’ jaren die de arbeiders aan de kapitalistische uitbuiting bindt. Als de strijd niet te voorkomen is zullen ze proberen de arbeiders weg te leiden van proletarisch naar burgerlijke terrein: de kwaliteit van het arbeidsproduct of de dienstverlening, de verdediging van het bedrijf, de sector, de nationale economie. Door tot algemene vergaderingen op te roepen en de strijduitbreiding zelf ter hand te nemen met eisen rond inkomen en arbeids- en levensomstandigheden die de belangen van de hele klasse tot uitdrukking brengen, komen de arbeiders onvermijdelijk in conflict met ultralinks en de vakbonden en openen ze de weg naar een maatschappelijk alternatief.

Aart & Manus / 11.01.2007

(1) Om het geheugen wat op te frissen: in december 1973 verklaarde Joop den Uijl dat “het Nederland van vóór de oliecrisis niet zou terugkeren”. Koeweit kreeg de schuld voor de crisis; van ‘Sinterklaas’ werd hij in één klap de linkse verdediger van afslankingen: bij een inflatie van bijna 10% werden de lonen een maand later via de ‘Machtigingswet’ (die het parlement buiten spel zette) aan banden gelegd terwijl de werkloosheid dat jaar met 36% zou stijgen!

(2) Zie: Balans van 2 oktober 2004: samen strijden, de enige keuze! (Bijlage bij Wereldrevolutie, nr. 103, tevens via http://nl.internationalism.org).

Oaxaca: De strijdbaarheid van de arbeiders op een dwaalspoor gezet door democratische illusies

De repressie die de Mexicaanse staat ontketend heeft tegen de bevolking van Oaxaca legt de bloeddorstige wreedaardigheid van de democratie bloot. Sinds vijf maanden is Oaxaca omgevormd tot een waar kruitvat, met paramilitaire korpsen en politie als gewapende arm van de staatsterreur. Huiszoekingen, opsluitingen en martelingen worden elke dag gebruikt door de staat om ‘orde en vrede’ te herstellen. De uitspattingen van de politie hebben tientallen ‘verdwijningen’ tot gevolg, talloze gevangenen en minstens drie doden (zonder het twintigtal personen mee te rekenen dat tussen mei en oktober dit jaar vermoord werd door de witte gardisten).

Zes jaar geleden verklaarde de heersende klasse dat met de regeerperiode van Fox een ‘tijd van veranderingen’ ingeluid werd. Maar de realiteit maakt duidelijk dat welke partijen of personen er ook in de regering zetelen, het kapitalisme geen enkele verbetering te bieden heeft... en het is duidelijker dan ooit dat het huidige systeem niets anders te bieden heeft dan uitbuiting, ellende en repressie. De hele arbeidersklasse moet zeer grondig de lessen trekken uit wat in Oaxaca is gebeurd om te begrijpen dat de toestand van geweld en repressie die zich daar ontwikkeld heeft niet gebonden is aan een regering in het bijzonder, maar dat ze in de aard van het kapitalisme zelf besloten ligt.

Opdat de komende strijd beter voorbereid zij, is het nodig een stand van zaken te bepalen omtrent de betekenis van de huidige mobilisaties.

De bourgeoisie buit de onvrede in haar eigen voordeel uit

De huidige betogingen in Oaxaca zijn zonder twijfel een uitdrukking van de ontevredenheid die er onder de arbeiders bestaat tegen de uitbuiting en de schande van het kapitalisme. De mobilisaties in die streek drukken de onvrede uit over de toenemende aftakeling van de levensvoorwaarden. Ze zijn het resultaat van een diepe woede en bewijzen een ware moed en strijdwil. Maar ze werden echter misbruikt door de bourgeoisie die erin geslaagd is de doeleinde, methodes en organisatie van de acties aan de controle van de arbeiders te onttrekken.

De conflicten die zich ontwikkelen binnen de bourgeoisie (die verdeeld is in rivaliserende fracties) hebben geholpen om de sociale onvrede af te leiden door de strijd voor looneisen te herleiden tot een beweging zonder vooruitzichten, afgeleid door één van de fracties van de bourgeoisie, de ‘democratiserende’, tegen een andere, bestaande uit oude kopstukken.

Geconfronteerd met de mobilisatie heeft het sysreem duidelijk zijn bloeddorstige aard getoond, maar dat gebruik van terreur door de staat gaat verder dan de repressie tegen de betogers van Oaxaca. Het optreden van de militaire en politiemacht heeft niet als hoofddoel de Volksassemblee van de volkeren van Oaxaca (APPO) van de kaart te vegen, maar wil fundamenteler terreur verbreiden als een waarschuwing en dreiging tegen het geheel van de arbeiders. De staatsterreur werd ontketend door de repressiekrachten van de staat te koppelen aan die van de federale regering, waarbij duidelijk getoond werd dat zelfs wanneer er een strijd bestaat tussen verschillende groepen van de bourgeoisie, deze er steeds in slagen een akkoord te bereiken om hun repressieve taak tot een goed einde brengen. De veronderstelling dat het mogelijk zou zijn een ‘dialoog’ aan te gaan met een deel van de bourgeoisie, komt erop neer de ijdele hoop te voeden dat er binnen de bourgeoisie een ‘progressieve’ of ‘verlichte’ fractie zou kunnen bestaan. Door het ontslag van Ulises Ruiz (1) als hoofddoel van de beweging voorop te stellen, heeft de APPO de illusie gewekt dat het kapitalistisch systeem verbeterd kan worden door het te democratiseren of door de mensen die de macht dragen te vervangen.

Het ordewoord van de APPO om de krachten te bundelen tegen Ulises Ruiz versterkt op geen enkele manier de collectieve overdenking en de bewuste actie. Het betekent integendeel het verspreiden van verwarring en het onderwerpen van de sociale actie aan de belangen van één van de fracties van de bourgeoisie tegen een andere. Het duidelijkste bewijs van die afleiding en van de groeiende verwarring wat betreft de objectieven blijkt uit het feit dat de loonkwestie, die aan de basis van de beweging lag, naar de achtergrond verschoven is. Vakbonden en federale regering hebben de loonkwestie herleid tot een eenvoudig technisch probleem van adequate steun voor de streek door een planning van de openbare uitgaven, waardoor ze de kwestie konden isoleren en haar voorstellen als een ‘plaatselijk’ probleem, zonder enig verband met de rest van de loontrekkers.

De strijdmethodes die vooropgesteld werden, piketten, blokkades, uitputtende marsen en uitzichtloze confrontaties, hebben belet dat solidariteit tot uiting kwam. Ze hebben de beweging integendeel geïsoleerd, haar kwetsbaar gemaakt tot ze een gemakkelijk doelwit werd voor de repressie.

APPO: een lichaam vreemd aan het proletariaat

De samenstelling van de APPO (bestaande uit ‘sociale-’ en vakbondsorganisaties) toont al dat deze organisatie, en de beslissingen die ze neemt, ontglippen aan de handen van het proletariaat. Omdat ze de discussie en overdenking overgelaten heeft aan de vakbonden en de groepen van de linkerzijde van de bourgeoisie, heeft deze structuur haar niet-proletarische aard voldoende aangetoond. Ze heeft er duidelijk voor gezorgd dat de kracht van destrijdende  arbeiders finaal verdund en verzwakt werd, een kracht die zich nooit kan uitdrukken in een structuur die, hoewel ze zich voordoet als zogenaamd open assemblee, in de praktijk haar ware aard toont, namelijk die van een interklassefront dat geleid wordt door de verwarring en wanhoop van de middenlagen. De oproep die op 9 november 2006 gelanceerd werd om de APPO om te vormen tot een permanente structuur (Staatsassemblee van de volkeren van Oaxaca) bewijst dat goed, namelijk wanneer ze de Grondwet van 1917 van de Mexicaanse bourgeoisie omschrijft als "een historisch document dat de bevrijdende traditie van ons volk bevestigt" en door op te roepen die te verdedigen, "alsmede het grondgebied en zijn natuurlijke grondstoffen". Het radicalisme beperkt zich tot de verdediging van de nationalistische ideologie, die puur vergif is voor de arbeiders. De oproep bevat bovendien een regelrecht vervalsing van het proletarisch internationalisme wanneer ze de noodzaak uitroept van "het smeden van banden van samenwerking, solidariteit en broederschap met alle volkeren van de aarde voor de opbouw van een rechtvaardige, vrij en democratische maatschappij, een echte menselijke samenleving"... door de strijd voor de "democratisering van de VN"!

De oprichting van de APPO was geen stap vooruit voor de beweging van de arbeiders, ze is integendeel verbonden aan de verplettering van hun onvrede. De APPO heeft zich ontpopt tot een echte ‘dwangbuis’ om de proletarische strijdwil aan banden te leggen. De stalinistische, maoïstische en trotskistische groepen en de vakbonden die er deel van uitmaken hebben de moed en de uitdrukkingen van solidariteit van de arbeidersklasse van hun ware aard kunnen ontdoen door er een oriëntatie en een actie aan op te leggen die mijlenver verwijderd is van de belangen van de arbeiders en van de andere uitgebuiten. De vergelijkingen die de APPO durft te maken tussen haar structuur en die van de sovjets, hun pretentie dat ze een ‘embryo van arbeidersmacht’ zijn, dat alles zijn allemaal beledigingen aan het adres van de arbeidersbeweging.

De authentieke proletarische organisatie onderscheidt zich hierin, dat de doeleinden die ze zich stelt direct verbonden zijn aan haar klassebelangen, dat wil zeggen aan de verdediging van haar levensvoorwaarden. Ze stelt zich niet tot doel de ‘nationale economie’ te verdedigen, de verstaatste economie of de democratisering van het systeem dat haar uitbuit. Ze streeft  vóór alles  haar politieke onafhankelijkheid te verdedigen tegenover de heersende klasse, een onafhankelijkheid die haar in staat stelt haar strijd te voeren tegen het kapitalisme.

In die zin houdt de eisenstrijd van de arbeiders de voorbereiding in van een radicale kritiek van de uitbuiting: ze drukken het verzet uit tegen de economische wetten van het kapitalisme en de radicalisering ervan opent de weg naar de revolutie. Dat zijn momenten die deel uit maken van de voorbereiding op de revolutionaire gevechten die het proletariaat zal moeten leveren, en in die zin zijn ze de kiemen van de revolutionaire strijd.

Het bewustzijn en de organisatie zijn de wapens van de arbeiders om de strijd aan te gaan met het kapitalisme

Als internationale en internationalistische klasse moet het proletariaat in alle landen zich de ervaringen van zijn  voorbije gevechten eigen maken en assimileren. Het is dus onmisbaar om de ontwikkeling van zijn bewustzijn aan te zwengelen dat het zich bijvoorbeeld de lessen eigen maakt van de mobilisatie die ontwikkeld werd door studenten en arbeiders in Frankrijk in het voorjaar 2006 tegen het Startbaancontract (CPE). De wezenlijke les van die beweging was haar organisatievermogen waardoor het voldoende controle over de strijd kon behouden om de gauchisten en vakbonden te verhinderen de beweging van haar centraal doel af te leiden, de strijd tegen de precariteit. De strijd die de arbeiders in Vigo (Spanje) in dezelfde periode  gevoerd hebben gaat in dezelfde zin met hun looneisen en de uitbreiding van de strijd via de controle over hun assemblees tegen de sabotage door de vakbonden.

De verdediging van hun levensvoorwaarden, de organisatorische zelfstandigheid en de massale overdenking die in deze bewegingen bereikt werden, zijn lessen voor het gehele proletariaat, lessen die het voorop zal moeten stellen om zijn toekomstige gevechten te ontwikkelen.

Gebaseerd op een artikel in Revolucion Mundial, orgaan van de IKS in Mexico / 18.11.2006

 

(1) Gouverneur van de Staat van Oaxaca, lid van de voormalige leidende partij van Mexico, de PRI, corrupt en clientelist.

 

OCL: Buitenwijkrellen of anti-CPE-beweging, welke strijdmethoden voor de toekomst?

De Franse OCL (Organisation Communiste Libertaire) publiceerde in haar maandblad Cou­rant Alternatif in de zomer van 2006 een lang dossier onder de veelbelovende titel: “De rellen in de voorsteden in het licht van de beweging tegen de CPE.” Er zijn weinig organisaties die vandaag nog terugblikken op de voorbeeldige strijd van afgelopen voorjaar. De beweging van de studenten in Frankrijk is nochtans een goudmijn voor het hele wereldproletariaat. Haar dynamiek en methoden vormen even zovele lessen voor de arbeidersklasse om overal de strijd in eigen handen te nemen. De rellen in de voorsteden willen begrijpen ‘in het licht van de beweging tegen de CPE’ is dus van het grootste belang. En de OCL stelt meteen de juiste vraag : “Het enorme elan van solidariteit waarvan begin 2006 de schoolgaande jeugd genoten heeft in haar beweging tegen de CPE [...] zet ertoe aan opnieuw na te denken over de socia­le revolte die vele volkswijken afgelopen herfst getroffen heeft [...] Waarom kon die re­volte op zo weinig sympathie rekenen bij de bevolking ?”

Maar voor deze libertaire organisatie is die mooie intentieverklaring niets meer dan een alibi om kolom na kolom op de de beweging van vorig voorjaar te spugen en zich laatdunkend over de strij­dende studenten uit te laten.

De rellen: een uitbarsting van haat zonder hoop of perspectief

In werkelijkheid buigt de OCL zich niet één keer over de rellen ‘in het licht van de be­weging tegen de CPE’ (Contrat de Première Embauche: het startbaancontract). Geen enkele keer probeert ze te begrijpen ‘in het licht’ van de Algemene Vergaderin­gen die voor alle arbeiders openstonden en van de verenigende ordewoorden van de strijd van de studenten, waarom het in brand zetten van de volkswijken slechts angst teweeggebracht heeft en het op zichzelf terugtrekken van de grote meerderheid van de arbeiders, waarom het slechts een versterking van de veiligheidspolitiek en de repres­siemaatregelen van de staat vergemakkelijkt heeft.

Terwijl ze zichzelf drapeert met valse radicaliteit geeft de OCL zich daarentegen over aan een lofzang op het geweld. Ze rechtvaardigt punt voor punt het in band steken van lijnbussen, van scholen, auto’s, sportzalen... om te bewijzen dat dit geen ‘doelloze da­den’ zijn, dat deze ‘doelwitten’ een revolte tonen tegen alles wat de jongeren van de buitenwijken dagelijks onderdrukt. Als bewijs geeft ze ons mee: “Waarom personen­auto’s vernielen [...] ? Omdat wanneer 1/3 tot 2/3 van de huishoudens in sommige wij­ken geen geld hebben om er een te kopen, het bezit van een auto, net als het hebben van een vaste baan, voor sommige jongeren iets van de bevoorrechten is.”  Nee, pre­cies zijn buurman aanvallen omdat hij iets minder in de ellende zit, dat is wel de anti­these van proletarische strijd. De woede van die jonge relschoppers is natuurlijk te­recht, hun leven vandaag en morgen is ondraaglijk en onaanvaardbaar, maar meege­sleurd door de woede van de wanhoop en het ‘no future’ kunnen ze zich slechts uitdruk­ken op het verrotte terrein van haat en vernieling.

Hun rellen konden niet uitmonden op enige solidariteitsbeweging in de arbei­dersklasse. Ook al konden vele arbeiders de woede van die jonge uitgeslotenen ‘begrij­pen’, dan nog waren ze er de eerste slachtoffers van. Op geen enkel moment konden ze zich herkennen in dergelijke methoden die inderdaad niet tot de klassenstrijd behoren.

De studenten zijn niet in de val getrapt van het geweld van de rellen

Daarom heeft de staat tijdens de beweging tegen de CPE de ene provocatie na de ande­re gelanceerd, in de hoop de studenten op hun beurt mee te trekken in de impasse van gewelddadige rellen. De bedoeling was duidelijk : het “immense elan van solidariteit” moest gebroken worden, de dynamiek van de ontwikkeling van eenheid en vertrouwen in het proletariaat moest gebroken worden door de jonge betogers af te schilderen als relschoppers om zo de arbeiders, die zich in steeds grotere aantallen bij de betogingen aansloten, schrik aan te jagen. Begin maart werd de Sorbonne door tot de tanden gewapende CRS-oproerpolitie belegerd, waardoor in het Quartier Latin een sfeer van stadsoorlog geschapen werd. De studenten zaten in de val, weigerden op te geven, en zaten zonder water en eten. Alles werd in het werk gesteld om ze te doen buigen en confrontaties uit te lokken. Maar de studenten hebben niet toegegeven. Op 16 maart is het hetzelfde liedje: de regering, met de medeplichtigheid van de vakbonden waarmee over de route van de betogingen onderhandeld wordt, zetten een ware muizenval uit voor de Parijse betogers die aan het einde van het parcours ingesloten worden door de politie. Maar opnieuw trappen ze niet in de val van de opwinding over een gespierde confrontatie. En opnieuw geven de media een compleet vertekend beeld van wat zich op deze dag afgespeeld heeft door de camera's alleen te richten op enkele honderden jongeren uit de voorsteden die zich in de marge van de betoging overgeven aan stenengooien en ander zinloos geweld. Tenslotte is het op de 23e, met de zegen van de aanwezige politie, dat groepen jongeren zich tegen de betogers gekeerd hebben om hen te beroven of      om hen zonder reden af te rossen. Niet alleen in Frankrijk, maar wereldwijd probeert de bourgeoisie op deze wijze de aandacht van de arbeidersklasse te richten op het verrotte terrein van vernielingen en knokpartijen met de politie. In Groot-Britannië, in de Verenigde Staten... namen de nieuwsjagers alleen nog maar het woord ‘riots’ (rellen) in de mond.

In het licht van deze feiten zijn de stellingnamen van de OCL ronduit walgelijk. Voor haar is het enige positieve dat we uit de beweging tegen het CPE moeten onthouden juist die vernietigingsdrang: “Een actieve minderheid heeft zich ingezet om de beweging te ra­dicaliseren, zowel door gewelddadige acties in de marge van de betogingen als met wilde bezettingen.” De OCL stelt verder: “Een geradicaliseerde minderheid van stu­denten of revolutionaire militanten toonde zich vastbesloten om het uit te vechten met de politie en om etalageruiten en andere symbolen van de consumptiemaatschappij te vernietigen.” En deze ‘heldhaftige’ daden zouden een “samengaan in dezelfde geweld­dadige houding” moeten vertegenwoordigen met “degenen die uit de volkswijken ko­men.” Hier komt tenslotte het ware gezicht tevoorschijn van de solidariteit met de jon­geren uit de voorsteden waar de OCL zo de nadruk op legt: het navolgen van dezelfde rel­lenmethodes, heel de jeugd en alle arbeiders aanmoedigen om zich in die brandhaard en die strijd zonder vooruitzichten te gooien. De OCL doet dus niets anders dat het spelle­tje van de staat meespelen die ze zegt zo te haten. Precies die “minderheid van geradicaliseerde studenten” en die zogenaamd “revolutionaire militanten” heeft de bourgeoisie gebruikt om de beweging in diskrediet te brengen en er angst, wantrouwen en verdeeldheid in te zaaien.

De strijd van de studenten heeft de jongeren uit de volkswijken een perspectief geboden

Maar de OCL speelt niet alleen mee in het spel van de bourgeoisie, ze gaat nog verder door schaamteloos de strijd van de studenten af te kammen: “We begrijpen hier beter wat voor zware gevolgen het stopzetten van de mobilisatie tegen de CPE heeft gehad voor de jongeren uit de volkswijken: door op dat punt toe te geven, kreeg de regering de handen vrij om de rest van de wet over gelijke kansen en de CESEDA inzake immi­gratie onveranderd door te voeren.” Je moet maar durven! De onophoudelijke aanval­len die vandaag op de arbeidersklasse regenen zouden tenslotte vergemakkelijkt zijn door de strijd van het afgelopen voorjaar. Sterker nog: “De ‘zege’ van de beweging te­gen de CPE werd [...] gedeeltelijk behaald over de rug van de jongeren die onderaan de sociale ladder vastzitten, door voor anderen de kansen veilig te stellen om die te kunnen beklimmen.” De studenten zouden tenslotte niets anders zijn dan kleinburgers die vechten voor hun eigen portemonnee, om hun voorrechten te kunnen behouden, zonder zich te bekommeren om de andere arbeiders, en nog minder om de jongeren in de volkswijken. Het zouden slechts individuen zijn die “voor examens willen slagen om op te klimmen in de sociale hiërarchie.” Niets is minder waar! (1).

De realiteit is, integendeel, dat de studenten, bewust van de onzekerheid van hun huidi­ge en toekomstige situatie, zich in de arbeidersklasse hebben herkend. Ze hebben zich massaal in de strijd geworpen voor de toekomst van de HELE maatschappij, van alle generaties, van de werklozen en de precaire arbeiders, en dus ook om de jongeren uit de volkswijken een perspectief te bieden en hen de gelegenheid te geven om uit de wan­hoop te klimmen waarin het blinde geweld van november 2005 hen heeft geduwd. De faculteit Censier in Parijs heeft een ‘Vommissie Voorsteden’ opgericht, belast om te gaan praten met de jongeren uit de achtergestelde wijken, met name om hen uit te leg­gen dat de strijd van studenten en leerlingen ook in het belang is van de jongeren die in de wanhoop van de massale werkloosheid en de sociale uitsluiting gestort zijn. In de algemene vergaderingen werden regelmatig tussenkomsten gehoord als: “Door de CPE af te wijzen, vechten wij zowel voor ons als voor de minstbedeelden.” Het meest overtuigende bewijs is waarschijnlijk de eis van amnestie voor alle jongeren die ver­oordeeld werden gedurende de ‘hete herfst’ van 2005. In tegenstelling tot de leugens die de OCL verspreidt, heeft de kracht van de beweging tegen de CPE, het vermogen van de studenten om een gevoel van solidariteit mee te dragen in de strijd, een onmid­dellijk resultaat gehad, namelijk dat een grote meerderheid van de jongeren uit de voorsteden zich bij die strijd heeft aangesloten. Naarmate de strijd zich ontwikkelde, zijn de leerlingen van de lycea in de voorsteden zich in steeds grotere getale komen aansluiten bij de betogers, waardoor de afpersers en ander kleine misdadigers in de minderheid en in de marge bleven. Terwijl de rellen slechts een klein gedeelte van de jongeren in de hysterie van geweld konden meeslepen, terwijl de rest zich afgeschrikt opsloot, heeft de strijd van de studenten, haar methoden en doelstellingen, een an­dere manier om strijd te voeren en een perspectief geboden.

Omdat de strijd van de schoolgaande jeugd tegen de CPE zich de echte strijdmethoden van de arbeidersklasse heeft eigen gemaakt (met name de Algemene Vergaderingen, de verenigende ordewoorden en de straatbetogingen), heeft ze kunnen rekenen op de sym­pathie en solidariteit van een groeiend aantal proletariërs. Juist omdat de beweging te­gen de CPE niet steunde op vernielingen in arbeiderswijken, maar op solidariteit tussen de generaties, tussen alle sectoren van de arbeidersklasse, tegen de aanvallen van de bourgeoisie, heeft ze duizenden jongeren kunnen aantrekken die enkele maanden nog ten prooi waren aan wanhoop, en heeft deze beweging een sociale kracht kunnen opbouwen die in staat was om de regering terug te dringen.

Pavel / 19.11.06

(1) Het is dan ook uiterst komisch om in de conclusie van dit dossier te kunnen lezen: “In de eerste plaats moet worden getracht om een solidariteit tussen proletariërs te bewerkstelligen, door de aandacht te vestigen op het gemeenschappelijke lot van de kapitalistische uitbuiting en de precariteit die allen bedreigt (zonder na te kunnen la­ten er iets aan toe te voegen) ofschoon in verschillende mate.”

Plan Baker: De imperialistische politiek van de VS in het slop

De bourgeoisieën van de meest ontwikkelde landen, met inbegrip van de Verenigde Staten, hebben ieder uit imperialistisch eigenbelang het verschijnen van het plan Baker voor de Amerikaanse buitenlandse politiek toegejuicht. Het werd uitgewerkt door een studiegroep die bestond uit de Amerikaanse top-politici: conservatieven zowel als democraten. Na de gevoelige nederlaag van president Bush en zijn regering bij de verkiezingen voor de het huis van afgevaardigden en de senaat moest de Amerikaanse bourgeoisie wel reageren. Die nederlaag werd vooral veroorzaakt door de totale mislukking van de imperialistische politiek van de Verenigde Staten in Afghanistan en vooral in Irak. Het steeds verder vastlopen van haar leger in Irak, de totale afwezigheid van enig perspectief, en de hand over hand toenemende chaos zijn slechts uitingen van de versnelde aftakeling van de grootste wereldmacht. Nu ze is een volslagen impasse is geraakt werkt de Amerikaanse bourgeoisie al maandenlang zeer officieel aan een nieuwe koers die geloofwaardiger moet overkomen en de verdediging van haar imperialistische belangen beter dient. Dat was de reden voor de oprichting van een onderzoekscommissie voor Irak die, in het voetlicht van de media, zo juist haar verslag heeft uitgebracht.

Het Amerikaanse imperialisme kan zijn aftakeling in de imperialistische arena niet ongedaan maken. Dit plan omvat de hele imperialistische politiek van de Verenigde Staten aan. Het begint met de voor de hand liggende vaststelling dat de oorlogspolitiek in Irak geen schijn van kans maakt. Maar het gaat verder, het benadrukt de opkomst van grote druk van anti-Amerikaanse en anti-Israëlische politiek in heel het Nabije en Midden-Oosten. Het lijkt er op dat dit verslag ingaat tegen de politiek die de Verenigde Staten in dit deel van de wereld al jarenlang voeren. Het voorziet in een geleidelijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak en de massale versterking van het Iraakse leger dat onder de leiding zou moeten komen te staan van de eerste minister Noeri Kamal Al Malaki. Terwijl de bloedige aanslagen elkaar in steeds hoger tempo opvolgen, met een volslagen machteloze regering en een Amerikaans leger dat zich verschanst heeft in versterkte kampen, wordt onmiddellijk duidelijk wat een dergelijk voorstel is: onrealistisch, onuitvoerbaar en niet van deze wereld. Dat is zo overduidelijk dat men zich er in het plan Baker voor hoedt om de streefdatum voor de terugtrekking van de Amerikaanse troepen op te geven. Dat geldt ook voor de andere voorstellen die in dit rapport worden gedaan. Wat bij het lezen van het rapport eveneens opvalt zijn de voorstellen om de dialoog met Syrië en Iran officieel weer aan te gaan. Het verslag brengt dat nauwkeurig onder woorden: “Iran moet aanmoedigende voorstellen ontvangen, zoals herstel van de betrekkingen met de Verenigde Staten, en anderzijds afschrikkende om de vloed van wapens te stelpen die bestemd is voor de Iraakse milities. Het land moet geïntegreerd worden in de Studiegroep omtrent Irak.” (Courier International, 14 december 2006). Dit voorstel van het rapport is zo onrealistisch dat het duidelijk de totale impasse aantoont waarin de Verenigde Staten zich in Irak bevinden. En het is nog erger, ze zijn steeds minder in staat om de toenemende aanmatigingen van Syrië en Iran te temperen. De onmogelijkheid van het Amerikaanse leger om de toestand in Irak te beheersen drijft de Amerikaanse bourgeoisie er zelfs toe om in overweging te nemen Iran te betrekken in een poging om de Iraakse chaos te beheersen. Deze alternatieve politiek kan op niets anders uitlopen dan op toenemende eisen van Iran, op het vlak van de ontwikkeling van een kernwapen, maar ook strategisch, in het gehele Nabije en Midden-Oosten. Dergelijke eisen en stappen vooruit van het Iranese imperialisme zijn noch voor Israël, noch de verenigde Staten zelf aanvaardbaar. Het is hoogst waarschijnlijk dat in de komende maanden de toon van de Amerikaanse redevoeringen voor wat betreft de internationale betrekkingen gematigder zal worden en zal oproepen tot meer ‘internationale samenwerking’ in wat de bourgeoisie de strijd tegen het internationale terrorisme noemt. In het weinig waarschijnlijke geval dat dit slaagt zal de chaos zich over het gehele Nabije en Midden-Oosten uitbreiden. De toon is trouwens al gezet met de verklaring van de koning van Saoedie-Arabië, Abdallah aan de Amerikaanse vice-president Dich Cheney, bij zijn bezoek aan Riyad enkele weken geleden: “Saoedie-Arabië heeft de regering Bush laten weten dat in het geval van terugtrekking van Amerikaanse troepen het koninkrijk financiële steun zou kunnen gaan verlenen aan de Soennieten in Irak in om het even welk conflict waarin zij tegenover de Sjiieten zouden staan.” (Courier International, 13 december 2006). In Irak staan de Verenigde Staten met de rug tegen de muur. Geen van de voorgestelde mogelijkheden op militair vlak is bevredigend voor het Amerikaanse imperialisme. De toenemende betwisting van de Amerikaanse oppermacht niet alleen door Iran, maar tevens door imperialistische landen als Frankrijk, Duitsland en zelfs Rusland, kan de Verenigde Staten in de toekomst enkel drijven tot een steeds moorddadigere en barbaarsere vlucht vooruit, ongeacht de ontwikkeling van hun politiek in Irak. Dit kapitalisme in volle ontbinding zal ons nog veel meer vernietigende en irrationele militaire ingrepen voorschotelen.

Rossi

Wereldrevolutie, nr. 111 - mei-augustus 2007

Airbus, Alcatel,...: De vakbonden saboteren de arbeidersstrijd

Afdankingen, afschaffingen van betrekkingen, sluiting van bedrijven, precarisering, de­localisaties… Steeds meer loontrekkers ondergaan deze verschrikkelijke werkelijk­heid van de versnelling van de kapitalistische crisis. Het zijn dezelfde aanvallen, in Eu­ropa voor de groep EADS-Airbus, bij Alcatel-Lucent, Volkswagen, Deutsche Tele­kom, Bayer, Nestlé, Thyssen Krupp, IBM, Delphi… Net als op het Amerikaanse conti­nent, met Boeing, Ford, General Motors, Chrysler. Alleen al in de privé-sector in Frankrijk zijn er in 2006 officieel 10.000 arbeidsplaatsen gesneuveld en er staan nog eens 30.000 op de helling tot het eind van 2008. Deze plannen, die voortaan op wereld­schaal gemaakt wor­den, zijn steeds omvangrijker en treffen niet alleen meer de secto­ren die niet meer mee kunnen of ver­ouderd zijn, maar ook speerpuntsectoren zoals de luchtvaart, de informatica, de elektronica… Ze treffen niet alleen de kleine en middel­grote bedrijven maar breiden zich uit tot de grote groepsleiders van de industrie en hun onderaannemers. Ze beper­ken zich niet langer tot arbeiders aan de productielijnen maar nemen ook ingeni­eurs, commerciële kaders, de sectoren van het onderzoek in het vi­zier.
Elke staat, elke leider van een bedrijf weet heel goed dat deze toestand er toe leidt dat alle loontrekkers, van de privé zowel als van de openbare sector waar proletariërs pre­cies hetzelfde lot ondergaan, zich steeds meer prangende vragen stellen over de toe­komst die hun te wachten staat, en nog meer over de toekomst van hun kinderen. Het blijkt steeds dui­delijker dat de loontrekkers van alle landen in dezelfde lekkende boot zitten. In deze niet eerder geziene context gaat de eerste zorg van de bourgeoisie er niet slechts naar uit om te proberen de meest gapende lekken in haar systeem te dichten maar ook om tijd te winnen, om te verhinderen dat de proletariërs zich bewust worden van deze wer­kelijkheid.
Dat is de reden waarom de vakbonden, die binnen het staatsapparaat de specifieke rol vervullen om de arbeidersklasse in te kapselen en te controleren, overal het voortouw nemen en het sociale terrein bezetten om het gras voor de voeten weg te maaien van ie­dere poging tot een verenigende mobilisatie van de arbeiders tegen deze massale en frontale aanvallen. Hun wezenlijke taak bestaat er vandaag uit om het initiatief te ne­men bij de strijd, om de aanvallen te laten slagen door de onderlinge concurrentie en ver­deeldheid tussen de arbeiders in stand te houden, per werkplaats, per locatie, per be­drijf, per sector, per land.

Het ‘Airbusmodel’ van de vakbondssabotage

De vakbonden, de regering, de directie, heel de politieke klasse en de media hebben de aandacht toegespitst op de 10.000 arbeidsplaatsen die verloren gingen bij Airbus (dat tot dan toe voorgesteld werd als een ‘paradepaardje’) waar zij de manoeuvres hebben vermenigvuldigd om de verdeeldheid te organiseren onder de arbeiders, om hun woede te verbrokkelen en hun strijdbaarheid te laten verdampen.
Om te beginnen wilden de vakbonden doen geloven dat ze niet op de hoogte waren van wat er op touw gezet werd, dat ze de werkgelegenheid en de belangen van de arbeiders zouden verdedigen. En dat terwijl ze gedurende maanden volledig betrokken waren bij het fameuze plan Power 8. In feite had de directie daarvoor een ‘stuurcommissie’ in het leven geroepen dat gevormd werd door de HRM (directie van de Personeels­dienst) en de vakbonden. Dit had juist tot doel om “zich voor te bereiden op elke socia­le impact die haar maatregelen zouden kunnen hebben” (volgens een interne directie­nota van het bedrijf van Toulouse-Blagnac). De vakbonden hebben overal dezelfde taal gehan­teerd, die van het minimaliseren van de aanval toen die werd voorbereid, en door de leugens van de directie en de betrokken staten volledig voor hun rekening te nemen. Vervolgens hebben ze de arbeiders van Méaulte, die twee dagen vóór de officiële aankondiging van het plan Power 8 spontaan in staking waren gegaan, het werk doen heropnemen. Zij beweerden dat de fabriek niet zou worden verkocht, terwijl de directie tezelfdertijd liet weten dat geen enkele beslissing over dit onderwerp was aangehouden.
Naar gelang de bijzondere situatie van iedere fabriek hebben de vak­bonden de verdeeldheid georganiseerd, zoals in Toulouse: tussen de getroffen en de ge­spaarde sectoren. Sterker nog, gedurende maanden hebben ze er op gehamerd dat als Airbus in een dergelijke situatie terecht is gekomen dat ‘de schuld is van de Duitsers’. In Duitsland was het al net zo: ‘het is de schuld van de Fransen’. De vakbonden heb­ben niet opgehouden met het ophitsen van het ‘economisch patriottisme’. In een pam­flet van 7 maart dat mede ondertekend was door FO-Metaal (vakbond met ruime meer­derheid in Toulouse), de CFE-CGC (vakbond van de kaders) en de CFTC, verklaarden zij bijvoorbeeld: “Het belang van de Franse, lokale en regionale economie staat op het spel [...] Laten wij gemobiliseerd blijven [...] om Airbus te verdedigen, onze belangen, ons arbeidsinstrument, onze competenties en onze kennis ten dienste van de hele loka­le, regionale en nationale economie”. Deze weerzinwekkende propaganda duwde de ar­beiders in de richting van de concurrentielogica van het kapitaal. Dat was ook al aan­wezig tijdens een mobilisatie van de vakbonden uit de verschillenden landen van Euro­pa waar de bedrijven van Airbus zijn ingeplant: “Laten wij samen ons arbeidsinstru­ment verdedigen, als loontrekkers van Airbus, als onderaannemers van alle bedrijven van Airbus in Europa” (gemeenschappelijk pamflet van de vakbonden op 5 februari 2007).
Na de betogingen van 6 maart, hebben ze een Europees antwoord voor 16 maart voor­gespiegeld en kondigden ze een grote betoging aan in Brussel, om deze vervolgens drie dagen tevoren af te gelasten en te vervangen door betogingen die nog altijd werden aangekondigd als ‘een Europese mobilisatiedag’, maar die beperkt bleven tot de arbei­ders van Airbus, versplinterd over de verschillende lokale bedrijven. En de kers op de taart was te zien in Toulouse waar de vakbonden de arbeiders bij de in­gang van de fa­briek oppikten en in volgepropte bussen afvoerden naar een totaal verla­ten verzamel­punt. Vervolgens lieten ze hen tot aan het kantoor van Blagnac marcheren waar ze wer­den opgewacht door een zee van tv-camera’s die ‘de gebeurtenis’ helemaal in de kijker zetten. Zodra ze daar waren aangekomen werden ze andermaal in de bussen gestouwd op weg naar de fabriek om het werk te hervatten (1).
Net zoals het geheel van de bourgeoisie hielden de vakbonden er niet aan vast om, in de context van aanvallen van alle kanten, een brede mobilisatie te zien van arbeiders op een Europese schaal, waarbij de arbeiders zouden samenkomen, elkaar ontmoeten, met elkaar discussiëren en hun ervaringen uitwisselen. Temeer omdat de aanvallen de pan uitrijzen: meer dan 6.000 arbeidersplaatsen bij Bayer en verlenging van de duur voor het afdragen van pensioenpremies op 67 jaar in Duitsland, het opzetten van een nieuwe aanval tegen de gezondheidssector in Groot-Brittannië, duizenden ontslagen bij Gevaert, Volkswa­gen en GM in België.

De vakbonden knappen overal hetzelfde vuile werk op

Er was voor de vakbonden evenmin sprake van dat de betoging in Parijs van de loon­trekkers van Alcatel-Lucent tezelfdertijd zou plaatsvinden. Deze ging in tegen het her­structureringsplan van de groep die 12.500 arbeidsplaatsen gaat kosten, waarvan ten minste 3.200 in Europa tegen 2008. Ze werd voorgesteld als een Europese eenheids-betoging maar er kwamen slechts 4.000 man opdagen. Ze waren afkomstig van alle ge­troffen Franse bedrijven, in het bijzonder uit Bretagne, maar ook uit de buurlanden, met uitsluitend symbolische vakbondsafvaardigingen van Spanje, Duitsland, Nederland, België en Italië. En die werden dan bedolven onder een woud van… Bretonse vlaggen op marsmuziek van de Bretonse doedelzak! In een reeks kleinere stakingen zoals bij Peugeot-Aulnay hebben de vakbonden de arbeiders meegesleurd in een lange uitputtingsslag rond loonsverhogingen. Terwijl in de Renaultfabriek van Le Mans, 150 arbeiders door de CGT werden meegesleurd in een staking die heel erg beperkt bleef, rond een nieuw flexibiliteitcontract dat door de andere vakbonden was goedgekeurd. Wanneer men weet dat zowel PSA als Renault op hun beurt binnenkort ontslagplannen bekend zullen maken, merkt men dat het werkelijke doel van deze vakbondsstakingen en -acties is om de arbeidersstrijdbaarheid af te matten om deze aanvallen er gemakkelijker door te drukken. Dat was net zo bij de zoveelste actiedag, waartoe de leerkrachten op 20 maart werden opgeroepen. Ook daar was het doel hen uit te putten om hen vervolgens gemakkelijker alle aanvallen op te leggen waarvan zij het doelwit zijn.

De arbeiders hebben geen enkel gemeenschappelijk belang te verdedigen met hun bourgeoisie. In tegendeel, de toestand dwingt hen er toe, te erkennen wat hun gemeenschappelijke belangen zijn tegenover dezelfde (massale en gelijktijdige) aanvallen waar­mee ze overal geconfronteerd worden. Een dergelijke situatie begunstigt de ontwikkeling van in-vraag-stelling en nadenken. Daaruit vloeien op hun beurt, op steeds duidelij­ker wijze, de behoeften voort aan uitbreiding van de strijd, aan eenheid en solidariteit in de schoot van het proletariaat. Deze vormen de sleutel van de toekomstige strijd. Zelfs indien de vakbonden er op dit ogenblik in slagen om zonder zichtbare hindernis­sen hun sabotage-, verdeel- , isolerings- en opsluitingsmanoeuvres van de proletariërs door te drukken, zijn ze er toe gedwongen worden om zich steeds openlijker ongeloof­waardig te maken in de ogen van de arbeidersklasse. Het is vandaag dat de voorwaar­den rijpen die het morgen de strijdende arbeiders mogelijk ma­ken om samen te discus­siëren, bij elkaar te komen, om hun ervaringen uit te wisselen, om zich buiten de vak­bonden om en over de nationale grenzen heen te organiseren.

Wim / 24.03.2007
 
(1) De volgende dag titelde Libération van 17 maart: “Ongeziene radicalisering tegen de directie van vliegtuigbouwer Airbus: de loontrekkers van alle lan­den hebben zich verenigd”.
 

Confrontaties tussen Hamas en Fatah: De trotskistische organisaties steunen bloeddorstige burgerlijke klieken

Sinds enkele tientallen jaren ondersteunen de verschillende ultralinkse organisaties, en dan vooral de trotskistische, ‘de gerechtvaardigde strijd van het Palestijnse volk’ tegen ‘het Amerikaanse imperialisme’ in naam van de ‘nationale bevrijdingsstrijd’. Momenteel worden de Palestijnse gebieden in volledige chaos gestort door onderlinge strijd. Sinds de president van de Palestijnse Autoriteit op 16 december vervroegde presidentiële en parlementaire verkiezingen aankondigde vonden in Gaza gewapende confrontaties plaats tussen rivaliserende fracties, enerzijds de islamisten van Hamas die de regering vormen en anderzijds Fatah van president Mahmoud Abbas. De confrontaties zijn bloedig: straatgevechten, aanslagen met bomauto’s, herhaaldelijk ontvoeringen. Het vereffenen van hun onderlinge rekeningen zaait dood en terroriseert de bevolking van de Gazastrook, die al te gronde is gericht is door de armoede.
Wat vinden trotskistische organisaties zoals Lutte Ouvrière (LO) of de Ligue Communiste Révolutionnaire (LCR) van een dergelijke ontketening van geweld en barbarij?

Hoe LO en de LCR de moordende klieken ondersteunen

Onveranderd wijzen LO en de LCR met de vinger naar diegenen die volgens hen als enigen schuldig zijn: de Verenigde Staten en de ‘zionistische staat Israël’. LO verklaart in een artikel in zijn weekblad van 6 oktober:  “Chaos en confrontaties zijn het onmiddellijke gevolg van de financiële sancties die door de Europese Unie, de regering van de Verenigde Staten en die van Israël werden opgelegd” en ook: “Het zijn wel degelijk Israël en zijn westerse meesters die verantwoordelijk zijn voor de rampzalige toestand waarin de Palestijnen verkeren” (LO, nr. 2003, 22 december 2006). Het imperialisme is onlosmakelijk verbonden aan het leven van iedere burgerlijke nationalistische fractie en komt tot uiting in een strijd ter verdediging van het nationaal kapitaal tegen alle concurrerende staten, van de grootste tot de kleinste. Er dient aangestipt te worden (tot ongenoegen van de trotskistische groepen) dat, wanneer Fatah kan rekenen op de steun van Israël, Verenigde Staten en de Europese Unie en Hamas financieel gesteund en bewapend wordt door Iran en Syrië, dat juist komt door het bestaan van Palestijnse burgerlijke klieken.
Door zogenaamd ‘alle Palestijnen’ te ondersteunen, moedigt LO de arbeidersklasse in feite aan om zich te scharen achter de burgerlijke klieken en zich te laten ronselen als kanonnenvlees voor de verdediging van het Palestijnse vaderland. Dat is wat deze organisatie, net als het geheel van de trotskistische groepen, altijd doet en ook enkel de politiek van bepaalde landen, van bepaalde staten, als imperialistisch aanduidt.
Wat de LCR betreft, die steekt het evenmin onder stoelen of banken door luid en duidelijk haar directe steun te betuigen niet aan het ‘Palestijnse volk’ in het algemeen, maar direct aan de een of andere fractie of militie. Daags na de verkiezingen waarbij Hamas als overwinnaar uit de bus kwam, verklaarde een communiqué van de LCR van 26 januari 2006: “Fundamenteel dragen de Israëlische regeringen, en die van Sharon op kop, en de Verenigde Staten een grote verantwoordelijkheid  in wat sommigen een ‘politieke aardverschuiving’ noemen. Deze gespierde politiek van Bush en Sharon heeft de leiders van de Fatah parten gespeeld en Hamas in de kaart gespeeld.” De trotskistische organisaties zijn gebrand op het voortdurend kiezen voor één van de aanwezige kampen in alle oorlogen, in ieder conflict. En die politiek wordt hier ronduit belachelijk. Zo hebben we kunnen meemaken hoe bij de LCR de steun geleidelijk aan verschoof van Fatah naar Hamas: “De Verenigde Staten en Israël proberen de president van de Palestijnse Autoriteit te versterken [...] om de regering van Hamas te verzwakken, die massaal verkozen is en gesteund wordt door de meerderheid van de Palestijnen” of nog meer onomwonden: “Dat is de achtergrond van de bloedige botsingen van de laatste weken in Gaza, tussen de militanten van Fatah en die van Hamas, en waarvoor Fatah de volledige verantwoordelijkheid draagt.” (door ons vet gedrukt).
Die windhaanpolitiek veroorzaakt ontreddering binnen de trotskistische stroming en daarvan getuigt het woedende gebekvecht op het forum van de ‘revolutionaire marxisten’ (http://forumtrots.agorasystem.com/lcr) dat onderhands onderhouden en gecontroleerd wordt door de LCR. Terwijl de oorlog tussen de Palestijnse fracties voortwoekert, gaat het er haar om voor één van deze fracties te kiezen, opdat het Palestijnse volk, in slijk en bloed, eindelijk de weg van haar ‘nationale bevrijding’ kan inslaan. Sommigen willen Fatah ondersteunen, dat progressief zou zijn. Anderen willen daarentegen, om dezelfde redenen, Hamas ondersteunen.
Een kleine bloemlezing, de één stelt “Eén van de fracties is burgerlijk nationalistisch en de andere vertegenwoordigt het groene fascisme. Ik verkies Fatah!” Een ander antwoordt hem: “Wat wij in deze crisis duidelijk kunnen merken is dat Fatah toch een drempel heeft overschreden als hulptroep van het imperialisme door de regering van Hamas te veroordelen […] en door naar alle middelen te grijpen om die te destabiliseren.” Een derde drukt zich als volgt uit: “Hamas verdedigt noch de bourgeoisie noch het fascisme maar een feodaal systeem gestoeld op het religieuze obscurantisme terwijl Fatah, nationalistisch en niet-confessioneel […] een zelfstandige staat verdedigt die geleid wordt door een nationale bourgeoisie […]. Ik kies voor de PLFP.” Nog een andere trotskistische sympathisant doet er nog een schepje bovenop: “Zelfs indien de PLFP de Hamas zou ondersteunen?” Antwoord van de voorafige: “Bij afwezigheid van een marxistische en revolutionaire organisatie die in staat zou zijn om een gewicht in de schaal te werpen bij de huidige gebeurtenissen, betuig ik mijn kritische steun aan wie ik kan! En dus aan de PLFP in dit geval…”. In naam van de democratie laat de LCR deze argumenten op een cynische manier onbeantwoord. En met reden, de wanklank van het debat is niets meer dan de weerspiegeling van de eigen innerlijke tegenspraken.

Het proletarisch internationalisme tegen het burgerlijk nationalisme

LO en de LCR vermijden zorgvuldig om de vraag te stellen: wáár stelt zich de verdediging van de belangen van de arbeidersklasse, in Palestina, in Israël of elders in de wereld? De wrede uitbuiting van de arbeidersklasse door de Palestijnse en Israëlische bourgeoisie is als bij toverslag verdwenen. De “verdediging van het Palestijnse vaderland, in naam van de gerechtvaardigde rechten van de Palestijnen” wordt er als slogan ingehamerd om de arbeidersklasse te ronselen voor het inter-imperialistische wespennest. Zo verspreiden de trotskistische broeinesten het ergste nationalistische gif in het bewustzijn van de arbeiders. Iedere bourgeoisie, Palestijns of Israëlisch, roept de arbeiders die op hun grondgebied wonen er toe op om deel te nemen aan de oorlog. Enerzijds moet er gestreden worden voor “de gerechtvaardigde zaak van het Palestijnse volk” en anderzijds zou men “Israël moeten verdedigen tegen de dreiging van het fanatisme van de Arabische moslimwereld.” Wat zijn de gevolgen van een dergelijk standpunt zowel voor de arbeiders die in Palestina leven als in Israël? Wat moet de houding zijn van de arbeiders overal ter wereld ten opzichte van dit conflict? Deze vragen en de antwoorden die er op komen zijn niet van bijkomstig belang voor de arbeidersklasse, integendeel, zij zijn van levensbelang voor de ontwikkeling van de klassenstrijd en het proletarische bewustzijn.
Overal hebben de arbeiders dezelfde belangen te verdedigen, tegen dezelfde klasse van uitbuiters. Dat betekent slechts één ding voor de arbeidersklasse: tegenover de imperialistische en nationale oorlogen van de bourgeoisie kan het proletariaat enkel zijn klassenoorlog stellen en zijn internationale eenheid. Rosa Luxemburg, een van de grootste persoonlijkheden van het revolutionaire proletariaat, beklemtoonde dit bijna een eeuw geleden al luid en duidelijk: “In het tijdperk van het ontketende imperialisme kan er geen nationale oorlog meer zijn. De nationale belangen zijn niets anders dan een misleiding die tot doel heeft om de werkende volksmassa’s in dienste te stellen van hun doodsvijand: het imperialisme” (1). Onder het mom van een gerust geweten en in naam van de verdediging van een Palestijns vaderland waar de rechten van het volk gerespecteerd zouden worden, zien we met welk vuil werk organisaties als LO en de LCR zich bezighouden. Erger nog! Wanneer zij geconfronteerd worden met organisaties die op een werkelijke en concrete wijze het proletarisch internationalisme verdedigen, behandelen zij die als ‘onverschilligen’. Het enig mogelijke marxistische en revolutionaire standpunt is dat wat gesteld werd door een aanhanger van de standpunten van het Links Kommunisme, die het woord nam op het trotskistische Forum: “Wat er in Gaza gebeurt toont eens te meer aan wat de nationalistische ideologie voor de arbeidersklasse betekent. Wanneer de arbeidersklasse vergiftigd is door deze ideologie wordt deze er telkens toe gebracht om elkaar onderling uit te moorden voor belangen die niet de hunne zijn. Dat hebben we gezien in 1914 tijdens de Eerste Wereldoorlog, tijdens de conflicten tussen het Oostblok en het Westen. Nu weer met de ontwrichting van de Palestijnse Autoriteit worden de Palestijnse arbeiders er toe gebracht om elkaar af te maken in naam van het feit dat het ene of het andere kamp progressief zou zijn. En dat terwijl alle aanwezige kampen een nationale zaak verdedigen die niet het terrein is van de arbeidersklasse.  Tegenover een dergelijke toestand moet eens te meer de oorlogskreet van de arbeidersklasse worden aangeheven: proletariërs hebben geen vaderland!”

Tino / 22.01.2007    

(1) Stellingen over de internationale democratie.

De verdieping van de crisis onthult het bankroet van het kapitalisme

Als we de bourgeoisie zouden geloven, die van rechts en die van links, dan zou het kapitalisme gezond en in volle groei zijn. Het ongelooflijk dynamisme van de Chinese economie zou daar het onweerlegbaar bewijs van zijn. Werkloosheid? Ontslagen bij de vleet? Toenemende verarming? Dat zou enkel het gevolg zijn van uitwassen, de fout van winstgeile leiders zonder scrupules. Met wat minder liberalisme en wat meer staat zou alles nog beter gaan in de best mogelijke van alle werelden. Dit alles is één grote leugen. In werkelijkheid  is het kapitalisme een systeem in doodsnood en maakt zijn economische wereldcrisis momenteel een nieuwe versnelling door. Wat voor toekomst heeft de heersende klasse voor ons in petto, voor een arbeidersklasse die al een voortdurende aftakeling van haar bestaansvoorwaarden ondergaat?

De beurscrisis wijst op een versnelling van de economische crisis

Op dinsdag 27 februari onderging de beurs van Sjanghai in China in enkele uren een plotse daling van 8,8%, en sleurde daarbij de beurzen van de hele wereld in haar kielzog mee. In New York bijvoorbeeld ging Wall Street er 3,5% op achteruit, de grootste daling in vijf jaar.
Hoe kon de marktdaling in Sjanghai een golf van aandelenverkopen teweegbrengen die de hele wereld troffen, terwijl de specialisten dag na dag opscheppen over de goede gezondheid van de beursmarkten? In feite hebben de records die de beursindexen de laatste jaren bereiken geen andere basis dan speculatie. Overal, in alle sectoren en alle landen, worden investeerders met hetzelfde probleem geconfronteerd: overproductie. Zo is speculatie het enige middel geworden om winst te maken. In het grote casino van de virtuele economie is het doel van het spel aandelen te kopen in de hoop die op het juiste moment duur te verkopen. Maar bij het minste slechte nieuws steekt een wind van paniek op. Iedereen wil tegelijk verkopen, wetende dat het merendeel van die aandelen in werkelijkheid niets vertegenwoordigt, geen fabriek, geen goederen. De kleine oprisping in Sjanghai geeft aan wat voor stormen er in de toekomst kunnen opsteken.

De Chinese economie: een reus op lemen voeten

Het inzakken van de beurs van Sjanghai is voor een deel verbonden met wat de economisten de verhitting van de Chinese economie noemen. Teveel investeringen, overcapaciteit inzake productie, grote schuldenlast: de Chinese economie is compleet uit balans en stevent steeds duidelijker af op een bijzonder brutale recessie. Natuurlijk, enkele jaren geleden kende de Chinese economie nog een zeer hoge groeivoet en een versnelde industriële ontwikkeling. In 2006 bereikte die groei zelfs 10,7%. Maar de arbeiders in dit land, die leven en werken in echte industriële strafkampen, ondervinden aan den lijve wat die expansie betekent. In werkelijkheid draait die rond twee pijlers die een kritisch breukpunt bereiken. De eerste pijler is de schuldenlast. De schuld van China groeit dubbel zo snel als zijn Bruto Nationaal Produkt! Zijn banksysteem zit opgescheept met 50% ongedekte schulden! De tweede pijler is de noodzaak voor China om een groeiend deel van zijn waren af te zetten op de Amerikaanse markt, terwijl die, op de rand van de recessie, serieus aan het krimpen is. De binnenlandse Chinese markt is inderdaad zeer zwak en kan wat het land produceert geenszins opnemen. Zijn economie is dus compleet afhankelijk van de uitvoer. En de tijd dat de Amerikaanse economie de wereldeconomie vooruittrok loopt ten einde, zonder dat een ander land in staat is het voortouw over te nemen.
De Chinese eerste minister, Wen Jiabao, die het grote gevaar van overproductie beseft, heeft onlangs verklaard dat de regering de groei in 2007 tot 8% zal beperken. Dat zal gaan via een verstrakken van het monetaire beleid. Geld lenen zal duurder worden. Duidelijk gezegd: in het vervolg zal het moeilijker worden te investeren om te vermijden dat de economie buiten proporties op hol slaat!

De Verenigde Staten zakken weg in de recessie

Gedurende die zwarte week van de beurzen over de wereld was de Amerikaanse staatssecretaris van de schatkist, Hank Paulson, op rondreis door Azië. Hij moest de Chinese staat overtuigen van de stevigheid van de Amerikaanse economie, door als een echte praatjesmaker de ernst van de vastgoedcrisis en de monetaire en financiële risico's te bagateliseren. Een belangrijk deel van de Chinese economie wordt inderdaad gevoed met massale Amerikaanse tegoeden en deviezen, dollars die China deels opnieuw in de Verenigde Staten investeert en die dienen om de groei van het Amerikaans tekort te beperken. Om al die redenen worden beide economieën geconfronteerd met een verschrikkelijke tegenstelling: ze worden gedwongen een hardnekkige oorlog te voeren en tegelijk zijn ze uiterst afhankelijk van elkaar geworden, waarbij de recessie van de één de recessie van de ander veroorzaakt. En vandaag zijn beide inderdaad aan het wegzakken.
A. Greenspan, de voormalige grote goeroe van het Amerikaanse financieel beleid, erkent zeer officieel de mogelijkheid van een recessie in 2007 in de Verenigde Staten. De meest zichtbare en onmiddellijke reden voor die vertraging is zonder twijfel dat de vastgoed ballon van dit land aan het ontploffen is. De prijzen in die activiteitssector zijn al met een kwart gedaald, en dat is nog maar een begin. Sommige economisten schatten dat die markt met 40% overschat is. De correctie zou kunnen neerkomen op 6000 miljard dollar, dat is zowal één derde van het Amerikaans Bruto Binnenlands Produkt! De vastgoedcrisis slaat nu over naar Groot-Brittannië: "Dit is slecht nieuws dat kan alarmeren. Kensington, leider inzake riskant vastgoedkrediet in Groot-Brittannië, heeft op vrijdag 23 maart toegegeven 23%  van zijn aandeel verloren te hebben." (Le Monde, 24.03.07). Die haai van het krediet leent geld aan meer dan 15.000 gezinnen, die op hun beurt insolvent geacht worden.
De gevolgen voor de arbeidersklasse zullen verschrikkelijk zijn. In de Verenigde staten hadden de huishoudens de gewoonte aangenomen via hypothecair krediet geld te lenen naarmate de waarde van hun appartement toenam. De fenomenale stijging van de vastgoedprijzen in de laatste jaren gaf de arbeiders de indruk dat ze rijker geworden waren! Met tienduizenden zullen de huishoudens nu niet langer in staat zijn hun afbetalingen te voldoen, ze zijn letterlijk geruïneerd en kunnen op straat worden gezet. Erger nog: de vastgoedsector en de bouw zorgden voor 40% van de werkgelegenheid in de laatste drie jaar! De crisis in deze sector betekent dus dat tienduizenden arbeiders werkloos zullen worden. Die ladingen ontslagen komen bovenop die in de autosector die zwaar in de problemen is en aan de rand van het failliet staat. In zijn herstructureringsplan, dat van het vierde kwartaal 2005 tot het eerste kwartaal 2008 loopt, voorziet Ford koudweg de sluiting van 40% van zijn Noord-Amerikaanse vestigingen en het 'vertrek' van 50.000 van de 130.000 arbeiders. Eén van de laatste sectoren die nog overeind bleef aan de andere kant van de Atlantische oceaan, de dienstensector, deed dat vooral dankzij de groei van de activiteiten in de financiële sector. Ook deze sector gaat dus duistere dagen tegemoet met massale ontslagen.
Het binnenlands verbruik in de Verenigde Staten kan dus enkel verder en steeds sterker inkrimpen in de komende maanden. Het probleem voor de bourgeoisie is dat dit verbruik in de USA de voornaamste motor is waarop de wereldeconomie momenteel draait. Voor Europa, China, Japan, India... zal een groeiend deel van hun waren onverkoopbaar worden. De overproductie, bepalende factor van de wereldcrisis van het kapitalisme gaat nieuwe toppen scheren!

Een wereldeconomie op het punt bankroet te gaan

De besmetting van de economische wereldcrisis strekt zich vanzelfsprekend uit tot het monetaire front, en meer bepaald tot de dollar die in de komende maanden zal blijven dalen. De Verenigde Staten, die over alle redelijke grenzen heen in de schulden zitten (de Amerikaanse schuld bedraagt 7800 miljard dollar en stijgt met 1,64 miljard dollar per dag), zullen de buitenlandse kapitalen die de economie op de rand van de verstikking kwamen helpen, massaal zien wegvluchten. In Amerika is een gewelddadige daling van de groei nu onafwendbaar, die in haar kielzog een algemene recessie van de wereldeconomie zal veroorzaken. Niemand kan op dit ogenblik overzien met welke snelheid en diepgang deze nieuwe aardbeving het geheel van de economie zal treffen. Maar de gevolgen voor het proletariaat zijn niet moeilijk te raden. De arbeiders in India en China leven in omstandigheden die nog erger zijn dan die van hun klassenbroeders in Europa in de negentiende eeuw. Onder het juk van het wreedste aller uitbuitingen overleven de arbeiders er in ellende en ontbering. Geconfronteerd met het failliet van haar systeem en met de economische oorlog, werkt de bourgeoisie koudweg verder aan het exporteren van die wreedaardige uitbuitingsvoorwaarden naar het hart van het kapitalisme, naar de Verenigde Staten en West-Europa.
De enige toekomst die dit systeem voor ons in petto heeft, is die van steeds meer ellende. Geloven in een menselijker en beter beheerd kapitalisme is een luchtspiegeling, een utopie. Er is slechts één oplossing en die ligt in de handen van het proletariaat: een nieuwe wereld opbouwen, zonder klassen en zonder uitbuiting.

Tino / 28.03.07

Discussiebijeenkomst te Amsterdam: Debat over zelfbeheer en bedrijfsbezettingen

Op verzoek van één van de deelnemers aan onze bijeenkomsten werd het vraagstuk ‘zelfbeheer’ als één van de thema’s op de agenda geplaatst van de laatste discussiebijeenkomst. Hij bracht zelf een goed geargumenteerde inleiding waarin het probleem gesteld werd vanuit het standpunt van zijn ‘nut voor de arbeidersstrijd in het algemeen en het bewustzijn in het bijzonder’. Zijn betoog luidde in het kort als volgt:
“In het platform van de IKS wordt het vraagstuk te kort afgedaan: “alle politieke standpunten die, zelfs wanneer dit gebeurt in naam van de ‘praktische ervaring’ of ‘het scheppen van nieuwe verhoudingen tussen de arbeiders’, het zelfbeheer verdedigen nemen in feite deel aan de objectieve verdediging van de kapitalistische productie-verhoudingen”. Laten we duidelijk stellen dat wij het hier niet hebben over het verdedigen van het zelfbeheer zoals het gepropageerd wordt door de ‘uiterst linkse’ groepen voor het behoud van werk en loon via de bezetting van de fabrieken, maar over acties die gevoerd worden onafhankelijk van de regering, zoals in een aantal gevallen in Latijns-Amerika (Argentinië in 1999), dus niet met de toestemming van de regering zoals in het Venezuela van Chavez, waar het gebruikt wordt om nationalisaties door te voeren onder de mom van socialisme. In tegenstelling tot dit burgerlijk ‘uiterst linkse’ standpunt, moeten wij het zelfbeheer niet beschouwen als een alternatief, maar in sommige gevallen wel als een ‘heel kleine stap’ in een ‘leerproces’ waarbij de arbeiders zelfvertrouwen krijgen en dat kan bijdragen tot de solidariteit en de zelfstandige arbeidersstrijd in de mate dat ze overgaan tot het ‘zelf’ beslissen over de productie en  dit met hun eisen die tegengesteld zijn aan die van het kapitalisme. De kommunistische activisten moeten een perspectief bieden aan zulke bezettingen. Vechten voor het behoud van een baan is niet genoeg, zijn moeten een socialistische horizon aanbieden, met strijd buiten de vakbonden die als perspectief heeft het vormen van arbeidersraden (die hun voorafspiegeling vinden in de algemene vergaderingen). Wij moeten het standpunt over zelfbeheer benaderen vanuit twee oogpunten: ‘praktisch’, de arbeiders passen het toe, wij moeten dan niet zeggen ‘stop’ en meer algemeen, ‘welk nut’ heeft het zelfbeheer voor de arbeidersklasse? ”. Tot daar het standpunt van de deelnemer.

De kwaliteit van de voorbereiding en de bekommernis van deze deelnemer om het standpunt te benaderen vanuit het ‘nut voor de arbeidersstrijd en de revolutie’ werden door alle aanwezigen verwelkomt. Hierop ontspon zich een levendig debat, waarbij vooral de volgende punten aan bod kwamen:
- Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen enerzijds het bezetten van het eigen bedrijf als strijdwapen tijdens een stakingsgolf (zoals onlangs nog in Egypte) om dit als uitvalsbasis te gebruiken om de strijd vooruit te helpen (zoals voor het drukken van pamfletten of stakerskranten, het verdelen van voedsel onder de stakers, het organiseren van massale delegaties, enz.), en anderzijds het in eigen economisch beheer nemen van het eigen bedrijf;
- Het is een typisch anarchistische illusie te denken dat de arbeidersklasse, als onderdrukte en uitgebuite klasse, economische verworvenheden kan opbouwen binnen het kapitalisme en dus binnen het kapitalisme ‘kommunistische’ eilanden kan scheppen. Zelfbeheer kan er enkel toe leiden dat de arbeiders zichzelf uitbuiten, zelfbeheer is immers onderworpen aan de verstikkende concurrentiewetten binnen het kapitalistisch systeem. Er is geen sprake van een voorbeeldfunctie, van een alternatief die de arbeidersklasse kan bevrijden;
- Wat zijn de centrale wapens van de arbeidersklasse als zij op eigen terrein wil strijden? Het zijn de uitbreiding van de strijd naar andere bedrijven en sectoren door het organiseren van de solidariteit, het zelf onder controle houden van de strijd door algemene vergaderingen, comités, afzetbare afgevaardigden;
- Een der belangrijkste voorbeelden was dat van 1905 in Rusland en recenter dat van de arbeidersstrijd in 1980 in Polen, toen de arbeiders de officiële vakbonden volkomen aan de kant zetten en hun strijd organiseerden en centraliseerden via dagelijkse algemene vergaderingen, met verkozen en afzetbare afgevaardigden. Toen werd ook een deel van de productie terug op gang gebracht, maar louter in functie van de behoeften van de strijd;
- Een ander voorbeeld dat naar voor werd gebracht was dat van de revolutie van 1920 in Italië die werd neergeslagen doordat de arbeiders, die hun fabrieken bezet hadden en daardoor geïsoleerd en opgesloten zaten, er niet toe kwamen om de politieke macht te grijpen en de bourgeoisie te ontwapenen.
Hiermee was de discussie zeker niet afgerond en wordt ze zeker bij een volgende gelegenheid verdergezet. Vragen zoals ‘kan de arbeidersklasse economische stappen zetten binnen het kapitalisme?’, ‘Is de revolutionaire strijd eerst en vooral een economische of een politieke strijd?’, ‘wat is de bijdrage van bedrijfsbezettingen tot de ontwikkeling van de arbeidersstrijd?’ moeten verder uitgediept worden. Bij de afsluiting beklemtoonden de deelnemers dat het debat interessant was en dat de bijeenkomsten van de IKS de gelegenheid bieden om, vertrekkend vanuit een echt revolutionair perspectief,  een open discussie te voeren. Wij nodigen dan ook andere lezers en belangstellenden uit om bij te dragen tot dit debat.

26.3.2007

Herverkiezing van Chavez in Venezuela: Toename van de armoede in naam van het ‘socialisme’?

De klinkende verkiezingsoverwinning van Chavez, die bij de verkiezingen van 3 december 2006 63% van de geldige stemmen kreeg tegenover 37% voor de oppositiekandidaat, versterkt en wettigt niet alleen de macht van de chavistische sector van de bourgeoisie, maar betekent ook een overwinning voor de gehele Venezolaanse bourgeoisie. Eens te meer heeft de confrontatie tussen fracties van de bourgeoisie, die de politieke scène beheerst sinds Chavez in 1999 aan de macht kwam, de bevolking in haar ban kunnen houden en haar ertoe gebracht massaal aan de verkiezingsstrijd deel te nemen: volgens cijfers van de Nationale Verkiezingsraad (CNE) lag de massa niet-stemmers van 25% ver onder het gemiddelde van rond de 40%.
Door opnieuw delen van de oppositie aan het verkiezingstoneel deel te laten nemen (die zich afzijdig hielden van de parlementsverkiezingen van 2005) is de bourgeoisie erin geslaagd het bedrog van democratie en verkiezingen nieuw leven in te blazen. Maar de belangrijkste steun aan dit streven kwam van het chavisme zelf dat de strijd op de spits dreef door de oppositiekandidaat ervoor uit te maken de kandidaat van de ‘duivel Bush’ te zijn, en dat als hij zou winnen dit het bestaan van de ‘missies’ (waarmee de regering haar beleid van ‘politieke rechtvaardigheid’ ten uitvoer brengt) en de verworvenheden van de ‘revolutie’ in gevaar zou brengen. Op die manier worden het proletariaat en de massa’s van sociaal uitgeslotenen opnieuw in de tang genomen. Door de tegenstellingen tussen burgerlijke frakties op de spits te drijven wordt ervoor gezorgd dat ze hun hoop richten op een deel van de bourgeoisie die handig gebruik maakt van een links-populistische politiek gericht op de armste lagen van de maatschappij door gebruik te maken van de hoge olie-inkomsten. Dat beleid bestaat uit niets anders dan het beheer van de schaarste en de bestaansonzekerheid door aan te sturen op een ‘gelijkheid’ die het geheel van de maatschappij op het laagste niveau gelijkschakelt, de middenlagen verarmt maakt en ook de arbeiders en uitgeslotenen nóg armer maakt. Dat is het recept van het ‘socialisme van de 21e eeuw’ dat het chavisme exporteert naar Bolivia, Ecuador en Nicaragua en dat dient als stokpaardje om zich te versterken in de geopolitieke situatie van de regio.
Het ‘radicale’ anti-Amerikanisme van Chavez (dat door de anti-globalistische bewegingen zo hard wordt toegejuicht), de steun aan andere ultralinkse regeringen zoals die van Bolivia, Ecuador en Nicaragua, alsook de ‘hulp’ aan andere landen uit de regio via een daling van de oliefactuur voor die landen, gebruikt de olie om de regio te beheersen, ten koste van de belangen van de Amerikaanse bourgeoisie die Latijns-Amerika altijd als haar privé-achtertuin heeft beschouwd.

Wat steekt er achter de ‘massale volkssteun’ voor Chavez?

De chavistische sector van de bourgeoisie, geleid door enkele militaire en burgerlijke sectoren van links en ultra-links, heeft als sociale basis de steun van de uitgebuite massa’s, voornamelijk de sociaal uitgesloten massa’s, de massa’s waaraan ze de illusie verkochten dat ze uit hun situatie van armoede zouden kunnen geraken in... 2021!!
Het ‘grote inzicht’ van dit deel van de bourgeoisie bestond eruit zichzelf voor te stellen als van volkse komaf en als naast de armen staand. Dit bestaan als ‘arme’ dient om zich als slachtoffer voor te doen van de ‘burgerlijke slagen onder de gordel’, vooral van de kant het Amerikaans imperialisme, dat als dreiging van buiten wordt gebruikt en dat ‘de revolutie’ ervan zou weerhouden ‘de armoede uit te bannen’.
De regering Chavez heeft halverwege het jaar 2003 de ‘sociale uitgaven’ in een andere richting gestuurd met de oprichting van de zogenaamde ‘missies’, sociale plannen. Daarmee deelt de staat kruimels uit aan de bevolking, met twee belangrijke doelen: het bewaren van de sociale vrede en het versterken van de controle over de verarmde massa’s om zo de actie tegen te werken van de delen van de bourgeoisie die al meerdere pogingen deden om Chavez de macht te ontnemen. Deze ‘sociale uitgaven’ gingen samen met een ongeziene ideologische manipulatie die eruit bestond het staatskapitalistisch beleid van het chavisme voor te stellen als dat van een welwillende staat die de rijkdom op ‘rechtvaardige’ wijze verdeeld. Zo wordt bij de verpauperde massa’s de illusie gewekt dat de staat over onuitputtelijke middelen beschikt, dat de kraan van de oliedollars alleen maar hoeft te worden opengedraaid en dat de frakties van de bourgeoisie er daadwerkelijk belang bij hebben de problemen aan te pakken en op te lossen.
Om de presidentsverkiezingen te winnen (waarin het zeven miljoen stemmen behaalde, terwijl het doel tien miljoen was, op een kiesgerechtigde bevolking van 16 miljoen), heeft het chavisme, zoals eerdere regeringen ook deden in verkiezingsjaren, het overgrote deel van zijn staatsuitgaven in het jaar 2006 gedaan. In de eerste maanden werd de invoer van voedingswaren opgevoerd die vervolgens tegen gesubsidieerde bedragen werden verkocht; door allerlei werken op te starten waarvan sommigen niet werden uitgevoerd, door vaste arbeiders in mei en september een verhoging van het minimumloon te geven; door de uitkeringen van ouderdomspensioenen te versnellen; door achterstallige schulden aan arbeiders uit te betalen, door te onderhandelen over aflopende collectieve arbeidsovereenkomsten, en ga zo maar door. Tenslotte ontvingen ambtenaren, gepensioneerden en leden van de ‘missies’ enkele dagen voor de verkiezingen eenmalige premies. De regering organiseerde dat ‘groot festijn’ met het ‘zwarte goud’, de olie, om bij de bevolking een illusie van welvaart op te wekken. Die uitgaven, bovenop die van een ongekende toename van de invoer, de aankoop van wapens, ‘hulp’ aan andere landen, enzovoort, zijn er verantwoordelijk voor dat de staatsuitgaven in 2006 met 58% stegen ten opzichte van 2005, wat neerkomt op 35% van het Bruto Intern Product. Een tijdbom die vroeg of laat gevolgen zal hebben op het vlak van de economische crisis.

De ‘sociale verworvenheden’ van het chavisme maken de verpaupering nog erger

Volgens de propaganda die het chavisme in binnen- en buitenland verspreidt (met de hulp en goede raad van linkse leiders en intellectuelen, daarbij vooraanstaande leiders van de andersglobalistische beweging waaronder François Ramonet een belangrijke plaats inneemt) stevent Venezuela af op het uitbannen van de armoede tegen 2021.
De werkelijkheid die achter de verstikkende publiciteit van de chavistische regering schuilgaat is heel anders. Het volstaat een bezoek te brengen aan de armenwijken van het uiterste oosten (Tetare) of westen (Catia) van de hoofdstad Caracas, of zelfs het centrum van de stad, om de tastbare ellende te zien die achter dat rookgordijn wordt verborgen: ontelbare behoeftigen, meestal jongeren, leven en slapen op straat, onder de bruggen en langs de rivier de Guaire (een open riool waarin het afvalwater van de stad wordt geloosd). Straten en pleinen liggen vol vuil dat ratten aantrekt en ziekten verspreidt. Tienduizenden rondtrekkende straatventers (‘buhoneros’) die wat basisvoedingsmiddelen verkopen, doen de rangen van de zogenaamde informele economie aanzwellen. De omvang van de criminaliteit heeft Caracas tot één van de gevaarlijkste steden van de regio gemaakt terwijl Venezuela als geheel hard op weg is om het land met de grootste criminaliteit van het continent te worden, waarbij het Colombia onttroont dat een tijdlang in dat klassement bovenaan stond. Op nationaal vlak neemt het aantal gevallen van malaria en gewrichtsontstekingen toe terwijl de sterfte van kinderen en moeders groeit. Dat beperkt zich niet tot Caracas, maar geldt voor alle grote steden en verovert stilaan de middelgrote en kleinere steden. Hoewel de regering maatregelen heeft genomen om al die ellende te verbergen, of haar toeschrijft aan ingrepen van de oppositie of van het Amerikaans imperialisme, kunnen de bewijzen van de verarming niet worden weggemoffeld.
Met hemeltergende schijnheiligheid bekritiseren de sectoren van de oppositie die uitingen van armoede om zichzelf voor te stellen als de betere keuze ter ‘verdediging van de armen’, terwijl hun ware bedoeling er natuurlijk uit bestaat de controle over het staatsapparaat weer in handen te krijgen. De regeringspropaganda bericht op zijn beurt niet over de situatie of bagatelliseert die, wat trouwens niet eigen is aan de Venezolaanse steden, maar een gemeenschappelijke noemer met steden in andere landen aan de periferie.
Naast deze zichtbare uitdrukkingen van armoede zijn er ook minder opvallende tekenen van verarming van de proletarische massa’s: via de door de staat aangemoedigde coöperaties werd de losse tewerkstelling geïnstitutionaliseerd omdat de arbeiders van de coöperaties minder verdienen dan de vaste arbeiders en ze, volgens de verklaringen van vakbonden en de coöperaties zélf, niet eens het officiële minimumloon verdienen. De discussie over de collectieve arbeidsovereenkomsten, vooral die voor de ambtenaren, heeft grote vertraging opgelopen. De loonsverhogingen worden toegekend via decreten en in de grote meerderheid door losse premies die geen invloed hebben op de sociale verzekering en die, als ze al uitbetaald worden, dan is het met grote vertraging. Door de ‘missies’ en andere regeringsplannen worden naast de officiële nieuwe dienstverleningsorganen geschapen in de sectoren als gezondheidszorg en onderwijs, en die worden gebruikt om de vaste arbeiders onder druk te zetten en hun arbeidsvoorwaarden aan te tasten. Zoals we kunnen zien zijn bestaansonzekerheid en flexibiliteit van het werk en de aanvallen op de lonen van de arbeiders, kenmerkend voor ‘ongetemde’ kapitalisme, onvermijdelij