Stakingen in het openbaar vervoer te New York: Ook in de Verenigde Staten komt de strijd op gang

See also :

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mailEen gebruikelijke tactiek in de kapitalistische aanval op de pensioenen en medische vergoedingen bestaat uit een poging om ‘gelaagde’ systemen in te voeren waarbij nieuwe werknemers lagere toeslagen en pensioenen krijgen, om het even of dat de vorm aanneemt van toeslagvermindering of hogere bijdragen voor medische verzorging en pensioenfondsen. De oudere arbeiders worden gelijmd met de belofte dat de kortingen niet op hen van toepassingen zullen zijn maar alleen op de onbekenden die in de toekomst zullen worden aangenomen. Traditioneel helpen de vakbonden om deze ‘afspraken’ er door te rammen, waarbij ze zichzelf op de borst trommelen vanwege het redden van de verworvenheden van de momenteel tewerkgestelde arbeiders, wat ze voorstellen als een ‘overwinning’. Deze tactiek verdeelt de arbeiders onder elkaar, de oudere generatie tegen de jongere – een rampenscenario voor de klasseneenheid – die de bedrijfsleiding alle gelegenheid geeft om te verdelen en te heersen.
Juist deze poging om de arbeiders te verdelen stond in het centrum van de recente strijd in het openbaar vervoer van New York City. De Metropolian Transit Authority (Hoofdstedelijke Openbaar Vervoersinstantie), onder leiding van de gouverneur en in mindere mate van de burgemeester, probeerde de pensioenleeftijd voor de nieuw tewerkgestelden van 55 naar 62 jaar te verhogen en nieuwelingen zes procent van hun loon in het pensioenfonds te laten storten. De pensionering op de leeftijd van 55 jaar (na 25 dienstjaren) bestond al heel lang als compensatie voor de uiterst barre arbeidsvoorwaarden waaronder de arbeiders van het openbaar zwoegen in 100 jaar oude metrotunnels, met smerige lucht en rook, rattenplagen en een algemeen gebrek aan sanitaire faciliteiten. Het voorstel van de regering zou geen gevolg hebben voor de pensioenleeftijd van de momenteel tewerkgestelde arbeiders.
Maar de arbeiders van het openbaar trapten overduidelijk niet in deze verdeel-en-heers zwendelarij. In naam van een arbeidersklasse die een frontale aanval op haar pensioenen onderging, trokken de arbeiders van het openbaar vervoer een duidelijke streep en weigerden welke verandering in het pensioensysteem dan ook te aanvaarden. Ze staakten om de pensioenrechten te beschermen van arbeiders die nog niet aan het werk waren, en die ze ‘onze ongeborenen’ noemden – hun komende, nog onbekende collega’s. Als zodanig werd deze strijd de tot op heden duidelijkste belichaming van de beweging waarin de arbeidersklasse probeert haar eigen identiteit en solidariteit weer terug te vinden. Zij was niet alleen van grote invloed op de arbeiders die aan de strijd deelnamen, maar ook op de arbeidersklasse in andere sectoren. De arbeiders van het openbaar vervoer staakten vanuit een gevoel van klassensolidariteit met de komende generatie, met diegenen die zelfs nog niet waren aangenomen. Zij vond weerklank bij veel arbeiders in talrijke bedrijfstakken die merkten dat er eindelijk iemand opstond en zei: “Handen af van de pensioenen”.

De draagwijdte van de staking in het openbaar vervoer


De staking van 33.700 arbeiders in het openbaar vervoer waardoor New York City drie dagen werd lamgelegd gedurende de week voor Kerstmis was de belangrijkste arbeidersstrijd in de Verenigde Staten in vijftien jaar. Zij was belangrijk vanwege een aantal met elkaar vervlochten redenen:
–  de internationale context waarin hij plaatsvond;
–  de ontwikkeling van klassenbewustzijn onder de stakers zelf;
–  de potentiële uitstraling van de staking op andere arbeiders.
De betekenis van deze staking moet evenmin worden overdreven; zij is niet vergelijkbaar met de stakingen in de jaren 1980 die het gezag uitdaagden van het kapitalistische vakbondsapparaat dat dient om de arbeidersstrijd te beheersen en te laten ontsporen en waarin het vraagstuk werd gesteld van de uitbreiding van de strijd naar andere arbeiders. Toch is het belangrijk haar draagwijdte, in de context van de moeilijke voorwaarden waarin de arbeidersstrijd zich vandaag afspeelt, goed te begrijpen.
Hoewel zij onder strakke controle bleef staan van een plaatselijke vakbondsleiding die beheerst wordt door ultra-links en de vakbondsbasis, is deze openbaar vervoersstaking niet alleen de weerspiegeling van groeiende strijdbaarheid binnen den arbeidersklasse, maar maakt ook deel uit van een nog belangrijker stappen naar de ontwikkeling van een vernieuwd gevoel van eigen identiteit en van zelfvertrouwen van de arbeidersklasse en van het inzicht van klassensolidariteit. Zij verenigde arbeiders over de grenzen van leeftijd en arbeidsplaats. De arbeiders van het openbaar vervoer begonnen deze staking hoewel ze wisten dat die in strijd was met de Taylor-Wet van de staat van New York, een wet die ambtenarenstakingen verbiedt en die de stakers automatisch beboet met inhouding van twee daglonen per gestaakte dag, wat er op neerkomt dat ze drie dagen loonverlies lijden voor iedere stakingsdag (één niet uitbetaalde dag en twee dagen boete). De stad dreigde er verder mee om een burgerrechtelijke boete te eisen van $25.000 voor iedere arbeider die in staking ging, en die iedere dag zou verdubbelen – $25.000 de eerste dag, $50.000 de tweede, en $100.000 voor de derde dag. Met dergelijke zware boetes boven het hoofd werd de beslissing om tot staking over te gaan niet lichtvaardig door de arbeiders genomen, maar ze vertegenwoordigde een moedige daad van militant verzet.
Wat de staking van het openbaar vervoer in New York daarin nu zo belangwekkend maakt is niet slechts dat het de grootste staking was met de grootste weerslag, in de betekenis dat hij de grootste stad in Amerika voor drie dagen verlamde. Het belang is daarin gelegen, dat hij de ontwikkeling van het klassenbewustzijn weerspiegelt.
Zoals gezegd ging de staking vooral om de verdediging van de arbeiderspensioenen, die overal ter wereld onder een spervuur van de bourgeoisie liggen, maar vooral in de Verenigde Staten. In de Verenigde Staten zijn de ouderdomsuitkeringen van de staat minimaal en de arbeiders vallen terug op hun bedrijf of loopbaan-verbonden pensioenfondsen om hun levensstandaard op peil te houden als ze met ouderdomspensioen gaan. Beide soorten van pensioen zijn momenteel in gevaar. De eerste door de inspanningen van de Bush-regering om de ‘sociale zekerheid’ te hervormen, en de tweede door het schreeuwend financieel tekort en de druk om de pensioenuitkeringen te verlagen.

De ontwikkeling van het klassenbewustzijn bij de stakers


Een nieuwe blijk van het vermogen van de arbeidersklasse om zichzelf als een klasse te zien en te begrijpen was merkbaar op allerlei vlak en in allerlei uitingen van de openbaar vervoersstaking. Het hoofdthema ervan – de bescherming van de pensioenen van toekomstige arbeiders – bevatte dit aspect overduidelijk. Het speelde niet enkel op een abstract niveau, maar was ook heel concreet te zien en te horen. Bijvoorbeeld, bij een stakingpiket bij een bus-depot in Brooklyn, verzamelden tientallen arbeiders zich in kleine groepjes om over de staking te discussiëren. Eén arbeiders zei dat hij dacht dat het niet gerechtvaardigd was om te staken voor de pensioenen van toekomstige arbeiders, voor mensen die wij niet eens kennen. Zijn medearbeiders antwoordden door te zeggen dat de toekomstige arbeiders die door het aanvaarden van de maatregelen getroffen zouden worden “onze eigen kinderen kunnen zijn.” Een andere vond het belangrijk om de eenheid te bewaren tussen de verschillende generaties van werkenden. Hij stelde dat het in de toekomst goed mogelijk is dat de regering zou snijden in de medische vergoedingen of uitbetalingen van de pensioenen van “ons als we met pensioen gaan. En het zal belangrijk zijn om de kerels die dan werken er aan te herinneren dat wij voor hen op de bres stonden, zodat ook zij voor ons opkomen om te voorkomen dat ze in onze uitkeringen wordt gesnoeid.” Gelijkaardige discussies vonden elders in de stad plaats, een duidelijke en concrete weerspiegeling van de neiging van de arbeiders om zichzelf te zien als een klasse, om verder te kijken dan de generatiegrenzen die het kapitalisme probeert te gebruiken om ze onderling te verdelen.
Andere arbeiders die langs de piketten reden toeterden uit solidariteit en schreeuwden steunbetuigingen. In Brooklyn drukte een groep onderwijzers van een nabijgelegen lagere school hun solidariteit uit door de staking te bediscussiëren met hun leerlingen en trokken met hun klassen van leerlingen in de leeftijd van 9-12 jaar naar de piketten. De kinderen brachten kerstkaarten naar de stakers met boodschappen als:“Wij steunen jullie. Jullie vechten voor respect.”

De uitwerking van de strijd op andere arbeiders


De staking in het openbaar vervoer werd een voorbeeld voor arbeiders uit andere bedrijfstakken. Buiten de bovengenoemde steun- en solidariteitsbetuigingen waren er ontelbare andere bewijzen. Arbeiders van buiten het openbaar vervoer werden verwelkomd bij de piketten. Op een bepaald moment bezocht een groep assistenten van de universiteit van New York de piketten in Brooklyn, stelden zichzelf voor en bediscussieerden de stakingsproblemen en strategieën met de arbeiders. In ontelbare werkplaatsen in de stad praatten arbeiders uit andere bedrijfstakken over het belang van solidariteit met als voorbeeld de verdediging van de pensioenen.
De sympathie voor de stakers bleef sterk ondanks dat de bourgeoisie vanaf de tweede dag in de tegenaanval ging met een regelrechte campagne om de stakers af te schilderen als baarlijke duivels. De sensatiepers zoals de Post en de Daily News noemden de stakers ‘ratten’ en ‘lafaards’. Zelfs de liberale New York Times klaagde de staking aan als ‘onverantwoordelijk’ en ‘onwettig’.
De onwettigheid van de staking lokte veel discussie uit binnen de arbeidersklasse overal in de stad, en ook in het hele land. Hoe kon het onwettig zijn dat arbeiders protesteren door niet aan het werk te gaan? Dat vroegen vele arbeiders zich af. Zoals een arbeiders zei in een discussie in een school in Manhattan, “Het lijkt er haast op dat je alleen mag staken als het geen enkel gevolg heeft.”

De rol van de vakbond in de sabotage van de strijd


De plaatselijke vervoersbond, aangevoerd door gauchisten en strijdsyndicalisten, beheerste de staking volkomen, en alhoewel ze militante taal aansloeg en het veel over ‘solidariteit’ had om de greep op de staking te behouden, bestond de rol van de vakbond er uit de strijd te ondermijnen en de uitwerking van deze belangrijke staking te beperken. Al aan het begin van de staking gaven de vakbonden de gestelde eis van 8% jaarlijkse loonsverhoging voor de komende drie jaar op, en richtten zich geheel en al op de pensioenen.
De samenzwering van vakbonden en bedrijfsleiding werd blootgelegd in een reportage die na de staking verscheen in de New York Times. Al de scheldpartijen tussen de vakbond en regeringsvertegenwoordigers bleken nep. Toen de burgemeester en de gouverneur om het luidst dat het werk hervat moest worden voordat er sprake kon zijn van onderhandelingen, werden er in werkelijkheid geheime onderhandelingen gevoerd in het Helmsley Hotel, en de burgemeester aanvaarde in het geheim een voorstel van Toussaint om de bedrijfsleiding de pensioenmaatregelen te laten intrekken in ruil voor een verhoging van de arbeidersbijdragen voor de medische zorg om zo voor de regering de kosten goed te maken van het behoud van de pensioenen van de toekomstige arbeiders.
Dit door vakbond en regering georchestreerde einde van de staking is natuurlijk niet verwonderlijk, maar enkel een bevestiging van de arbeidersvijandige aard van het vakbondsapparaat, en ondermijnt op geen enkele manier de betekenis van de belangrijke vooruitgang die is geboekt in de ontwikkeling van het klassenbewustzijn. Het herinnert ons aan de belangrijke taken die voor de arbeidersklasse in het verschiet liggen; namelijk het wegbreken uit de vakbondsdwangbuis en het zelf in handen nemen van de leiding over de strijd.

Naar Internationalism, IKS afdeling in de VS / 12.2005